ECLI:NL:RBAMS:2025:9143

ECLI:NL:RBAMS:2025:9143, Rechtbank Amsterdam, 26-11-2025, AMS 24/5134

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer AMS 24/5134
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004044

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over drie samenhangende besluiten die betrekking hebben op de IOAW -uitkering van eiseres. Het college heeft de IOAW-uitkering ingetrokken en teruggevorderd vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder daarvan melding te maken. Ook heeft het college een aanvraag van eiseres voor een IOAW-uitkering afgewezen. Eiseres is het niet eens met deze besluiten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de IOAW-uitkering van eiseres mocht intrekken en terugvorderen. Ook mocht het college de aanvraag van eiseres afwijzen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 24/5134

(gemachtigde: mr. S.A. Adjiembaks),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, het college

( [gemachtigde verweerder] ).

1. Deze uitspraak gaat over drie samenhangende besluiten die betrekking hebben op de IOAW-uitkering van eiseres. Het college heeft de IOAW-uitkering ingetrokken en teruggevorderd vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder daarvan melding te maken. Ook heeft het college een aanvraag van eiseres voor een IOAW-uitkering afgewezen. Eiseres is het niet eens met deze besluiten. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de drie besluiten.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de IOAW-uitkering van eiseres mocht intrekken en terugvorderen. Ook mocht het college de aanvraag van eiseres afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 30 juli 2024 op de bezwaren van eiseres is het college bij de intrekking van de IOAW-uitkering gebleven over de periode van 6 oktober 2016 tot en met 30 april 2023 (de periode in geding). De terugvordering van de bijstandsuitkering over deze periode blijft tot een bedrag van € 75.149,18 gehandhaafd. Ook blijft de afwijzing van een nieuwe IOAW-aanvraag van 12 juni 2023 gehandhaafd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld, locatie Venserpolder (buurtrechtbank) te Amsterdam. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. De buurman van eiseres heeft eiseres op de zitting bijgestaan.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres is volgens de Brp vanaf 10 oktober 2011 ingeschreven op het woonadres [adres] in Amsterdam en dit is ook het uitkeringsadres. Aan eiseres werd vanaf 5 oktober 2016 tot 1 september 2022 een IOAW-uitkering verstrekt naar de norm van een alleenstaande met één kostendeler. Vanaf 1 september 2022 ontving eiseres een IOAW-uitkering naar de norm van een alleenstaande.

Na een interne gemeentelijke melding is er een rechtmatigheidsonderzoek gestart naar de woon- en leefsituatie van eiseres omdat zij twee keer niet heeft gereageerd op oproepbrieven zonder bericht van verhindering. Uit het onderzoek is gebleken dat eiseres niet alleen in haar woning woont, maar dat er ook een ander persoon verblijft, genaamd [naam] . Eiseres heeft verklaard dat zij samen met [naam] in de woning woont, zij ieder een eigen slaapkamer hebben, voor elkaar zorgen en dat [naam] een bedrag tussen de € 200,- en € 300,- per maand betaalt voor de huur. Ook heeft eiseres desgevraagd verklaard dat [naam] niet staat ingeschreven op het uitkeringsadres omdat zij anders gekort zou worden op haar uitkering. Tijdens het huisbezoek heeft eiseres aangegeven dat één van de drie slaapkamers in de woning van [naam] is. De handhavingsmedewerkers van het college hebben in de slaapkamer van [naam] brieven van verschillende instanties gericht aan [naam] ( [naam] ) zien liggen. In de badkamer lagen verschillende soorten verzorgingsartikelen voor dames en twee tandenborstels in een beker. Ook heeft eiseres desgevraagd aangegeven dat de spullen in de woning voor gezamenlijk gebruik zijn en dat de vuile was aan haar en [naam] toebehoorde. Deze bevindingen zijn vervat in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport van 16 mei 2023.

