RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11656563 \ CV EXPL 25-6150
Vonnis van 5 september 2025
in de zaak van
OPTIMAAL LEADGENERATIE B.V.,
statutair gevestigd te Helmond,
eisende partij,
hierna te noemen: Optimaal,
gemachtigde: mr. L.M.J.A. van Schaijk,
tegen
LINX IT SOLUTIONS B.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Linx It,
gemachtigde: mr. S.A. van der Velden.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 10 april 2025 en de daarin genoemde stukken, waarbij de zaak naar deze rechtbank is verwezen;
het tussenvonnis van 9 mei 2025;
de mondelinge behandeling van 7 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Begin 2024 hebben partijen met elkaar gesproken over het verrichten van acquisitiewerkzaamheden door Optimaal, dat zich bezig houdt met sales en marketing. Deze acquisitiewerkzaamheden zouden – kort gezegd – bestaan uit het telefonisch benaderen van potentiële klanten voor Linx It. De aanleiding voor het telefoongesprek zou een “gadget” zijn die Optimaal namens Linx It naar (door Optimaal aangedragen) potentiële klanten zou sturen.
Partijen hebben in eerste instantie met elkaar gesproken over een opdracht voor minimaal zes maanden. Op verzoek van Linx It is een bepaling aan de overeenkomst toegevoegd op basis waarvan Linx It de overeenkomst vóór die zes maanden mag beëindigen.
In een e-mail van Linx It aan Optimaal van 28 februari 2024 heeft zij over deze tussentijdse beëindigingsmogelijkheid het volgende aangegeven:
“Wij willen graag een evaluatiemoment inbouwen na 3 maanden. Tegen die tijd zal duidelijk moeten zijn of de werkwijze perspectiefrijk is of niet. Mocht onverhoopt het laatste aan de orde zijn dan willen wij de gelegenheid hebben de overeenkomst te ontbinden en niet gehouden zijn aan het afnemen van het totaal aantal beoogde uren.”
Partijen hebben hierna op 4 maart 2024 hun afspraken op schrift gezet in een overeenkomst. In artikel 2 van de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Optimaal op de overeenkomst van toepassing verklaard.
Over de aan Optimaal verschuldigde vergoeding staat in artikel 5.1 van de overeenkomst:
“Opdrachtnemer ontvangt een vergoeding van EUR 1495,00 excl. BTW bij de start van de overeenkomst. Tevens ontvangt opdrachtnemer een vergoeding van EUR 80,00 Excl. BTW per uur. Totaal zou de opdrachtnemer minimaal 260 uur over een periode van minimaal 6 maanden werkzaamheden verrichten”
Op grond van artikel 6.1 van de overeenkomst kan Linx It de overeenkomst niet tussentijds opzeggen, maar wordt hier in artikel 3.1 een uitzondering op gemaakt:
“De overeenkomst kent een duur van minimaal 6 aaneengesloten maanden met een mogelijke escape na 3 maanden, indien de verwachtingen van enkele afspraken per maand, danwel zicht daarop niet vervuld worden. Indien partijen niet tot overeenstemming komen t.a.v. de voor de opdracht benodigde investering in een “gadget” wordt daarmee de overeenkomst per direct ontbonden. De overeenkomst vangt aan op 1 april 2024 de datum dat we starten met bellen.”
Linx It heeft de overeenkomst op 23 mei 2024 per e-mail beëindigd.
3. Het geschil
In conventie
Optimaal vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Linx It veroordeelt tot betaling van:
I. € 12.584,00 aan hoofdsom;
a. primair te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand;
b. subsidiair te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 29 juni 2024;
c. meer subsidiair te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 16 juli 2024;
II. € 879,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
III. de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis.
Linx It voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
In reconventie
Linx It vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Optimaal veroordeelt tot betaling van:
I. € 5.671,27 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de dagtekening van dit vonnis;
II. € 658,56 aan buitengerechtelijke incassokosten;
III. de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis.
Optimaal voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
4. De beoordeling
In conventie
Hoe is de overeenkomst geëindigd?
In conventie gaat deze zaak over de vraag of Linx It na haar beëindiging nog betaling verschuldigd is aan Optimaal. Partijen gaan er daarbij beiden van uit dat Linx It de overeenkomst in haar e-mail van 23 mei 2024 heeft willen opzeggen. Linx It heeft subsidiair weliswaar een beroep gedaan op ontbinding van de overeenkomst, maar verder niet gemotiveerd toegelicht waarom Optimaal de beëindiging als een beroep op ontbinding moest begrijpen. Gelet op het primaire standpunt van Linx It gaat de rechtbank er dan ook van uit dat zij bedoeld heeft de overeenkomst op te zeggen en dat Optimaal dit ook zo heeft mogen begrijpen.
Wat is het gevolg van de opzegging?
Op grond van artikel 7:408 lid 1 BW kan een opdrachtgever een overeenkomst van opdracht te allen tijde opzeggen. Linx It en Optimaal zijn in zoverre van dit wettelijk uitgangspunt afgeweken, dat zij in artikel 3.1 van de overeenkomst nadere afspraken hebben gemaakt over tussentijdse opzegging. Partijen zijn in geschil over de uitleg die aan dit artikel moet worden gegeven.
