ECLI:NL:RBAMS:2025:7704

ECLI:NL:RBAMS:2025:7704, Rechtbank Amsterdam, 15-10-2025, C/13/750676 / HA ZA 24-522

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-10-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer C/13/750676 / HA ZA 24-522
Rechtsgebied Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 BWBR0005291 BWBR0030068 CELEX:32007R0864 EU:32007R0864

Samenvatting

Pauliana. Artikel 3:45 BW. Een beroep op dit artikel komt alleen toe aan schuldeisers die door de rechtshandeling in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Daarbij maakt het niet uit of de vordering voor of na de desbetreffende rechtshandeling is ontstaan; voldoende is dat de schuldeiser op het moment van het inroepen van de vernietiging een vordering heeft. In deze procedure is het aan eisers om voldoende feiten te stellen waaruit volgt dat de vennootschap thans als schuldeiser kan worden aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat eisers daarvoor in het licht van de betwisting te weinig feiten hebben gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/750676 / HA ZA 24-522

Vonnis van 15 oktober 2025

in de zaak van

1. RYAN PAUL JARVIS Q.Q.,te Tortola (Britse Maagdeneilanden),

2. eerst RACHELLE ANN FRISBY Q.Q., nu John Johnston q.q.,te Hamilton (Bermuda),

als gezamenlijke vereffenaar van de ontbonden vennootschap

Phoenix Commodities PVT Limited, hierna te noemen: Phoenix Commodities,

advocaat: mr. E.C. Netten,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: de vereffenaars,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands rechtPHOENIX GLOBAL DMCC,te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten),

hierna te noemen: Phoenix DMCC,

niet verschenen,

2. de rechtspersoon naar buitenlands rechtANCILE SECURITIES COMPANY LIMITED,te George Town (Kaaimaneilanden),hierna te noemen: Ancile Securities,

3. de besloten vennootschapSWISS SUSTAINABLE AGRI HOLDINGS B.V.,te Amsterdam,hierna te noemen: Swiss Sustainable,

4. de besloten vennootschapTHE FRUIT PROCESSING COMPANY B.V.,te Rotterdam,hierna te noemen: Fruit Processing Company,

advocaat: mr. M.G. Kuijpers,

2.-4. hierna samen te noemen: Ancile c.s.,

gedaagde partijen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

˗ de dagvaardingen van 20 oktober 2023;

˗ de akte van de vereffenaars met de producties 1-25;

˗ de door de vereffenaars overgelegde domiciliekeuze van Phoenix DMCC;

˗ het tegen Phoenix DMCC verleende verstek;

˗ de incidentele vordering tot het stellen van zekerheid van Ancile c.s. met de producties 1-2;

˗ de akte tot schorsing van de vereffenaars;

˗ de antwoordakte van Ancile c.s.;

˗ de exploten houdende verklaring van hervatting van de vereffenaars;

˗ de conclusie van antwoord in het incident tot het stellen van zekerheid van Ancile c.s.;

˗ het incidenteel vonnis van 18 september 2024;

˗ de conclusie van antwoord met de producties 3-26;

˗ de akte van de vereffenaars met de productie 26;

˗ de akte van de vereffenaars met de producties 27-32

˗ de akte van Ancile c.s. met de producties 27-35;

˗ het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 28 augustus 2025 en de daaraan gehechte spreekaantekeningen.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De Phoenix-groep was een grote handelaar in landbouwproducten. Haar moedermaatschappij Phoenix Commodities hield alle aandelen in Phoenix DMCC, die op haar beurt alle aandelen hield in Swiss Sustainable. Deze laatste vennootschap bezat werkmaatschappijen met boerderijen in onder andere Oekraïne en Kazachstan.

De Ancile-groep leende geld aan de Phoenix-groep, onder andere op grond van overeenkomsten uit 2016 en 2018 voor de voorfinanciering van agrarische producten. Als zekerheid had Swiss Sustainable een groot deel van haar activa verpand aan Ancile Securities en zich garant gesteld voor een aantal schulden.

In het voorjaar van 2020 had de Phoenix-groep in totaal US$ 120 miljoen nodig om te voldoen aan margin calls uit hoofde van haar derivaten. Voor een bedrag van US$ 30,4 miljoen wendde zij zich hiervoor tot de Ancile-groep. Deze was bereid voor US$ 15 miljoen extra financiering te verstrekken op voorwaarde dat de openstaande schuld zou worden teruggebracht.

Op 11 maart 2020 sloot Phoenix DMCC een suretyship agreement met Ancile Securities en haar groepsmaatschappij Ancile Investment Company Limited (hierna: Ancile Investment). Daarin verkreeg Phoenix DMCC financiering van graan en aanvullende financiering van US$ 15 miljoen. Voorwaarde was dat zij gelijktijdig de aandelen in Swiss Sustainable zou overdragen aan Ancile Securities. De aandelen zouden terug worden overgedragen als Phoenix DMCC aan haar verplichtingen zou voldoen.

