RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11640718 \ CV EXPL 25-5688
Vonnis van 21 augustus 2025
in de zaak van
BOENDER TECHNIEK B.V.,
gevestigd in Genemuiden,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Boender,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
PAYFIX B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: PayFix,
gemachtigde: mr. L.J. van Gastel.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 maart 2025, met producties,
- de incidentele conclusie van eis houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens voorwaardelijke conclusie van antwoord,- de incidentele conclusie van antwoord tevens conclusie van repliek.
Daarna is vonnis bepaald in het incident.
2. De feiten, voor zover van belang in het incident
Boender is actief in elektronische bouwinstallaties. PayFix is een factoringmaatschappij.
Op 14 december 2020 sluiten partijen een overeenkomst tot koop en levering van handelsvorderingen. Artikel 13 van de Algemene voorwaarden bij de overeenkomst bepaalt:
“In het geval van geschillen tussen PayFix B.V. en Verkoper [Boender, rb] waarvoor een rechtbank bevoegd is, worden deze bij uitsluiting voorgelegd aan de rechtbank Rotterdam” (hierna: het forumkeuzebeding).
Op 24 maart 2021 laat PayFix aan Boender weten dat PayFix een samenwerking is aangegaan met een ander factoringbedrijf en dat de afgesproken tarieven hetzelfde blijven, namelijk een Factor Fee van 3%.
Op 27 mei 2021 stuurt PayFix een afrekening aan Boender voor door Zonel Energy Systems B.V. (hierna: Zonel) betaalde facturen. PayFix stort de betalingen van Zonel aan Boender door, onder aftrek van kosten.
3. De hoofdzaak
Boender vordert in de hoofdzaak dat PayFix wordt veroordeeld tot betaling van € 7.129,87, bestaande uit een hoofdsom van € 4.718,78, rente en kosten. Zij vindt dat PayFix onterecht meer dan de afgesproken Factor Fee in mindering heeft gebracht op de door PayFix ten behoeve van Boender geïnde betalingen. PayFix meent dat zij die kosten op basis van de overeenkomst bij Boender in rekening mocht brengen.
4. Het geschil in het incident
PayFix vordert in incident dat de rechtbank Amsterdam zich onbevoegd verklaart, met veroordeling van Boender in de kosten van het incident. Volgens PayFix zijn partijen in het forumkeuzebeding overeengekomen dat de rechtbank Rotterdam exclusief bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
Boender is het hier niet mee eens. Zij vindt dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is omdat het hier gaat om een vordering van ten hoogste € 25.000,00 en het forumkeuzebeding niet is aangegaan na het ontstaan van het geschil. Boender wil dat de incidentele vordering wordt afgewezen en dat PayFix wordt veroordeeld in de kosten van het incident.
5. De beoordeling in het incident
Artikel 108 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) beperkt in een aantal gevallen de werking van een forumkeuze. Uitgangspunt is dat een forumkeuze geen gevolg heeft als sprake is van vorderingen tot € 25.000,00 of als sprake is van een arbeidszaak, consumentenzaak of huurzaak. Daarop zijn twee uitzonderingen: 1) als de forumkeuze is overeengekomen na het ontstaan van het geschil of 2) als de economisch zwakkere partij (de werknemer, de consument of de huurder) zelf de zaak aanbrengt bij het gekozen forum.
Het gaat in deze zaak om een vordering tot € 25.000,00 en van een uitzonderings-situatie is niet gebleken. Dat betekent dat PayFix zich in deze zaak niet op het forumkeuzebeding kan beroepen. Het geschil zal daarom worden behandeld door de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam.
Boender heeft in haar incidentele conclusie van antwoord ook geconcludeerd voor repliek in de hoofdzaak. Bij deze stand van zaken verwijst de kantonrechter de zaak naar de rol voor het indienen van een conclusie van dupliek door PayFix. Daarna zal de kantonrechter beoordelen of een mondelinge behandeling zal worden bepaald.
PayFix is in het incident in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Boender worden begroot op
- salaris gemachtigde € 204,00 (1 x € 204,00)
- nakosten € 67,50
Totaal € 271,50
6. De beslissing
De kantonrechter
in het incident
wijst de vordering van PayFix af,
veroordeelt PayFix in de proceskosten in het incident, aan de kant van Boender begroot op € 271,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als PayFix niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet PayFix ook de kosten van betekening betalen,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 18 september 2025 voor het indienen van de conclusie van dupliek door PayFix,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis, rechter, bijgestaan door mr. N. Noordmans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2025.