Als gevolg van het onderzoek heeft het college geconcludeerd dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Daarbij komt dat [naam] een inkomen uit arbeid heeft boven het (gezamenlijk) uitkeringsniveau. Met het besluit van 15 juni 2025 heeft het college de IOAW-uitkering van eiseres over de periode in geding ingetrokken. Het college stelt zich op standpunt dat eiseres de inlichtingenplicht, zoals vastgelegd in artikel 13 van de Wet IOAW, heeft geschonden. Eiseres heeft het college niet geïnformeerd over de gezamenlijke huishouding die zij met [naam] voerde.

Na de beëindiging van de IOAW-uitkering heeft eiseres een nieuwe aanvraag ingediend. Deze aanvraag is met het besluit van 20 juni 2023 afgewezen omdat niet aannemelijk is geworden dat [naam] is vertrokken uit de woning van eiseres.

Enige tijd later volgt een tweede aanvraag voor een IOAW-uitkering die wel tot een succesvolle toewijzing leidt op 19 juli 2023. Volgens het college is duidelijk geworden dat [naam] is vertrokken uit de woning van eiseres. Vanaf 3 juli 2023 is aan eiseres weer een IAOW-uitkering toegekend.

Beoordeling door de rechtbank

Intrekking van de uitkering

4. Eiseres betwist dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding met [naam] en stelt dat zij alleenstaande was. Volgens eiseres was er sprake van een miscommunicatie tijdens het gesprek met de twee handhavingsmedewerkers en tijdens het huisbezoek. Slechts één van de twee handhavingsmedeweker sprak een klein beetje Engels. De vragen werden in het Nederlands aan eiseres gesteld, terwijl zij de Nederlandse taal niet machtig is. Eiseres gaf in het Engels antwoord op de vragen. Hierdoor heeft eiseres vragen onjuist begrepen. Ook waren er voor eiseres medische belemmeringen om het gesprek te voeren. Verder bevat het rapport van 16 mei 2023 tegenstrijdigheden omdat niet staat vermeld hoe lang [naam] bij eiseres zou wonen. Ook heeft eiseres meerdere malen aangegeven dat [naam] niet bij haar woont, maar er slechts af en toe slaapt.

Het besluit waarbij het recht op een IAOW-uitkering wordt ingetrokken, is een voor eiseres belastend besluit. Het is daarom aan het college om de nodige kennis over de relevante feiten te vergaren. Dat betekent dat de last om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan in beginsel op het college rust. Het college moet aannemelijk maken dat eiseres en [naam] een gezamenlijke huishouding voerden en of eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding of anderszins.

[naam] stond niet in de Brp ingeschreven op het adres van eiseres. Dit staat op zichzelf echter niet in de weg aan het hebben van het hoofdverblijf in de woning van eiseres. Het hoofdverblijf van iemand is namelijk daar waar zich het zwaartepunt van zijn persoonlijke leven bevindt. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke omstandigheden.

De rechtbank volgt het betoog van eiseres niet en is van oordeel dat het college heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast. De onderzoeksbevindingen bieden een toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie dat eiseres en [naam] in de gehele te beoordelen periode hoofdverblijf hadden in de woning van eiseres. Deze feitelijke grondslag berust op de verklaringen van eiseres op 24 april 2023 en het afgelegde huisbezoek. Uit de bevindingen van de handhavingsmedewerkers volgt dat [naam] dagelijks in de woning van eiseres slaapt, [naam] en eiseres voor elkaar koken, zij voor elkaar zorgen als zij ziek zijn, zij elkaar helpen, zij soms samen het huishouden doen, zij iedere zondag samen naar de kerk gaan, zij gezamenlijk tv kijken, zij om en om de was doen, [naam] de hele woning stofzuigt, eiseres soms aan [naam] geld geeft om boodschappen te doen, eiseres een bedrag van € 200,- á € 300,- van [naam] krijgt voor de huur, dat alles in het huis voor gezamenlijk gebruik is en dat alles in het huis van hen beiden is. Ook heeft eiseres desgevraagd verklaard dat [naam] niet staat ingeschreven op het uitkeringsadres omdat zij anders gekort zou worden op haar uitkering en dat [naam] inmiddels tien jaar in de woning woont. De rechtbank komt tot de conclusie dat aannemelijk is dat eiseres in de periode in geding een gezamenlijke huishouding voerde.

