RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11660670 \ CV EXPL 25-6205
Vonnis van 18 september 2025
in de zaak van
CARSUB B.V.,
gevestigd te Almelo,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Carsub,
gemachtigde: Brandmeester Advocaten en Juristen BV,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 april 2025, met producties,
- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord,
- de aanvullende schriftelijke conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties,
- de aanvullende producties van [gedaagde] van 29 mei 2025,
- het tussenvonnis van 13 juni 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties,
- de akte van [gedaagde] van 10 juli 2025, met producties,
- de akte van [gedaagde] van 17 juli 2025, met producties.
De mondelinge behandeling vond plaats op 21 juli 2025. Namens Carsub is verschenen [naam 1] ( [naam functie] ) met mr. B. Blom namens de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben hun standpunten verder toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt die in het dossier zijn gevoegd. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2. De feiten
Carsub richt zich op de verkoop van autoabonnementen en fungeert als tussenpersoon tussen het autocenter en de klant.
In april 2023 heeft [gedaagde] via de website van Carsub een aanvraag gedaan voor een autoabonnement voor een Polestar 2 (hierna: de auto) voor een bedrag van € 649,00 per maand. De auto is op 7 juli 2023 geleverd aan [gedaagde] .
In de Algemene Voorwaarden Carsub B.V. (hierna: de algemene voorwaarden) staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…)
2 Looptijd en beëindiging van een Abonnement
(…)
Carsub heeft recht een Abonnement eenzijdig en met onmiddellijke ingang te beëindigen, indien je een van je verplichtingen op grond van deze Voorwaarden niet nakomt.
(…)
6. Autogebruik
Onder een Abonnement kunnen twee bestuurders worden aangemeld. (…) Het is niet toegestaan de auto in gebruik te geven aan een persoon die niet is aangemeld als bestuurder.
Je gebruikt de auto zorgvuldig en gaat er fatsoenlijk, zorgzaam en netjes mee om. (…)
De auto zal niet worden gebruikt:
door enige andere persoon dan de aangemelde bestuurders;
(…)
8. Verzekeringen en aansprakelijkheid
(…)
Als er schade ontstaat aan de auto, dient dit zo spoedig mogelijk aan Carsub te worden gemeld. De schade wordt in principe door Carsub verholpen. In de volgende gevallen zal de je kosten zelf dienen te dragen, voor zover deze schade niet wordt gedekt door een met betrekking tot de auto afgesloten verzekering:
(…)
als je een van de bepalingen van deze Voorwaarden niet bent nagekomen;
(…)
als schade is ontstaan door handelen of nalaten van jou of een derde die jij toegang hebt gegeven tot de auto;
(…)”
In de periode van 6 tot en met 13 september 2023 zijn verschillende verkeersovertredingen begaan met de auto. Hiervoor zijn aan Carsub boetes opgelegd voor een bedrag van in totaal € 1.236,00.
In september 2023 is de auto gecontroleerd door de politie. Omdat de bestuurder, [naam 2] , geen huurovereenkomst kon overleggen en aangaf niet de huurder te zijn van de auto, heeft de politie de auto in beslag genomen. Zij heeft de eigenaar van de auto, Europa Service Mobility Partners AG, hiervan op de hoogte gebracht en de auto aan haar ter beschikking gesteld.
Op 22 september 2023 is een innamerapport opgesteld, waarin foto’s zijn opgenomen van de staat van de auto. In dit rapport is onder meer opgenomen dat de auto was uitgewoond en rondom krassen vertoonde. Ook is geoordeeld dat een expertise nodig was om een schadebedrag vast te kunnen stellen. In de auto bevonden zich spullen die Carsub onder zich heeft gehouden.
Schadenet [naam B.V.] heeft een schaderapport opgemaakt. De totale reparatiekosten zijn begroot op een bedrag van € 7.166,39.
Carsub heeft hierna contact opgenomen met [gedaagde] , het abonnement geëindigd en hem drie facturen gestuurd. De eerste factuur zag op de abonnementsperiode van 5 september tot en met 4 oktober 2023 en bedroeg € 649.00. De tweede factuur zag op de verkeersovertredingen en bedroeg € 1.436,00. De derde factuur zag op alle kosten omtrent het ophalen en herstel van de auto en de meer gereden kilometers, voor een bedrag van € 8.428,21. [gedaagde] heeft deze facturen niet betaald.
