RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11886469 CV EXPL 25-12830
vonnis van: 10 oktober 2025
fno.: 364
Vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
de stichting STICHTING OLVG
gevestigd te Amsterdam
eisende partij
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen)
t e g e n
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen.
1. De procedure
Bij dagvaarding van 21 augustus 2025 met producties, heeft eisende partij tegen gedaagde partij een vordering ingesteld.
Gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin geantwoord. Tegen haar is verstek verleend, waarna vonnis is bepaald.
2. De beoordeling
Eisende partij vordert gedaagde partij te veroordelen tot betaling van een zorgkostennota.
Eisende partij stelt dat tussen partijen een geneeskundige behandelingsovereenkomst tot stand is gekomen en dat gedaagde partij een of meer behandelingen heeft ondergaan. Eisende partij heeft gedaagde partij hiervoor een factuur gestuurd, die niet is betaald. Eisende partij heeft de factuur en haar algemene voorwaarden als productie overgelegd.
Nu gedaagde partij een consument is, moet de behandelovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
In eerdere tussenvonnissen in vergelijkbare zaken van eisende partij met dezelfde gemachtigde namens eisende partij is vanaf maart 2024 aangekondigd dat eisende partij daarom in de dagvaarding voortaan de volgende informatie moet opnemen:
“Wel dienen de stellingen in de dagvaarding de gronden van de vordering te kunnen dragen. Nu een ziektekostenverzekering in Nederland verplicht is en ziektekosten in dat geval veelal rechtstreeks in rekening (moeten) worden gebracht bij de verzekeraar, had eisende partij in de dagvaarding dienen te vermelden waarom dat in dit geval niet is gebeurd en de kosten rechtstreeks in rekening zijn gebracht bij gedaagde partij.(…)”
“Het is (…) aan de kantonrechter om in het kader van vorenbedoeld ambtshalve onderzoek te controleren of, in dit geval, deze zorgverlener algemene voorwaarden die op de behandelingsovereenkomst van toepassing zijn. (…) Eiseres dient daarbij toe te lichten op welke bepalingen zij een beroep had kunnen doen en zij dient zich uit te laten over de eerlijkheid van deze bepalingen.”
“De kantonrechter gaat ervanuit dat de opgevraagde toelichting voortaan in de dagvaarding wordt vermeld en zal bij ontbreken daarvan de vordering afwijzen.”
Eisende partij heeft ondanks deze instructie in de onderhavige dagvaarding, aangebracht in 2025, echter (opnieuw) geen informatie verschaft over de volgende vragen:
- was gedaagde partij ten tijde van het ondergaan van de geneeskundige behandeling verzekerd?
- zo ja, was deze verzekeraar gecontracteerd en had eisende partij de factuur bij de zorgverlener kunnen (moeten) indienen?
- als gedaagde partij niet verzekerd was, heeft eisende partij gedaagde partij voorafgaande aan de behandeling geïnformeerd over de kosten?
- hoe zijn de algemene voorwaarden ter kennis gebracht aan gedaagde partij?
- zijn de toepasselijke bedingen uit de algemene voorwaarden eerlijk?
De vordering wordt daarom zoals aangekondigd in de tussenvonnissen van 2024 afgewezen.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2025 in tegenwoordigheid van mr. T.C. van Andel, griffier.