Op 20 april 2020 besloot de aandeelhoudersvergadering van Phoenix Commodities tot de ontbinding van Phoenix Commodities.

De met de overdracht belaste notaris heeft aangeraden de titel voor de overdracht van de aandelen in Swiss Sustainable opnieuw vast te leggen wegens mogelijke strijd met artikel 3:84 lid 3 BW. Daarop heeft Phoenix DMCC op 24 april 2020 alle aandelen in Swiss Sustainable verkocht en geleverd aan Ancile Securities. De koopprijs was gelijk aan de boekwaarde van de aandelen en bedroeg US$ 45.388.209. Van de koopprijs werd US$ 15 miljoen als aanvullende financiering verstrekt en de rest werd verrekend met openstaande leningen.

Ancile Securities droeg de aandelen daarna op 29 april 2020 over aan haar groepsmaatschappij Fruit Processing Company.

Vervolgens is Phoenix Commodities ontbonden met benoeming van de vereffenaars. Ook Phoenix DMCC is ontbonden, met benoeming op 9 juni 2020 van P.J. Leggett en M.D. Smith als vereffenaars. De vereffenaars van beide vennootschappen zijn verbonden aan het kantoor Deloitte.

Op 31 mei 2022 heeft Leggett bij deze rechtbank een verklaring voor recht gevorderd dat de transactie van 24 april 2020 nietig is. Deze vordering is ingesteld tegen Swiss Sustainable, de besloten vennootschap IQ EQ Management (Netherlands) B.V., [naam] , Fruit Processing Company, Ancile Investment en Ancile Securities.

De vereffenaars hebben bij brief van 20 april 2023 aan Ancile Securities, Swiss Sustainable en Fruit Processing Company de vernietiging ingeroepen van de overdracht van 24 april 2020.

Bij tussenvonnis van 14 juni 2023 heeft deze rechtbank in de procedure van Leggett overwogen dat aan de overdracht een geldige titel ten grondslag ligt en dat deze niet in strijd is met de goede zeden. Bij eindvonnis van 21 februari 2024 heeft zij de vorderingen afgewezen. Leggett is daartegen in hoger beroep gekomen, waarop nog niet is beslist.

3. Het geschil

De vereffenaars vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

˗ voor recht verklaart dat de verkoop en levering van de aandelen op 24 april 2020 ten behoeve van de vereffenaars is vernietigd, althans deze te vernietigen ten behoeve van de vereffenaars;

˗ voor recht verklaart dat de vereffenaars de rechten van Fruit Processing Company op de aandelen niet hoeven te eerbiedigen in de zin van artikel 3:45 lid 5 BW;

˗ Ancile Securities veroordeelt tot betaling aan de vereffenaars van de schade die Phoenix Commodities geleden heeft en zal lijden als gevolg van de verkoop en levering van de aandelen door Phoenix DMCC aan Ancile Securities, nader op te maken bij staat en te vereffenen bij wet, te vermeerderen met rente;

˗ Ancile Securities veroordeelt tot betaling aan Phoenix Commodities van de schade die Phoenix Commodities geleden heeft en zal lijden als gevolg van de verkoop en levering van de aandelen door Ancile Securities aan Fruit Processing Company, nader op te maken bij staat en te vereffenen bij wet, te vermeerderen met rente;

˗ gedaagden hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten.

De vereffenaars leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat Phoenix DMCC niet verplicht was tot de verkoop en levering van de aandelen in Swiss Sustainable op 24 april 2020, dat Phoenix Commodities daardoor als schuldeiser is benadeeld, dat Phoenix DMCC, Ancile Securities en Fruit Processing Company dat wisten, en dat de transactie daarom op grond van artikel 3:45 BW vernietigbaar is (pauliana). Daarnaast zijn verkoop en levering volgens de vereffenaars nietig wegens strijd met de goede zeden. Om dezelfde redenen hebben Ancile Securities en Fruit Processing Company volgens hen onrechtmatig jegens Phoenix Commodities gehandeld.

Ancile c.s. voeren verweer. Zij voeren ten eerste aan dat de buitengerechtelijke vernietiging van 20 april 2023 geen werking heeft omdat deze niet tevens aan Phoenix DMCC was gericht en dat de vordering tot vernietiging inmiddels is verjaard. Ten tweede voeren zij aan dat de overdracht niet in strijd was met artikel 3:45 BW. Ancile c.s. betwisten dat Phoenix Commodities schuldeiser was van Phoenix DMCC, dat de overdracht onverplicht was, dat Phoenix Commodities daardoor is benadeeld en dat Ancile Securities daarvan wetenschap had. Fruit Processing Company voert aan dat haar rechten moeten worden geëerbiedigd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bevoegdheid

Nu Ancile Securities op de Kaaimaneilanden en Phoenix DMCC in de Verenigde Arabische Emiraten is gevestigd, moet de rechtbank haar internationale bevoegdheid bij gebreke van toepasselijke verordeningen of verdragen baseren op de commune bevoegdheidsregels die zijn neergelegd in de artikelen 1-14 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv).

Op grond van artikel 2 Rv is deze rechtbank bevoegd kennis te nemen van de vorderingen tegen Swiss Sustainable en Fruit Processing Company, omdat zij in Nederland woonplaats hebben.

Nu tussen partijen niet in geschil is dat de vorderingen tegen de andere partijen voortbouwen op het feitencomplex waarop de vorderingen tegen de andere gedaagde partijen zijn gegrond, namelijk de aandelenoverdrachten, is sprake van zodanige samenhang tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagde partijen dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen (artikel 7 lid 1 Rv). Dit betekent dat de Nederlandse rechter ook rechtsmacht toekomt ten aanzien van Ancile Securities en Phoenix DMCC.

Deze rechtbank is op grond van artikel 99 Rv relatief bevoegd ten aanzien van Swiss Sustainable. De hiervoor aangenomen samenhang in het kader van artikel 7 lid 1 Rv geldt ook voor de relatieve bevoegdheid als bedoeld in artikel 107 Rv. Deze rechtbank is dus ook op grond van artikel 107 in samenhang met artikel 99 Rv relatief bevoegd kennis te nemen van alle vorderingen.

Toepasselijk recht

Op alle vorderingen is Nederlands recht van toepassing. De gevorderde verklaringen voor recht zijn gebaseerd op de gestelde vernietigbaarheid van de aandelenoverdracht op 24 april 2020. Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot deze aandelen op naam wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven (Swiss Sustainable), en dus door Nederlands recht (artikel 10:138 BW).

De vordering tot betaling van schadevergoeding is alleen gericht tegen Ancile Securities en is in de dagvaarding gebaseerd op de toepasselijkheid van Nederlands recht. Ancile Securities heeft zich over het toepasselijke recht niet uitgelaten en heeft verweer gevoerd naar Nederlands recht. Daarmee blijkt voldoende duidelijk de keuze van partijen om de verbintenis aan Nederlands recht te onderwerpen (artikel 14 lid 1 Verordening Rome II).

Vordering van Phoenix Commodities op Phoenix DMCC

Indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, is de rechtshandeling vernietigbaar en kan de vernietigingsgrond worden ingeroepen door iedere door de rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser (artikel 3:45 BW).

Een beroep op dit artikel komt dus alleen toe aan schuldeisers die door de rechtshandeling in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Daarbij maakt het niet uit of de vordering voor of na de desbetreffende rechtshandeling is ontstaan; voldoende is dat de schuldeiser op het moment van het inroepen van de vernietiging een vordering heeft. In deze procedure is het aan de vereffenaars om voldoende feiten te stellen waaruit volgt dat Phoenix Commodities thans als schuldeiser van Phoenix DMCC kan worden aangemerkt.

De vereffenaars stellen dat op 31 maart 2020 de vordering van Phoenix Commodities op Phoenix DMCC US$ 117.571.996 bedroeg. Grondslag daarvan is volgens hen onder meer dat Phoenix Commodities hoge bedragen zal moeten betalen ten behoeve van Phoenix DMCC, ten dele vanwege afgegeven garanties door Phoenix Commodities. Daarnaast hebben de vereffenaars e-mails overgelegd van medewerkers van Deloitte van 17 oktober 2023 en 18 augustus 2025, luidende:

‘We confirm that management accounts of [Phoenix Commodities] indicate that Phoenix DMCC owed USD 117,571,996 to [Phoenix Commodities] as at 31st March 2020.’

en

‘The figure we have for [Phoenix Commodities] in the creditor List is US$ 117,571,996.78.’

Tijdens de mondelinge behandeling hebben de vereffenaars hieraan toegevoegd dat de vordering in de vereffening van Phoenix DMCC is erkend en dat deze tevens blijkt uit de jaarrekeningen. Over de aard van de vordering hebben zij gezegd dat deze verband houdt met garanties die Phoenix Commodities ten behoeve van Phoenix DMCC had verstrekt, waaruit regresverplichtingen voortvloeien.

Ancile c.s. betwisten dat Phoenix Commodities een vordering heeft op Phoenix DMCC. Zij wijzen erop dat voor deze vordering niet een proof of debt is ingediend in de liquidatie van Phoenix DMCC. Verder voeren zij aan dat regresverplichtingen onder de garanties slechts ontstaan voor zover Phoenix Commodities aan de garanties voldoet, en dat het gezien haar insolventie niet reëel is dat zij daartoe in staat is.