Carsub heeft op 19 januari 2024 een voorstel gedaan tot betaling van een bedrag van € 6.230,15, die [gedaagde] in dertien maandelijkse termijnen diende te betalen. In de regeling is opgenomen dat Carsub de spullen uit de auto af zal geven als [gedaagde] zich aan de regeling houdt. Ook is erin opgenomen dat de regeling vervalt als [gedaagde] zich niet aan de regeling houdt en dat Carsub dan aanspraak zal maken op de hele vordering van € 9.226,47. [gedaagde] heeft op 29 januari 2024 met deze regeling ingestemd.
Op 7 juni 2024 heeft Carsub aangegeven dat [gedaagde] de spullen uit de auto kon ophalen.
Na het sluiten van de betalingsregeling heeft [gedaagde] in totaal een bedrag van € 3.650,- aan Carsub voldaan.
Op 30 september 2024 heeft [gedaagde] aan Carsub laten weten de regeling niet meer na te komen, omdat hij het bedrag van € 4.299,00 dat hij heeft betaald, inclusief borg, meer dan redelijk vindt.
Per brief van 3 oktober 2024 heeft Carsub [gedaagde] gesommeerd het bedrag van € 6.864,46 te voldoen. [gedaagde] heeft dit bedrag niet betaald.
[gedaagde] heeft Carsub bij brief van 4 november 2024 aansprakelijk gesteld voor de schade die hij heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige retentie van zijn persoonlijke eigendommen. In de brief sommeert hij Carsub een bedrag van € 15.444,12 te betalen. Carsub heeft dit bedrag niet betaald.
3. Het geschil
in conventie
De vordering
Carsub vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 5.576,47, vermeerderd met rente en kosten.
Carsub legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De overeenkomst tussen partijen moet worden gezien als een huurovereenkomst. [gedaagde] heeft zich niet als goed huurder gedragen en is in strijd met de wet en de algemene voorwaarden niet zorgvuldig met de auto omgegaan, waardoor schade aan de auto is ontstaan. Omdat hij in strijd met de algemene voorwaarden de auto heeft meegegeven aan een derde, dekt de verzekering de schade aan de auto niet. [gedaagde] moet daarom de schade aan de auto en de daarmee gepaard gaande kosten vergoeden. Ook moet hij de boetes betalen die met de auto zijn gereden, een bedrag betalen voor de kilometers die hij meer heeft gereden dan contractueel overeengekomen is en een maand abonnementsgeld.
Het verweer
[gedaagde] betwist dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst, omdat Carsub hem niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de inhoud ervan kennis te nemen. Zijn aansprakelijkheid is dan ook beperkt tot het overeengekomen eigen risico van € 1.500,00, zoals opgenomen in de overeenkomst. Bovendien heeft Carsub hem nooit gewezen op de aanmeldingsplicht voor een tweede bestuurder.
Verder is sprake van een misleidende handelspraktijk. Carsub adverteert met de uiting dat zij het meest flexibele auto-abonnement van Nederland is, terwijl een andere grote leasemaatschappij aantoonbaar flexibeler is. Bij die aanbieder is het namelijk toegestaan dat iedereen in de auto rijdt. Carsub heeft daarmee onjuiste of misleidende informatie verstrekt over een essentieel kenmerk van de dienst en [gedaagde] is hierdoor een overeenkomst aangegaan op basis van onjuiste aannames.
Carsub heeft het recht van [gedaagde] op een contra-expertise gefrustreerd. [gedaagde] betwist de schade zoals opgenomen in het schaderapport en wil daarom een contra-expertise laten uitvoeren. Verder is [gedaagde] niet in staat gesteld de auto zelf schoon te maken, waardoor de schoonmaakkosten ten onrechte aan hem zijn doorbelast. Tot slot heeft [gedaagde] drie maanden huur betaald en daarom recht op drie maanden aan vrijgestelde kilometers. Het aantal extra gereden kilometers dat Carsub aan hem doorberekent, is daarom onjuist.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
De vordering
[gedaagde] vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van Carsub tot betaling van € 9.572,16, vermeerderd met rente en kosten.
[gedaagde] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Carsub heeft haar retentierecht onrechtmatig uitgeoefend. Onder de eigendommen die Carsub achterhield, zaten onder meer de sleutels van het bedrijfspand van [gedaagde] . [gedaagde] had geen toegang tot het bedrijfspand en is hierdoor inkomsten misgelopen. De schade die [gedaagde] daardoor heeft geleden, moet Carsub aan hem vergoeden.
