RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11252500 \ CV EXPL 24-10367
Vonnis van 18 november 2025
in de zaak van
1. [eiser 1] , 2. [eiser 2] , 3. [eiser 3] , 4. [eiser 4] ,
allen wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. A.I. de Haan,
tegen
de stichting WONINGSTICHTING ROCHDALE,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rochdale,
gemachtigde: mr. F.J. Ringnalda.
1. De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 augustus 2025 met de daarin genoemde stukken;
- de brief van 8 oktober 2025 van Rochdale met aanvullende producties;
- de mondelinge behandeling van 17 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Op de mondelinge behandeling is verschenen [nieuwe naam bewonerscommissie] vertegenwoordigd door [eiser 4] (hierna: [eiser 4] ) en [eiser 1] (hierna: [eiser 1] ), bijgestaan door de gemachtigde. Rochdale is verschenen bij [naam 1] (buurtcoördinator, hierna: [naam 1] ) en bijgestaan door de gemachtigde. De gemachtigde van [eisers] heeft spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Rochdale verhuurt woningen die onderdeel uitmaken van ‘ [naam complex] ’ gelegen aan de [locatie] . Ter behartiging van de belangen van de huurders is er ooit een bewonerscommissie opgericht waarvan de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ) bestuurslid was (hierna: [naam bewonerscommissie] ). Gedurende de coronaperiode is [naam bewonerscommissie] inactief geworden.
In 2021 heeft een van de bewoners van het complex, te weten [eiser 3] (hierna: [eiser 3] ), [naam 2] benaderd en hem verzocht om [naam bewonerscommissie] weer nieuw leven in te blazen. Omdat een reactie uitbleef, heeft [eiser 3] het initiatief genomen tot oprichting van een nieuwe bewonerscommissie, te weten de [nieuwe naam bewonerscommissie] ’ (hierna: [nieuwe naam bewonerscommissie] ). Daartoe heeft zij contact opgenomen met de toenmalige vertegenwoordiger van Rochdale, de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ). [naam 3] heeft op 25 april 2022 aan [eiser 3] kenbaar gemaakt dat er geen contact mogelijk is met [naam bewonerscommissie] en dat het haar en andere huurders vrij staat een nieuwe bewonerscommissie op te richten.
[nieuwe naam bewonerscommissie] heeft vervolgens op 13 juli 2022 een oprichtingsvergadering georganiseerd waarvoor de huurders uitgenodigd waren. Na de oprichting heeft zij diverse nieuwsbrieven verspreid, activiteiten georganiseerd en vergaderingen gehouden. [eiser 4] en [eiser 1] zijn onder meer de bestuursleden van [nieuwe naam bewonerscommissie] .
In diezelfde periode komt [naam 1] in beeld als nieuwe vertegenwoordiger van Rochdale. Op 28 oktober 2022 heeft [naam 1] aan [eiser 1] medegedeeld dat zij geen contact krijgt met [naam bewonerscommissie] en dat de start van [nieuwe naam bewonerscommissie] wordt aangemoedigd omdat Rochdale een actieve gesprekspartner wenst. Op 8 november 2022 heeft [naam 1] geschreven dat ze de Bewonersraad (BWR) zal attenderen dat [nieuwe naam bewonerscommissie] de nieuwe bewonerscommissie is.
Op 8 mei 2023 heeft [naam 1] aan [eiser 1] geschreven dat zij contact heeft gehad met [naam bewonerscommissie] , dat er onrust bestaat vanwege [nieuwe naam bewonerscommissie] en dat als er twee commissies actief zijn binnen het complex, zij de meest representatieve kiest als gesprekspartner. Ook schrijft zij dat [eiser 4] gelet op het verleden niet in aanmerking komt voor een voorzittersrol in de bewonerscommissie, dat hij niet kan toetreden tot de BWR en dat hij als lid van de bewonerscommissie een proeftijd van 1 jaar krijgt.
[nieuwe naam bewonerscommissie] heeft op 8 september 2023 en 21 april 2024 een enquête gehouden waaruit volgt dat zij minimaal 10% van de huurders vertegenwoordigt.
Op 18 april 2024 heeft Rochdale geschreven dat zij veronderstelt dat [naam bewonerscommissie] meer representatief is.
[eisers] heeft vervolgens een dagvaarding uitgebracht. Naar aanleiding van het verweer van Rochdale inhoudende dat [eisers] als natuurlijk persoon niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, heeft ook [nieuwe naam bewonerscommissie] een dagvaarding uitgebracht. Deze zaak is geregistreerd onder zaaknummer 11389912 CV EXPL 24-14191 en is gelijktijdig met onderhavige zaak behandeld.
3. Het geschil en de beoordeling
[eisers] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. een verklaring voor recht dat [nieuwe naam bewonerscommissie] voldoet aan de eisen van de Wet op het overleg huurders verhuurder (hierna: de Overlegwet) en moet worden gekwalificeerd als bewonerscommissie;
II. Rochdale te veroordelen tot nakoming van haar verplichtingen jegens [nieuwe naam bewonerscommissie] , waaronder het recht op informatie, overleg en advies alsmede Rochdale te veroordelen tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst, op straffe van een dwangsom;
III. een verklaring voor recht dat Rochdale geen voorwaarden kan stellen aan individuele bestuursleden en evenmin kan bepalen welk bestuurslid welke rol vervult of als afgevaardigde deel mag nemen aan de BWR;
IV. Rochdale te veroordelen in de volledige kosten van het voortraject en proceskosten.
Het meest verstrekkende verweer van Rochdale is dat zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] Dit verweer slaagt.
[eisers] heeft de vorderingen op persoonlijke titel ingesteld en niet namens [nieuwe naam bewonerscommissie] , waar de vorderingen zien op [nieuwe naam bewonerscommissie] en niet op eisers persoonlijk. Dat maakt dat [eisers] niet-ontvankelijk is haar vorderingen. De kantonrechter komt daardoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak.
[eisers] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rochdale worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
204,00
(1 punt × € 204,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
271,50
4. De beslissing
De kantonrechter
verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in haar vorderingen,
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 271,50, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H. Mulderije en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025.
58984