ECLI:NL:RBAMS:2025:9156

ECLI:NL:RBAMS:2025:9156, Rechtbank Amsterdam, 21-11-2025, 11718621 \ CV EXPL 25-7631

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-11-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer 11718621 \ CV EXPL 25-7631
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Schade door fout boedelgevolmachtigde. Boedelgevolmachtigde heeft nalatenschap zonder toestemming van alle erfgenamen verdeeld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11718621 \ CV EXPL 25-7631

Vonnis van 21 november 2025

in de zaak van

[eiser] ,

wonend in [woonplaats 1] ,

eisende partij,

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. D. Schreurs.

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 6 mei 2025, met producties,

de conclusie van antwoord van 25 juli 2025, met producties,

het tussenvonnis van 8 augustus 2025,

de akte van [eiser] van 29 augustus 2025, met aanvullende producties 1 t/m 6,

de mondelinge behandeling van 10 september 2025, waarop beide partijen spreekaantekeningen hebben voorgedragen. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

2. De zaak in het kort

[eiser] en [gedaagde] zijn broer en zus. Bij de afwikkeling van de nalatenschap van hun moeder, [erflaatster] , is tussen hen onenigheid ontstaan. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] bij het uitoefenen van haar taak als boedelgevolmachtigde fouten gemaakt waardoor hij schade heeft geleden. Hij vordert ongeveer € 19.000. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de nalatenschap van [erflaatster] heeft verdeeld terwijl zij daarvoor niet bevoegd was. De schade die [eiser] daardoor heeft geleden beoordeelt de kantonrechter op € 1.425. Dat bedrag moet [gedaagde] aan [eiser] betalen. De kantonrechter wijst de rest van zijn vordering af. Ook zijn vorderingen die zien op het verkrijgen van immateriële schadevergoeding, stukken van [gedaagde] en haar ontslag als boedelgevolmachtigde wijst de kantonrechter af.

3. Het geschil

[eiser] vordert samengevat dat de kantonrechter:

[gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 19.328,45,

[gedaagde] veroordeelt tot betaling van een door de kantonrechter te bepalen bedrag aan immateriële schadevergoeding,

[gedaagde] ontslaat als boedelgevolmachtigde ten aanzien van de nalatenschap van [erflaatster] en een onafhankelijke beheerder benoemt,

Beveelt dat [gedaagde] de stukken overlegt waarop zij haar CBM-stellingen baseert, dan wel de onvolledigheid daarvan mee te wegen bij het vaststellen van de immateriële schade,

[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.

[eiser] vraagt de kantonrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Deze vordering staat niet letterlijk zo aan het einde van de dagvaarding (het petitum). Het is wel af te leiden uit de tekst van de dagvaarding en [eiser] heeft op de zitting en in zijn spreekaantekeningen bevestigd dat hij dit bedoelde te vorderen. Ook [gedaagde] heeft de vordering zo begrepen, zodat zij hierdoor niet geschaad is haar verdediging.

[eiser] legt aan zijn vordering onder 1 ten grondslag dat in de vaststellingsovereenkomst is afgesproken dat hij nog € 1.900 aan onkosten zou ontvangen, maar dit bedrag heeft hij niet gekregen. Daarnaast heeft hij € 24.449,09 aan zorgnota’s gevorderd, die hij heeft ingediend als schuld van de nalatenschap. Dit bedrag is geblokkeerd geweest op de ervenrekening. [gedaagde] heeft vervolgens onrechtmatig dat bedrag in gelijke delen aan de erfgenamen uitgekeerd. Van deze bedragen heeft [eiser] het erfdeel dat hij heeft ontvangen (€ 7.020,64) afgetrokken en zo komt hij op het bedrag van € 19.328,45. [eiser] vordert verder schadevergoeding voor het leed dat [gedaagde] hem heeft aangedaan, door ongefundeerde beschuldigingen te uiten over [eiser] en diens zorg aan zijn moeder en afspraken te schenden in de afhandeling van haar nalatenschap. Van genoemde beschuldigingen wil hij van [gedaagde] onderbouwing met stukken. Omdat [gedaagde] haar taken als boedelgevolmachtigde niet goed heeft uitgevoerd, moet zij worden ontslagen en moet een onafhankelijk boedelgevolmachtigde worden aangewezen om de nalatenschap correct af te wikkelen. [eiser] heeft zich op meerdere wetsartikelen beroepen.

