ECLI:NL:RBAMS:2025:7759

ECLI:NL:RBAMS:2025:7759, Rechtbank Amsterdam, 09-10-2025, 11455936

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer 11455936
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005290

Samenvatting

Verzet. Geopposeerde was ontvankelijk in zijn vorderingen omdat de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid was gewekt door opposant. Verzet is gegrond: de door geopposeerde in acht genomen klachttermijn bedroeg meer dan twee jaar. Dat is in de gegeven omstandigheden te lang. Daarom kan geopposeerde er geen beroep meer op doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt. Het verstekvonnis wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11455936 \ CV EXPL 24-16123

Vonnis van 9 oktober 2025

in de zaak van

STERCKBOUW B.V.,

gevestigd te Hengelo,

eisende partij in het verzet (opposante),

oorspronkelijk de gedaagde partij

hierna te noemen: SterckBouw,

gemachtigde: mr. N. Brands,

tegen

[geopposeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij in het verzet (geopposeerde),

oorspronkelijk de eisende partij,

hierna te noemen: [geopposeerde] ,

gemachtigde: ARAG SE Rechtsbijstand.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij tussenvonnis van 24 april 2025 is SterckBouw in de gelegenheid gesteld om Gerdes GmbH in vrijwaring op te roepen. Tevens is SterckBouw in de gelegenheid gesteld een conclusie van repliek in verzet in te dienen.

Bij dagvaarding van 18 juni 2025 heeft SterckBouw Gerdes GmbH in vrijwaring opgeroepen (zaaknummer 11772616 \ CV EXPL 25-9060).

Op 5 juni 2025 heeft SterckBouw een conclusie van repliek in verzet ingediend.

Bij rolmededeling van 14 augustus 2025 is [geopposeerde] in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op de conclusie van repliek in verzet. [geopposeerde] heeft op 11 september 2025 bij akte gereageerd.

De zaak staat thans voor vonnis.

2. De feiten

[geopposeerde] heeft ramen en Schüco kozijnen gekocht van SterckBouw. Deze ramen en kozijnen zijn op 27 en 28 juni 2018 in de woning van [geopposeerde] geplaatst door SterckBouw.

Op 9 november 2020 heeft [geopposeerde] een klacht ingediend bij SterckBouw middels een e-mail aan [e-mailadres] . In het bericht staat, voor zover van belang:

Bij wat hardere wind veel van mijn ramen maken piepende geluid als ze dicht zijn. Als ik de raam tegen de kozijn druk (je voelt ook dat die beweegt) de piep stopt dan. Dit betekent dat de ramen niet echt helemaal dicht kunnen.”

Op 11 december 2023 heeft [geopposeerde] SterckBouw in gebreke gesteld en gesommeerd werkzaamheden uit te voeren die het piepende geluid duurzaam verhelpen.

Op 21 maart 2024 heeft SterckBouw één kozijn in de slaapkamer vervangen.

Op 8 april 2024 heeft [geopposeerde] SterckBouw verzocht de overgebleven kozijnen te vervangen. Omdat SterckBouw niet aan het verzoek heeft voldaan heeft [geopposeerde] SterckBouw bij dagvaarding van 14 juni 2024 in rechte betrokken.

Bij verstekvonnis van 20 augustus 2024 heeft de kantonrechter SterckBouw veroordeeld tot vervanging van de kozijnen.

3. Het geschil

[geopposeerde] heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd – samengevat – dat SterckBouw wordt veroordeeld tot vervanging van de kozijnen op straffe van een dwangsom. Verder heeft [geopposeerde] betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 462,59 gevorderd, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente en met veroordeling van SterckBouw in de proceskosten en de nakosten.

[geopposeerde] heeft aan de vorderingen ten grondslag gelegd dat er sprake is van een gebrek en dat SterckBouw conform artikel 7:21 BW verplicht is het gebrek weg te nemen.

De kantonrechter heeft SterckBouw bij verstekvonnis van 20 augustus 2024 (zaaknummer 11165119 \ CV EXPL 24-7578) veroordeeld tot vervanging van de kozijnen binnen een maand na betekening van het vonnis en op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat SterckBouw daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 10.000,00. Ook de overige vorderingen zijn toegewezen, met uitzondering van de gevorderde wettelijke rente.

SterckBouw vordert in de verzetdagvaarding SterckBouw te ontheffen van de veroordeling van het verstekvonnis, en de oorspronkelijke vordering van [geopposeerde] alsnog aan hem te ontzeggen of af te wijzen en/of de dagvaarding nietig te verklaren, met veroordeling van [geopposeerde] in de proceskosten.

SterckBouw stelt primair dat [geopposeerde] de verkeerde partij heeft gedagvaard en dat hij daarom niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen. Subsidiair stelt SterckBouw dat sprake is van schending van de klachttermijn, althans verjaring. Ook voert SterckBouw verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke kosten.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

[geopposeerde] is ontvankelijk in zijn vorderingen

Het meest verstrekkende verweer van SterckBouw is dat [geopposeerde] de verkeerde partij heeft gedagvaard en daarom niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vorderingen. Niet SterckBouw B.V. maar SterckBouw Trading is namelijk de contractspartij van [geopposeerde] , aldus SterckBouw. Dit blijkt volgens SterckBouw onder meer uit het adres zoals vermeld op de offerte van 4 april 2018. Dat adres, de [adres] , komt blijkens het uittreksel uit het KvK-handelsregister overeen met het adres van SterckBouw Trading. SterckBouw voert bovendien aan dat SterckBouw B.V. nog niet bestond ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, zoals ook blijkt uit het door SterckBouw overgelegde KVK-uittreksel van SterckBouw B.V.

[geopposeerde] stelt dat hij wel degelijk de juiste partij heeft gedagvaard en voert het volgende aan. Op de offerte van 4 april 2018 is hetzelfde logo te zien als door SterckBouw wordt gebruikt. Ook is de offerte door ‘SterckBouw’ ondertekend en niet door ‘SterckBouw Trading’. De website, het algemene e-mailadres en het telefoonnummer zoals vermeld op de offerte komen overeen met die van SterckBouw B.V. Ook werd op de offerte een KvK-nummer van SterckBouw V.O.F. vermeld, namelijk [kvk-nummer] . Die V.O.F. is reeds op 25 februari 2018 opgeheven blijkens het uittreksel van de KvK en bestond dus niet meer ten tijde van het versturen van de offerte. Ten slotte voert [geopposeerde] aan dat de vennoot van SterckBouw V.O.F. de heer [naam] was. De heer [naam] is eveneens de eigenaar van SterckBouw Trading. De enig aandeelhouder van SterckBouw B.V. betreft FSB B.V., en FSB B.V. heeft als enig aandeelhouder en bestuurder de heer [naam] . [geopposeerde] heeft meermaals contact gehad met de heer [naam] over zijn overeenkomst, de uitvoering ervan en de klachten erover.

De kantonrechter stelt voorop dat [geopposeerde] geen overeenkomst met SterckBouw B.V. kan hebben gesloten, omdat de B.V. pas op 11 april 2019 is opgericht en de overeenkomst in 2018 is gesloten. Ook in dat geval kan SterckBouw echter gehouden zijn de vordering van [geopposeerde] te voldoen omdat de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid is gewekt. De kantonrechter acht de volgende omstandigheden van belang.

Het KvK-nummer dat op de offerte werd genoemd komt niet overeen met SterckBouw Trading, maar met een vennootschap die op het moment van contracteren niet meer bestond. Ook wordt de handelsnaam ‘SterckBouw Trading’ nergens op de offerte genoemd. Dat maakt dat het naar het oordeel van de kantonrechter voor [geopposeerde] niet inzichtelijk was met welke juridische entiteit hij contracteerde. Ook na het sluiten van de overeenkomst was niet duidelijk dat [geopposeerde] te maken had met SterckBouw Trading. Zo is de door hem overgelegde e-mailcorrespondentie telkens gevoerd met een e-mailadres dat eindigt op [domeinnaam] . Daarnaast heeft [geopposeerde] gesteld meermaals contact te hebben gehad met de heer [naam] over zijn overeenkomst, de uitvoering ervan en de klachten erover, en is gebleken dat de heer [naam] verweven is met verschillende entiteiten van SterckBouw, waaronder SterckBouw Trading en SterckBouw B.V.

