beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/777177 – FA RK 25/7920
kenmerk: ZM/IND/179239
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 4 november 2025 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 oktober 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 november 2025 in het gebouw van de rechtbank. Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsman;
- dhr. [naam 1] , waarnemend psychiater;
- dhr. [naam 2] , spv-er.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De advocaat heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat betrokkene op de hoogte was van de mondelinge behandeling, maar heeft aangegeven niet gehoord te willen worden. De advocaat acht zich in staat om namens betrokkene een standpunt in te nemen. De rechtbank is daarop met instemming van de advocaat overgegaan tot de mondelinge behandeling zonder aanwezigheid van betrokkene.
2. Beoordeling
De advocaat heeft namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek verzocht, nu er volgens hem geen sprake is van een psychische stoornis. De advocaat heeft aangevoerd dat betrokkene geen bemoeienis van behandelaren wil en graag zijn leven weer wil oppakken.
De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat hij geen twijfels heeft over de gestelde diagnose en dat er sprake is van een psychische stoornis in de vorm van schizofrenie. Volgens de psychiater is betrokkene momenteel stabiel, maar komt dit mede door de medicatie. De spv’er heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat betrokkene het niet eens is met de behandeling en zich verzet tegen de medicatie. Hij neemt de medicatie wel in, maar volgens de spv’er is dit omdat er een zorgmachtiging is. Om de stabiliteit te waarborgen en om snel in te kunnen grijpen als het toch misgaat, acht de psychiater een zorgmachtiging noodzakelijk.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat de stoornis van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. De psychiater, de spv-er en de onafhankelijk psychiater hebben voldoende onderbouwd dat betrokkene zonder zorgmachtiging zal stoppen met de medicatie, waardoor de kans op ontregeling aanzienlijk is.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk gedurende twaalf maanden:
toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, telkens voor maximaal drie maanden per keer;
beperken van de bewegingsvrijheid, telkens voor maximaal drie maanden per keer;
insluiten, telkens voor maximaal één week per keer;
uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens voor maximaal één week per keer;
onderzoek aan kleding of lichaam, telkens voor maximaal drie maanden per keer;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, telkens voor maximaal drie maanden per keer;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, telkens voor maximaal drie maanden per keer;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
opnemen in een accommodatie, telkens voor maximaal drie maanden per keer.
De rechtbank zal, zoals door de advocaat is verzocht, de verplichte zorg in de vorm van ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ in duur beperken te weten voor telkens maximaal één week per keer.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 4 november 2026.
Deze beschikking is op 4 november 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A. van Luijck, rechter, bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 7 november 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.