ECLI:NL:RBAMS:2025:7708

ECLI:NL:RBAMS:2025:7708, Rechtbank Amsterdam, 14-10-2025, 11033759 TB EXPL 24-10

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 14-10-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 11033759 TB EXPL 24-10
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

zorgbulk

Uitspraak

vonnis

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de naamloze vennootschap

Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.

gevestigd te Utrecht

eisende partij

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partijprocederend in persoon

1. De verdere procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 26 november 2024,- de akte van eisende partij, met producties.

Gedaagde partij heeft op de akte van eisende partij niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

Eisende partij vordert gedaagde partij te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.540,35 aan hoofdsom en proceskosten. De vordering bestaat uit verschuldigde basispremie en zorgkosten die eisende partij heeft vergoed, maar onder het wettelijk eigen risico vielen. Ter specificatie van deze hoofdsom heeft eisende partij een declaratieoverzicht overgelegd.

Verder heeft eisende partij de polisbladen overgelegd geldig vanaf 1 januari 2021, vanaf 1 januari 2022 en vanaf 1 januari 2023, waaruit blijkt welk premiebedrag gedaagde partij verschuldigd is per maand en dat hij een wettelijk eigen risico heeft van € 385,- per jaar.

Eisende partij stelt zich in haar akte op het standpunt dat sprake is van dwingendrechtelijke bepalingen, althans kernbedingen, en dat daarom ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht is uitgesloten. Daarin wordt zij niet gevolgd. Ook in dat geval is toetsing aan het toepasselijke consumentenrecht aan de orde, maar wordt dit betrokken in de toetsing.

Ingevolge artikel 6:230h lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet bij overeenkomsten betreffende financiële producten en financiële diensten alleen getoetst worden aan de essentiële informatieplichten van paragraaf 1 en 6 van Afdeling 2b van Titel 5 van Boek 6 BW. Eisende partij stelt dat zij telkens in november in een persoonlijk gericht bericht gedaagde partij heeft medegedeeld dat het polisblad binnen enkele dagen beschikbaar is in de persoonlijke “Mijn”-omgeving, waar gedaagde partij de polis en de voorwaarden kon downloaden en opslaan. Uit de overgelegde bijlage bij het polisblad blijkt dat eisende partij gedaagde partij heeft geïnformeerd over zijn recht om niet akkoord te gaan met prolongatie van zijn verzekering per 1 januari van het volgende kalenderjaar en deze op te zeggen. Ingevolge artikel 6:230x BW had eisende partij gedaagde partij echter ook de mogelijkheid moeten bieden om de verzekeringsovereenkomst tot twee weken na de ingangsdatum alsnog kosteloos te ontbinden. Nu echter in artikel 7 van de Zorgverzekeringswet is bepaald dat de verzekeringnemer “de zorgverzekering uiterlijk 31 december van ieder jaar met ingang van 1 januari van het volgende kalenderjaar kan opzeggen” en eisende partij de polis met de voorwaarden ruim vóór 1 januari 2021, 2022 en 2023 beschikbaar heeft gesteld in de “Mijn”-omgeving, wordt geoordeeld dat daarmee is voldaan aan de op eisende partij rustende informatieplicht. Ook wordt vooralsnog geoordeeld dat de polis in de “Mijn”-omgeving op een duurzame drager is verstrekt. De kantonrechter gaat daarbij er vanuit dat deze per e-mail is verstrekt. Uit de bijlage bij het polisblad volgt verder dat de polisvoorwaarden raadpleegbaar zijn met de daarin genoemde link “ [internetsite] ”. Eisende partij stelt dat haar polisvoorwaarden lange tijd beschikbaar zijn en zij haar polisvoorwaarden niet zomaar kan wijzigen. Hoewel niet is komen vast te staan dat de link [internetsite] rechtstreeks verwijst naar de aan gedaagde partij persoonlijk gerichte informatie, is gelet op de door eisende partij gestelde omstandigheden voorlopig voldoende aannemelijk dat gedaagde partij de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden (zonder zoektocht naar de juiste voorwaarden) kan opslaan. De omstandigheid dat eisende partij na goedkeuring van de polisvoorwaarden door de NZa deze voorwaarden niet meer kan wijzigen, biedt naar het oordeel van de kantonrechter vooralsnog voldoende waarborg dat aan de vereisten van het Bawag arrest, ECLI:EU:C:2017:38 en het Content Services arrest ECLI:EU:C:2012:419 is voldaan.

Tot slot dienen de bedingen waarop een beroep wordt of kan worden gedaan getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG). De basispremie en wettelijk eigen risico zijn het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst en zijn duidelijk en begrijpelijk vermeld op het polisblad. In dat geval is verdere toetsing aan deze richtlijn niet aan de orde.

In artikel 9.2. van de algemene voorwaarden is bepaald: “Als u (verzekeringsnemer) niet op tijd betaalt, kunnen wij administratiekosten, invorderingskosten (waaronder incassokosten) en wettelijke rente aan u (verzekeringnemer) in rekening brengen.”

Nu in deze bepaling met betrekking tot de rente wordt verwezen naar de wet, is het ten aanzien van de rente niet oneerlijk. Tussen partijen is niets bedongen met betrekking tot de proceskosten, zodat toetsing op oneerlijkheid niet aan de orde is.

De vordering komt verder niet onrechtmatig of ongegrond voor en is toewijsbaar.

Gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, gevallen aan de zijde van eisende partij.

3. Beslissing

De kantonrechter

veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij te voldoen:

€ 1.540,35 ter zake van de hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van de voldoening;

veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 137,38 aan explootkosten, € 204,00 aan salaris gemachtigde en € 372,00 aan griffierecht, één en ander, voor zover van toepassing, inclusief BTW;

veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 67,50 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk kantonrechter, en uitgesproken door mr. L. van Berkum, kantonrechter, ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Kruisdijk
  • mr. L. van Berkum

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?