RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/775968 / FA RK 25-7209
Datum uitspraak: 10 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] , Nigeria,
wonende [adres] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
advocaat mr. F.J.E. Hogewind uit Amsterdam.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 september 2025.
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2025 te [verblijfplaats] . Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Engelse taal dhr. S. Atmar;
bovengenoemde advocaat
psychiater, dhr. A.C.M. Vergouwen;
zaalarts, dhr. [naam] .
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotisch toestandsbeeld in het kader van schizofrenie.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene weigert de noodzakelijke psychiatrische en lichamelijke behandelingen. Er was sprake van een bloeding in het maag-darmstelstel wat gepaard ging met bloedbraken. Dit resulteerde in een ernstige bloedarmoede. Hiervoor is behandeling middels het toedienen van bloed en aanvullende diagnostiek zoals lab controles van levensbelang. Betrokkene toont geen enkel ziektebesef en ziet om die reden het nut niet in van welke medische behandeling dan ook. De diagnostiek en behandeling naar een prostaat carcinoom is nu niet de eerste prioriteit. Er is door de artsen besloten om betrokkene mentaal te stabiliseren alvorens verder te gaan met de somatische klachten. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1971, wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 april 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2025 door mr. A.E. Montfrans, rechter, in aanwezigheid van M.E. Langewisch, griffier en op schrift gesteld op 13 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.