ECLI:NL:RBAMS:2025:7808

ECLI:NL:RBAMS:2025:7808, Rechtbank Amsterdam, 10-10-2025, C/13/774351 / FA RK 25-6297

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-10-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer C/13/774351 / FA RK 25-6297
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

wijz vovo, oa kali mbt samengesteld gezin

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/774351 / FA RK 25-6297

Beschikking van 10 oktober 2025 betreffende wijziging voorlopige voorzieningen

in de zaak van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

hierna mede te noemen de man,

advocaat mr. R.J.L. van Zwol,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna mede te noemen de vrouw,

advocaat mr. M.Q.M. Mosk.

1. De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoek van de man, ingekomen op 19 augustus 2025;

een brief van de zijde van de vrouw van 25 augustus 2025;

het verweerschrift van de vrouw, ingekomen op 22 september 2025;

het F9-formulier van de man van 24 september 2025, met producties 41 en 42;

het F9-formulier van de vrouw van 25 september 2025, met productie 19.

De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 25 september 2025.

Gehoord zijn:

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.

Van de zijde van de man en de vrouw zijn pleitnotities voorgedragen en overgelegd.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd te Amsterdam op 23 april 2011.

Partijen hebben tezamen de navolgende minderjarige kinderen:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2019;

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 2] 2024.

De man heeft, samen met zijn nieuwe partner [naam partner] , de navolgende minderjarige

kinderen:

[minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 3] 2025;

[minderjarige 4] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 3] 2025.

Mevrouw [naam partner] heeft de navolgende minderjarige kinderen:

[minderjarige 5] , geboren te [geboorteplaats 3] (Verenigde Staten) op [geboortedatum 4] 2018;

[minderjarige 6] , geboren te [geboorteplaats 3] (Verenigde Staten) op [geboortedatum 4] 2018.

De man heeft [minderjarige 5] en [minderjarige 6] op 13 augustus 2025 erkend.

Bij beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2025 is, voor zover hier van belang, bepaald dat de man met ingang van 16 juni 2025 € 822,- per kind per maand zal betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding en € 1.655,- per maand (bruto) zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud. Het verzoek met betrekking tot het vakantiehuis in Turkije is bij diezelfde beschikking niet-ontvankelijk verklaard.

3. Het verzoek en het verweer

De man verzoekt de beschikking voorlopige voorzieningen van 22 juli 2025 te wijzigen en, opnieuw recht doende:

I. te bepalen dat de man aan de vrouw dient te voldoen een bedrag van primair in

totaal € 1.077,- per maand (€ 538,50 per kind) als bijdrage in de kosten van de kinderen en subsidiair met toepassing van een evenredige verdeling van de beschikbare draagkracht over alle zes kinderen, een bedrag van in totaal € 1.402,- per maand (€ 702,- per kind), althans een bedrag dat uw rechtbank juist acht, primair met terugwerkende kracht vanaf 22 juli 2025 (de datum van de te wijzigen beschikking), subsidiair vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift en meer subsidiair vanaf de datum van de in deze te wijzen beschikking;

II. te bepalen dat de man niet dient bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw omdat zij niet behoeftig is en de man geen draagkracht heeft, althans een bedrag dat uw rechtbank juist acht, primair met terugwerkende kracht vanaf 22 juli 2025 (de datum van de te wijzigen beschikking), subsidiair vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift en meer subsidiair vanaf de datum van de in deze te wijzen beschikking;

III. primair te bepalen dat de man bij uitsluiting bevoegd is tot het voortgezet gebruik van de echtelijke woning in Turkije en subsidiair te bevelen dat de vrouw aan de man de woning in Turkije - als een goed dat onderdeel uitmaakt van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen - beschikbaar zal stellen aan de man door afgifte van de sleutels van de woning;

IV. te bepalen dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De vrouw verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken;

II. de verzoeken van de man af te wijzen;

III. de man te veroordelen in de proceskosten van de onderhavige procedure, gelijk te stellen aan de werkelijke advocaat- en overige kosten die de vrouw in verband met deze procedure heeft gemaakt en nog zal moeten maken, conform de door de vrouw overgelegde specificatie van haar kosten, dan wel conform het liquidatietarief, waaronder in beide gevallen begrepen de buitengerechtelijke kosten en nakosten.

Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 824, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking voorlopige voorzieningen worden gewijzigd of ingetrokken als de omstandigheden na het geven van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of als bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige voorziening niet in stand kan blijven. Bij de toepassing van dit artikel geldt dat niet bij elke onjuistheid of onvolledigheid wijziging van de voorziening mogelijk is. Immers, met het opnemen van de zinsnede ‘in zodanige mate’ en ‘alle betrokken belangen in aanmerking genomen’ heeft de wetgever tot uitdrukking gebracht dat niet iedere onjuistheid of onvolledigheid van gegevens waarvan de rechtbank is uitgegaan tot een wijziging of intrekking kan leiden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het moet gaan om evidente, zeer sprekende gevallen en dat de wetgever een eventuele wijzigingsmogelijkheid aan een streng criterium heeft willen binden. Zou dit anders zijn, dan zou een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen kunnen worden gebruikt om een verzuim te herstellen of zou een verkapt hoger beroep mogelijk zijn, hetgeen niet de bedoeling is.

De man stelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, onder meer omdat hij de kinderen [minderjarige 6] en [minderjarige 5] van zijn nieuwe partner na de datum van de vorige beschikking heeft erkend en ook omdat hij zijn zus met terugwerkende kracht € 1500,- per maand aan huur moet gaan betalen. Daarnaast is in de beschikking van 22 juli 2025 uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, onder meer omdat onterecht is uitgegaan van een inkomen aan de zijde van zijn nieuwe partner en onterecht rekening is gehouden met de kosten van de kinderopvang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zijn nieuwe partner heeft geen inkomen en de kosten van de kinderopvang worden feitelijk niet gemaakt.

Door de vrouw is aangevoerd dat de man niet heeft aangetoond dat de rechtbank van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dan wel dat de omstandigheden in zodanige mate zijn gewijzigd dat de voorziening niet in stand kan blijven. De man beschikt volgens haar over voldoende middelen om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de kinderen van zijn nieuwe partner en om uit eigen beweging een bijdrage aan zijn zus te betalen voor het gebruik van de woning. De vrouw verwijst in dit verband nog naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:703.

De rechtbank overweegt dat de man voldoende heeft aangevoerd om tot een ontvankelijk-verklaring te komen. Of de door de man aangevoerde gewijzigde omstandigheden danwel onjuist door de rechtbank gehanteerde uitgangspunten van dien aard zijn dat zij, gegeven de strenge toets van 824 Rv, tot wijziging van de voorlopige voorzieningen zouden moeten leiden, zal de rechtbank hierna beoordelen. Daartoe zal de rechtbank met inachtneming van (op)nieuw aangevoerde feiten en omstandigheden opnieuw een berekening maken.

Inhoudelijke beoordeling

Behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is niet in geschil, zodat de rechtbank uitgaat van de vastgestelde behoefte in de beschikking van 22 juli 2025, zijnde € 1.566,- per maand.

Opvangkosten

De man heeft gesteld dat de opvangkosten niet hadden mogen worden meegenomen omdat de kinderen feitelijk nog niet naar de kinderopvang gaan en partijen ook nooit van plan zijn geweest ze naar de kinderopvang te laten gaan. Zij hadden besproken dat zij samen met de ouders van de vrouw zelf in elk geval grotendeels de zorg voor de kinderen zouden kunnen dragen zodat de kinderen niet of nauwelijks naar de kinderopvang zouden hoeven gaan.