[gedaagde] is het kort gezegd niet met de vorderingen van [eiser] eens.

Op de standpunten van partijen wordt hierna voor zover nodig verder ingegaan.

4. De achtergrond van de zaak

[eiser] heeft vanaf 2015 tot aan het overlijden van zijn moeder, [erflaatster] , voor haar gezorgd. Omdat [erflaatster] op enig moment niet meer in staat was haar belangen waar te nemen, is zij op 28 februari 2017 onder bewind gesteld. Bij beschikking van 29 juni 2018 is het bewind omgezet in curatele.

Op [overlijdensdatum] 2021 is [erflaatster] overleden. In haar testament heeft zij haar drie kinderen, waaronder dus [eiser] en [gedaagde] , en haar kleindochter benoemd tot haar erfgenamen. Ieder voor een gelijk deel. Op 17 augustus 2021 sloten de erfgenamen een vaststellingsovereenkomst. In de vaststellingsovereenkomst staat:

“De erfgenamen van mw. [erflaatster] (…) willen de volgende afspraken schriftelijk vastleggen waarna een onafhankelijke notaris kan worden

aangewezen voor afhandeling van de nalatenschap.(…)

[eiser] zal gemaakte kosten voor een bedrag van € 1.900,-- als vordering indienen bij de onafhankelijke afhandelaar van de nalatenschap ter beoordeling van de notaris. (…)

[gedaagde] en dhr. [naam] van Nabestaanden Ontzorgd bv maken samen een boedelbeschrijving, waarbij [naam] als gevolmachtigde van [eiser] optreedt. (…)”

[eiser] heeft, net als de andere erfgenamen, de nalatenschap zuiver aanvaard en een volmacht verleend aan [gedaagde] en aan Nabestaanden Ontzorgd B.V. In de volmacht verleend door [eiser] staat:

“(…) De ondergetekende verklaart hierbij tevens volmacht te verlenen aan:

Mevrouw [gedaagde] (…) en (…) Nabestaanden Ontzorgd B.V. (…) zowel tezamen als ieder afzonderlijk speciaal om hem te vertegenwoordigen ter zake het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW over de nalatenschap, alsmede ter zake van de vereffening van de nalatenschap van de overledene. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging betreft onder meer het aannemen van aan de nalatenschap verschuldigde prestaties, waaronder (…) het betalen van de schulden (…). De gevolmachtigde heeft ook niet de bevoegdheid de volmachtgever te vertegenwoordigen bij de verdeling van de nalatenschap. De ondergetekende verleent overigens volmacht om alles verder te doen wat in verband hiermee nodig of wenselijk mocht zijn. (…)”

Namens Nabestaanden Ontzorgd heeft [naam] op 30 november 2022 rekening en verantwoording afgelegd van het beheer en de vereffening van de nalatenschap van [erflaatster] . In de rekening en verantwoording staat:

“(…) Tussen de erfgenamen onderling is een discussie ontstaan omtrent de vraag of een ingebrachte ‘factuur mantelzorg’ van één van de erfgenamen wel of niet geaccepteerd zou moeten worden als schuld van de nalatenschap. Gelet op de lopende juridische procedures is door de boedelgevolmachtigden besloten het bedrag van de vordering voorlopig te blokkeren op de ervenrekening. Aangezien de nalatenschap verder volledig is afgehandeld heeft Nabestaanden Ontzorgd besloten de boedelvolmacht over te dragen aan mw. [gedaagde] (…)”

Tussendoor hebben de erfgenamen voorschotten op de erfenis ontvangen. Op 2 december 2022 en op 15 mei 2023 heeft [gedaagde] het geblokkeerde bedrag van de ervenrekening in gelijke delen uitgekeerd aan de erfgenamen.

5. De beoordeling

Vooraf

Bij de afwikkeling van een nalatenschap zoals hier moet een aantal stappen gezet worden waarvan het juridisch relevant is ze te onderscheiden. De nalatenschap moet worden beheerd en de schulden van de nalatenschap moeten worden geïnventariseerd en voldaan. Dit wordt ook (buitenwettelijke) vereffening genoemd. Daarna kan de nalatenschap worden verdeeld (uitgekeerd aan de erfgenamen). Als uitgangspunt geldt dat de vereffening door alle erfgenamen gezamenlijk moet worden gedaan. Ook voor de verdeling is instemming van alle erfgenamen vereist.

[eiser] is ontvankelijk in zijn vorderingen

[eiser] heeft [gedaagde] als privépersoon gedagvaard en niet (ook) in haar hoedanigheid van boedelgevolmachtigde van de nalatenschap van [erflaatster] . [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiser] daarom deels niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen, namelijk voor het deel dat hij [gedaagde] als boedelgevolmachtigde aansprakelijk stelt. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Er is geen rechtsregel die voorschrijft dat een gevolmachtigde in die hoedanigheid zou moeten worden gedagvaard als het gaat om handelingen die in dat kader zijn verricht. Een boedelgevolmachtigde heeft geen aparte juridische status; het gaat om een gewone volmacht die [eiser] aan [gedaagde] heeft gegeven om hem te vertegenwoordigen bij het beheer en de vereffening van de nalatenschap. Dat is een praktische maatregel om de afwikkeling te bespoedigen, maar [gedaagde] wordt daarmee geen wettelijke vereffenaar of executeur, en krijgt ook niet de verplichtingen die daarmee samenhangen. Zij mag [eiser] alleen vertegenwoordigen. De verplichting tot vereffening van de nalatenschap rust nog steeds op alle erfgenamen gezamenlijk, die is door de volmacht niet uitsluitend bij [gedaagde] komen te liggen. [eiser] hoefde [gedaagde] dus niet ook in haar hoedanigheid van boedelgevolmachtigde te dagvaarden.

[gedaagde] mocht de nalatenschap niet zelfstandig verdelen

Zoals hiervoor onder 5.1 gezegd moeten de erfgenamen van een nalatenschap die nalatenschap gezamenlijk verdelen; daarvoor is instemming van in dit geval alle vier de erfgenamen nodig. Die was er niet, want [eiser] was het niet eens met de omvang van de te verdelen nalatenschap en [gedaagde] wist dat. Desondanks heeft [gedaagde] de gereserveerde gelden op de ervenrekening aan de erfgenamen uitgekeerd, dat is een verdelingshandeling. Zij was daarvoor ook niet bevoegd op grond van de volmacht. Daarin is juist opgenomen dat zij [eiser] op dat punt niet mag vertegenwoordigen (zie hiervoor onder 4.3). Dat betekent dat [gedaagde] onbevoegd en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van [eiser] . Als [eiser] daardoor schade heeft geleden, moet zij die schade in beginsel vergoeden.

[gedaagde] moet € 1.425 aan schade vergoeden

Om vast te stellen of [eiser] schade heeft geleden door de onbevoegde verdeling door [gedaagde] en zo ja hoe hoog die schade is, beoordeelt de kantonrechter of [eiser] voldoende heeft onderbouwd dat hij een vordering op de nalatenschap had die niet aan hem is uitgekeerd voordat tot de verdeling is overgegaan. De kantonrechter komt voor de onkosten van € 1.900 tot de conclusie dat dat het geval is. Voor de zorgnota’s van € 24.449,09 vindt de kantonrechter dat [eiser] die vordering op de nalatenschap onvoldoende heeft onderbouwd.

De onkosten

Volgens [eiser] had hij op grond van de vaststellingsovereenkomst recht op betaling van zijn onkosten van € 1.900. [gedaagde] betwist dat [eiser] recht had op betaling van dit bedrag. [eiser] heeft die vordering niet ter beoordeling voorgelegd aan een notaris. Aangezien de vaststellingsovereenkomst dat wel als voorwaarde stelt, is die vordering volgens [gedaagde] nooit opeisbaar geworden. Bovendien heeft [eiser] de onkosten niet onderbouwd, zo zegt [gedaagde] .

De kantonrechter geeft [eiser] op dit punt gelijk. Partijen hebben op de zitting toegelicht dat het de bedoeling was, toen zij de vaststellingsovereenkomst aangingen, een notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap te betrekken. [gedaagde] heeft geen notaris bereid gevonden en [eiser] heeft geen notaris benaderd. De kantonrechter leidt uit deze gang van zaken af dat de afwikkeling uiteindelijk door [gedaagde] en [naam] is gedaan en alle erfgenamen daarmee (stilzwijgend) akkoord zijn gegaan. [eiser] mocht dus zijn vordering ter beoordeling aan [gedaagde] en [naam] voorleggen, in plaats van aan de notaris. Dat heeft hij ook gedaan. [eiser] heeft destijds een e-mail aan [naam] gestuurd met de bonnetjes in de bijlage. [eiser] heeft daarmee voldoende onderbouwd dat hij destijds de vordering voor de onkosten – voorzien van onderbouwing – bij [naam] heeft ingediend. Dat die onderbouwing toen onvoldoende zou zijn geweest, heeft [gedaagde] niet gemotiveerd. De kantonrechter heeft geen reactie van [naam] gezien die daarop duidt. [eiser] hoefde die onderbouwing niet ook in deze procedure te geven. [eiser] heeft dus voldoende onderbouwd dat hij destijds aanspraak maakte op betaling van de onkosten van € 1.900. Dit was een schuld van de nalatenschap aan [eiser] en had aan hem moeten worden betaald, voordat tot de uiteindelijke verdeling van nalatenschap werd overgegaan.

De zorgnota’s

Ter onderbouwing van de vordering van € 24.449,09 heeft [eiser] verschillende zorgnota’s in het geding gebracht. Op de zitting heeft [eiser] verklaard dat hij, al voordat [erflaatster] onder bewind werd gesteld, met haar had afgesproken dat zij hem zou betalen voor de zorg die hij haar verleende. Die afspraak zou bevestiging vinden in handgeschreven notities van [erflaatster] die [eiser] heeft ingediend. [gedaagde] vindt dat er geen grondslag is voor deze vordering, omdat er geen overeenkomst was of is tussen [erflaatster] of haar bewindvoerder enerzijds en [eiser] anderzijds. Ook vindt [gedaagde] de zorgkosten niet onderbouwd.

Partijen zijn het erover eens dat [eiser] lange tijd zorg heeft verleend aan [erflaatster] . De kantonrechter vindt dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij met [erflaatster] heeft afgesproken dat zij hem voor die zorg zou betalen. De handgeschreven notitie van [erflaatster] waarin zij schrijft haar geld nodig te hebben om de mensen die voor haar zorgen te betalen (waaronder [eiser] ), is aan de aan de bewindvoerder gericht en dateert van 13 november 2017. Op dat moment stond [erflaatster] al onder bewind en kon zij niet meer over haar eigen geld beschikken. In de beschikking van 29 juni 2017, dus van vóór die notities, oordeelt een andere kantonrechter in het kader van de bewindvoering dat [erflaatster] haar wil niet geheel zelfstandig meer kan bepalen. Bovendien vraagt [erflaatster] in de notitie om verhoging van haar leefgeld, waardoor niet zonder meer duidelijk is wat zij met de notitie heeft bedoeld. Aan de notities kent de kantonrechter in deze procedure dus geen waarde toe. De bewindvoerder van [erflaatster] heeft [eiser] meermaals te kennen gegeven dat [eiser] geen betaling zou ontvangen voor de door hem geleverde zorg. Ook daaruit is dus geen overeenkomst af te leiden op grond waarvan [eiser] betaald zou krijgen.

Voor zover [eiser] aanspraak heeft willen maken op een som ineens in de zin van artikel 4:36 BW leidt dat niet tot een ander oordeel. Met een “som ineens” wordt een vergoeding bedoeld die uit de nalatenschap aan een kind kan worden uitgekeerd als dat kind arbeid voor zijn ouder(s) heeft verricht zonder daar een behoorlijke vergoeding voor te ontvangen. Daar kan alleen in bijzondere omstandigheden aanspraak op worden gemaakt. Het moet gaan om werkzaamheden die redelijkerwijze beloond moeten worden door een verlies van de mogelijkheid om een eigen arbeidsinkomen te verwerven en een eigen carrière op te bouwen. [eiser] heeft niet aangevoerd dat van zulke omstandigheden sprake is. Daarom heeft de zorg die [eiser] aan [erflaatster] heeft verleend meer het karakter van vrijwilligerswerk of werk uit naastenliefde dan van arbeid die voor beloning in aanmerking komt. Bovendien heeft [eiser] (grotendeels) gratis kost en inwoning gehad in ruil voor de geleverde zorg. Dit alles maakt dat [eiser] ook op grond van deze bepaling geen vordering op de nalatenschap had voor de zorgnota’s. Daarmee is voor de zorgnota’s dus ook geen sprake van schade door het onbevoegd verdelen door [gedaagde] . Deze post wordt dus afgewezen.

De hoogte van de schade

Zoals hiervoor overwogen bestaat de schade van [eiser] doordat [gedaagde] onbevoegd het (resterende) geld op de ervenrekening heeft verdeeld uit het niet betaald krijgen van zijn onkosten van € 1.900 voordat tot verdeling is overgegaan. Zijn schade is dus niet € 1.900, omdat na betaling van die € 1.900 de nalatenschap kleiner is en zijn (resterende) deel daarin dus ook. Dat leidt tot de volgende berekening.

Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] het bedrag op de ervenrekening in vier gelijke delen aan de erfgenamen heeft uitgekeerd. [eiser] heeft € 7.020,64 ontvangen. In totaal was er op dat moment kennelijk 4 x dat bedrag beschikbaar op de ervenrekening. Dat is € 28.082,56. Als [eiser] zijn onkosten betaald had gekregen was die € 1.900 van het totaal afgegaan en was er dus nog € 28.082,56 - € 1.900 = € 26,182,56 te verdelen geweest. De erfgenamen, waaronder [eiser] , hadden dan elk nog recht op € 6.545,64. [eiser] had dus in het geval zijn vordering van onkosten was voldaan € 1.900 + € 6.545,65 = € 8.445,64 moeten ontvangen. Hij heeft feitelijk € 7.020,64 ontvangen. Het verschil tussen deze bedragen is zijn schade en dus het bedrag dat [gedaagde] hem moet vergoeden: € 1.425.

[gedaagde] wordt niet ontslagen als boedelgevolmachtigde

[eiser] vordert dat [gedaagde] wordt ontslagen als boedelgevolmachtigde en verzoekt de rechtbank een onafhankelijke beheerder van de nalatenschap van [erflaatster] te benoemen. Zoals hiervoor onder 5.2 besproken heeft de boedelgevolmachtigde geen aparte juridische status. Een boedelgevolmachtigde wordt niet door de rechtbank aangewezen, maar persoonlijk door in dit geval [eiser] gevolmachtigd. Die volmacht kan, tenzij er iets anders is afgesproken, door [eiser] op elk moment worden ingetrokken. Omdat de afwikkeling van de nalatenschap inmiddels is afgerond en dit vonnis daarin geen verandering brengt, heeft [eiser] ook geen belang meer bij deze vordering.

[gedaagde] hoeft geen immateriële schadevergoeding te betalen of stukken te overleggen.

De door [eiser] gevorderde immateriële schadevergoeding wijst de kantonrechter af. Dat [eiser] door de onbevoegde verdeling emotionele schade heeft opgelopen, blijkt niet uit zijn stellingen en ligt ook niet voor de hand. Van andere handelingen waarvoor [gedaagde] aansprakelijk zou zijn, is de kantonrechter niet gebleken. Het in een of meer gerechtelijke procedure(s) innemen van standpunten die door [eiser] als kwetsend worden ervaren, levert geen aansprakelijkheid op. Dat [gedaagde] daarmee het doel had om [eiser] te beschadigen is de kantonrechter niet gebleken. Ook heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd dat sprake is van immateriële schade die voor vergoeding in aanmerking komt. [eiser] heeft dus onvoldoende onderbouwd dat aan de eisen voor een immateriële schadevergoeding is voldaan en daarom wordt de vordering afgewezen.

[eiser] wil stukken van [gedaagde] ter onderbouwing van het standpunt dat zij heeft ingenomen over de kwaliteit van de zorg die hij aan [erflaatster] heeft verleend. In deze procedure heeft [eiser] daar geen belang bij, omdat de vraag of hij die zorg wel of niet goed heeft verleend en de standpunten van [gedaagde] daarover geen rol spelen in de beoordeling van deze zaak.

Partijen moeten beiden de eigen proceskosten dragen

Omdat het hier om een familierechtelijke kwestie gaat en partijen deels gelijk en deels ongelijk krijgen, moeten zij beiden hun eigen proceskosten dragen.

6. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 1.425 aan [eiser] ,

wijst de vordering voor het overige af,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen zo dat iedere partij de eigen kosten draagt

verklaart dit vonnis voor de beslissing onder 6.1 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Eerde, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Huber

Griffier

  • mr. M.A. van Eerde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JERF Actueel 2026/12
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?