RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het op 22 september 2025 ter zitting gedane en onder rekestnummer C/13/775876 / HA RK 25-322 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. E. Dinjens, rechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1. Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
het proces-verbaal van 22 september 2025 inhoudende het wrakingsverzoek.
De rechter heeft niet in de wraking berust.
2. De feiten en het verzoek
Bij de rechter is in behandeling het op 18 augustus 2025 ingediende verzoek van de officier van justitie strekkende tot het verlenen van een zorgmachtiging ten behoeve van verzoeker op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) met zaaknummer C/13/774262 / FA RK 25/6250.
Bij de mondelinge behandeling van dit verzoek op 22 september 2025 heeft verzoeker, voor zover thans relevant, blijkens het proces-verbaal aangevoerd: “Ik wraak u omdat u partijdig bent. U leeft niet mijn rechten na. Ik heb recht op privacy. Ik heb geen behandelaren en dit is geen crisissituatie. Ik heb geen zorgmachtiging. Mijn beneden buurman is het probleem.”
3. De beoordeling
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna (Rv) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.
Aan het verzoek zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, althans waardoor de objectiveerde schijn van vooringenomenheid zou zijn gewekt. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.