RECHTBANK Amsterdam
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
Zaaknummer: C/13/765181 / KG ZA 25-129 NB/EvK
Vonnis in kort geding van 2 april 2025
in de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisers bij dagvaarding van 28 februari 2025,
hierna samen te noemen: [eiser] (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. N.A.W.E. Jansen te Utrecht,
tegen
WINDOW PLUS B.V.,
gevestigd te Almere-Buiten,
gedaagde,
hierna te noemen: Window Plus,
advocaat: mr. J.B.M. Swart te Almere.
1. De procedure
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 19 maart 2025 heeft [eiser] de dagvaarding toegelicht. Window Plus heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van [eiser] : [eiser 1] en [eiser 2] , met mr. N.A.W.E. Jansen,
aan de zijde van Window Plus: [naam 1] , [naam functie] van Window Plus, en [naam 2] , medewerker van Window Plus, met mr. J.B.M. Swart.
Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten
Op 26 april 2024 hebben [eiser] en Window Plus een overeenkomst gesloten voor de levering en montage van schuifpuien (op de eerste verdieping en de begane grond van hun woning) en zonwering. In de overeenkomst staat voor zover van belang:
“(…)
(…)
LOSSE ONDERDELEN EN OVERIG;
(…)
Inclusief ISC-kunststof onderdorpels in het zwart aangaande de schuifpui op de begane grond.
(…)
BETALING EN LEVERINGSVOORWAARDEN;
Zodra de aanbetaling van 10% bij ons binnen is verwerken wij uw bestelling.
80% voldoet u via een voor u opgestelde factuur voorafgaand aan de montagedatum.
De laatste 10% betaalt u bij oplevering van onze werkzaamheden.
Bij de ondertekening heeft Window Plus aan [eiser] bericht:
“(…) Betreft de ISC dorpels, deze is in het zwart uitgevoerd. [naam 2] denkt dat deze alleen voor de begane grond nodig is. Dus één keer uit te voeren, alleen beneden. (…)”
Voorafgaand aan sluiten van de overeenkomst hebben partijen gecorrespondeerd over de onderdorpel.
Op 19 april 2024 heeft [eiser] Window Plus bericht:
“Nog even een vraagje. De materialenstaat zit er niet bij. Maar ik ga ervanuit dat de onderdorpel voor de begane grond niet uitgevoerd is in hout.
Bij de begane grond is hout niet goed te onderhouden.”
En op 26 april 2024 heeft [eiser] advies hierover gevraagd:
“(…) Graag technisch advies of we op de eerste verdieping de onderdorpel gewoon van hout moeten laten of dat de ISC dorpel een betere keuze is. Ik heb een licht esthetische voorkeur voor hout op de eerste, maar niet bepalend. Voor de BG in ieder geval een ISC kunststof onderdorpel (de zwarte svp). Daar kom ik niet meer bij voor schilderwerk. Wellicht goed om dit even af te stemmen voor de overeenkomst. (…)”
Ook heeft [eiser] op de tekening van de (concept)overeenkomst en in het onderdelenoverzicht erbij geschreven dat de onderdorpel, enkel op de begane grond ‘ISC – zwart’ moet zijn:
Op 30 september 2024 heeft Window Plus [eiser] per e-mail bericht, met de factuur als bijlage, dat hij de tweede termijn van 80% van de aanneemsom ter hoogte van € 32.635,86, voor de vervaldatum van 7 oktober 2024 diende over te maken, conform opdracht.
Op 9 oktober 2024 is Window Plus begonnen met de sloop van het oude kozijn en montage van de nieuwe schuifpuien. Op dat moment had [eiser] nog niet de tweede termijn van 80% betaald, die hij voor aanvang van de werkzaamheden had moeten betalen. [eiser] had tegen Window Plus gezegd dat de betaling onderweg was uit het bouwdepot en daarom was Window Plus van start gegaan met de werkzaamheden.
Op 10 oktober 2025 is Window Plus verder gegaan met de werkzaamheden en heeft zij onder meer de zonwering op de tweede verdieping geplaatst. Hierna heeft [eiser] bij Window Plus gemeld dat de kozijnen diverse gebreken vertonen en dat de pui op de begane grond niet voldoet aan de koopovereenkomst omdat er geen kunststof onderdorpel in zit.
Op vrijdag 11 oktober 2024 heeft Window Plus een betalingsherinnering voor de factuur van de tweede termijn gestuurd, met het verzoek om het openstaande bedrag voor maandag 14 oktober 2025 over te maken.
Op maandag 14 oktober 2024 om 12.35 uur heeft Window Plus [eiser] per e-mail bericht over de betaling van de openstaande factuur:
“(…) Zoals eerder afgesproken, had 80% van het factuurbedrag voldaan moeten zijn vóór aanvang van de werkzaamheden. Echter, is er pas vandaag (14 oktober) een deelbetaling ontvangen, en deze bedraagt minder dan de helft van het totaal.
Wat betreft de oplevering: volgens onze afspraken wordt de resterende 10% pas na het opleveren van de werkzaamheden betaald, waarbij eventuele onvolkomenheden herzien worden. De situatie met de glaslatten en schuifpui, die door een fout van onze leverancier zijn ontstaan, worden uiteraard snel en volledig door ons en de leverancier opgelost. Echter, deze punten vallen onder de opleveringstermijn en zouden geen invloed mogen hebben op de volledige betaling van de 80% die al vóór aanvang van het werk had moeten plaatsvinden.
(…) we willen u er op wijzen dat de betaling nu ruim na de startdatum is overgemaakt en dat de afgesproken 80% nog steeds niet volledig is voldaan.
We willen benadrukken dat wij onze werkzaamheden graag zo spoedig mogelijk voortzetten, maar we kunnen helaas niet verder totdat de volledige afgesproken betaling is voldaan. Wij verzoeken u dan ook vriendelijk het resterende bedrag van de 80% zo spoedig mogelijk over te maken, zodat wij de werkzaamheden zoals gepland kunnen voortzetten.
Indien het niet lukt om de betaling volgens afspraak te voldoen (vandaag) zullen wij genoodzaakt zijn de geplande werkzaamheden voor morgen te staken. (…)”
Op maandagavond 14 oktober 2024 om 20.21 uur heeft Window Plus [eiser] nogmaals per e-mail bericht over de openstaande factuur. Window Plus heeft een kostenoverzicht gedeeld en stelt dat [eiser] voor de tweede termijn nog een bedrag van € 13.500 moet betalen. Indien zij dat niet dezelfde avond voor 21.00 uur betaalt, zal Window Plus de werkzaamheden opschorten. Verder heeft Window Plus aangezegd dat zij op korte termijn in overleg zal treden over de besproken onderdorpel.
[eiser] heeft op 14 oktober 2024 om 21.59 uur hierop gereageerd dat het kostenoverzicht dat Window Plus heeft opgenomen niet klopt, omdat het voor de tweede termijn slechts gaat om 80% van de factuur, en verder:
“(…) Voor de helderheid vat ik de gemaakte afspraken nog even samen:
Vrijdag 11 oktober: Met [naam 2] afgesproken dat hij 14 oktober een lijst met openstaande punten met ons zou delen zodat we deze goed met elkaar konden doornemen. Deze heb ik vandaag niet ontvangen. Waardoor we geen idee hebben welke werkzaamheden nog verricht zullen worden. Graag ontvangen wij deze alsnog bij de reactie op deze mail.
(…) U heeft diverse malen aangeven dat u geen werkzaamheden meer uitvoert als het restant van de factuur van T2: EUR 32.668 niet per direct wordt voldaan. Ik heb u aangegeven dat er geen discussie is over de zonwering en het houten kozijn op de eerste verdieping. Het kozijn op de begane grond voldoet echter niet aan de koopovereenkomst. Daarom houden wij deze nu buiten de betalingen omdat u herhaaldelijk aangeeft niet te kunnen leveren wat we besteld hebben (kunststof dorpel).
