RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het op 3 september 2025 ingekomen en onder rekestnummer C/13/775118 / HA RK 25- 296 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende te [woonplaats] ,
gemachtigde [gemachtigde] ,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1. Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 september 2025 met daarin opgenomen het verzoek tot wraking.
De rechter heeft niet in de wraking berust.
2. De feiten en het verzoek
Verzoeker is gedaagde in conventie, eiser in reconventie in de procedure met zaaknummer 11438091 / CV EXPL 24-15523 die bij de rechter in behandeling is.
Bij de mondelinge behandeling op 2 september 2025 was onder andere aanwezig, mevrouw [naam] , partner van verzoeker, door hem gemachtigd om hem ter zitting te vertegenwoordigen. Blijkens het proces-verbaal heeft zij bij aanvang van de behandeling verzocht de zitting aan te houden, omdat zij zonder kennis van het dossier en de stukken aanwezig was. Nadat de wederpartij zich tegen aanhouding had verzet, heeft de rechter het aanhoudingsverzoek afgewezen. Mevrouw [naam] heeft hierna met toestemming van de rechter gebeld met de gemachtigde van verzoeker zodat hij telefonisch bij de mondelinge behandeling aanwezig kon zijn. Deze gemachtigde heeft vervolgens de volgende wrakingsgronden geformuleerd:
“De herhaalde beslissing om cliënte te laten deelnemen zonder juridische bijstand, dan wel zonder behoorlijke bestudering van de stukken, wat voor een objectieve buitenstaander lijkt alsof de rechter niet onbevangen en open oordeelt. En dat op voorhand zonder inhoudelijke reden het uitstelverzoek is afgewezen.”
3. De beoordeling
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn
aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.
In zijn arrest van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.
Het bezwaar van verzoeker betreft een beslissing van de rechter om de behandeling van de zaak niet aan te houden. Een rechterlijke beslissing kan echter geen grond voor wraking opleveren zoals is beslist in het hierboven genoemde arrest. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven. De stelling dat het uitstelverzoek zonder inhoudelijke reden is afgewezen is overigens niet juist. De rechter heeft zijn beslissing toegelicht.
Omdat verzoeker het middel tot wraking, lichtvaardig, want zonder redelijke grond heeft ingezet, is sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking in de zaak niet in behandeling worden genomen.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
wijst het verzoek tot wraking af;
bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de zaak met bovenstaand zaaknummer niet in behandeling wordt genomen.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.