De vrouw voert verweer en stelt dat de situatie is gewijzigd nu partijen uit elkaar zijn gegaan. De man kan makkelijker thuiswerken dan zij dat kan. De man zou dan ook een groot aandeel van de opvang voor zijn rekening nemen. Nu de man dit niet meer wil doen staat de vrouw er alleen voor. Haar ouders kunnen de opvang om gezondheidsredenen ook niet meer voor hun rekening nemen. De opvangkosten zijn feitelijk nog niet gemaakt maar dit komt volgens de vrouw uitsluitend omdat de man de kinderalimentatie zoals opgelegd bij de beschikking van 22 juli 2025 niet aan de vrouw betaalt waardoor de vrouw de kosten van de opvang op dit moment niet kan betalen. Zij vangt de kinderen nu noodgedwongen zelf op door ouderschapsverlof en extra vakantiedagen op te nemen. Dit heeft haar in een benarde positie op haar werk gebracht en is voor haar niet langer vol te houden.

De rechtbank volgt het standpunt van de vrouw. Het is van belang dat de vrouw haar baan niet verliest en naar haar werk kan blijven gaan. Om die reden zal de rechtbank de kosten van de kinderen verhogen met de netto kosten van de kinderopvang. Uit de overgelegde stukken van de vrouw blijkt dat zij op 15 augustus 2025 een aanbod van de kinderopvang heeft ontvangen waaruit blijkt dat de daadwerkelijke opvangkosten € 1.430,- bedragen in plaats van € 1.288,-. De rechtbank zal daarom van deze kosten uitgaan, aangezien deze aansluiten bij de actuele situatie.

De rechtbank stelt vast dat de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] over 2025 dan ook met deze kosten uitkomt op in totaal voor twee kinderen € 2.996,- per maand, dat is afgerond € 1.498,- per kind per maand.

Behoefte van [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5]

Gelet op de erkenning van [minderjarige 6] en [minderjarige 5] zal de rechtbank de behoefte berekenen van de vier kinderen die de man met zijn nieuwe partner heeft.

De man heeft voldoende aannemelijk gemaakt met stukken dat zijn nieuwe partner mevrouw [naam partner] geen inkomen heeft. De rechtbank zal daar dan ook vanuit gaan. Ten aanzien van het inkomen van de man zal de rechtbank uitgaan van dezelfde gegevens als bij de vaststelling van de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de beschikking van 22 juli 2025, waarbij de rechtbank rekening houdt met de bijtelling voor de auto van € 720,- per maand.

Aan de hand van voormelde gegevens en rekening houdend met het kindgebonden budget becijfert de rechtbank het NBGI van partijen op in totaal € 7.195,- per maand.

Dit NBGI levert, rekening houdend met het op de minderjarigen toepasselijke aantal kinderbijslagpunten, een tabelbedrag op van € 2.148,- per maand in 2025, dat is afgerond € 537,- per kind per maand.

De draagkracht van de ouders

Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van het kind voorzien.

Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de methode die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak heeft ontwikkeld. Het netto besteedbaar inkomen van een ouder is daarbij het uitgangspunt. Vervolgens bekijkt de rechtbank welk deel van dat inkomen kan worden gebruikt om bij te dragen in de kosten van de kinderen.

Daarvoor maakt de rechtbank bij een netto besteedbaar inkomen dat hoger is dan €2.125,- per maand in 2025 gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. In die formule wordt uitgegaan van een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen per maand. De ouders worden geacht vanuit het woonbudget alle redelijke lasten voor een woning passend bij hun inkomen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een vast bedrag aan lasten, dat ieder jaar wordt bijgesteld. In 2025 is dat een bedrag van € 1.310,- per maand.

Deze twee posten vormen samen het ‘draagkrachtloos inkomen’. Na aftrek van die posten van het netto besteedbaar inkomen blijft dan de ‘draagkrachtruimte’ over. Daarvan is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. De berekening van de draagkracht ziet er dan in 2025 als volgt uit: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)].

