ECLI:NL:RBAMS:2025:7635

ECLI:NL:RBAMS:2025:7635, Rechtbank Amsterdam, 15-10-2025, 775521

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-10-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer 775521
Rechtsgebied Civiel recht; Goederenrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005291

Samenvatting

kort geding. vordering ex art 3:29 lid 1 BW tot waardeloosverklaring hypotheekrecht van ontbonden rechtspersoon. Niet-ontvankelijk, toch waardeloosverklaring uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/775521 / KG ZA 25-739 VVV/MAH

Vonnis in kort geding van 15 oktober 2025

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

2. [eiser 2] ,

beiden te [woonplaats] ,

eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 29 september 2025,

advocaat: mr. A. Aaryf,

tegen

[gedaagde] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] B.V.,

niet verschenen.

1. De procedure

Voorafgaand aan de zitting van 2 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter de verzoeken van eisers om betekening van de dagvaarding en het houden van een mondelinge behandeling achterwege te laten, afgewezen. Op de zitting was mr. Aaryf aanwezig, die namens eisers de dagvaarding heeft toegelicht. Op verzoek van de voorzieningenrechter hebben eisers kort na de zitting nog enige toelichtende stukken (waaronder de definitieve versie van de hypotheekakte van 2 februari 2021 en de jaarstukken 2022 van [gedaagde] B.V.) ingediend. Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten

Eisers zijn eigenaar van het registergoed gelegen aan [adres] (hierna: het registergoed).

Op 2 februari 2021 is tot zekerheid voor een mogelijke toekomstige lening van [gedaagde] B.V. aan eisers (van maximaal € 150.000) een hypotheekrecht ten gunste van [gedaagde] B.V. gevestigd op het registergoed. Van deze mogelijkheid tot geldlening hebben eisers nooit gebruik gemaakt.

[eiser 1] is enig aandeelhouder en (indirect) bestuurder van [gedaagde] B.V. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is op 1 juli 2024 geregistreerd dat [gedaagde] B.V. op 30 juni 2024 is ontbonden en dat zij is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn. Als bewaarder van de boeken en bescheiden is [eiser 1] geregistreerd.

3. Het geschil

Eisers vorderen (samengevat) dat de hypothecaire inschrijving ten gunste van [gedaagde] B.V. op het registergoed waardeloos wordt verklaard.

4. De beoordeling

Eisers hebben voldoende spoedeisend belang bij de ingestelde vordering. Zij stellen dat zij in het kader van een voorgenomen aanbouw aan het registergoed de daarop rustende hypotheek (van een andere geldverstrekker dan [gedaagde] B.V.) willen verhogen, maar dat is gebleken dat het hypotheekrecht van [gedaagde] B.V. nog staat ingeschreven. Dat vormt een obstakel voor de herfinanciering. Omdat [gedaagde] B.V. is ontbonden en heeft opgehouden te bestaan kan zij niet meewerken aan doorhaling van het hypotheekrecht. Hierdoor dreigt voor eisers aanzienlijke schade door vertraging in de herfinanciering.

Artikel 3:274 lid 1 BW verplicht een schuldeiser om aan de rechthebbende op het bezwaarde goed bij authentieke akte te verklaren dat de hypotheek is vervallen, wanneer deze is tenietgegaan. In lid 3 staat dat artikel 3:29 BW van overeenkomstige toepassing is wanneer die verklaring niet wordt afgegeven. Artikel 3:29 lid 1 BW bepaalt dat wanneer de vereiste verklaring niet wordt afgegeven de rechtbank de inschrijving waardeloos verklaart op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Dit kan ook in kort geding.

Eisers stellen dat zij van de mogelijkheid tot geldlening van [gedaagde] B.V. nooit gebruik hebben gemaakt. Die stelling vindt steun in de overgelegde stukken, waaronder de laatste gedeponeerde jaarrekening [gedaagde] B.V., die van 2022. Voldoende aannemelijk is dat er op het moment dat [gedaagde] B.V. werd ontbonden geen vordering op eisers uit hoofde van de lening bestond en uiteraard geen intentie om alsnog een lening te verstrekken en dat het ten behoeve van [gedaagde] B.V. gevestigde hypotheekrecht is tenietgegaan. Dat betekent dat er voldoende grond is voor waardeloosverklaring van de hypothecaire inschrijving.

Uitgangspunt is dat [gedaagde] B.V. op het tijdstip van haar ontbinding – 30 juni 2024 – heeft opgehouden te bestaan (artikel 19 lid 4 BW), waarna zij geen partij meer kan zijn in een procedure. Eisers zullen daarom in hun vordering jegens gedaagde niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Eisers zijn echter wel aan te merken als onmiddellijk belanghebbenden in de zin van artikel 3:29 lid 1 BW en uit dien hoofde hebben zij een zelfstandig belang om de inschrijving van het hypotheekrecht waardeloos te (laten) verklaren nu degene die de verklaring had behoren af te geven – [gedaagde] B.V. – dat niet kan doen omdat zij niet meer bestaat. De inschrijving zal daarom bij dit vonnis waardeloos worden verklaard.

Uit artikel 3:29 lid 4 BW volgt dat dit vonnis na inschrijving de bewaarder machtigt tot doorhaling van de waardeloze hypothecaire inschrijving nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, hetgeen pas het geval is als er geen rechtsmiddel meer tegen open staat. Namens eisers heeft hun advocaat ter zitting verklaard van het recht op hoger beroep af te zien. Dat betekent dat er geen rechtsmiddel tegen dit vonnis open staat en dat het per vandaag in kracht van gewijsde gaat.

Aangezien [gedaagde] B.V. niet meer bestaat, zullen eisers, hoewel zij materieel in het gelijk zijn gesteld, de eigen kosten moeten dragen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun vordering tegen [gedaagde] B.V.,

verklaart de hypothecaire inschrijving ten gunste van [gedaagde] B.V. op het registergoed [adres] ( [gemeente] , sectie [sectieletter] , nummer [sectienummer] ) waardeloos in de zin van artikel 3:29 BW,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

bepaalt dat eisers hun eigen proceskosten dragen,

verstaat dat er geen rechtsmiddel tegen dit vonnis open staat en dat het per vandaag in kracht van gewijsde gaat,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. van Voorst Vader, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.

Bij afwezigheid van mr. Van Voorst Vader is dit vonnis ondertekend door mr. M.L.S. Kalff, die het vonnis uitsprak.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A.H. Verburgh

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?