De rechtbank oordeelt dat de vereffenaars in het licht van deze betwisting te weinig feiten hebben gesteld voor de conclusie dat Phoenix Commodities inderdaad een vordering heeft op Phoenix DMCC. Daarvoor zijn de enkele stelling dat er een vordering is, het noemen van het geldbedrag en een erkenning door de vereffenaars van Phoenix DMCC onvoldoende. Dit stelt Ancile c.s. niet in staat verweer te voeren tegen het bestaan van de vordering. Daarvoor is nodig dat de vereffenaars concrete feiten stellen waaruit de rechtsgrond en het ontstaan van hun vordering volgt.

Concreet hebben de vereffenaars alleen gesteld dat Phoenix Commodities aan Phoenix DMCC zal moeten betalen ‘ten dele vanwege de afgegeven garanties’. Die garanties hebben zij niet in het geding gebracht. Logischerwijze ontstaat een betalingsverplichting echter slechts indien Phoenix Commodities op haar beurt betaling heeft verricht op grond van de garanties. Ondanks de betwisting door Ancile c.s. hebben de vereffenaars daarover niets gesteld.

Daarbij komt dat voor de vordering op Phoenix DMCC een proof of debt moet worden ingediend in de liquidatieprocedure, wat niet is geschied. Ancile Securities en Ancile Investments hebben dat voor hun vorderingen wel gedaan en blijkens de overgelegde proofs of debt moeten daarin de bijzonderheden van de ingediende vordering en de documenten waaruit deze blijkt worden gespecificeerd. Een proof of debt van de vereffenaars zou daarom Ancile c.s. in staat hebben gesteld die vordering te betwisten.

Al in de dagvaarding hebben de vereffenaars onder de hun bekende verweren opgenomen dat Ancile c.s. betwisten dat Phoenix Commodities een vordering heeft op Phoenix DMCC. In de conclusie van antwoord hebben Ancile c.s. dit herhaald en erop gewezen dat geen proof of debt is overgelegd. De vereffenaars hebben deze daarna niet in het geding gebracht. Ook hebben zij daarvoor geen bewijsaanbod gedaan anders dan hun algemene en ongespecificeerde bewijsaanbod. De rechtbank concludeert hieruit dat de vereffenaars geen proof of debt hebben ingediend voor de vordering van Phoenix Commodities op Phoenix DMCC.

Daaraan doet niet af dat de jaarrekeningen van Phoenix DMCC over 2017 en 2018 voor iedere balansdatum een schuld aan Phoenix Commodities vermelden. Ten eerste vermelden ook de jaarrekeningen geen rechtsgrond van de schuld. Ten tweede geven deze jaarrekeningen alleen de vorderingen tot 31 december 2018 weer, terwijl in het verslag van de liquidatie van Phoenix DMCC van 8 februari 2021 geen schuld aan Phoenix Commodities is opgenomen. Ook in de daaropvolgende liquidatieverslagen is in ieder geval tot 8 juni 2023 geen vordering van Phoenix Commodities vermeld.

Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat Phoenix Commodities geen vordering heeft op Phoenix DMCC. Reeds daarop strandt het beroep op artikel 3:45 BW. De overige verweren behoeven geen bespreking.

Dit betekent dat de vordering tot vernietiging van de verkoop en levering evenmin kan worden toegewezen op grond van strijd met de goede zeden. Aangezien Phoenix Commodities geen schuldeiser is van Phoenix DMCC hebben de vereffenaars bij die vordering geen belang.

De vorderingen tot schadevergoeding zijn slechts kort toegelicht en bovendien gebaseerd op de gevorderde vernietiging van de verkoop en levering. Ze zullen om dezelfde redenen worden afgewezen.

De vorderingen tegen Phoenix DMCC

Tegen Phoenix DMCC heeft de rechtbank verstek verleend. De gevorderde verklaringen voor recht zal zij echter ook tegenover Phoenix DMCC afwijzen. Afwijzing van die vorderingen tegen Ancile c.s. en toewijzing van dezelfde vorderingen tegen Phoenix DMCC zou immers tegenstrijdige beslissingen opleveren.

Proceskosten

De vereffenaars worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten inclusief nakosten van Ancile c.s. betalen. De proceskosten van Ancile c.s. worden begroot op:

- griffierecht

688,00

- salaris advocaat

1.228,00

(2 punten × € 614,00)

totaal

1.916,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen van de vereffenaars af,

veroordeelt de vereffenaars in de proceskosten van Ancile c.s. van € 1.916,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de vereffenaars niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt de vereffenaars tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. M.A. Sterk en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?