Verder vordert [gedaagde] terugbetaling van de schoonmaakkosten, de teveel in rekening gebrachte extra gereden kilometers, de betaalde registratiekosten en vordert hij terug wat hij aan Carsub teveel heeft betaald. Tot slot wil hij dat Carsub veroordeeld wordt tot het faciliteren van een contra-expertise.
Het verweer
Carsub voert aan dat zij haar retentierecht niet onrechtmatig heeft uitgeoefend. Op dat moment was namelijk al duidelijk dat er schade aan de auto was en [gedaagde] liet vanaf het begin blijken dat hij niet bereid was de volledige schade te vergoeden. Daar komt bij dat op het moment van het inroepen van het retentierecht niet duidelijk was van wie de spullen in de auto waren. Zowel [gedaagde] als de derde persoon die in de auto reed, claimden namelijk eigenaar te zijn van de spullen. Verder betwist Carsub de door [gedaagde] gestelde schade.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie
De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst die gesloten is tussen Carsub en [gedaagde] , te kwalificeren is als een huurovereenkomst. Tijdens de zitting heeft Carsub toegelicht hoe haar bestelproces is ingericht en hoe de overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Op de website van Carsub kan een huurder een aanvraag voor een offerte plaatsen. De huurder kiest via de website een auto en kan daarbij aangeven of hij de auto voor zakelijke of voor privédoeleinden wil huren. De aanvraag kan pas worden verstuurd zodra de huurder een vakje heeft aangevinkt waarbij hij verklaart in te stemmen met de algemene voorwaarden. Deze algemene voorwaarden kunnen via een hyperlink worden geopend en gedownload. De aanvraag komt vervolgens binnen bij Carsub, die deze verder in behandeling neemt. De aanvraag wordt daarbij ook beoordeeld door het autobedrijf dat de auto in eigendom heeft. Zodra deze akkoord is met de aanvraag, stuurt Carsub de huurder per e-mail een aanbod waarin ook de prijs is vermeld. Zodra de huurder akkoord is met dat aanbod, komt een overeenkomst tot stand.
Ambtshalve toetsing
Voordat de vorderingen inhoudelijk kunnen worden beoordeeld, moet eerst vastgesteld worden of sprake is van een consumentenovereenkomst. Als dat het geval is, moet de overeenkomst namelijk ambtshalve – dus ook als partijen daar niet om hebben gevraagd – worden getoetst aan het consumentenrecht. Dan moet bijvoorbeeld worden getoetst of Carsub heeft voldaan aan haar informatieplichten en of er oneerlijke bedingen in de overeenkomst of in de algemene voorwaarden staan.
[gedaagde] is geen consument
Volgens de betreffende richtlijnen is een consument een natuurlijk persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen. Voor de beantwoording van de vraag of [gedaagde] aangemerkt moet worden als consument moet rekening worden gehouden met alle bewijsstukken en in het bijzonder met de bewoordingen van die overeenkomst. Verder is van belang om vast te stellen of de overeenkomst in kwestie verband houdt met beroepsmatige activiteiten.
[gedaagde] heeft gedurende de procedure wisselend verklaard over het doel van het gebruik van de auto. Op de opdrachtbevestiging staat [gedaagde] als klant vermeld. Dit geeft echter nog geen uitsluitsel over de hoedanigheid van [gedaagde] , omdat een van zijn handelsnamen zijn eigen naam, [gedaagde] , is. Carsub schrijft in de e-mailcorrespondentie die volgde na de aanvraag dat de ‘bedrijfscheck’ van [gedaagde] akkoord is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] verklaard dat hij bewust heeft gekozen voor een zakelijk abonnement, omdat het eigen risico dan verhoogd kon worden en omdat hij dan een tweede bestuurder in de auto mocht laten rijden. Degene die in de auto reed toen deze in beslag werd genomen door de politie, was de zakenpartner van [gedaagde] . Binnen zijn bedrijf heeft [gedaagde] de auto als zakelijk geregistreerd.