De rechtbank verwijst voor de berekening van de draagkracht van partijen naar de aan deze beschikking gehechte berekening.

Draagkracht van de man

In de beschikking van 22 juli 2025 is berekend dat het NBI van de man € 8.823,- per maand bedraagt. De vrouw stelt dat de man over voldoende netto besteedbaar inkomen beschikt om binnen zijn vrije ruimte bij te dragen aan de kosten van [minderjarige 6] en [minderjarige 5] zodat deze verandering van omstandigheden niet noopt tot een herziening van de beschikking van 22 juli 2025. Zoals hierna zal blijken uit de verdere berekening onderschrijft de rechtbank dit standpunt van de vrouw.

Woonlasten man

De man stelt dat na de beschikking van 22 juli 2022 door zijn zus verplicht is maandelijks € 1.500,- aan haar te betalen voor het gebruik van haar woning en daarnaast met terugwerkende kracht tot 1 februari 2025 de achterstallige huur aan haar moet voldoen voor een totaalbedrag van € 9.000,-. De rechtbank volgt de man niet in dit standpunt. De man heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende toegelicht waarom de bestaande situatie niet kan worden voortgezet voor de duur van de echtscheidingsprocedure. De man heeft zowel op de vorige mondelinge behandeling als op de huidige mondelinge behandeling aangegeven dat zijn zus hem wilde helpen de periode van de echtscheidingsprocedure te overbruggen door hem en zijn nieuwe partner en de kinderen in haar huis te laten verblijven. De man heeft onvoldoende kunnen onderbouwen waarom zijn zus dit niet langer voor hem wenst te doen en waarom er nu kennelijk voor haar een noodzaak bestaat om hem met terugwerkende kracht tot 1 februari 2025 huur in rekening te brengen. De door de man overgelegde huurovereenkomst van 31 juli 2025 en de twee door de man overgelegde bankafschriften met de overboeking van twee maal € “1.500,- met omschrijving “maandelijkse betaling” maken dit oordeel niet anders. De rechtbank houdt daarom in het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de actuele (financiële) situatie, geen rekening met woonlasten aan de zijde van de man. Dit kan in de bodemprocedure anders zijn omdat dan een regeling wordt getroffen die meer toekomstbestendig is.

Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2025, zonder woonlasten, 70%[ 8823 – 1.310] heeft de man een draagkracht van € 5.259,- per maand.

Draagkracht van de vrouw

In de beschikking van 22 juli 2025 is de draagkracht van de vrouw becijfert op € 2.321,- per maand, de rechtbank zal daar in deze beschikking ook van uitgaan nu dit niet ter discussie staat.

Woonlasten vrouw

De rechtbank zal ook nu weer aan de zijde van de vrouw wel rekening houden met het forfaitaire woonbudget nu dit vrijwel overeenkomt met haar werkelijke woonlasten.

Draagkracht van [naam partner]

De rechtbank is van oordeel dat de man voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn nieuwe partner niet voor de helft kan bijdragen in de kosten van haar kinderen en zal voor de onderhavige berekening daarom uitgaan van de minimale draagkracht van in totaal € 50,- per maand.

De verdeling van de kosten

Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben voor alle kosten van hun kinderen, dan moet de rechter berekenen wie welk deel van de kosten voor zijn rekening moet nemen. Dat wordt ook wel de ‘draagkrachtvergelijking’ genoemd. Partijen en mevrouw [naam partner] hebben samen een draagkracht van € 7.630,- per maand. Dit is genoeg om alle kosten van de zes kinderen te betalen, want die zijn € 5.144,- per maand. Gelet hierop zal de rechtbank een draagkrachtvergelijking maken tussen de onderhoudsplichtigen.

