ECLI:NL:RBAMS:2025:7349

ECLI:NL:RBAMS:2025:7349, Rechtbank Amsterdam, 24-09-2025, C/13/773898 / JE RK 25-592

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 24-09-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer C/13/773898 / JE RK 25-592
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing. Weinig regie JBRA. Veel wisselende gezinsmanagers.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/773898 / JE RK 25-592

Datum uitspraak: 24 september 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio [locatie], gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen JBRA,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. M.H. Aalmoes,

[de oma (m.z.)] ,

hierna te noemen de oma m.z.,

wonende te [woonplaats 2] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 augustus 2025;

nadere bijlagen van JBRA, ontvangen op 26 augustus 2025;

het voortgangsverslag van JUST team Amsta (verder: Amsta) van 2 juli 2025, overgelegd ter terechtzitting door de advocaat van de moeder.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2025. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] , begeleiders van moeder namens Amsta en de oma m.z..

Hoewel behoorlijk opgeroepen, zijn niet verschenen: de vader en JBRA.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben hierover op 23 september 2025 ieder apart een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven sinds maart 2023 in het netwerkpleeggezin, bij oma m.z..

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 september 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 29 september 2025.

Daarnaast heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking van 17 september 2024 de machtiging verlengd teneinde [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin, bij de oma m.z., tot 29 september 2025.

3. Het verzoek

JBRA verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt JBRA de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een netwerkpleeggezin, bij oma m.z. te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. JBRA verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

JBRA heeft het volgende aan de verzoeken ten grondslag gelegd. JBRA voert aan dat de kinderen in het verleden langdurig te maken hebben gehad met ernstige onveiligheid, waaronder huiselijk geweld, fysieke mishandeling en verwaarlozing door de moeder. Daarnaast zijn er meerdere incidenten geweest waarbij het psychisch functioneren van de moeder leidde tot onveilige situaties voor de kinderen. Vanwege deze onveiligheid in de opvoedsituatie bij moeder zijn de kinderen uit huis geplaatst binnen het netwerk, bij de oma m.z.. JBRA geeft aan dat ondanks de huidige positieve ontwikkeling van de moeder, deze voorgeschiedenis maakt dat er sprake is van een verhoogd risico op terugval, vooral in perioden van spanning of verandering bij moeder. Daarnaast voert JBRA aan dat het van belang is dat de kinderen hun huidige stabiliteit behouden. Zij hebben zich het afgelopen jaar positief ontwikkeld bij oma m.z., die een veilige en voorspelbare thuissituatie biedt en voor hen een belangrijke hechtingsfiguur is geworden. Een gefaseerde overgang naar meer verblijf bij de moeder is noodzakelijk om te voorkomen dat deze stabiliteit en hun emotionele veiligheid opnieuw in gevaar komen. JBRA verzoekt een verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor de duur van een jaar gelet op de ernst en duur van de eerdere zorgen, om de nog benodigde begeleiding en ondersteuning te kunnen bieden alsmede om de huidige positieve lijn van moeder duurzaam te borgen.

4. De standpunten

De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het goed met haar gaat en dat zij in de afgelopen periode veel hulp heeft ontvangen van oma m.z. en van haar hulpverleners bij Amsta, waar zij dankbaar voor is. Daarnaast heeft zij veel hulp gehad van haar advocaat. De moeder geeft aan dat zij meer rust heeft gevonden en inmiddels woont in een mooie woning in [geboorteplaats 2] waar zij zich thuis voelt. Ook ziet zij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] elk weekend, en ook doordeweeks bij oma m.z., wat goed gaat en fijn is. Desgevraagd geeft de moeder aan dat met name de hulpverlening vanuit Amsta haar enorm geholpen heeft en dat zij ook op dit moment nog wekelijks een gesprek heeft bij Amsta.

De advocaat van de moeder voegt hieraan toe dat er inmiddels afspraken zijn gemaakt met moeder, oma m.z., Levvel en JBRA dat [minderjarige 2] na de herfstvakantie bij moeder komt wonen, en dat [minderjarige 1] doordeweeks bij moeder zal zijn en in de weekenden bij oma m.z.. Daarbij is de afspraak gemaakt dat de kinderen hun hoofdverblijf bij moeder krijgen. De kinderen hoeven ook niet te wisselen van school. De advocaat voert aan dat er veel is gebeurd in het verleden en dat daarvoor de ogen niet gesloten moeten worden. Moeilijk is dat JBRA vanaf het allereerste moment na de uithuisplaatsing van de kinderen gezegd heeft dat de kinderen niet meer terug gaan naar moeder en de samenwerking met JBRA niet goed is. Nu blijkt dat de moeder een positieve ontwikkeling doormaakt en dat zij wel in staat is om een zorgzame moeder te kunnen zijn voor de kinderen. De hulpverlening van Amsta blijkt aan te slaan en kan doorlopen in het vrijwillige kader. De advocaat geeft aan dat een verlenging van de ondertoezichtstelling niet meer nodig is. JBRA is vandaag ook niet op de zitting verschenen en heeft geen (schriftelijke) update gegeven over de laatste ontwikkelingen, wat wel van hen verwacht mag worden in deze zaak. Ook zijn er steeds wisselende gezinsmanagers, wat niet wenselijk is. De advocaat voert aan dat de moeder nu wel actief de samenwerking op zoekt en gericht is op de kinderen bij alles wat ze doet. Ook is de relatie verbeterd tussen de moeder en oma m.z. De advocaat geeft aan dat het wel lastig is dat als de ondertoezichtstelling vervalt waarschijnlijk ook de pleegouderbegeleiding / vergoeding voor oma m.z. vanuit Levvel stopt.

