ECLI:NL:RBAMS:2025:9009

ECLI:NL:RBAMS:2025:9009, Rechtbank Amsterdam, 17-11-2025, 25/3616

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 17-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer 25/3616
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0015703

Samenvatting

Beroep niet-ontvankelijk. Geen gronden.

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. W.H. Boomstra),

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het terugvorderingsbesluit van 30 januari 2025 nadat haar bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet is beëindigd. Eiseres moet over de periode van 23 november 2023 tot en met 31 januari 2025 een bedrag van € 17.662,73 aan verweerder terugbetalen.

Met het bestreden besluit van 9 april 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van verweerder op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: een kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres, mr. F.M.M. van Eijck, en de gemachtigde van verweerder. Eiseres was niet aanwezig.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op grond van de artikelen 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, en 6:6, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat er zonder verschoonbare redenen geen gronden zijn ingediend. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb moet een beroepschrift gronden van beroep te bevatten. Het beroepschrift van 12 juni 2025 bevat geen beroepsgronden. Bij bericht van 31 oktober 2025 is de gemachtigde van eiseres hierop gewezen en is een termijn gegeven om dit verzuim te herstellen tot uiterlijk vrijdag 7 november 2025. Ook na dit bericht zijn er geen beroepsgronden ingediend.

Op 13 november 2025 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres op de hoogte gesteld dat de gronden van beroep niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen en is gevraagd naar de redenen voor dit verzuim. In de brief staat ook dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als er geen verschoonbare reden voor het verzuim is. Daarop is de reactie gegeven dat geen gronden konden worden geformuleerd, omdat er geen contact meer is met eiseres. Dat is een omstandigheid die naar het oordeel van de rechtbank voor risico van eiseres komt en vormt geen verschoonbare reden.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025 door

mr. L.M. Klinkhamer, rechter, in aanwezigheid van mr. S.E. Berghout, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M. Klinkhamer

Griffier

  • mr. S.E. Berghout

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?