De man is onderhoudsplichtig voor alle kinderen. Zijn draagkracht dient naar rato van behoefte van de kinderen te worden verdeeld:

[minderjarige 1] € 1.498 / 5.144 * 5.259 = € 1.531,-;

[minderjarige 2] € 1.498 / 5.144 * 5.259 = € 1.531,-;

[minderjarige 3] € 537 / 5.144 * 5.259 = € 549,-;

[minderjarige 4] € 537/ 5.144 * 5.259 = € 549,-

[minderjarige 6] € 537 5.144 * 5.259 = € 549,-;

[minderjarige 5] € 537/ 5.144 * 5.259 = € 549,-.Totaal heeft de man derhalve een draagkracht van € 5.259,- voor kinderalimentatie, meer dan voldoende om in de totale behoefte van de kinderen die is berekend op € 5.144,- te voorzien.

[naam partner] is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5] . Omdat [naam partner] een draagkracht heeft van € 50,-, laat de rechtbank een vergelijking van haar draagkracht met die van de man achterwege. [naam partner] dient haar volledige draagkracht over haar vier kinderen te verdelen. Dit betekent dat de man na aftrek van [naam partner] ’s draagkracht en een correctie een draagkracht heeft voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 1.556,- per kind per maand en voor [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5] van € 537,- per kind per maand.

De vrouw is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Haar draagkracht dient naar rato van behoefte van de kinderen te worden verdeeld:

[minderjarige 1] € 1.498 / 2.996 * 2.321 = € 1.161,-.

[minderjarige 2] € 1.498 / 2.996 * 2.321 = € 1.161,-.

De rechtbank vergelijkt nu de draagkracht van de man met de draagkracht van de vrouw ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit betekent dat de man een deel van (1.556 / 2.717 x 1.498 =) € 858,- per kind per maand moet dragen en de vrouw een deel van (1.161 / 2.717 x 1.498 =) € 640,- per kind per maand.

Zorgkorting

De man maakt op de dagen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij hem verblijft kosten voor eten en drinken, energielasten et cetera: de verblijfskosten. Daarmee voldoet de man – deels – de kosten van de kinderen (de ‘behoefte’). De rechtbank houdt daar rekening mee door de bijdrage van de man te verlagen met een percentage van de behoefte van de kinderen of een deel daarvan: de ‘zorgkorting’.

De rechtbank zal uitgaan van een zorgkorting van 5% omdat dit aansluit bij de frequentie van het contact tussen de man en zijn kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank komt daarmee op een zorgkorting van € 39,- per kind per maand.

Nu de draagkracht van partijen voldoende is om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien, wordt de zorgkorting in mindering gebracht op het aandeel van de man. Na aftrek van de zorgkorting bedraagt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] € 1.716 - € 78 = € 1.638,- per maand.

Alle overige verweren die de man tegen de berekening in de voorlopige voorzieningenprocedure van de beschikking van 22 juli 2025 naar voren heeft gebracht, kan hij aan de orde stellen in de bodemprocedure. Dat betreft immers detailwerk wat zich niet leent voor een voorlopige voorzieningenprocedure. Waar nodig kunnen deze punten in de definitieve beschikking worden aangepast.

Conclusie kinderalimentatie 4.30. Op basis van het voorgaande berekent de rechtbank de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op € 1.638,- per maand ofwel afgerond € 819,- per kind per maand. Gelet op het kleine verschil met de voorlopige voorzieningen procedure van 22 juli 2025 waarin een bedrag van € 822,- per kind per maand is vastgesteld zal de rechtbank het verzoek van de man tot wijziging afwijzen. De rechtbank komt daarmee eveneens niet toe aan het verzoek van de man tot wijziging van de partneralimentatie.

