RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11795628 \ CV EXPL 25-9541
Vonnis van 4 december 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap,
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Leiden,
eisende partij,
gemachtigde: dhr. [gemachtigde] (LAVG Gerechtsdeurwaarders),
tegen
de besloten vennootschap,
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
vertegenwoordigd door [naam] .
Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 19 juni 2025 met producties 1 tot en met 10,
de conclusie van antwoord met producties,
het tussenvonnis van 21 augustus 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
de akte overlegging producties aan de kant van Zilveren Kruis met producties 12 tot en met 19.
Op 7 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Zilveren Kruis was gemachtigde [gemachtigde] aanwezig. Namens [gedaagde] is niemand verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt tijdens de mondelinge behandeling die in het dossier zijn gevoegd.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.
2. Feiten
De kantonrechter Amsterdam heeft op 3 augustus 2017 een vonnis gewezen waarin [naam] (hierna: [naam] ) wordt veroordeeld om een geldsom en de proceskosten te betalen aan Zilveren Kruis.
[naam] is werkneer bij [gedaagde] . Op 16 juni 2021 heeft Zilveren Kruis executoriaal derdenbeslag gelegd op het loon van [naam] voor een bedrag van € 2.546,56. Naar aanleiding hiervan heeft [gedaagde] op 16 augustus 2021 een derdenverklaring afgegeven
Zilveren Kruis heeft [gedaagde] tweemaal verzocht, op 2 november 2023 en op 6 maart 2024, om gevolg te geven aan het derdenbeslag.
Doordat [gedaagde] geen uitvoering heeft gegeven aan het derdenbeslag, heeft Zilveren Kruis op 29 mei 2024 een ingebrekestelling aan [gedaagde] verzonden.
Zilveren Kruis heeft op 3 oktober 2024 en 3 juli 2025 aan [gedaagde] nogmaals verzocht om gevolg te geven aan het derdenbeslag.
3. Het geschil
Zilveren Kruis vordert – samengevat – betaling van € 2.546,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2025 (datum dagvaarding) en de proceskosten.
Zilveren Kruis stelt dat zij (althans een rechtsvoorganger van Zilveren Kruis) een vordering op de [naam] heeft en dat in dat kader executoriaal derdenbeslag is gelegd op het loon van [naam] bij [gedaagde] . Zilveren Kruis stelt dat [gedaagde] geen uitvoering geeft aan het derdenbeslag met als gevolg dat Zilveren Kruis het volledige bedrag waarvoor beslag is gelegd kan verhalen op [gedaagde] .
[gedaagde] voert aan dat het beslag door een omissie niet correct is verwerkt in haar loonadministratie, maar dat geen sprake is van opzet, bewuste weigering of onwil om medewerking te verlenen. Ook voert [gedaagde] aan dat zij pas op 3 juli 2025 kennis van het beslag heeft genomen en dat er inmiddels een regeling is getroffen tussen [naam] en Zilveren Kruis, waardoor Zilveren Kruis de vordering niet ook op [gedaagde] kan verhalen.
4. De verdere beoordeling
Derdenbeslag
Artikel 477 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt dat de derde-beslagene verplicht is om, conform de derdenverklaring, de verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder te voldoen. Artikel 477a lid 4 Rv bepaalt dat indien de derde-beslagene, die overeenkomstig artikel 476b derdenverklaring heeft gedaan, zijn in artikel 477 bedoelde verplichting tot betaling of afgifte niet nakomt, hij op vordering van de executant wordt veroordeeld tot nakoming van deze verplichting. [gedaagde] heeft dus de verplichting om medewerking te verlenen aan het uitvoeren van het derdenbeslag. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] haar verplichting niet is nagekomen. De vordering van Zilveren Kruis is dan ook in beginsel toewijsbaar, tenzij het verweer van [gedaagde] slaagt.
[gedaagde] voert allereerst aan dat het derdenbeslag niet correct is verwerkt in de loonadministratie als gevolg van een administratieve omissie in combinatie met hoge werkdruk. De afhandeling van derdenbeslagen vereist specialistische kennis die zij niet in huis heeft. [gedaagde] benadrukt hierbij dat geen sprake is geweest van opzet, bewuste weigering of onwil om haar medewerking te verlenen. De kantonrechter gaat niet in dit verweer van [gedaagde] mee. De wet is immers duidelijk wat de verplichting is die [gedaagde] als derden-beslagene moet nakomen. De omstandigheid dat [gedaagde] een administratieve fout heeft gemaakt en dat zij geen specialistische kennis in huis heeft, komt voor haar rekening. Het is namelijk aan [gedaagde] om uitvoering te geven aan het derdenbeslag. De kantonrechter merkt hierbij op dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde] nog steeds geen uitvoering geeft aan het derdenbeslag. Hieruit volgt dat [gedaagde] dus heeft nagelaten om in de tussentijd de administratieve fout te corrigeren.
Verder voert [gedaagde] aan dat zij niet eerder dan 5 juli 2025 kennis heeft genomen van het derdenbeslag. De kantonrechter oordeelt dat ook dit verweer niet slaagt. [gedaagde] heeft immers al op 16 augustus 2021 een derdenverklaring afgegeven. Dit betekent dat zij al sinds 2021 op de hoogte is van het derdenbeslag. Ook heeft Zilveren Kruis onbetwist gesteld dat destijds telefonisch contact is geweest tussen partijen waarbij over de situatie is gesproken.
Tot slot voert [gedaagde] aan dat inmiddels een regeling tussen [naam] en Zilveren Kruis is getroffen waardoor Zilveren Kruis niet ook nog bij [gedaagde] de vordering kan verhalen. Ook dit verweer wordt gepasseerd. Uit producties 14 tot en met 19 van Zilveren Kruis blijkt immers dat met betrekking tot de vordering in deze procedure geen regeling is getroffen. De regeling waarop [gedaagde] doelt ,ziet namelijk op een ander dossier van [naam] .
Nu de verweren van [gedaagde] niet slagen, heeft Zilveren Kruis de bevoegdheid de vorderingen die zij op [naam] heeft op [gedaagde] te verhalen. De kantonrechter zal dan ook de vordering tot betaling van een bedrag van € 2.546,56 toewijzen.
Wettelijke rente
Zilveren Kruis vordert wettelijke rente over haar vordering vanaf 19 juni 2025 (datum dagvaarding). [gedaagde] heeft niet weersproken dat wettelijke rente verschuldigd is en dus zal de kantonrechter de vordering tot wettelijke rente toewijzen.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
74,02
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.183,02.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis een bedrag van € 2.546,56 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 19 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van Zilveren Kruis tot dit vonnis vastgesteld op € 1.183,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.