ECLI:NL:RBAMS:2025:8707

ECLI:NL:RBAMS:2025:8707, Rechtbank Amsterdam, 21-10-2025, C/13/777121 / KG ZA 25-836

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-10-2025
Datum publicatie 30-12-2025
Zaaknummer C/13/777121 / KG ZA 25-836
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Kort Geding. Uitwerking kopstaartvonnis. Afwijzing vordering tot opheffing beslag op woning.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/777121 / KG ZA 25-836 MdV/EV

Vonnis in kort geding van 21 oktober 2025

in de zaak van

[eiser] h.o.d.n. [handelsnaam],

te [woonplaats] ,

eisende partij bij dagvaarding van 16 oktober 2025,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. B. Coskun,

tegen

OPMAAT VERANDAS B.V.,

te Helmond,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Opmaat,

advocaat: mr. N.J.P. Vanaken.

1. De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling op 21 oktober 2025 is [eiser] verschenen met mr. A. Coskun, die heeft waargenomen voor mr. B. Coskun. Namens Opmaat is mr. Vanaken verschenen. [eiser] heeft de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding aan de hand van een pleitnota toegelicht. Opmaat heeft middels een pleitnota verweer gevoerd en een en ander toegelicht. Beide partijen hebben producties ingediend. In verband met de spoedeisendheid van het gevorderde is de vonnisdatum bepaald op 21 oktober 2025 in de vorm van een ‘kopstaartvonnis’. Het onderstaande bevat hiervan de uitwerking die op 4 november 2025 aan partijen is afgegeven.

2. De feiten

Opmaat is een groothandel gespecialiseerd in het plaatsen van veranda's en overkappingen. [eiser] handelt onder naam [handelsnaam] en richt zich op het plaatsen van veranda's. Opmaat heeft [eiser] facturen gestuurd voor door haar verrichte werkzaamheden en geleverde materialen met een totaalbedrag van € 145.695,96. Betaling van de facturen door [eiser] bleef ondanks meerdere herinneringen en een sommatie uit. Derhalve heeft Opmaat bij dagvaarding van 25 februari 2025 een bodemprocedure bij de rechtbank Noord-Holland aanhangig gemaakt waarin zij nakoming van de betalingsverplichting vordert, te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Eind augustus 2025 heeft [eiser] zijn woning aan het adres [adres] te koop gezet. [eiser] heeft een schriftelijke koopovereenkomst in het geding gebracht waarin staat dat hij de woning op 12 september 2025 heeft verkocht aan de heer [naam] voor € 675.000,-. In de koopovereenkomst is een boetebeding opgenomen, waaruit volgt dat [eiser] 10% van de koopprijs als boete moet voldoen aan de koper indien levering niet voor 10 oktober 2025 plaatsvindt.

Op 20 september 2025 heeft Opmaat conservatoir beslag gelegd op de woning van [eiser] om haar verhaalsmogelijkheden te waarborgen. [eiser] is daardoor niet in staat de woning vrij van beslagen te leveren en de koopovereenkomst na te komen.

3. Het geschil

[eiser] vordert samengevat:

i) opheffing van de beslagen op de woning aan het adres [adres] ;

ii) Opmaat te veroordelen tot het voldoen van een dwangsom van € 67.000,-

per dag indien aan de veroordeling onder (i) niet wordt voldaan;

iii) Opmaat te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente indien voldoening niet binnen veertien dagen plaatsvindt;

iv) Opmaat te veroordelen in de nakosten.