Vakantiehuis in Turkije

De rechtbank houdt de beslissing in de beschikking van 22 juli 2025 in stand. Zoals al eerder aan de orde is gekomen, kan het vakantiehuis niet worden gekwalificeerd als echtelijke woning van partijen. Dit betekent dat het verzoek van de man met betrekking tot het vakantiehuis niet kan worden geschaard onder de limitatieve opsomming van de voorlopige voorzieningen die op grond van artikel 822 Rv kunnen worden verzocht. De man wordt ten aanzien van dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

5. De beslissing

De rechtbank:

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek met betrekking tot het vakantiehuis in Turkije;

wijst de overige verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Overmars, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S. Bien, griffier, op 10 oktober 2025.

Partij

de man

Zaak

de man / de vrouw

Berekening

behoefte kind 1 en kind 2

Tarieven

2024-2

Datum uitdraai

15-10-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

155.542

In het loon volgens jaaropgaaf begrepen

- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto

-

8.640

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

146.902

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

146.902

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

146.902

- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)

14.084

- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517

13.834

- Schijf 2, 49,5% over € 75.518 of meer

35.335

95

Inkomensheffing box 1

63.253

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

146.902

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

63.253

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

63.253

Inkomen na aftrek inkomensheffing

83.649

120

Besteedbaar inkomen

83.649

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

83.649

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

6.971

Partij

de vrouw

Zaak

de man / de vrouw

Berekening

behoefte kind 1 en kind 2

Tarieven

2024-2

Datum uitdraai

15-10-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

114.889

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

114.889

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

114.889

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

114.889

- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)

14.084

- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517

13.834

- Schijf 2, 49,5% over € 75.518 of meer

19.489

95

Inkomensheffing box 1

47.407

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

114.889

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

47.407

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

3.604

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

43.803

Inkomen na aftrek inkomensheffing

71.086

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

0

jaar

Arbeidskorting

654

jaar

Combinatiekorting

2.950

jaar

120

Besteedbaar inkomen

71.086

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

71.086

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

5.924

NBGI voor scheiding

Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding

NBI voor scheiding de man

6.971

NBI voor scheiding de vrouw

5.924

Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding

12.895

Eigen aandeel kosten kinderen

Eigen aandeel kosten kinderen

Ouders hebben in gezinsverband geleefd

ja

NBGI voor scheiding

12.895

Tabel aantal kinderen

2

Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel

1.470

#

Indexeren

ja

Startjaar

2024

Eindjaar

2025

Eigen aandeel ouders geïndexeerd

1.566

Behoefte obv 60% norm

Netto Behoefte

Netto gezinsinkomen

12.895

Af: kosten van de kinderen

-

1.470

Saldo

11.425

Netto behoefte obv 60%

6.855

Netto behoefte

6.855

#

Indexeren

ja

Startjaar

2024

Eindjaar

2025

Netto behoefte geïndexeerd

7.301

Partij

de man

Zaak

de man / de nieuwe partner man

Berekening

Behoefteberekening 4 kinderen

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

15-10-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

155.542

In het loon volgens jaaropgaaf begrepen

- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto

-

8.640

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

146.902

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

146.902

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

146.902

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

13.769

- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817

14.383

- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer

34.692

95

Inkomensheffing box 1

62.844

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

146.902

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

62.844

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

62.844

Inkomen na aftrek inkomensheffing

84.058

Totale inkomsten

84.058

120

Besteedbaar inkomen

84.058

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

84.058

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

7.005

Partij

de nieuwe partner man

Zaak

de man / de nieuwe partner man

Berekening

Behoefteberekening 4 kinderen

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

15-10-2025

Besteedbaar inkomen (113-120)

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

3.068

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

3.068

jaar

NBGI voor scheiding

Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding

NBI voor scheiding de man

7.005

Bij: Kindgebonden budget voor scheiding

190

Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding

7.195

Eigen aandeel kosten kinderen

Eigen aandeel kosten kinderen

Ouders hebben in gezinsverband geleefd

ja

NBGI voor scheiding

7.195

Tabel aantal kinderen

4

Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel

2.148

#

Indexeren

nee

Partij

de man

Zaak

de man / de vrouw

Berekening

draagkrachtberekening 2

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

15-10-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon (41-50)

