ECLI:NL:RBAMS:2025:8084

ECLI:NL:RBAMS:2025:8084, Rechtbank Amsterdam, 30-09-2025, 11595498 \ CV EXPL 25-4375

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 30-09-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer 11595498 \ CV EXPL 25-4375
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vordering tot betaling tandartsrekening. Beide ouders zijn hoofdelijk gehouden tot betaling. Omdat de vader de procedure had kunnen voorkomen wordt hij veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11595498 \ CV EXPL 25-4375

Vonnis van 30 september 2025

in de zaak van

INFOMEDICS B.V.,

gevestigd te Almere,

eisende partij,

hierna te noemen: Infomedics,

gemachtigde: mr. H.R. Yücesan,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij.

hierna te noemen: [gedaagde 1] ,

procederend in persoon,

en

2. 2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,

gemachtigde: mr. J. du Bois.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 5 maart 2025, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties, van [gedaagde 1] ,

- de conclusie van antwoord, met producties, van [gedaagde 2] ,

- het instructievonnis van 3 juni 2025,

- de dagbepaling van de mondelinge behandeling,

- de aktes van rectificatie partijaanduiding,

- de aanvullende productie van [gedaagde 2] .

Op 2 september 2025 heeft de kantonrechter [gedaagde 1] per e-mail verzocht om zijn verzekeringspolis van het jaar 2023 mee te nemen naar de mondelinge behandeling. [gedaagde 1] heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling per e-mail laten weten dat hij niet bekend was met de geplande zitting en aangegeven dat hij daarom niet aanwezig zou zijn.

Op 3 september 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Infomedics is de gemachtigde verschenen. [gedaagde 2] is verschenen en bijgestaan door haar gemachtigde. [gedaagde 1] is niet verschenen. De kantonrechter heeft te zitting geconstateerd dat [gedaagde 1] behoorlijk is opgeroepen. Daarnaast heeft de kantonrechter geconstateerd dat de zittingsdatum is vermeld in zowel de akte van rectificatie partijaanduiding als in het begeleidend schrijven van de aanvullende productie van [gedaagde 2] die eveneens aan [gedaagde 1] is gestuurd. Omdat [gedaagde 1] behoorlijk is opgeroepen en hij uit de hiervoor genoemde stukken had kunnen opmaken op welke datum de mondelinge behandeling zou plaatsvinden, heeft de kantonrechter ter zitting besloten om de mondelinge behandeling doorgang te laten vinden.

De gemachtigde van [gedaagde 2] heeft tijdens de zitting spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Deze spreekaantekeningen zijn in het dossier gevoegd. Partijen zijn daarna gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, die eveneens in het dossier zijn gevoegd. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2. De feiten

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn met elkaar getrouwd geweest en hebben samen drie kinderen, onder wie hun minderjarige zoon [minderjarige] , over wie zij gezamenlijk ouderlijk gezag hebben. [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij [gedaagde 2] .

[minderjarige] heeft op 19 september 2023 en 10 oktober 2023 tandartsbehandelingen ondergaan bij [naam vof] (hierna: de zorgverlener). De zorgverlener heeft de uit deze behandeling voortvloeiende vordering overgedragen aan Infomedics.

Infomedics heeft aan [gedaagde 1] een factuur € 701,71 (gedateerd 17 februari 2024) gestuurd voor de kosten van de behandeling.

Bij brief van 13 september 2024 is [gedaagde 2] door Infomedics aangemaand tot betaling van het openstaande bedrag. Vervolgens heeft Infomedics [gedaagde 1] bij brief van 18 oktober 2024 aangemaand tot betaling.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben de factuur onbetaald gelaten.

3. Het geschil

Infomedics vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 701,71 en de kosten van deze procedure.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren beiden verweer.

[gedaagde 1] stelt dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de tandartsbehandeling. Daarnaast is [gedaagde 2] volgens [gedaagde 1] verantwoordelijk voor de betaling van de factuur, omdat [minderjarige] bij [gedaagde 2] zijn hoofdverblijf heeft en [gedaagde 2] kinderalimentatie ontvangt. [gedaagde 1] heeft verder veel verblijfoverschrijdende kosten betaald, terwijl die kosten door [gedaagde 2] betaald moeten worden en de vergoeding van de verzekering dekt deze kosten onvoldoende, aldus [gedaagde 1] .

[gedaagde 2] stelt dat [gedaagde 1] tijdens een vakantie zelf met [minderjarige] naar een spoedtandarts is geweest in de aanloop van de behandeling en nooit eerder bezwaar heeft gehad tegen tandartsbehandelingen. Daarnaast worden de tandartskosten volgens [gedaagde 2] volledig vergoed door de zorgverzekeraar van [gedaagde 1] , maar weigert [gedaagde 1] de factuur bij de zorgverzekering in te dienen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ambtshalve toetsing

De medische behandelovereenkomst die aan de gecedeerde vordering(en) ten grondslag ligt, is gesloten tussen een zorgverlener en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als consumenten. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.

Toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een medische behandelovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d BW is uitgezonderd van de betreffende afdeling uit het BW.

De kantonrechter is wel gehouden ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Infomedics stelt dat de zorgverlener en Infomedics dezelfde algemene betalingsvoorwaarden hanteren.

Op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ambtshalve tarieven en prestatiebeschrijvingen vast. De hoofdsom is op deze tarieven gebaseerd, zodat de hoofdsom in beginsel toewijsbaar is en aan een beoordeling van het geschil tussen partijen wordt toegekomen.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten € 701,71 aan Infomedics betalen

Niet in geschil is dat [minderjarige] tandheelkundige behandelingen heeft ondergaan en dat de factuur voor deze behandelingen niet is betaald. De hoogte van de factuur is niet door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betwist. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] twisten echter over de vraag wie is gehouden de factuur te betalen. De kantonrechter oordeelt dat zij beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de kosten die verbonden zijn aan de medische verzorging van hun kind. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt.

Anders dan [gedaagde 1] heeft gesteld, maakt het niet uit of hij heeft ingestemd met de behandelovereenkomst. Uit de jurisprudentie volgt namelijk dat als niet met zoveel woorden is uitgesproken of ouders bij de totstandkoming van de overeenkomst voor zichzelf of in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger handelden of in beide hoedanigheden tegelijkertijd optraden, ervan wordt uitgegaan dat zij de overeenkomst als wettelijk vertegenwoordigers van hun kind, en dus uitsluitend in naam van het kind, hebben gesloten. Daarvan is in deze zaak sprake. Onduidelijk is namelijk of bij de totstandkoming van de overeenkomst iets is gezegd over in welke hoedanigheid [gedaagde 2] optrad. Bovendien blijkt uit de omstandigheid dat Infomedics de factuur op naam van [minderjarige] [gedaagde 1] heeft gesteld dat de zorgverlener de overeenkomst ook heeft opgevat als dat die uitsluitend in naam van [minderjarige] is afgesloten. Verder heeft [gedaagde 1] geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan de conclusie zou kunnen worden getrokken dat [gedaagde 2] de behandelovereenkomst (mede) in persoon is aangegaan. Dit betekent dat Infomedics, aangezien [minderjarige] jonger dan veertien jaar en dus minderjarig is, terecht beide wettelijk vertegenwoordigers – in die hoedanigheid – in rechte voor de factuur heeft aangesproken. [gedaagde 1] is als wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige] dus eveneens aansprakelijk voor de kosten verbonden aan de medische verzorging van zijn kind. De vordering tot betaling van de factuur wordt dan ook toegewezen.

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dit betekent dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beiden kunnen worden gedwongen om het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer aan Infomedics te betalen. [gedaagde 2] heeft gevraagd alleen [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling van de hoofdsom, maar die vraag ziet op een geschil tussen gedaagden onderling over hoe deze kosten tussen beiden verdeeld zouden moeten worden. Die vraag maakt echter geen onderdeel uit van deze procedure, zodat de kantonrechter daarover niet zal oordelen. Infomedics staat buiten dit geschil van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

De proceskosten

Hoewel bij een veroordeling van twee of meer partijen tot betaling van de proceskosten als uitgangspunt geldt dat zij ieder voor het geheel aansprakelijk zijn, kan de rechter in de omstandigheden van het geval aanleiding zien om anders te bepalen. De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak aanleiding bestaat om alleen [gedaagde 1] te veroordelen in de proceskosten. Daarvoor is het volgende redengevend.

[gedaagde 2] heeft gesteld dat [minderjarige] bij [gedaagde 1] is meeverzekerd. Dit is niet door [gedaagde 1] weersproken, zodat de kantonrechter hiervan uitgaat. Dit wordt overigens bevestigd door de omstandigheid dat uit de e-mail van 10 oktober 2023 van de zorgverlener aan [gedaagde 1] blijkt dat de factuur aan [gedaagde 1] is verstuurd, omdat [minderjarige] op de zorgverzekeringspolis van [gedaagde 1] verzekerd is. Verder volgt uit deze e-mail dat de kosten van de behandeling – na indiening bij de zorgverzekeraar – volledig vergoed zullen worden door de zorgverzekeraar, omdat [minderjarige] minderjarig is. [gedaagde 1] heeft overigens ook niet weersproken dat de kosten van de tandartsbehandelingen volledig door de zorgverzekeraar zullen worden vergoed.

Het voorgaande brengt met zich dat [gedaagde 1] deze procedure had kunnen voorkomen door de factuur in te dienen bij zijn zorgverzekeraar. Dit heeft hij echter bewust niet gedaan. Door zijn weigerachtige houding heeft [gedaagde 1] zowel Infomedics als [gedaagde 2] op kosten gejaagd. Dit kan hem naar het oordeel van de kantonrechter in het kader van de vraag wie de proceskosten van Infomedics dient te betalen, aangerekend worden. De omstandigheid dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een geschil hebben over de vraag wie andere (zorg)kosten dient te betalen en over de vraag of [minderjarige] bij [gedaagde 2] kan worden meeverzekerd, maakt dit niet anders. Dat geschil valt namelijk buiten het bestek van deze procedure en doet bovendien niet af aan de mogelijkheid van [gedaagde 1] om de factuur volledig door zijn zorgverzekeraar te laten vergoeden.

[gedaagde 1] zal dan ook veroordeeld worden tot betaling van de proceskosten van Infomedics. Voor de vordering van [gedaagde 2] tot toewijzing van haar proceskosten bestaat geen grondslag, aangezien zij in deze procedure geen tegenpartij van [gedaagde 1] is. De proceskosten van Infomedics worden begroot op € 800,47 en bestaan uit de kosten van de dagvaarding (€ 122,97), het griffierrecht (€ 340,-), het salaris van de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en de nakosten (€ 67,50), welke nakosten worden vermeerderd met de kosten van betekening zoals in de beslissing vermeld.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan Infomedics een bedrag van € 701,71 te betalen,

veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten, aan de zijde van Infomedics begroot op € 800,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 30 september 2025.

64813

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.D. Coumou

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?