De rechtbank ziet geen redenen om niet uit te gaan van de verklaringen van eiseres op 24 april 2023. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat zij door haar medische toestand, zo begrijpt de rechtbank, niet gehouden zou kunnen worden aan haar verklaringen. Eiseres heeft geen nadere onderbouwing of medische verklaring over haar gezondheidssituatie overgelegd. Bovendien hebben de handhavingsmedewerkers naderhand desgevraagd in een e-mailbericht van 26 januari 2024 bevestigd dat zij geen onregelmatigheden hebben geconstateerd ten tijde van het onderzoek. Het huisbezoek is op reguliere wijze afgerond, zo staat in de rapportage van 16 mei 2023 vermeld. De beweringen van eiseres dat zij aangegeven zou hebben dat zij hartklachten had tijdens het huisbezoek zijn niet juist volgens de handhavingsmedewerkers. Zij hebben eiseres daarover niet horen verklaren en evenmin waargenomen dat eiseres gezondheidsklachten had, zodat daarover niets in het rapport is opgenomen. Verder verliep de communicatie goed volgens de handhavingsmedewerkers. Eiseres heeft in het Engels antwoord gegeven op de gestelde vragen. In het rapport van 16 mei 2023 staat vermeld dat het gesprek op verzoek van eiseres in het Engels plaatsvond en dat de handhavingsmedewerkers die taal voldoende machtig zijn. Uit het e-mailbericht van 26 januari 2024 volgt verder dat er volgens de handhavingsmedewerkers geen aanwijzingen waren om aan te nemen dat eiseres de vragen niet voldoende zou hebben begrepen.

Door bij het college geen melding te maken van de gezamenlijke huishouding heeft eiseres de inlichtingenplicht van artikel 13 van de Wet IOAW geschonden. Het voeren van een gezamenlijke huishouding is een omstandigheid waarvan het voor eiseres redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat het van belang is voor haar recht op een IOAW-uitkering. Nu eiseres de inlichtingenplicht heeft geschonden en er als gevolg daarvan ten onrechte uitkering is verstrekt, was het college op grond van artikel 17 van de Wet IOAW bevoegd om de uitkering in te trekken.

Terugvordering van de uitkering

5. Nu het college bevoegd was om de IOAW-uitkering in te trekken, is de terugvordering van de uitkering, gelet op artikel 25 van de Wet IOAW, een gegeven. Het college kan geheel of gedeeltelijk van terugvordering afzien als sprake is van dringende redenen. Voor zover eiseres aanvoert dat sprake is van bijzondere omstandigheden of dringende redenen, heeft zij dat niet onderbouwd. Ook heeft eiseres geen beroepsgronden aangevoerd tegen de hoogte van het teruggevorderde bedrag. De rechtbank is van oordeel dat er voor het college dan ook geen aanleiding was om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.

Nieuwe aanvraag

6. Eiseres voert aan dat ten aanzien van het afwijzingsbesluit van haar aanvraag van 13 juni 2023 nader onderzoek had moeten plaatsvinden. Er is niet deugdelijk gemotiveerd waarom het bij de aanvraag van 13 juni 2023 niet mogelijk was het recht op IOAW te beoordelen, maar bij de daaropvolgende aanvraag op 3 juli 2023 wel.

De rechtbank is van oordeel dat het college geen nader onderzoek hoefde te verrichten. Het betrof hier een aanvraagsituatie waarbij het aan eiseres was om de noodzakelijke gegevens en informatie te verstrekken. Eiseres heeft de aanvraag van 13 juni 2023 gedaan als alleenstaande, maar daarbij aangegeven dat haar situatie niet veranderd was. Op basis van de bestaande feitelijke situatie had het college reeds beoordeeld dat sprake is van een gezamenlijke huishouding. Dit betekent dat eiseres niet kon worden aangemerkt als zelfstandig subject en zij dus niet als alleenstaande in aanmerking kon komen voor een IOAW-uitkering. Bij de daaropvolgende aanvraag van 3 juli 2023 heeft eiseres aangegeven dat haar situatie veranderd was.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.F. de Lemos Benvindo

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?