41

Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking

142.093

44

Vakantietoeslag

11.367

47

13de maand/14de periode

11.841

49b

Overige bruto arbeidsinkomsten

6.600

49c

Individueel keuze budget (IKB/PKB)

16.530

Bruto inkomsten

188.431

Premies (51-59)

Pensioenpremie

51

Ingehouden pensioenpremie

-

4.176

53

Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat

-

72

54

Loon voor de premies werknemersverzekeringen

184.183

59

Inkomsten

184.183

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

184.183

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

184.183

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

13.769

- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817

14.383

- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer

53.146

95

Inkomensheffing box 1

81.298

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

184.183

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

81.298

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

2.986

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

78.312

Inkomen na aftrek inkomensheffing

105.871

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

0

jaar

Combinatiekorting

2.986

jaar

120

Besteedbaar inkomen

105.871

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

105.871

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

8.823

120b

Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)

105.871

120b

Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)

8.823

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

8.823

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

1.310

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

1.310

136a

Draagkrachtruimte

7.513

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

5.259

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

5.259

Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie

Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie

120b

Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie

8.823

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122b

Kosten van levensonderhoud

1.310

123b

Woonbudget

2.647

135b

Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie

3.957

136b

Draagkrachtruimte

4.866

Draagkracht tbv partneralimentatie

136b

Draagkrachtruimte

4.866

137b

Draagkrachtpercentage

%

60

Draagkracht tbv partneralimentatie

2.920

140

Beschikbaar

2.920

Partneralimentatie (141-144)

141

Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)

-

1.716

Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie

-

1.932

Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)

-

3.648

142

Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen

0

Berekende ruimte voor partneralimentatie

-728

143

Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel

0

144

Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)

0

Specificaties voor post: 144

Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 0 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van €

184.183

jaar

Of per maand

0

maand

Het resultaat van de brutering is per jaar

0

jaar

Partij

nieuwe partner man

Zaak

de man / de vrouw

Berekening

draagkrachtberekening 2

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

15-10-2025

Besteedbaar inkomen (113-120)

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

3.068

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

3.068

jaar

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht wordt berekend op basis van

Tabel

Afwijken van de tabel?

nee

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

50

Partij

de vrouw

Zaak

de man / de vrouw

Berekening

draagkrachtberekening 2

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

15-10-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon (41-50)

41

Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking

102.875

44

Vakantietoeslag

8.230

47

13de maand/14de periode

8.573

49a

Belaste onkostenvergoeding

1.464

49c

Individueel keuze budget (IKB/PKB)

11.529

Bruto inkomsten

132.671

Premies (51-59)

Pensioenpremie

51

Ingehouden pensioenpremie

-

3.540

53

Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat

-

72

54

Loon voor de premies werknemersverzekeringen

129.059

59

Inkomsten

129.059

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

129.059

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

129.059

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

13.769

- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817

14.383

- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer

25.859

95

Inkomensheffing box 1

54.011

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

129.059

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

54.011

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

2.988

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

51.023

Inkomen na aftrek inkomensheffing

78.036

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

0

jaar

Arbeidskorting

2

jaar

Combinatiekorting

2.986

jaar

Bij: Kindgebonden budget

1.265

120

Besteedbaar inkomen

79.301

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

79.301

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

6.608

120b

Af: correctie kindgebonden budget

-

1.265

Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)

78.036

120b

Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)

6.503

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

6.608

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

1.310

123a

Woonbudget

1.982

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

3.292

136a

Draagkrachtruimte

3.316

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

2.321

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

2.321

Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie

Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie

120b

Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie

6.503

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122b

Kosten van levensonderhoud

1.310

123b

Woonbudget

1.951

135b

Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie

3.261

136b

Draagkrachtruimte

3.242

Draagkracht tbv partneralimentatie

136b

Draagkrachtruimte

3.242

137b

Draagkrachtpercentage

%

60

Draagkracht tbv partneralimentatie

1.945

140

Beschikbaar

1.945

Partneralimentatie (141-144)