Op 15 oktober 2024 om 06.23 uur heeft Window Plus hierop, voor zover relevant, geantwoord:
“(…) Voor eventuele gevolgschade kunt u ons absoluut niet verantwoordelijk houden, aangezien u in gebreke bent gebleven door het niet tijdig betalen van factuur [factuurnummer] . Wij zijn nogmaals van mening dat wij de werkzaamheden vanuit onze kant mogen opschorten totdat u aan uw betalingsverplichting heeft voldaan.
Wij willen wederom benadrukken dat wij u een passend coulance voorstel hebben gedaan en dat wij volledig in ons recht staan, daar u al de 80% factuur voorafgaand aan de werkzaamheden had moeten voldoen. Het is geen “koeienhandel” om te discussiëren over wat u wel of niet wilt betalen.
Daar wij tot op heden nog geen betaling hebben ontvangen, zijn mijn collega’s elders ingepland. Als de reeds elders ingeplande werkzaamheden spoedig verlopen zou het nog mogelijk zijn dat zij vanmiddag langskomen om de montage van de Weinor producten af te ronden (daarvoor zullen wij wel tijdig een betaling moeten ontvangen). (…)”
Diezelfde dag heeft Window Plus [eiser] bericht dat zij alle werkzaamheden per direct stop zet omdat de openstaande factuur niet volledig is voldaan.
Op 18 oktober 2024 heeft de advocaat van [eiser] Window Plus een sommatiebrief gestuurd. Window Plus is gesommeerd om binnen 14 dagen de gebreken te verhelpen en te zorgen voor goede (tijdelijke) afdichting, waarna [eiser] de volledige tweede termijn van 80% zal voldoen. Tot die tijd schort hij zijn betalingsverplichtingen op. Window Plus heeft hier niet op gereageerd.
Op 14 november 2024 heeft [eiser] Window Plus geïnformeerd dat hij een deskundige naar de zaak zal laten kijken en dat dit waarschijnlijk ingenieursbureau KIWA wordt.
Op 27 november 2024 heeft de gemachtigde van Window Plus, DAS, gereageerd op het standpunt van [eiser] . Samengevat heeft DAS geschreven dat Window Plus haar verplichtingen van de overeenkomst zal nakomen en het werk deugdelijk zal afmaken en opleveren, maar pas nadat [eiser] het openstaande bedrag, 80% van de totale prijs, heeft voldaan.
Kiwa heeft op 29 november 2024 de woning van [eiser] bezocht. Omdat hier niemand van Window Plus bij aanwezig kon zijn, heeft de inspecteur na het onderzoek ter plaatse met [naam 2] van Window Plus gebeld. Kiwa heeft haar bevindingen vastgelegd in het rapport van 20 december 2024. Kiwa heeft meerdere gebreken geconstateerd en over de onderdorpel het volgende opgemerkt:
“(…) Onderdorpel
Door de bewoner is aangegeven dat een kunststof onderdorpel voor in het kozijn op de eerste bouwlaag besteld en betaald is. De pui is met een houten onderdorpel geleverd. Hout heeft ten opzichte van kunststof het nadeel dat het onderhouden moet worden. Omdat aan de buitenzijde het kozijn gedeeltelijk onder het vlonder doorloopt kan deze niet volledig onderhouden worden. Op de onderdorpel zijn 2 rails aangebracht voor de schuifdelen van de pui. De onderdorpel loopt schuin naar buiten af, daarom is de buitenste rail op stellatjes geplaatst. De stellatjes zijn onderbroken ten behoeve van water wat achter de eerste rails komt. Daar waar de ontwateringsgaatjes zitten kan in de toekomst geen onderhoud worden uitgevoerd waardoor op lange termijn zeer waarschijnlijk houtrot gaat optreden in het kopse hout van de houtenlatjes.