Weliswaar heeft [gedaagde] verklaard dat hij de auto ook voor privédoeleinden gebruikt, maar de hiervoor genoemde omstandigheden wijzen erop dat de overeenkomst verband houdt met de beroepsmatige activiteiten van [gedaagde] . In ieder geval kan niet worden gezegd dat het handelsoogmerk zo beperkt is dat het binnen de globale context van de overeenkomst niet overheerst. De kantonrechter oordeelt dan ook dat [gedaagde] niet aangemerkt kan worden als consument. Dit betekent dat de overeenkomst niet ambtshalve hoeft te worden getoetst aan het consumentenrecht.
Oneerlijke handelspraktijk
Het voorgaande betekent ook dat [gedaagde] geen beroep kan doen op de bepalingen rondom de oneerlijke handelspraktijk. De handelspraktijk moet zich namelijk richten op consumenten, waarbij de invulling van het begrip consument dezelfde is als onder 4.3. beschreven.
De kantonrechter merkt overigens op dat zelfs al zou [gedaagde] als consument gezien moet worden, een beroep op de artikelen 6:193b en 6:193c BW niet slaagt. De omstandigheid dat andere leasemaatschappijen andere voorwaarden hanteren, betekent nog niet dat de uiting ‘meest flexibele autoabonnement’ misleidend is. Daarbij is van belang dat een zekere overdrijving inherent is aan reclame en daarin niet zonder meer een oneerlijke handelspraktijk is gelegen. Bovendien is de uiting in kwestie, ‘meest flexibel’, dermate algemeen dat – anders dan [gedaagde] meent – dit geen misleiding is ten aanzien van een essentieel kenmerk van de dienst.
Algemene voorwaarden
Voor online diensten geldt dat een verkoper de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst op een zodanige wijze aan de wederpartij ter beschikking moet stellen, dat deze door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming. Carsub heeft voldoende onderbouwd dat haar online proces zo is ingericht dat pas een aanvraag kan worden gedaan nadat de huurder het vakje aanvinkt waarbij hij verklaart in te stemmen met de algemene voorwaarden en dat deze zijn te downloaden.
Anders dan [gedaagde] meent, is er geen wettelijke verplichting voor Carsub om de algemene voorwaarden nogmaals ter beschikking te stellen als korte tijd erna de werkelijke overeenkomst tot stand komt. De voorwaarden zijn immers al ter beschikking gesteld en in de tussentijd niet gewijzigd. De kantonrechter oordeelt dan ook dat Carsub aan [gedaagde] de mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Zij heeft dit gedaan op de wijze die de wet in dit soort gevallen voorschrijft. Dit betekent dat de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Het beroep van [gedaagde] op vernietiging slaagt dan ook niet.
Schade
Partijen verschillen niet van mening dát de auto schade had, maar twisten over welke schade de auto precies had en over de hoogte van de herstelkosten. De schade aan de auto is ontstaan door handelen van [gedaagde] dan wel door een derde die hij toegang heeft gegeven tot de auto en wordt niet vergoed door de verzekeraar. Dit betekent dat [gedaagde] op grond van artikel 8.3.6. van de algemene voorwaarden in beginsel is gehouden deze schade te vergoeden. Het verweer van [gedaagde] dat hij nooit is gewezen op de plicht om een andere bestuurder aan te melden, wordt verworpen omdat dit is bepaald in artikel 6.1 van de algemene voorwaarden en hij geacht wordt hiervan op de hoogte te zijn.
Carsub vordert betaling van een bedrag van € 5.576,47. Dit bedrag bestaat uit:
- schade aan de auto
- opmaken schaderapport
- opslagkosten politie
- transportkosten
- reiniging interieur
- meer gereden kilometers
- verkeersovertredingen
- resterende abonnementsperiode
€
€
€
€
€
€
€
€
5.992,64
211,75
177,00
124,00
202,48
1.082,60
1.436,00
649,00
+
totaal
€
9.875,47
- retour borg
- betalingen
€
€
649,00
3.650,00
-/-
totaal
€
5.576,47
[gedaagde] betwist de hoogte van het bedrag dat Carsub aan schade vordert, met name ten aanzien van de kosten van het overspuiten van de auto.
De kantonrechter overweegt dat Carsub de schade voldoende heeft onderbouwd. Zij heeft daartoe een rapport van een erkend schadeherstelbedrijf overgelegd, waarin de verschillende schadeposten nader zijn gespecificeerd. In beginsel is er dan ook geen aanleiding om aan de juistheid van dit rapport te twijfelen en staat daarmee de gestelde schade vast. Het is dan aan [gedaagde] om dit voldoende onderbouwd te bestrijden.