De oma m.z. heeft verklaard dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] aanvankelijk tijdelijk bij haar zouden zijn maar de terugkeer naar moeder steeds door JBRA is opgeschoven. De oma m.z. geeft aan dat de moeder gegroeid is tot een zorgzame moeder, zowel voor de kinderen als voor haar. De oma m.z. geeft verder aan dat [minderjarige 2] duidelijk heeft aangegeven dat hij terug wil naar moeder, en dat hij dat ook nodig heeft. De oma m.z. gunt de kinderen bij hun moeder te wonen en vriendjes in de buurt van moeder te maken. Daarbij geeft de oma m.z. aan dat de kinderen altijd bij haar kunnen blijven komen en zij er voor hen is.

Amsta heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht geen voorstander te zijn van een verlenging van de ondertoezichtstelling. Amsta geeft aan geprobeerd te hebben intensief samen te werken met JBRA maar dat dit door JBRA steeds is gestagneerd. Ook worden de afspraken niet goed nagekomen door JBRA, zijn er veel wisselende gezinsmanagers, en ligt er geen duidelijk plan, wat niet goed is. De moeder staat open voor begeleiding en hulp en heeft een ontzettende groei doorgemaakt. Zij hebben het vertrouwen dat de moeder deze positieve groei vasthoudt.

[minderjarige 1] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter naar voren gebracht dat het goed gaat met hem en dat hij het liefste zelf wil beslissen of hij naar moeder of naar oma m.z. gaat, bij wie hij het allebei fijn heeft.

[minderjarige 2] heeft verklaard dat hij graag weer bij moeder wil wonen ondanks dat hij ook graag bij zijn oma m.z.. is.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat er op dit moment onvoldoende gronden zijn om de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing te verlengen en overweegt daartoe als volgt.

De kinderrechter stelt vast dat vanwege grote zorgen over de veiligheid en stabiliteit van de kinderen in de opvoedsituatie bij moeder, de kinderen uit huis zijn geplaatst en zij sinds maart 2023 bij de oma m.z., verblijven, eerst op vrijwillige basis, en sinds 23 september 2023 middels een door de kinderrechter verleende machtiging tot uithuisplaatsing. Daarnaast stelt de kinderrechter vast dat de moeder in het afgelopen jaar aantoonbare grote stappen heeft gezet in het accepteren van hulpverlening, het ontwikkelen van opvoedvaardigheden en het aansluiten bij de behoeften van de kinderen. Ook Amsta concludeert in haar rapport van 2 juli 2025, en ook mondeling op de zitting, dat de moeder een duidelijke positieve ontwikkeling laat zien en zich in alle opzichten gemotiveerd, veerkrachtig en betrokken toont. Zij blijft in verbinding met de hulpverleningsorganisaties wat een belangrijke basis vormt voor vooruitgang. Verder blijkt dat er inmiddels sprake is van een regelmatige en stabiele omgang tussen de moeder en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en dat zij elk weekend bij hun moeder verblijven wat goed gaat en wat zij leuk vinden. [minderjarige 2] heeft duidelijk aangegeven weer bij moeder te willen wonen en laat zien dat hij dat ook nodig heeft. [minderjarige 1] heeft het ook leuk bij moeder en wil ook bij haar wonen, maar wil zelf kunnen beslissen wanneer hij bij moeder of oma m.z. verblijft. De oma m.z. heeft aangegeven dat zij het de kinderen gunt bij hun moeder te wonen, en dat zij daar ook achter staat omdat zij heeft gezien dat de moeder in de afgelopen periode is gegroeid tot een zorgzame moeder die oog heeft voor het belang van de kinderen.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er een overleg heeft plaats- gevonden tussen de moeder, oma m.z., JBRA en Levvel en dat de afspraak is gemaakt dat [minderjarige 2] na de herfstvakantie weer bij moeder gaat wonen. Ten aanzien van [minderjarige 1] is afgesproken dat hij doordeweeks bij de moeder is en in de weekenden bij de oma m.z..

De kinderrechter ziet dat er rust en stabiliteit is gekomen, de moeder open staat en gemotiveerd is voor begeleiding en hulp (van onder andere Amsta), en dat er sprake is van een groot ondersteunend netwerk voor moeder (oma m.z., familie, kerk).

Gelet hierop heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat de hulpverlening in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zal dan ook worden afgewezen waarbij de moeder de kans en het vertrouwen krijgt dat zij de op dit moment ingezette goede ontwikkeling en groei kan vasthouden en continueren en dat zij weer voor de kinderen kan zorgen. Hierbij gaat de kinderrechter er van uit dat de moeder, zoals zij ook tijdens de mondelinge behandeling heeft toegezegd, blijft meewerken met de noodzakelijk hulpverlening in het vrijwillig kader en zij, mocht dit nodig zijn, zelf hulpverlening zal inschakelen.

Tot slot merkt de kinderrechter op dat het onbegrijpelijk is in deze zaak dat er vanuit JBRA zo weinig stabiliteit en regie is geweest. Er zijn veel wisselende gezinsmanagers geweest en het is niet goed gegaan in de afspraken zowel met het gezin als met Amsta. Ook is er geen recente update gekomen over de nieuwe afspraken ten aanzien van de terugplaatsing bij de moeder ten behoeve van onderhavige zitting en is er niemand van JBRA verschenen ter zitting om de verzoeken nader toe te lichten. Bij deze stand van zaken richt een verlenging van de ondertoezichtstelling alleen maar schade aan in plaats van dat het enige ontwikkelingsbedreiging zou wegnemen.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst de verzoeken af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025 door

mr. M. van der Kaay, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.P.M. Dijkstra-Bakker als griffier, en op schrift gesteld op 7 oktober 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.P.M. Dijkstra-Bakker als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?