ECLI:NL:RBAMS:2025:8569

ECLI:NL:RBAMS:2025:8569, Rechtbank Amsterdam, 28-10-2025, 10781167 \ CV EXPL 23-14233

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer 10781167 \ CV EXPL 23-14233
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verstek. Informatieplichten kunnen niet ambtshalve worden getoetst, omdat niet kan worden vastgesteld dat gedaagde het toegelichte bestelproces, waarvan de schermafdrukken ongedateerd zijn, heeft doorlopen. Vordering afgewezen op stelplicht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10781167 \ CV EXPL 23-14233

Vonnis van 28 oktober 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INNOVA ENERGIE B.V.,

gevestigd te Delft,

eisende partij,

gemachtigde: B.E.J. Caminada,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 20 oktober 2023, met producties,

- het tegen gedaagde partij verleende verstek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen eisende partij als handelaar en gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. De kantonrechter moet onder meer onderzoeken of eisende partij de op haar rustende informatieplichten heeft nageleefd.

Eisende partij stelt dat de overeenkomst tussen partijen op afstand is gesloten, via de website van een tussenpersoon, te weten www.pricewise.nl. Eisende partij stelt dat de tussenpersoon aan de informatieplichten heeft voldaan en verwijst naar schermafdrukken van het online bestelproces van Pricewise.

Als onvoldoende gemotiveerd wordt gesteld dat tegenover de gedaagde partij is voldaan aan de informatieplichten, kan de vordering niet worden toegewezen. In dit verband wordt verwezen naar het Arvato-arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677, rechtsoverweging 3.1.17). Geoordeeld wordt dat hiervan sprake is. Weliswaar stelt eisende partij in de dagvaarding op zeer uitgebreide wijze dat Pricewise heeft voldaan aan haar informatieplichten, maar dat kan aan de hand van de gegeven onderbouwing niet worden vastgesteld. Eisende partij heeft haar stellingen namelijk onderbouwd met ongedateerde schermafdrukken. De overeenkomst tussen partijen is gesloten op 18 januari 2022, zodat schermafdrukken van het bestelproces van dat jaar moeten worden overgelegd. Nu de schermafdrukken niet zijn gedateerd, heeft eisende partij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat gedaagde partij het bestelproces, zoals weergegeven in de schermafdrukken, destijds onder ogen heeft gekregen. Hierdoor kan niet worden getoetst of tegenover de gedaagde partij aan de informatieplichten is voldaan.

De voor de beoordeling van belang zijnde feiten zijn door eisende partij dan ook niet volledig aangevoerd, waardoor (de totstandkoming van) de overeenkomst niet kan worden getoetst. Eisende partij heeft daardoor niet voldaan aan haar stelplicht en dat leidt tot afwijzing van de vordering.

Eisende partij, althans haar voormalig gemachtigde, wordt als repeatplayer geacht op de hoogte te zijn van de informatie en stukken die moeten worden verstrekt als de gedaagde partij een consument is. Krachtens vast (sinds oktober 2019 geldend) beleid van deze rechtbank wordt geen tussenvonnis meer gewezen om ontbrekende informatie en stukken op te vragen.

Ten overvloede wordt overwogen dat ook als vastgesteld had kunnen worden dat de overgelegde schermafdrukken het bestelproces uit het jaar 2022 zouden weergeven, de bestelknop niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 6:230v lid 3 van het Burgerlijk Wetboek. Op de knop waarmee het online bestelproces wordt afgerond staat namelijk ‘Bevestig je aanvraag’. Uit de bewoordingen op die knop blijkt niet dat er met het klikken daarop een betalingsverplichting wordt aangegaan. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft herhaaldelijk bevestigd dat in dit verband uitsluitend rekening mag worden gehouden met de woorden die op de knop staan waarmee het bestelproces wordt afgerond en niet met de overige omstandigheden, de context of de ruimte rondom de knop. Verwezen wordt naar het Fuhrmann-arrest (ECLI:EU:C:2022:269). Als niet aan de bestelknop-verplichting is voldaan, zo volgt uit deze jurisprudentie, alsook uit de Richtlijn consumentenrechten (2011/83/EU), is de consument niet aan de overeenkomst gebonden.

Wat eisende partij verder nog over de bestelknop en een eventueel op te leggen sanctie in de dagvaarding heeft aangevoerd, is voor de beoordeling van deze vordering niet van belang, omdat de vordering wordt afgewezen op grond van de stelplicht (vanwege het niet kúnnen toetsen) en niet op grond van het niet naleven van informatieplichten. Maar ook als dat anders zou zijn, kan het standpunt van eisende partij haar niet baten. Dat het vóór het Fuhrmann-arrest niet duidelijk zou zijn dat alleen mag worden gekeken naar de woorden op de knop, is niet juist. De eisen waaraan een bestelknop moet voldoen staan al in de wet sinds 13 juni 2014. Vanaf dat moment had eisende partij hiermee dus rekening kunnen houden. In artikel 6:230v lid 3 BW staat expliciet: “Een knop of soortgelijke functie wordt daartoe op een goed leesbare wijze aangemerkt met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt.” Bovendien is het vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EU (verwezen wordt naar het RWE-arrest van 21 maart 2013, ECLI:EU:C:2013:180) dat als het Hof een voorschrift verklaart of preciseert (zoals in het Fuhrmann-arrest), deze uitleg moet worden verstaan en toegepast vanaf het tijdstip van de inwerkingtreding van het betreffende voorschrift. Hieruit volgt dat het uitgelegde voorschrift door de rechter ook moet worden toegepast op rechtsbetrekkingen die zijn ontstaan en tot stand gekomen vóór het arrest. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, die hier niet aan de orde zijn, kunnen hier beperkingen aan worden gesteld. Wat eisende partij overigens nog stelt, kan vanwege het voorgaande niet leiden tot een andere uitkomst.

Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

3. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vordering af,

veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.

991

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?