BesteRECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
Beslissing
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/5660
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 oktober 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. C.J. Telting).
De voorzieningenrechter:
- bepaalt dat verweerder een voorschot van € 1.250,- uiterlijk morgen aan eiser moet uit betalen onder de overweging dat verweerder uiterlijk op 7 november 2025 een beslissing op bezwaar neemt;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden.
Procesverloop
Met het bestreden besluit van 22 juli 2025 heeft verweerder de bijstandsuitkering van verzoeker opgeschort. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Met het besluit van 28 juli 2025 heeft verweerder de bijstandsuitkering van verzoeker vanaf 22 juli 2025 stopgezet. Het recht op uitkering is ingetrokken, omdat verzoeker niet naar de afspraak op kantoor is gekomen. Hiertegen loopt een bezwaarprocedure.
Vervolgens heeft verweerder met het besluit van 31 juli 2025 de te veel ontvangen bijstand teruggevorderd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
2. Niet is in geschil dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeker onbestreden heeft verklaard dat hij 3,5 maand achterloopt in de betaling van zijn huur. Ook loopt hij achter met de betaling van zijn zorgverzekering. Bij het verder achterwege blijven van zijn huur dreigt verzoeker zijn woning kwijt te raken.
3. Ter zitting is gebleken dat eiser op 13 oktober 2025 een nieuwe aanvraag voor levensonderhoud heeft ingediend en dat er op 20 oktober 2025 een gesprek heeft plaatsgevonden met de handhaver en verzoeker. De gemachtigde van verweerder gaf aan dat zij in het systeem kon zien dat handhaving een positief advies heeft afgegeven. De verwachting is dan ook dat verzoekers uitkering zal worden hervat.
4. De voorzieningenrechter heeft vervolgens als voorlopige voorziening een voorschot van € 1.250,- toegekend aan verzoeker, gerelateerd aan de bijstandsnorm voor een alleenstaande. Verweerder dient het voorschot uiterlijk morgen aan verzoeker uit te betalen onder de overweging dat de gemeente uiterlijk op 7 november 2025 een beslissing op het bezwaar neemt, zodat niet langer onduidelijkheid bestaat over de situatie.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2025 door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: