RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11342235 \ CV EXPL 24-12763
Vonnis van 18 november 2025
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. R. Koot (DAS),
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AXXENT NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Axxent,
gemachtigde: mr. G.L.E. Kemerink op Schiphorst.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 september 2024 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het tussenvonnis van 13 mei 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
De mondelinge behandeling heeft op 23 september 2025 plaatsgevonden. [eiser] is verschenen met zijn gemachtigde. Namens Axxent is verschenen de heer [naam] (manager technische dienst) met de gemachtigde en diens kantoorgenoot mr. A. Schuurman. [eiser] heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling nadere stukken in het geding gebracht, waaronder een akte vermindering van eis met een nadere productie. Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht, Axxent mede aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna hebben partijen verzocht om vonnis te wijzen en is een datum voor vonnis bepaald.
2. De feiten
Axxent heeft op 29 juni 2020 voor het eerst een offerte uitgebracht aan [eiser] voor de levering en plaatsing van kunststof kozijnen in de achtergevel van zijn woning. [eiser] heeft de originele offerte tijdens de mondelinge behandeling getoond. Op deze offerte staat niet zijn handtekening en op de achterkant staan algemene voorwaarden afgedrukt. Verder wordt in deze offerte uitgegaan van witte kozijnen en een aanneemsom van € 29.850,00 exclusief kraanhuur. [eiser] heeft deze offerte, mede wegens persoonlijke omstandigheden, niet geaccepteerd.
[eiser] heeft deze offerte ook als productie in het geding gebracht. Op dat exemplaar van de offerte staan handgeschreven aanpassingen vermeld met betrekking tot de kleurcode, de kraanhuur, de posities van de kozijnen en de aanneemsom. De aanneemsom van € 29.850,00 is doorgestreept en vervangen door een aanneemsom van € 36.000,00. Op de offerte staat de handtekening van [eiser] .
In mei 2022 heeft [eiser] contact opgenomen met Axxent. Axxent deelde toen mee dat de offerte van 29 juni 2020 niet meer geldig was. Op 6 juni 2022 stuurde Axxent een nieuwe offerte voor de levering en plaatsing van de kunststof kozijnen. In die offerte staat een prijs van € 32.000,00 vermeld. De offerte is door geen van partijen getekend.
Kort daarna is Axxent bij [eiser] langs gegaan en zijn de gewenste toevoegingen/veranderingen (zoals een ventilatierooster en een andere kleur van de kozijnen) besproken. Vervolgens is er tussen hen een overeenkomst tot stand gekomen voor de levering en plaatsing van de kozijnen.
Axxent heeft de werkzaamheden op 5 tot en met 9 december 2022 uitgevoerd. Op 9 december 2022 ontving [eiser] een factuur van Axxent voor een bedrag van € 36.500,00. [eiser] heeft deze factuur op 15 december 2022 betaald.
Op 2 januari 2023 heeft [eiser] Axxent bericht dat hij niet tevreden was over de uitgevoerde werkzaamheden en welke gebreken hij heeft geconstateerd in het uitgevoerde werk. Op 21 september 2023 heeft [eiser] Axxent terzake in gebreke gesteld.
Op 16 januari 2024 heeft Bureau voor Bouwpathologie (onderdeel van DeHuizenarts B.V., hierna: BvB) in opdracht van [eiser] de door Axxent uitgevoerde werkzaamheden onderzocht. De bevindingen zijn opgenomen in een rapport van 4 april 2024. In dat rapport staat onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Punt 1: Metselwerk achtergevel- en koudeval
(…)
Aan de rechterzijde, boven het gevelkozijn (foto 03), zijn geen open-stootvoegen gerealiseerd in het metselwerk ten behoeve voor het uitvoeren van vocht in de spouwmuur (vochtdoorslag).
(…)
Gevelkozijn begane grond achterzijde rechterzijde (foto’s 01 t/m 05). (…). Er is sprake van een (koude)afwijking aan de onderzijde van het gevelkozijn. De aansluiting tussen het stelkozijn ter plaatse van de onderdorpel en de stijl is niet voldoende luchtdicht. Ten tijde van het onderzoek was een luchtstroming voelbaar ter plaatse van een kitrand van de dagkantafwerking. Er is sprake van een gebrek ten aanzien van de luchtdichtheid van de aansluiting van het stelkozijn in de bestaande gevelopening.
(…)
Gevelkozijn begane grond linkerzijde ter plaatse van penant (foto’s 05 en 06 (…)). (…). Er is sprake van een (koude)afwijking aan de bovenzijde van het gevelkozijn. Er is sprake van een gebrek ten aanzien van de isolatie van de gevel/penantaansluiting.
(…)
Punt 2: Afwerkstrip Schuifpui
(…)
Aan de kopse zijde van de schuifpui is een afwerkstrip los gelaten (foto’s 06 t/m 09). (…). Door thermische lengteveranderingen is de afwerkstrip uit de stijl ten behoeve van de schuifpui gedrukt. Dit is aan te duiden als een gebrek.
(…)
Punt 3: Kitranden
(…)
Aansluitingen van gevelkozijnen binnen de woning. (…). (…) (foto’s 10 t/m 19). Diverse kitrandaansluitingen zijn slordig afgestreken (niet strak), niet volledig en/of zeer dun aangebracht. Dit is dan ook aan te duiden als een gebrek.
(…)
Punt 4: Ventilatierooster
(…)
Achtergevel 2e verdieping. (…). Het is niet zichtbaar in welke stand het ventilatierooster staat bij de bediening hiervan. Normaliter is dat zichtbaar door middel van een kleuraanduiding. Doordat het niet mogelijk is om te zien in wat voor stand het rooster staat, is hier sprake van een gebrek.
(…)
Punt 5: Plaatsingswijze gevelkozijnen
(…)
Achtergevel 2e verdieping. (…). Op basis van de gedane waterpas- en vlakheid metingen kan er worden geconcludeerd dat de gevelkozijnen op de 1e verdieping niet recht/vlak gemonteerd zijn. Er zijn op 3 punten afwijkingen gemeten van 5 mm over een lengte van 1,6 meter. Conform de plaatsingsrichtlijnen van VKG dienen VKG-gevelelementen met een maximale afwijking van 1mm/m1, waterpas, te lood, haaks en vrij van scheluwvorming te worden gemonteerd. Dit alles met inachtneming van een tolerantie van plus of min 3 mm ten aanzien van de as- en stramienlijnen alsmede peilmaten. Er is voor wat betreft het plaatsen van de gevelkozijnen niet voldaan aan deze richtlijnen. (…).”
BvB heeft voor de door haar uitgevoerde werkzaamheden € 2.165,90 bij [eiser] in rekening gebracht.
[eiser] heeft Axxent bij brief van 19 april 2024 verzocht deze gebreken te herstellen. Bij brief van 11 juni 2024 heeft Axxent meegedeeld dat een aantal van de gebreken reeds was verholpen, een aantal gebreken uit coulance zou worden verholpen en een aantal gebreken werd betwist.
In onderling overleg tussen partijen is een deskundige van het Nederlands Register Bouwkundig Inspecteurs (hierna: NRBI) opdracht gegeven de betwist punten nader te onderzoeken. Dat onderzoek heeft plaatsgevonden op 8 november 2024. De bevindingen van dat onderzoek zijn vastgelegd in een rapportage van 27 december 2024. In die rapportage is het volgende geconcludeerd:
“(…)
De door Axxent Nederland B.V. geleverde kunststof kozijnen (…) zijn van hoogwaardige kwaliteit en voldoen aan de (…) eisen die men redelijkerwijs mag verwachten. Echter, tijdens het onderzoek zijn diverse aandachtspunten geconstateerd met betrekking tot de installatie en afwerking van de kozijnen.
Technische gebreken:
1. Vochtproblemen in de spouw:
o Door het ontbreken van open stootvoegen bij de stalen geveldrager kan zakvocht niet worden afgevoerd, wat kan leiden tot vochtophoping in de spouw. Dit constructieve detail vereist aanpassing om toekomstige vochtproblemen te voorkomen.
2. Onvoldoende afdichting:
o Uit thermisch onderzoek met een FLIR-infraroodcamera en destructief onderzoek blijkt dat er onvoldoende afdichting is toegepast aan de binnenzijde van de kozijnen in de achtergevel. Dit leidt tot tocht, koudebruggen en warmteverlies.
o Alle kozijnen op de begane grond en in 2 slaapkamers op de eerste verdieping dienen opnieuw afgedicht te worden met PUR-schuim en/of speciale afdichtingstape om energieverlies en tocht effectief te elimineren.
3. Geluidoverlast
o De slechte afdichting rondom de kozijnen kan ook geluidinfiltratie veroorzaken. Na herstel van de afdichting zal naar verwachting het geluidsniveau verminderen. Eventueel geluid dat via ventilatieroosters binnenkomt, kan niet worden toegerekend aan partij 1 [Axxent, ktr].
Esthetische gebreken:
Een lichte doorbuiging van circa 3 mm is geconstateerd in het kunststofkozijn onder het Colorbelglas. Dit wordt beoordeeld als een esthetisch gebrek zonder directe invloed op de constructieve sterkte of functionaliteit.
De aansluitdetails tussen de kozijnen en het metselwerk, vooral op de eerste verdieping, wijken af van de oorspronkelijke situatie met houten kozijnen. Deze afwijkingen zijn het gevolg van technische randvoorwaarden en materiaalverschillen bij renovatie.
Het advies is om de doorbuiging te monitoren en, indien nodig, te beperken door het kozijn door partij 1 te laten ophalen.
Functionele gebreken:
Bij het raam in de badkamer is een defect in het sluitwerk geconstateerd. Dit gebrek is direct door partij 1 verholpen.
Aanbevelingen:
Aanpassen van de constructieve aansluiting van de geveldrager om vochtproblemen in de spouw te voorkomen.
Herstellen van de afdichting rondom de kozijnen om tocht, koudebruggen en geluidinfiltratie te elimineren.
Monitoren van de lichte doorbuiging in het kozijn onder het Colorbelglas en eventueel aanvullende maatregelen treffen indien de vervorming toeneemt.
Controleren en onderhouden van de overige beweegbare delen, hang- en sluitwerk en aansluitdetails door bewoner.
Aanbevelingen voor een eindinspectie:
Om te waarborgen dat de herstelmaatregelen correct zijn uitgevoerd en het gewenste resultaat opleveren, wordt strek aanbevolen om na afronding van de werkzaamheden een eindinspectie uit te voeren. Deze inspectie dient te worden uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige of register bouwkundig inspecteur (RBI).
De eindinspectie moet gericht zijn op de volgende controlepunten:
Afdichting van kozijnen: Verifiëren dat alle aansluitingen opnieuw zijn afgedicht met PUR-schuim en/of afdichtingstape en dat er geen tocht of koudebruggen meer optreden.
Ventilatie en vochtbeheer: Controleren of de open stootvoegen correct zijn aangebracht en functioneren om zakvocht effectief af te voeren, zodat vochtophoping in de spouw is voorkomen.
Geluidsoverlast: Evalueren of het geluidsniveau merkbaar is verminderd na herstel van de afdichting en of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
Esthetische afwerking: Beoordelen van de visuele kwaliteit, waaronder aansluitdetails, doorbuigingen en afwerking van oppervlakken, om te garanderen dat esthetische gebreken zijn verholpen of acceptabel zijn binnen de gestelde normen.
Functionaliteit van hang- en sluitwerk: Testen van beweegbare delen zoals ramen en deuren om ervoor te zorgen dat deze soepel functioneren en goed sluiten.
Documentatie en garantie: Vasteleggen van de uitgevoerde herstelwerkzaamheden inclusief gebruikte materialen en methoden (…). (…).”
Axxent heeft op 11 februari 2025 en op 27 februari 2025 herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Van beide dagen zijn door Axxent montage-opleverbonnen opgesteld die [eiser] heeft ondertekend.
Bij e-mailbericht van 31 maart 2025 heeft [eiser] Axxent geïnformeerd over volgens hem resterende gebreken.
Na minnelijk overleg tussen partijen heeft Axxent nogmaals herstelwerkzaamheden verricht waarna BvB op 23 mei 2025 en 4 september 2025 nogmaals onderzoek heeft gedaan naar de nog steeds in de woning aanwezige tocht- en koudeproblematiek. In de schriftelijke bevindingen van BvB van 9 september 2025 staat onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Vraag 1: Is er sprake van gebreken aan het herstelwerk van de wederpartij (Axxent)? Zo ja, waaruit bestaan deze gebreken?
Antwoord: Op deze vraag is nog geen goed antwoord(…) te geven. Er wordt door de heer [eiser] duidelijk tocht en kou waargenomen in zijn woning, echter is aan de hand van de huidige opname niet te duiden waardoor dit exact komt. Verder sluiten de ramen niet allemaal even goed.
Vraag 2: Welke oorzaken kunnen voor deze gebreken worden aangewezen?
Antwoord: Voor wat betreft de koude problematiek is het vooralsnog aannemelijk dat sprake is van een koudebrug in de achtergevel ter hoogte vaan de verdiepingsvloer/stalen latei, daar waar deze aansluit het penant in de achtergevel. Hoeveel effect dit heeft en hoeveel koud straling/warmteonttrekking dit ter plaatse veroorzaakt is nog onduidelijk. Dit is alleen aantoonbaar in een echt koudere periode van het jaar. Dan kan middels meting worden vastgesteld hoeveel effect deze koudebrug heeft. Voor wat betreft de tocht welke wordt waargenomen is het aannemelijk dat dit wordt veroorzaakt door het niet goed aaneengesloten zijn aangebracht van de compri-band tussen de stalen latei en het kozijn en tussen de stalen latei en de er boven gelegen pui. Er zijn hier duidelijk openingen waarneembaar. Ook hiervoor geldt dat in een echt koudere periode van het jaar dit middels metingen aantoonbaar is.
Wat betreft het niet goed sluiten van de ramen is dit het gevolg van een onjuiste afstelling. (…).”
3. Het geschil
[eiser] vordert samengevat (na vermindering van eis) dat Axxent primair bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad wordt veroordeeld om binnen 30 dagen na betekening van het vonnis de nog actuele gebreken van de onder 2.7 hiervoor opgesomde gebreken (behoudens het gebrek onder punt 3) op te lossen, op straffe van verbeurte van een dwangsom en verder tot betaling van
€ 4.650,00;
€ 905,99 aan buitengerechtelijke incassokosten;
€ 2.165,95 aan expertisekosten,
de proceskosten en
de wettelijke rente over de bedragen genoemd bij i), ii) en iv).
Subsidiair, voor zover geoordeeld wordt dat de gebreken onvoldoende zijn gemotiveerd, verzoekt Aszhay om een deskundige te benoemen, en aan deze deskundige op te dragen de aanbevelingen van BvB over het tijdstip en de wijze van onderzoek op te volgen.
Aan deze vorderingen heeft [eiser] kort gezegd ten grondslag gelegd dat de opgedragen werkzaamheden niet naar de eisen van goed en deugdelijk werk zijn uitgevoerd. Om de gebreken inzichtelijk te maken, heeft hij BvB ingeschakeld. De gemaakte kosten dienen als redelijke kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid (6:96 lid 2 sub b BW) te door Axxent te worden vergoed. Verder stelt [eiser] dat voor de uit te voeren werkzaamheden een prijs van € 32.000,00 is overeengekomen, zodat hij € 4.650,00 onverschuldigd heeft betaald.
Axxent voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Overeenkomst van aanneming/consumentenkoop
De overeenkomst heeft – kort gezegd – betrekking op het inmeten, leveren en plaatsen van kunststofkozijnen in de woning van [eiser] . Die overeenkomst kwalificeert als aanneming van werk (artikel 7:750 BW). Daarnaast is voldaan aan het bepaalde in artikel 7:5 lid 4 BW, zodat de overeenkomst mede als consumentenkoop wordt aangemerkt. De wettelijke bepalingen van koop en aanneming zijn naast elkaar van toepassing. In geval van onderlinge tegenstrijdigheid gaan de regels van koop voor.
Afgesproken prijs
Partijen twisten over de vraag welke offerte de gemaakte afspraken weergeeft. Met Axxent is de kantonrechter van oordeel dat dat de offerte gedateerd 22 juni 2020 met handgeschreven aanpassingen (zie 2.2.) is. Hierna wordt toegelicht waarom.
Axxent heeft voor het eerst op 22 juni 2020 een offerte aan [eiser] gestuurd waarop geen vervolg heeft plaatsgevonden. Op 6 juni 2022 heeft Axxent een nieuwe offerte aan [eiser] toegezonden. Uit het door [eiser] in het geding gebrachte WhatsApp-verkeer dat daarna tussen Axxent en [eiser] plaatsvond, blijkt dat [eiser] om verschillende wijzigingen van die offerte heeft verzocht. Een vertegenwoordiger van Axxent is bij [eiser] thuis gekomen om deze te bespreken. Axxent heeft onvoldoende gemotiveerd betwist gesteld dat de toen besproken aanpassingen (zie 2.2) met de hand in pen zijn bijgeschreven op (een exemplaar van) de offerte met datum 22 juni 2020. Die bijschrijvingen corresponderen, anders dan de offerte van 6 juni 2022, immers met de wijze waarop de overeenkomst uiteindelijk is uitgevoerd, bijvoorbeeld op het punt van grijze in plaats van witte kozijnen en de kraanhuur. De handgeschreven aanpassingen op de offerte met datum 22 juni 2020 zijn bovendien niet zichtbaar op de door [eiser] tijdens de mondelinge behandeling getoonde oorspronkelijke offerte met datum 22 juni 2020 die hij in 2020 heeft ontvangen, wat klopt met de mededeling van [eiser] dat in 2020 niet over een andere kleur van de kozijnen is gesproken. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling bovendien erkend dat hij de offerte met datum 22 juni 2020 met handgeschreven aanpassingen heeft ondertekend, terwijl de offerte van 6 juni 2022 niet is ondertekend. Dat [eiser] op dat moment niet in staat zou zijn geweest om zich te realiseren wat hij ondertekende, is niet onderbouwd en blijkt ook nergens uit. Aan die stelling - waaraan overigens geen juridische conclusie is verbonden - wordt dan ook voorbij gegaan. Op grond van een en ander in onderling verband beschouwd, wordt het er daarom voor gehouden dat de offerte gedateerd 22 juni 2020 met de daarop aangebrachte aanpassingen de tussen partijen in 2022 gemaakte afspraken weergeeft en daarmee dat een prijs/aanneemsom van € 36.650,00 (inclusief kraanhuur) is overeengekomen.
Ambtshalve toetsing consumentenbeschermende bepalingen
Axxent heeft zich met betrekking tot de door [eiser] gevorderde terugbetaling van € 4.650,00 verweerd met een beroep op dat prijsbeding. Nu dat prijsbeding is overeengekomen tussen een handelaar en een consument, moet de kantonrechter dat ambtshalve toetsen aan Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het prijsbeding is een kernbeding en naar het oordeel van de kantonrechter transparant, zodat het op grond van artikel 4 lid 2 van de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
Ook moet ambtshalve worden getoetst of de bepalingen over informatieplichten zijn nageleefd. De kantonrechter stelt vast dat in dit geval de informatieplichten van artikel 6:230l BW van toepassing zijn. Er is geen sprake van een overeenkomst op afstand, omdat tot en met het tijdstip waarop de overeenkomst is gesloten niet uitsluitend gebruik is gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand. Evenmin is sprake van een overeenkomst buiten verkoopruimte, ondanks dat de overeenkomst niet in een verkoopruimte tot stand is gekomen. Een overeenkomst die op afstand wordt gesloten nadat een handelaar bij een consument thuis is geweest om maten op te nemen of een kostenraming te geven zonder enige verplichting voor de consument - zoals in dit geval op verzoek van de consument is gebeurd - wordt niet aangemerkt als een overeenkomst buiten de verkoopruimte (overweging 21 van Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten). Uit de processtukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, leidt de kantonrechter af dat [eiser] bij het sluiten van de overeenkomst de op grond van 6:230l BW vereiste informatie is verstrekt. Van schending van deze informatieplichten is dan ook geen sprake.
Geen onverschuldigde betaling
Op grond van het voorgaande is de conclusie dat tussen partijen een overeengekomen prijs geldt van € 36.650,00 en dat [eiser] het bedrag van € 4.650,00 niet onverschuldigd heeft betaald. De vordering tot terugbetaling van dat bedrag wordt daarom afgewezen.
