ECLI:NL:RBAMS:2025:9166

ECLI:NL:RBAMS:2025:9166, Rechtbank Amsterdam, 27-11-2025, AMS 25/6353

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer AMS 25/6353
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Uitspraak zonder zitting. Verzoek voorlopige voorziening. Aanvraag voor een urgentieverklaring afgewezen, omdat er geen sprake zou zijn van overmacht. Bindingseis. Sociale urgentie wegens ernstige bedreiging of geweld. Huisvestingsprobleem zou voorkomen kunnen worden of kan worden opgelost door voorliggende voorziening. Geen spoedeisend belang. Verzoek afgewezen.

Uitspraak

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J. El Haddouchi),

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder.

Inleiding

1. Verzoekster heeft bij verweerder een aanvraag gedaan voor een urgentieverklaring. Op 3 april 2025 heeft verweerder die aanvraag afgewezen, omdat er geen sprake zou zijn van overmacht. Ook zou niet voldaan zijn aan de regiobindingseis van vier jaar en de aanvullende voorwaarden voor een sociale urgentie wegens ernstige bedreiging of geweld. Daarnaast zou het huisvestingsprobleem voorkomen kunnen worden of kan deze worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening. Verweerder heeft op 21 juli 2025 het bezwaar van verzoekster tegen de afwijzing van de aanvraag ongegrond verklaard, waarbij de grondslag van de weigering is aangevuld met artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, waarmee de afwijzing van de aanvraag wordt gehandhaafd.

Verzoekster heeft op 29 augustus 2025 (pro forma) beroep ingesteld tegen dat besluit (bekend onder zaaknummer AMS 25/4976). Op 26 september 2025 heeft verzoekster de beroepsgronden ingediend. Daarnaast heeft zij op 12 november 2025 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat verzoekster een voorlopige urgentieverklaring krijgt toegekend totdat in de hoofdzaak definitief is beslist.

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op dat verzoek. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

3. In het verzoekschrift heeft verzoekster gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft omdat zij samen met haar drie dochters voor twee dagen in de week dakloos dreigt te raken per 1 januari 2026. Verzoekster verblijft momenteel bij drie verschillende huishoudens. Echter is zij per 1 januari 2026 niet meer welkom bij een kennis, waar zij nu twee dagen in de week verblijft. Dit betreft namelijk een jongerenwoning waardoor daar geen moeder met drie jonge kinderen mag huisvesten. Verzoekster heeft een verklaring van de kennis overgelegd. Verzoekster heeft geen alternatieve verblijfsplek voor deze twee dagen in de week.

4. De voorzieningenrechter heeft op 12 november 2025 aan verzoekster gevraagd of zij de voorzieningenrechter kan informeren over of er noodopvang is aangevraagd en welke andere mogelijkheden zijn onderzocht. Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoekster op 14 november 2025 en 18 november 2025 aangegeven dat verzoekster vooral via haar netwerk het gat van twee dagen per week heeft geprobeerd op te vangen, maar dit niet is gelukt. Daarnaast reageert zij aanhoudend op woningen via Woningnet. Ook is verzoekster via het Buurtteam aangemeld voor de noodopvang bij de GGD Centrale Toegang, maar zij is nog niet opgeroepen voor een intakegesprek.

5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat wat verzoekster in het verzoekschrift, de ingediende stukken en de desgevraagde nadere toelichtingen geen blijk heeft gegeven van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het is de voorzieningenrechter met deze onderbouwing niet gebleken dat de beslissing op het beroepschrift niet zonder het treffen van een voorziening kan worden afgewacht. Daarbij is van belang dat verzoekster en haar minderjarige dochters in ieder geval tot 1 januari 2026 bij de kennis kunnen verblijven. Bovendien heeft zij nog twee andere huishoudens waar zij verblijft. Het (tijdelijk) toekennen van een urgentieverklaring biedt geen garantie dat verzoekster een woning krijgt op korte termijn. Het geeft haar alleen voorrang boven de andere mensen die op zoek zijn naar een woning. Ook met een urgentieverklaring kan het lang duren voordat verzoekster een woning kan krijgen. Verder volgt uit de stukken dat verzoekster bezig is met een aanmelding voor noodopvang. Uit de stukken blijkt niet dat noodopvang voor gezinnen niet mogelijk is. Er bestaat dus een mogelijkheid dat de noodopvang op korte termijn tot een (tijdelijke) oplossing van het probleem kan leiden. Niet duidelijk is waarom verzoekster de uitkomst van de procedure over noodopvang niet kan afwachten. Mocht te zijner tijd wel sprake zijn van een concrete (dreigende) dakloosheid voordat een oplossing is gevonden, dan bestaat de mogelijkheid voor verzoekster om zich tot de voorzieningenrechter te wenden in een procedure over de noodopvang.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. Simonis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?