ECLI:NL:RBAMS:2025:8898

ECLI:NL:RBAMS:2025:8898, Rechtbank Amsterdam, 13-11-2025, 11793238

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer 11793238
Rechtsgebied Civiel recht; Internationaal privaatrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

IPR-verstek. Bevoegdheid op grond van artikel 25 lid 1 sub a Brussel I-bis (forumkeuze). Partijen hebben het Weens Koopvedrag uitdrukkelijk uitgesloten, rechtskeuze voor NL recht (Rome I).

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11793238 \ CV EXPL 25-9494

Vonnis van 13 november 2025

in de zaak van

RICTHIE BROS. B.V.,

gevestigd te Zevenberg,

eisende partij,

gemachtigde: mr. D.J.C. van Bemmel,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

TH MINING GMBH,

gevestigd te Nagold (Duitsland),

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. De procedure

Bij tussenvonnis van 26 augustus 2025 is eisende partij in de gelegenheid gesteld om een certificaat van betekening als bedoeld in artikel 11 van de Betekeningsverordening (Verordening (EU) 2020/1784) over te leggen (hierna: formulier K). Ook is eisende partij in de gelegenheid gesteld een stuk over te leggen waaruit blijkt dat aan het in artikel 18 van de Betekeningsverordening gestelde is voldaan.

Bij e-mail van 22 september 2025 heeft eisende partij een akte ingediend, houdende een kopie van het formulier K. Deze akte heeft zij tevens per post verstuurd, welke door de rechtbank is ontvangen op 25 september 2025.

Bij brief ontvangen op 30 september 2025 heeft eisende partij het origineel van het Formulier K overgelegd.

De zaak staat thans voor vonnis

2. De verdere beoordeling

Betekening

Vooropgesteld wordt dat eisende partij bij het herstelexploot van 12 mei 2025 een dagvaardingstermijn van ten minste vier weken in acht heeft genomen.

Ingevolge het overgelegde formulier K is het herstelexploot op 10 juni 2025 betekend door achterlating in de brievenbus van gedaagde partij. Tussen het moment van betekening en de datum waartegen gedaagde partij is opgeroepen, 15 juli 2025, is eveneens een termijn van ten minste vier weken in acht genomen, zodat gedaagde partij in overeenstemming met artikel 22 van de Betekeningsverordening daadwerkelijk gelegenheid heeft gehad om verweer te voeren.

Gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en heeft evenmin op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting van 15 juli 2025 geantwoord. Tegen haar wordt daarom verstek verleend.

Bevoegdheid en toepasselijk recht

De zaak heeft een internationaal karakter nu gedaagde partij in Duitsland is gevestigd. Eerst dient daarom te worden beoordeeld of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en, indien dat het geval is, welk recht op de zaak van toepassing is. De kantonrechter overweegt als volgt.

Onderhavig geschil betreft een zaak waarop de Verordening (EU) nr. 1215/2012

van 12 december 2012 (Brussel I-bis) zowel materieel, temporeel als formeel van toepassing is. Artikel 25 van deze verordening regelt exclusieve bevoegdheid op grond van een tussen partijen overeengekomen forumkeuze. Voorwaarde voor gebondenheid aan deze forumkeuze is dat deze rechtsgeldig, volgens de strenge normen van artikel 25 van de verordening Brussel I-bis, tot stand is gekomen.

Eisende partij stelt dat op grond van de sales agreement (hierna: de koopovereenkomst) tussen partijen deze rechtbank bevoegd is van onderhavig geschil kennis te nemen en Nederlands recht van toepassing is. In de koopovereenkomst is opgenomen, voor zover van belang:

“This agreement is governed by Dutch law. UN convention for the International Sale of Goods does not apply. Any dispute or claim arising out of or relating to this Agreement, or the breach, termination or validity thereof, shall exclusively be settled by the court in Amsterdam, the Netherlands. […]”

Artikel 25 Brussel I-bis bepaalt dat, indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, schriftelijk een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht exclusief bevoegd is, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient een forumkeuzebeding autonoom op grond van het unierecht te worden beoordeeld. Voor het naar de maatstaf van artikel 25 van de Brussel I-bis rechtsgeldig maken van een forumkeuze is vereist, maar ook voldoende, dat er sprake is van een daadwerkelijke instemming van partijen met de forumkeuze. Hiervoor dient onderzocht te worden of de forumkeuze het voorwerp heeft uitgemaakt van een wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt, waarbij de vormvoorschriften in artikel 25 lid 1 sub a-c van de Brussel I-bis ten doel hebben te waarborgen dat de wilsovereenstemming tussen partijen inderdaad vaststaat (HvJ EG 20 februari 1997, ECLI:EU:C:1997:70, MSG/Les Gravières Rhénanes, HvJ EU 7 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:525, Höszig).

In dit geval staat in de door partijen op 21 december 2023 ondertekende koopovereenkomst uitdrukkelijk een clausule tot aanwijzing van een bevoegde rechter. De forumkeuze is op de tweede pagina van de overeenkomst, bestaande uit twee pagina’s, in een aparte alinea opgenomen. Partijen hebben de overeenkomst direct onder de bewuste alinea op diezelfde pagina ondertekend. Op grond daarvan is de kantonrechter van oordeel dat partijen daadwerkelijk hebben ingestemd met de forumkeuze. Daarmee voldoet de forumkeuze aan de vormvereisten van artikel 25 lid 1 sub a Brussel I-bis.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter op grond van artikel 25 Brussel I-bis exclusief bevoegd van onderhavig geschil kennis te nemen.

Partijen hebben de toepasselijkheid van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (hierna: Weens Koopverdrag) uitdrukkelijk uitgesloten, zo blijkt uit het beding als genoemd onder 2.6. Dit leidt ertoe dat het Weens Koopverdrag niet van toepassing is op de onderhavige vordering. Omdat er sprake is van een rechtskeuze voor Nederlands recht, is dat recht op grond van artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europese Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I) van toepassing.

Inhoudelijke beoordeling

De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

Eisende partij vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 688,00 als gevorderd aan griffierecht voor de verzoekschriftprocedure, voor welke procedure ook € 406,00 aan salaris advocaat (1,0 punt x € 406,00) toewijsbaar is, totaal € 1.094,00. De gevorderde rente over de beslagkosten zal worden toegewezen met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

119,40

- griffierecht

1.461,00

- salaris gemachtigde

406,00

(1 punt × € 406,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.121,40

3. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 20.000,00, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 8 mei 2024 tot en met de dag van algehele betaling,

veroordeelt gedaagde partij in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.094,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 2.121,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt gedaagde partij in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Kuiken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.

64443

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F. Kuiken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?