[eiser] legt aan zijn vordering onder meer ten grondslag dat de vordering waarvoor beslag is gelegd summierlijk ondeugdelijk is als bedoeld in artikel 705 lid 2 Rv. [eiser] stelt dat hij op grond van de overeenkomst tussen partijen reeds substantiële bedragen van in totaal € 309.470,87 aan Opmaat heeft betaald. Er bestaat volgens [eiser] discussie over de hoogte van het restant van de vordering en hij acht het niet voldoende aannemelijk dat de vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen. [eiser] stelt verder dat het beslag onevenredig en onnodig is. Hij dreigt immers schade te lijden door de contractuele boete van 10% van de verkoopprijs van de woning. De koper heeft in een ingebrekestelling een ultieme deadline voor levering gesteld op 21 oktober 2025, bij gebreke waarvan hij de boete en een schadevergoeding zal claimen en de koopovereenkomst mogelijk zal ontbinden. Opmaat zet het beslag op de woning volgens [eiser] enkel in als pressiemiddel om [eiser] tot betaling of andere concessies te dwingen. Door het beslag kan de woning niet worden overgedragen en dat moet als misbruik van bevoegdheid worden aangemerkt. Tot slot stelt [eiser] dat Opmaat op geen enkele wijze schade zou ondervinden van levering van de woning en dat zij met haar vordering slechts een relatief beperkt geldbelang heeft tegenover de verkooptransactie van € 675.000 plus de aangekondigde boete. Een belangenafweging zou derhalve in het voordeel van [eiser] moeten uitvallen. [eiser] is dan ook van mening dat al het voorgaande tot opheffing van het beslag moet leiden.

Opmaat voert verweer. Zij heeft de indruk dat de verkoop van de woning door [eiser] een opzet is om via die weg tot opheffing van het beslag te komen. Opmaat voert aan dat [eiser] de vordering heeft erkend. In de bodemprocedure verzoekt [eiser] immers “…in de gelegenheid te worden gesteld om op gemoedelijkere wijze de openstaande vorderingen te voldoen”. Opmaat is van mening dat het beslag proportioneel en nodig is, nu zij [eiser] reeds de optie heeft geboden om alternatieve zekerheid te stellen door de storting van het verschuldigde bedrag op een derdengeldenrekening of het stellen van een bankgarantie. [eiser] heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Opmaat vreesde dat [eiser] met de verkoop van de woning verhaalsmogelijkheden wilde onttrekken en zich vervolgens naar het buitenland zou begeven. Zij heeft beslag gelegd om haar verhaalsmogelijkheden te kunnen waarborgen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

De voorzieningenrechter oordeelt dat van summierlijke ondeugdelijkheid van de vordering geen sprake is, nu de vordering door [eiser] in de bodemprocedure reeds is erkend. In dat kader heeft hij Opmaat immers verzocht een betalingsregeling te treffen.

Uit het feit dat [eiser] reeds betalingen heeft gedaan op de totale vordering van Opmaat, kan, anders dan [eiser] beweert, niet worden afgeleid dat de vordering van € 145.695,96 slechts een restantbedrag vormt en te verwachten is dat dit bedrag ook door hem zal worden betaald. De stelling die [eiser] inneemt dat er geen reden is om aan te nemen dat hij in de toekomst niet zal blijven betalen, maakt het beslag niet onnodig. Opmaat heeft recht op betaling van de openstaande facturen, het staat vast dat dat tot op heden niet is gebeurd en Opmaat heeft dus een groot belang bij het hebben van zekerheid.

[eiser] stelt dat hij in een noodtoestand verkeert, nu hij door het beslag de woning niet kan leveren met als gevolg dat hij een boete van € 67.500,- verschuldigd zal zijn. Opmaat heeft echter toegezegd mee te willen werken aan levering van de woning en alternatieven geboden waarmee haar verhaalsmogelijkheden worden gewaarborgd, zodat [eiser] niet in een noodsituatie komt. [eiser] heeft deze alternatieven niet aangegrepen.

De voorzieningenrechter concludeert dat al het door [eiser] aangevoerde geen reden vormt om het beslag op te heffen. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Opmaat worden begroot op:

- griffierecht

714,00

- salaris advocaat

1.107,00

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.999,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

weigert de gevraagde voorzieningen,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Opmaat van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.P.M. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?