[gedaagde] voert aan dat de schadeposten zoals opgenomen in het schaderapport niet overeenkomen met de foto’s uit het innamerapport. De kantonrechter maakt uit de overgelegde stukken echter op dat van de gemelde schadepunten foto’s zijn bijgevoegd. In het licht daarvan heeft [gedaagde] onvoldoende geconcretiseerd op welke punten het schaderapport tekortschiet. [gedaagde] stelt weliswaar dat bepaalde herstelwerkzaamheden niet noodzakelijk waren, maar de enkele stelling dat herstel evident buitenproportioneel is en niet in verhouding staat tot de zichtbare schade, is onvoldoende om een rapport van een erkend schadeherstelbedrijf te bestrijden. Het had dan op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn betwisting van dit rapport te onderbouwen met een contra-expertise. Dat Carsub het uitvoeren van een contra-expertise heeft gefrustreerd, zoals [gedaagde] aanvoert, is niet gebleken. Anders dan [gedaagde] meent, is het geen verplichting van Carsub om een bedrijf in te schakelen dat de contra-expertise uitvoert. [gedaagde] is hiervoor zelf verantwoordelijk. Gebleken is dat [gedaagde] niet zelf een contra-expert heeft ingeschakeld.
Het verweer van [gedaagde] dat de schade aan de auto lichte gebruikssporen en normale slijtage zou betreffen, volgt de kantonrechter niet. Op de foto’s uit het innamerapport zijn krassen op de velgen te zien, meerdere krassen op de motorkap, de bumper en de achterklep, een deuk en schade aan twee banden. Voor de korte periode van ongeveer 2,5 maand waarin [gedaagde] de auto heeft gebruikt kan dergelijke schade naar het oordeel van de kantonrechter niet gezien worden als lichte gebruikssporen of normale slijtage.
Het voorgaande leidt ertoe dat [gedaagde] de schade aan de auto van € 5.992,64 dient te vergoeden.
Overige posten
De kosten met betrekking tot het opstellen van het schaderapport, de opslagkosten van de politie en de kosten van het transport van de auto zijn niet betwist door [gedaagde] . Ook deze kosten dient [gedaagde] te vergoeden op grond van de algemene voorwaarden. De gevorderde kosten met betrekking tot het opmaken van het schaderapport (€ 211,75), opslagkosten politie (€ 177,00) en de transportkosten (€ 124,00) worden dan ook toegewezen.
Ook de factuur met betrekking tot de resterende abonnementsperiode van € 649,00 is niet betwist door [gedaagde] . Dit bedrag zal ook worden toegewezen.
Meer gereden kilometers en schoonmaakkosten
Anders dan Carsub heeft gesteld, brengt de omstandigheid dat de auto eerder in beslag is genomen niet met zich dat bij de berekening van de meer gereden kilometers moet worden gekeken naar het aantal vrije kilometers tot de dag van inbeslagname. [gedaagde] heeft immers – zoals hij terecht naar voren heeft gebracht – de huur van de auto betaald voor de volledige drie maanden (namelijk tot en met 4 oktober 2023). Dit betekent dat hij over deze gehele periode recht had op de overeengekomen vrije kilometers. Dit komt neer op een totaal van 3.750 aan vrije kilometers, terwijl Carsub ten onrechte is uitgegaan van 3.208 vrije kilometers. Het verschil van 542 kilometers moet daarom op het gevorderde bedrag in mindering worden gebracht. Dit bedraagt € 108,40 (542 x € 0,20), waardoor een bedrag van € 974,20 (€ 1.082,60 - € 108,40) wordt toegewezen.
De kantonrechter volgt [gedaagde] ook in zijn standpunt dat hij niet in staat is gesteld om de auto schoon te maken, zodat de kosten hiervoor niet voor zijn rekening horen te komen. Weliswaar heeft Carsub daartoe aangevoerd dat zij in het kader van haar schadebeperkingsplicht de auto zo snel mogelijk weer wilde verhuren, maar dit neemt niet weg dat zij [gedaagde] enige tijd had kunnen geven om de auto schoon te maken. De vordering tot betaling van deze kosten, te weten € 202,48, wordt afgewezen.
Verkeersovertredingen
Verder vordert [gedaagde] betaling van de boetes die aan haar zijn doorberekend. [gedaagde] heeft de factuur met betrekking tot de verkeersovertredingen niet betwist. Tijdens de zitting heeft Carsub voldoende toegelicht dat [gedaagde] in de gelegenheid is gesteld om bezwaar te maken tegen de opgelegde boetes. Het deel van de vordering dat hierop ziet, te weten € 1.436,00, wordt daarom toegewezen.
Conclusie
Uit het voorgaande volgt dat het volgende wordt toegewezen:
- schade
- opmaken schaderapport
- opslagkosten politie
- transportkosten
- meer gereden kilometers
- verkeersovertredingen
- resterende abonnementsperiode
€
€
€
€
€
€
5.992,64
211,75
177,00
124,00
974,20
1.436,00
649,00
+
totaal
€
9.564,59
- retour borg
- betalingen
€
€
649,00
3.650,00
-/-
totaal
€
5.265,59
Wettelijke rente
[gedaagde] heeft de gevorderde bedragen niet op tijd betaald. De gevorderde wettelijke rente over de toegewezen bedragen wordt dan ook toegewezen als hierna te melden.
Buitengerechtelijke incassokosten
Carsub vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Carsub heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zij heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Een bedrag van € 638,28 wordt toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal ook worden toegewezen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
[gedaagde] heeft gevraagd het vonnis niet uitvoerbaar te verklaren, zodat hij voorafgaand aan een procedure in hoger beroep een contra-expertise kan laten uitvoeren. Bij de beoordeling of het vonnis al dan niet uitvoerbaar bij voorraad moet worden verklaard, moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] zijn belang onvoldoende heeft toegelicht. Een contra-expertise kan immers ook worden uitgevoerd als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Weliswaar kan Carsub het vonnis dan al ten uitvoer leggen en dient [gedaagde] de toegewezen bedragen te betalen, maar dit kan eenvoudig ongedaan gemaakt worden als [gedaagde] in hoger beroep in het gelijk zou worden gesteld. Daarbij heeft Carsub een zwaarder wegend belang dat de schade die zij heeft geleden, zo spoedig mogelijk wordt vergoed. Daarom zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dit betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Carsub worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.409,28
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
Retentierecht
Anders dan [gedaagde] heeft gesteld, was op het moment dat Carsub de goederen uit de auto onder zich hield sprake van een opeisbare vordering. Op dat moment was immers bekend dat de auto schade had die door [gedaagde] zou moeten worden vergoed. Het is geen vereiste dat op dat moment de exacte hoogte van de schade reeds vaststaat. De omstandigheid dat de facturen voor deze schade later zijn gestuurd, doet dan ook aan de opeisbaarheid van de vordering van Carsub tot schadevergoeding niet af. Gelet hierop heeft Carsub haar retentierecht op juiste gronden en in redelijkheid uitgeoefend. Dit betekent dat er geen grondslag bestaat voor de door [gedaagde] gevorderde schadevergoeding, zodat die vordering zal worden afgewezen.
Registratiekosten
[gedaagde] vordert verder terugbetaling van de registratiekosten, omdat Carsub wanprestatie zou hebben gepleegd door de overeenkomst voortijdig en op onrechtmatige wijze te beëindigen. De kantonrechter ziet echter niet in waarom daarmee de grondslag voor de registratiekosten zou komen te vervallen. Bovendien is in artikel 2.4 van de algemene voorwaarden opgenomen dat Carsub de overeenkomst met onmiddellijke ingang mag beëindigen als [gedaagde] de verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt. Dat hiervan sprake is, is hiervoor onder 4.10. al besproken. Er bestond dan ook voor Carsub een grond om de overeenkomst te beëindigen. De vordering van [gedaagde] wordt daarom afgewezen.
Teveel betaald bedrag
Gelet op het bedrag dat is toegewezen in conventie, houdt de stelling van [gedaagde] dat hij met een bedrag van € 4.299,00 teveel heeft betaald aan Carsub en dat hij daarom € 89,92 terugbetaald moet krijgen, geen stand. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.
Faciliteren contra-expertise
Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.14 is overwogen, wordt deze vordering afgewezen.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Carsub worden begroot op een half punt per proceshandeling, zodat toegewezen wordt een bedrag van € 339,00 (2 x 0,5 punten × € 339,00) aan salaris gemachtigde.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt [gedaagde] om aan Carsub te betalen een bedrag van € 5.265,59, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 7 april 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan Carsub te betalen een bedrag van € 638,28 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.409,28, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
in reconventie
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 339,00, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
in conventie en in reconventie
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.
57327