Gelet op voorgaande is naar het oordeel van de kantonrechter de schijn gewekt dat SterckBouw B.V. bevoegd was SterckBouw Trading te vertegenwoordigen. [geopposeerde] is daarom ontvankelijk in zijn vorderingen, zodat aan een inhoudelijke beoordeling wordt toegekomen.

[geopposeerde] heeft niet tijdig geklaagd

De kantonrechter stelt voorop dat de overeenkomst die tot stand is gekomen een gemengde overeenkomst is die elementen bevat van consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:1 BW en van aanneming van werk als bedoeld in artikel 7:750 lid 1 BW, zodat sprake is van een gemengde overeenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 4 BW. Dit heeft tot gevolg dat de bepalingen van consumentenkoop en aanneming van werk naast elkaar van toepassing zijn. Zijn deze bepalingen strijdig met elkaar, dan prevaleren de bepalingen van consumentenkoop.

[geopposeerde] stelt dat er sprake is van een gebrek. Hij voert aan dat de ramen niet goed zijn aangesloten op de kozijnen, waardoor een piepend geluid ontstond zodra het begon te waaien. Volgens [geopposeerde] is SterckBouw conform artikel 7:21 BW verplicht het gebrek weg te nemen door duurzaam herstel uit te voeren of de roerende zaak duurzaam te vervangen.

SterckBouw voert primair als verweer dat [geopposeerde] niet tijdig heeft geklaagd over het vermeende gebrek. [geopposeerde] heeft voor het eerst geklaagd in november 2020, terwijl hij al op 28 juni 2018 op de hoogte was van het (vermeende) gebrek. [geopposeerde] stelt hier tegenover dat de gebreken pas later zijn ontdekt, eerder was namelijk nog niet duidelijk wat er aan de hand was en dat er iets niet goed was aan het werk van SterckBouw.

De kantonrechter volgt SterckBouw in haar verweer en acht het volgende van belang. [geopposeerde] heeft gesteld dat het piepende geluid soms zo hard is, dat hij er niet van kon slapen. Ongetwijfeld heeft het tussen 28 juni 2018 en 9 november 2020 gewaaid, waardoor [geopposeerde] al eerder dan het moment van klagen met het piepende geluid geconfronteerd is. [geopposeerde] heeft niet toegelicht waarom op dat moment niet meteen duidelijk was wat er aan de hand was, en wat dat later heeft doen veranderen.

Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter het aannemelijk dat [geopposeerde] het gebrek aan de ramen en/of kozijnen vanwege het piepende geluid kort na het plaatsen heeft ontdekt. Vast staat dat hij hierover pas in november 2020 heeft geklaagd. Dit brengt met zich mee dat de door [geopposeerde] in acht genomen klachttermijn naar alle waarschijnlijkheid meer dan twee jaar bedraagt. Dat is in de gegeven omstandigheden te lang. Tussen het moment van ontdekking van de gestelde gebreken en het moment van klagen daarover is dermate veel tijd verstreken dat SterckBouw is geschaad in haar mogelijkheden om de klachten te betwisten. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom [geopposeerde] SterckBouw niet eerder (schriftelijk) op de hoogte heeft kunnen stellen van haar klachten. Nu [geopposeerde] niet binnen bekwame tijd in de zin van artikel 7:23 BW heeft geklaagd, is de kantonrechter van oordeel dat [geopposeerde] er geen beroep meer op kan doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt.

De conclusie

Het verzet is gegrond en het verstekvonnis kan niet in stand blijven. De vorderingen van [geopposeerde] moeten alsnog worden afgewezen. [geopposeerde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, met uitzondering van de kosten van de verzetdagvaarding, die voor risico van SterckBouw komen. De kosten van SterckBouw worden begroot op:

- salaris gemachtigde

408,00

(2 punten × € 204,00)

- nakosten

102,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

510,00

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart het verzet gegrond;

vernietigt het verstekvonnis van deze rechtbank van 20 augustus 2024 met zaaknummer 11165119 \ CV EXPL 24-7578,

en opnieuw rechtdoende,

wijst de vorderingen van [geopposeerde] af,

veroordeelt [geopposeerde] in de proceskosten, tot op heden begroot op € 510,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [geopposeerde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2025.

64443

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?