ECLI:NL:RBAMS:2025:7766

ECLI:NL:RBAMS:2025:7766, Rechtbank Amsterdam, 20-10-2025, C/13/770925 / FA RK 25-4491

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 20-10-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer C/13/770925 / FA RK 25-4491
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

eenhoofdig gezag

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/770925 / FA RK 25/4491 (VZ/JvS)

Beschikking van 20 oktober 2025 betreffende geschil gezamenlijke gezagsuitoefening als bedoeld in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak van:

[de moeder / verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de moeder/verzoekster,

advocaat mr. M.H. Aalmoes te Amsterdam,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen verweerster.

1. De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoek met producties, ingekomen op 15 juni 2025.

De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 september 2025. Verschenen zijn: verzoekster en haar advocaat. Verweerster is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2. De feiten

Partijen hebben een relatie gehad. De relatie is verbroken.

De moeder is de biologische ouder van:

[minderjarige],geboren te [geboorteplaats] , Suriname, op [geboortedatum] 2018.

[minderjarige] is op 9 februari 2023 door verweerster erkend.

Als gevolg van de erkenning na 1 januari 2023 is verweerster van rechtswege – met de moeder – belast met het gezag over [minderjarige] . Partijen oefenen derhalve gezamenlijk het gezag uit.

[minderjarige] woont bij de moeder.

3. Het verzoek

Het verzoek strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag ex artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek en tot het bepalen dat het gezag over de minderjarige voortaan aan de moeder toekomt.

4. De beoordeling

Sinds de wetswijziging per 1 januari 2023 is voor niet gehuwde en niet-geregistreerde partners het gevolg van erkenning dat er automatisch ook gezamenlijk gezag is. Gezamenlijk gezag van ouders is ook in de rechtspraak de norm.

Artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen in het geval van gewijzigde omstandigheden of indien bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Het criterium daarvoor is op grond van artikel 1:251a BW het bestaan van een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen dan wel dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, in die zin dat de relatie tussen partijen is beëindigd en er sindsdien geen contact meer is tussen verweerster en de moeder en tussen verweerster en [minderjarige] . Verzoekster kan daarom worden ontvangen in haar verzoek.

Met betrekking tot de vraag of verzoekster het eenhoofdig gezag moet krijgen overweegt de rechtbank als volgt. Uit de stukken en uit de mondelinge behandeling blijkt dat verweerster al lange tijd geen bemoeienis meer heeft met [minderjarige] . Ook heeft verweerster – volgens de advocaat van de moeder – bozig gereageerd op een verzoek van de zijde van de advocaat om een referteverklaring terzake het verzoek in deze zaak. De rechtbank heeft geconstateerd dat de – per aangetekende post verzonden – oproep voor de mondelinge behandeling verweerster heeft bereikt, maar dat zij niet is verschenen. Zij heeft derhalve geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om verweer te voeren. Dit is een bevestiging van de onbetwiste stelling van verzoekster dat verweerster afstand heeft genomen van haar ouderschap. Deze huidige situatie maakt een gezamenlijke uitoefening van het gezag feitelijk onmogelijk. Het maakt dat de moeder problemen ervaart bij beslissingen ten aanzien van [minderjarige] waarvoor medewerking van verweerster noodzakelijk is. De rechtbank is daarom van oordeel dat het noodzakelijk is in belang van [minderjarige] de moeder alleen met het gezag dient te worden belast, en zal overeenkomstig beslissen.

5. De beslissing

De rechtbank:

beëindigt het gezamenlijk ouderlijk gezag van de moeder en verweerster en belast de moeder voortaan met de uitoefening van het gezag over het minderjarige kind van partijen:

[minderjarige],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2018,

voor zover de bevoegdheid daartoe niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. V. Zuiderbaan, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van J.O. van Saase-Zaagman, griffier, op 20 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?