Gebreken
[eiser] heeft zich direct na uitvoering van de werkzaamheden op het standpunt gesteld dat deze niet naar de eisen van goed en deugdelijk werk waren uitgevoerd. [eiser] heeft eerst zelf BvB naar het uitgevoerde werk laten kijken. BvB heeft een aantal gebreken geconstateerd. Nadien zijn partijen overeengekomen om een deskundige aangesloten bij NRBI de door Axxent niet erkende gebreken nader te laten onderzoeken. Dat onderzoek heeft plaatsgevonden en ook de deskundige van NRBI heeft gebreken vastgesteld die zijn vastgelegd in het rapport genoemd onder 2.7. De kantonrechter is van oordeel dat partijen gelet op deze gang van zaken - behoudens zwaarwegende bezwaren die niet zijn aangevoerd - gebonden zijn aan dat (in onderling overleg tot stand gekomen) rapport van NRBI. Daarmee is het (op eenzijdig verzoek van [eiser] ) door BvB opgestelde rapport met gebreken achterhaald. Axxent heeft - conform toezegging - herstelwerkzaamheden verricht om de door NRBI vastgestelde gebreken te verhelpen. [eiser] heeft evenwel gemotiveerd gesteld - onder meer met een beroep op het nadere rapport van BvB (zie 2.13.) op basis waarvan de juistheid van zijn standpunt niet kan worden uitgesloten - dat de herstelwerkzaamheden niet op alle punten succesvol zijn geweest. Gelet op een en ander is de kantonrechter voornemens om een onafhankelijk (bouwkundig) deskundige te benoemen om - zoals de deskundige van NRBI met klem heeft aangeraden en tijdens de mondelinge behandeling met partijen is besproken - de aanbevolen eindinspectie ter controle van de herstelmaatregelen alsnog te laten uitvoeren.
De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige en dat hem of haar de volgende vragen moeten worden gesteld:
Kunt u de eindinspectie zoals bedoeld in het rapport van NRBI van 27 december 2024 uitvoeren volgens de in dat rapport genoemde aanbevelingen en controlepunten?
Zijn de in dat rapport geconstateerde gebreken correct hersteld?
Zo niet, welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd om de nog bestaande gebreken te herstellen?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over:
- de wenselijkheid van een deskundigenbericht;
- het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n);
- de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen alsnog in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De kantonrechter zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen. Daarbij merkt de kantonrechter reeds op voorhand op dat de bezwaren van [eiser] tegen een bij het NRBI aangesloten deskundige - die slechts gericht waren op het door hem ervaren gebrek aan communicatie - niet goed zijn te begrijpen en daarom vooralsnog niet als zo’n zwaarwegende reden worden beschouwd. Het NRBI is volgens haar website slechts een overkoepelende organisatie waarbij bouwkundig inspecteurs zich - nadat is getoetst of zij het bouwkundig vak verstaan, relevante praktijkervaring kunnen aantonen en zo constant mogelijk willen inspecteren - kunnen aansluiten en daarbij aangesloten bouwkundig inspecteurs moeten zich moeten houden aan de door NRBI voorgeschreven gedrags- en beroepsregels.
De contactpersoon van de rechtbank zal de voorgestelde deskundige vragen of deze vrijstaat tegenover partijen, beschikbaar is en ook welke termijn voor het onderzoek nodig zal zijn. Ook zal de deskundige worden gevraagd een begroting van de kosten op te geven, gespecificeerd naar het verwachte aantal te bestede uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten. In dat verband zal (deels) het procesdossier met daarin de noodzakelijke persoonsgegevens van partijen met de deskundige worden uitgewisseld. De kantonrechter gaat uit van de toestemming van partijen hiervoor, tenzij anders door partijen wordt aangegeven bij de hiervoor genoemde akte.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eiser] worden betaald. In het eindvonnis zal de kantonrechter beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich over een en ander bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Beslissingen worden pas in het dictum van het eindvonnis vermeld.
5. De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 16 december 2025 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025 in tegenwoordigheid van, mr. K. Verschueren, de griffier.
42146