ECLI:NL:RBAMS:2025:8891

ECLI:NL:RBAMS:2025:8891, Rechtbank Amsterdam, 14-11-2025, 25/6372

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 14-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer 25/6372
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001941 BWBR0005537

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting afgedaan. Sluiting van een schuur na vondst drugs en automatisch wapen. Geen spoedeisend belang. Woning niet gesloten. Ongemak is onvoldoende.

Uitspraak

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. S.R. Heerenveen),

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder (hierna: de burgemeester)

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Met het bestreden besluit van 17 oktober 2025 heeft de burgemeester de schuur behorende bij de woning aan de [adres] te [woonplaats] voor de duur van drie maanden gesloten. De burgemeester is hier op grond van artikel 13b Opiumwet toe overgegaan na het aantreffen van onder meer handelshoeveelheden harddrugs, een Kalasjnikov en munitie.

3. Verzoeker heeft hiertegen op 12 november 2025 bezwaar gemaakt en op diezelfde dag de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

5. De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat het verzoek om een voorlopige voorziening dateert van bijna een maand na het bevel tot sluiting. Dat wijst niet op voorhand op een spoedeisend karakter ervan.

6. Verzoekster voert aan dat de gevolgen van de sluiting van de schuur zeer ingrijpend zijn, zowel praktisch als financieel. Verzoekster maakt dagelijks gebruik van haar schuur voor het plaatsen van meerdere koelkasten, die noodzakelijk zijn voor de voeding en verzorging van haar gezin. In de woning is hiervoor geen ruimte beschikbaar. Daarnaast bevinden zich in de schuur oplaadpunten die gebruikt moeten kunnen worden voor het opladen van de (elektrische) fietsen voor haar en haar gezinsleden. Verzoekster heeft niet de mogelijkheid om deze voorzieningen elders onder te brengen; het huren van een opslagruimte is financieel onhaalbaar en bovendien niet in de directe nabijheid van de

woning, waardoor het praktisch onmogelijk is de dagelijkse gezinsvoorziening op peil te

houden. Verzoekster stelt verder dat de in de schuur aangetroffen zaken zich daar bevonden buiten haar wetenschap.

7. Uit hetgeen naar voren is gebracht door verzoekster blijkt niet van een voldoende spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat het bij de sluiting van de schuur niet gaat om een maatregel ter bestraffing van de dader, maar in het kader van de Opiumwet ter voorkoming van toekomstige overlast. De stelling dat verzoekster geen weet had van de door de politie in de schuur aangetroffen en in beslag genomen zaken verdraagt zich overigens ook bepaald niet zonder meer tot het gebruik van de schuur zoals zij dat heeft geschetst. Maar zelfs al zou vast staan dat eiseres geen kennis droeg van de aangetroffen zaken, staat dat aan de bevoegdheid tot sluiting niet in de weg.

8. De wet en/of de evenredigheid verplicht de burgemeester niet om de eigenaar van het gesloten pand te vrijwaren van alle ongemak. De burgemeester heeft de sluiting wel beperkt tot de schuur en de woning van verzoekster daarbuiten gelaten, ook al gaat het om handelshoeveelheden harddrugs en een automatisch vuurwapen. Daar mag de burgemeester (ook) met het oog op de openbare orde zeer zwaar aan tillen.

9. De door de burgemeester gemaakte afweging is dan bepaald niet onevenredig te achten. Verzoekster heeft ook op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat in weerwil van de beoordeling door de burgemeester voor de door haar geschetste problemen geen oplossingen zijn te vinden.

Conclusie en gevolgen

10. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2025.

De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P. Tanis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?