(…)
(…)”
3. Het geschil
[eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Window Plus te bevelen om:
I. tijdelijke maatregelen te nemen om de puien volledig wind- en waterdicht te maken;
II. doorvalbeveiliging aan te brengen op de eerste verdieping;
III. de zonwering op de eerste verdieping en de begane grond af te monteren;
IV. een voorschot te betalen voor het herstel en de gevolgschade van de gebreken aan de schuifpuien en de kozijnen alsmede de expertkosten;
V. met veroordeling van Window Plus in de proceskosten.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De door Window Plus gemonteerde schuifpuien vertonen gebreken en/of zijn niet conform overeenkomst. In de overeenkomst is afgesproken dat de schuifpui op de begane grond een kunststof onderdorpel zou hebben, maar dat heeft deze pui niet. Daarnaast heeft Kiwa ook nog andere gebreken geconstateerd. Omdat Window Plus haar afspraken niet nakomt, heeft [eiser] haar verplichting tot betaling van de tweede factuur, bestaande uit 80% van overeengekomen prijs, opgeschort.
Omdat er op dit moment lekkages zijn heeft [eiser] een spoedeisend belang en daarom vordert [eiser] in dit kort geding gedeeltelijke nakoming van de overeenkomst door Window Plus, bestaande uit het nemen van maatregelen waardoor de puien (tijdelijk) weer functioneren, het plaatsen van zonwering en het betalen van een voorschot voor schade en herstel.
Window Plus voert verweer. Window Plus heeft haar verplichting tot het afmaken van de werkzaamheden rechtsgeldig opgeschort omdat [eiser] de tweede factuur bestaande uit 80% van de overeengekomen prijs niet heeft betaald. [eiser] had die factuur voor aanvang van de werkzaamheden al moeten betalen, maar Window Plus is in goed vertrouwen toch gestart met de werkzaamheden omdat [eiser] had gezegd dat betaling uit het bouwdepot snel zou volgen. Window Plus had dus als eerste een opeisbare verbintenis op [eiser] . [eiser] kwam deze verplichting niet na, is daarom in verzuim en dus heeft Window Plus haar werkzaamheden opgeschort. Doordat [eiser] zelf in verzuim verkeerde kon hij niet zijn verplichtingen opschorten. Tot dat [eiser] betaalt, is Window Plus dan ook niet verder verplicht om werkzaamheden uit te voeren.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. [eiser] heeft voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de schuifpuien op dit moment niet (volledig) wind- en waterdicht zijn, onder meer door het tonen van een filmpje van een lekkage die heeft plaatsgevonden eind 2024. Daarom heeft [eiser] spoedeisend belang bij (het gedeelte van) zijn vorderingen dat ziet op het nemen van tijdelijke maatregelen, zoals het tijdelijk afdichten van de puien.
Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Opschorting
Beide partijen doen een beroep op opschorting van hun verplichting onder de overeenkomst omdat de ander zijn of haar verplichting niet zou nakomen: [eiser] stelt niet te betalen voordat de werkzaamheden (conform overeenkomst) en zonder gebreken zijn afgemaakt, en Window Plus betoogt niet verder te werken voordat de tweede termijn is betaald.
Bij de vraag wie zich op opschorting kan beroepen is de volgorde van prestaties relevant en niet wie het opschortingsrecht als eerste heeft ingeroepen. De wederpartij van degene die als eerste moet presteren, kan zich op opschorting van zijn of haar verplichting beroepen als de ander niet nakomt.
In dit geval was [eiser] degene die als eerste moest presteren, hij moest immers de tweede termijn voldoen voor aanvang van de werkzaamheden. [eiser] is deze verplichting niet nagekomen. Uitgangspunt is dat als [eiser] zijn verbintenis (tot het betalen van de tweede termijn) niet nakomt, Window Plus bevoegd is de nakoming van haar daartegenover staande verplichting (het afmaken van de werkzaamheden) op te schorten. Window Plus is in beginsel dus bevoegd om haar verplichting tot het afmaken van de werkzaamheden op te schorten. Door het beroep op opschorting door Window Plus komt [eiser] in schuldeisersverzuim te verkeren (artikel 6:59 BW) en kan hij zijn verplichting niet meer opschorten.
[eiser] kan echter, ondanks dat hij als eerste moest presteren, nakoming van zijn verbintenis opschorten als hij gegronde vrees heeft dat Window Plus haar verplichting niet zal (kunnen) nakomen (6:263 BW). [eiser] stelt dat duidelijk was dat Window Plus niet meer zou nakomen en geen geïntegreerde kunststof onderdorpel zou leveren, terwijl dat volgens hem wel was afgesproken.
Wat is afgesproken over de kunststof onderdorpel?
Om te bepalen of het ontbreken van een geïntegreerde kunststof onderdorpel een gebrek is, moet voldoende duidelijk zijn wat er tussen partijen hierover is afgesproken.
[eiser] stelt dat al voor het aangaan van de overeenkomst door hem vaak is benadrukt dat hij een kunststof onderdorpel wilde in de houten schuifpui op de begane grond, waarbij de kunststof onderdorpel één geheel vormt met het kozijn. Daarbij is voor hem van belang dat het loopvlak van de onderdorpel van kunststof is vanwege slijtage. Hij heeft dat duidelijk gemaakt in e-mails en op de tekening die bij de overeenkomst zit (zie 2.2). Daarbij heeft hij een lijn getekend naar de onderdorpel in het kozijn en daarbij gezet ‘ISC-zwart’. In de overeenkomst zelf staat ook dat de onderdorpel van de pui op de begane grond van kunststof zou zijn. Daarom kan het volgens [eiser] niet anders dan dat de kunststof onderdorpel van het kozijn op de begane grond van kunststof zou zijn.
Window Plus ontkent dat is afgesproken dat de kunststof ICS-onderdorpel één geheel zou vormen met het kozijn. Window Plus kan dat namelijk niet leveren. Zij kan alleen een losse kunststof onderdorpel leveren en dat is hier ook afgesproken. In de overeenkomst staat namelijk dat het kozijn van de schuifpui op de begane grond van hout is en bij losse onderdelen staat de kunststof onderdorpel vermeld. Volgens Window Plus is dus afgesproken dat een losse kunststof onderdorpel geleverd zou worden waarop het houten kozijn (met een houten onderdorpel) gemonteerd zou worden.
Partijen verschillen dus over de uitleg van de overeenkomst en in kort geding is nadere bewijslevering niet mogelijk. Daarom kan nu niet worden vastgesteld wie er gelijk heeft. Dat maakt dat nog niet kan worden vastgesteld, en dus nu onvoldoende aannemelijk is, dat sprake is van gebrek doordat Window Plus geen geïntegreerde kunststof onderdorpel heeft geleverd. Daarom kan thans niet met voldoende zekerheid worden aangenomen dat [eiser] toch tot opschorting bevoegd was, ondanks dat hij eerst had moeten betalen.
Omdat niet vaststaat dat [eiser] zich op opschorting mocht beroepen, kan voorshands niet worden aangenomen dat Window Plus gehouden is tot nakoming. Om die reden worden alle vorderingen afgewezen.
De voorzieningenrechter geeft partijen in overweging om bij deze uitkomst opnieuw met elkaar in overleg te treden om tot een oplossing te komen (en een bodemprocedure te voorkomen). Het voorstel van [eiser] om te betalen voor levering en montage van de zonwering en de schuifpui op de eerste verdieping lijkt daarbij een goed vertrekpunt (conform de e-mail van 14 oktober 2024, zie 2.9). Met betrekking tot de schuifpui op de begane grond is voorshands onduidelijk wat partijen precies zijn overeengekomen, maar feit is dat Window Plus niet kan nakomen wat volgens [eiser] is overeengekomen. Bij deze onzekerheid zouden partijen (ter vermijding van een bodemprocedure) een keuze kunnen maken tussen gedeeltelijke ontbinding (met ongedaanmaking) of nakoming (met een houten dorpel). Een dergelijke schikking zal alleen haalbaar zijn als allen bereid zijn enig water bij de wijn te doen.
Proceskosten
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Window Plus worden begroot op:
- griffierecht
€
714,00
- salaris advocaat
€
1.107,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.999,00
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
weigert de gevraagde voorzieningen,
veroordeelt [eiser] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.