Volgens Optimaal zijn de bewoordingen van de bepaling duidelijk. Na drie maanden is er voor Linx It een opzeggingsbevoegdheid. Conform artikel 4 lid 9 van de toepasselijke algemene voorwaarden en omdat er verder in artikel 3.1 niets over is bepaald, maakt Optimaal op dat moment aanspraak op het loon voor de tot dan toe verrichte werkzaamheden. Omdat Linx It zich niet heeft gehouden aan de opzegtermijn, moet zij alsnog voornoemd loon betalen over de opzegtermijn.
Linx It betoogt dat zij met de onder nummer 2.3 weergegeven e-mail juist heeft willen afspreken dat zij geen vergoeding hoeft te betalen als zij de overeenkomst op grond van artikel 3.1 zou opzeggen. Op basis van die correspondentie mocht zij er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij niet gehouden zou zijn te betalen.
Het antwoord op de vraag wat partijen zijn overeengekomen hangt af van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepaling mochten toekennen en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-maatstaf).
De rechtbank volgt eiser in haar betoog. In het onderhavige geval is de tekst van de overeenkomst helder. De eerste mogelijkheid tot opzegging van de overeenkomst door Linx It is na drie maanden. Het is niet in geschil dat artikel 3.1 twee situaties onderscheidt: (i) de “escape” na drie maanden die in deze zaak voorligt, en (ii) de directe ontbinding als geen overeenstemming over de “gadget” wordt bereikt. In de overeenkomst staat verder niets vermeld over de verschuldigdheid van loon bij een opzegging met een beroep op de “escape”, zodat Optimaal zich terecht op het standpunt stelt dat het tot dan verschuldigde loon moet worden betaald. Zij volgt gedaagde niet in haar stelling dat zij de afspraken op dit punt anders mocht begrijpen, gelet op de bewoordingen in haar e-mail van 28 februari 2024. In die e-mail staat nu juist vermeld dat zij niet wilde dat het totale aantal uren verschuldigd zou zijn bij vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst. De rechtbank begrijpt deze opmerking zo, dat bedoeld werd dat niet alle in artikel 5 lid 1 van de overeenkomst gemelde minimale uren (zie 2.5) hoefden te worden voldaan. De uitleg van Optimaal leidt tot dat resultaat: Linx It hoeft na haar tussentijdse opzegging niet het minimum aantal uren voor de gehele looptijd van de overeenkomst – 6 maanden – te voldoen, maar alleen de uren tot de eerste opzegmogelijkheid – 3 maanden. Nergens uit de correspondentie blijkt dat Linx It ervan uit mocht gaan dat zij helemaal niets aan Optimaal verschuldigd zou zijn.
Wat moet er worden betaald?
De opzegging van Linx It heeft plaatsgevonden op 23 mei 2024. Op basis van artikel 3.1 vangt de overeenkomst aan op 1 april 2024. Linx It mocht de overeenkomst dus voor het eerst opzeggen op 1 juli 2024. Optimaal heeft terecht betoogd dat de opzegging door Linx It hiermee onregelmatig is geweest. De kantonrechter heeft partijen voorgehouden dat een onregelmatige opzegging wel tot opzegging van de overeenkomst leidt, maar dat dit de opdrachtgever verplicht tot schadevergoeding vanwege de onregelmatigheid van de beëindiging. Dit betekent dat de vorderingen van Optimaal op die rechtsgrond zullen worden beoordeeld.
Optimaal stelt dat voor de hoogte van de schadevergoeding moet worden aangesloten bij het minimale aantal uren dat in rekening was gebracht als de opzegtermijn wel was nageleefd. Deze tijd heeft zij vrijgehouden voor de werkzaamheden voor Linx It. Linx It bestrijdt dat Optimaal in werkelijkheid uren heeft gereserveerd voor Linx It en daardoor schade lijdt.
Bij een schadevergoeding voor een onregelmatige beëindiging gaat het om schade die het gevolg is van het niet in acht nemen van een opzegtermijn. Het uitgangspunt daarbij is dat de opdrachtnemer (Optimaal) zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd als de opdrachtgever (Linx It) zich wel aan de opzegtermijn van drie maanden zou hebben gehouden. Dat maakt dat bij de schadevergoeding in beginsel aansluiting kan worden gezocht bij het minimale loon dat Optimaal zou hebben ontvangen over de contractuele opzegtermijn van drie maanden. Optimaal wordt gevolgd in haar stelling dat deze termijn overeengekomen is, zodat zij gedurende die periode op zoek zou kunnen gaan naar nieuwe opdrachtgevers. Dat alles betekent dat zij aanspraak maakt op de gevorderde schadevergoeding van € 12.584,00 (260/2 maal €80,00 plus btw: zie 2.5).
Beroep op eigen schuld
Linx It doet een beroep op “matiging” van de schadevergoeding. De kantonrechter heeft partijen voorgehouden dat hij dit beroep begrijpt als een beroep op eigen schuld aan de zijde van Optimaal. Linx It betoogt dat de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die Optimaal kan worden toegerekend, zodat haar vergoedingsplicht moet worden verminderd. