RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11730427 \ CV EXPL 25-7879
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 24 september 2025
in de zaak van
[eiser] (handelend onder de naam [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. Leung,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. N.P. Scholte.
Bij dagvaarding van 24 april 2025, met producties, heeft [eiser] een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft op 5 juni 2025 een conclusie van antwoord teven conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties, genomen. Op 24 september 2025 heeft [eiser] een conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie ingediend.
Op 24 september 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De zaak is behandeld door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en mr. M.E. Zwart da Silva Palma als griffier.
[eiser] is verschenen, namens zijn gemachtigde bijgestaan door mr. R. Warning. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens heeft de kantonrechter na een korte schorsing de behandeling van de zaak gesloten en op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1. De beoordeling
[eiser] heeft in september/oktober 2024, in opdracht van [gedaagde] , het dak van de uitbouw van de woning aan de [adres] gerenoveerd. [gedaagde] heeft de factuur voor de dakrenovatie onbetaald gelaten. [eiser] vordert daarom in deze procedure betaling van € 3.630,-, vermeerderd met incassokosten en rente, en de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert verweer en stelt dat de werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd. Zij vordert in reconventie voorwaardelijk – indien in conventie wordt beslist dat [eiser] een vordering heeft op [gedaagde] – een schadevergoeding van € 6.690,50, vermeerderd met rente, en vergoeding van de proceskosten. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af en komt daarom niet toe aan de vorderingen in (voorwaardelijke) reconventie. Die beslissingen worden hierna toegelicht
Ambtshalve toetsing
Omdat de overeenkomst door een professionele partij is gesloten met een consument, moet de kantonrechter ambtshalve toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Naar het oordeel van de kantonrechter zijn er geen afspraken gemaakt die niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. De offerte en factuur bevatten geen oneerlijke bedingen en er is niet gesteld of gebleken dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn.
Tekortkoming in de nakoming
Uit de door [eiser] overgelegde offerte en factuur blijkt dat de renovatiewerkzaamheden aan het platte dak onder meer bestonden uit het verwijderen van het houten onderdak en het plaatsen van nieuwe houten panelen, bitumen, trimmen en lood. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] de werkzaamheden zoals vermeld op de offerte en factuur heeft uitgevoerd. De stelling van [eiser] dat hij alleen werkzaamheden aan de zijkant van het dak heeft verricht is daarmee niet verenigbaar, zodat daaraan voorbij wordt gegaan.
In oktober 2024 heeft GE Vastgoed de staat van het dak beoordeeld en haar bevindingen vastgelegd in een expertiserapport. Uit het rapport volgt dat de lekkages zijn ontstaan door het ondeugdelijk aanbrengen van nieuwe dakbedekking en loodwerk op de uitbouw. Het rapport ziet naar het oordeel van de kantonrechter op de werkzaamheden die [eiser] heeft verricht en maakt duidelijk dat deze niet goed zijn uitgevoerd en het dak hersteld moet worden. Dat het rapport betrekking heeft op een ander dak acht de kantonrechter niet aannemelijk en blijkt nergens uit. [eiser] is dan ook tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst en heeft daarom geen recht op betaling van de factuur.
Ingebrekestelling
Dat [gedaagde] [eiser] niet schriftelijk in gebreke heeft gesteld doet daar niet aan af. [eiser] heeft [gedaagde] immers, nadat [gedaagde] haar ontevredenheid over de werkzaamheden kenbaar had gemaakt, op agressieve wijze benaderd en met een klauwhamer haar voordeurruit vernield. Gelet op de gepleegde vernieling, waarvoor [eiser] strafrechtelijk is veroordeeld, kon van [gedaagde] in redelijkheid niet worden gevergd dat zij [eiser] nogmaals de gelegenheid zou bieden om de werkzaamheden alsnog deugdelijk uit te voeren.
De vorderingen in conventie worden afgewezen. Aan de voorwaardelijke vorderingen in reconventie wordt daarom niet toegekomen.
Proceskosten
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 543,50, bestaande uit het salaris van de gemachtigde (2x € 238,-) en de nakosten (€ 67,50).
2. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op 543,50, eventueel te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis,
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, bij diens afwezigheid ondertekend door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 24 september 2025.
Dit proces-verbaal is opgemaakt door de kantonrechter.