141

Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)

-

1.280

Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie

-

0

Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)

-

1.280

142

Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen

0

Berekende ruimte voor partneralimentatie

665

143

Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel

665

144

Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)

1.063

Specificaties voor post: 144

In de schijf van 37,48% valt € 7.980, € 7.980 x ( 100 / (100 - 37,48))

12.764

jaar

In de schijf van 37,48% valt € 0, € 0 x ( 100 / (100 - 37,48))

0

jaar

In de schijf van 35,82% valt € 0, € 0 x ( 100 / (100 - 35,82))

0

jaar

Of per maand

1.063

maand

Het resultaat van de brutering is per jaar

12.764

jaar

Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 7.980 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van €

129.059

jaar

Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen

Zaak

de man / de vrouw

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

15-10-2025

de man

nieuwe partner man

de vrouw

Kindgebonden budget na scheiding

0

0

63

Alleenstaande ouderkop

0

0

42

Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)

8.823

0

6.608

Aantal kinderen

6

Kind6

Kind5

Kind4

Kind3

Kind2

Kind1

Leeftijd

6

6

1

1

0

5

Woont bij

AP

1

1

1

1

0

0

AG

0

0

0

0

1

1

Ex-partner

0

0

0

0

0

0

Zorgkorting de vrouw

%

0

0

0

0

0

0

Zorgkorting de man

%

0

0

0

0

5

5

Zorgkorting tbv.

Geen

Geen

Geen

Geen

AP

AP

Kind6

Kind5

Kind4

Kind3

Kind2

Kind1

Totaal

Bijdrage ouders in kosten kinderen

€ p/m

537

537

537

537

783

783

3.714

Netto kinderopvangkosten na scheiding

€ p/m

0

0

0

0

715

715

1.430

Overige kosten kinderen na scheiding

€ p/m

0

0

0

0

0

0

0

Totale kosten kinderen na scheiding

€ p/m

537

537

537

537

1.498

1.498

5.144

Zorgkorting

€ p/m

0

0

0

0

39

39

78

Draagkracht

de man

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

549

549

549

549

1.531

1.531

5.259

Draagkracht de man per kind

€ p/m

537

537

537

537

1.556

1.556

5.259

nieuwe partner man

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

0

0

0

0

0

0

0

Draagkracht de man

€ p/m

0

0

0

0

0

0

Totaal draagkracht de man & nieuwe partner

€ p/m

0

0

0

0

0

Draagkracht de man (eventueel na vergelijking)

€ p/m

0

0

0

0

Verschil

€ p/m

0

0

0

0

Draagkracht de man (na vergelijking met nieuwe partner en correctie)

€ p/m

537

537

537

537

1.556

1.556

de vrouw

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

0

0

0

0

1.161

1.161

2.321

Draagkracht de vrouw per kind

€ p/m

0

0

0

0

1.161

1.161

2.321

Draagkracht de vrouw

€ p/m

0

0

0

0

1.161

1.161

2.321

Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind

€ p/m

2.716

2.716

5.432

Bijdrage kosten kinderen

Aandeel de man

€ p/m

858

858

1.716

Af: zorgkorting

€ p/m

- 0

- 0

- 0

- 0

- 39

- 39

- 78

Ten laste van de man na aftrek zorgkorting

€ p/m

819

819

1.638

Aandeel de vrouw

€ p/m

640

640

1.280

Af: zorgkorting

€ p/m

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

Ten laste van de vrouw na aftrek zorgkorting

€ p/m

640

640

1.280

Aandeel nieuwe partner van de man in de kosten van de stiefkinderen

€ p/m

0

0

0

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?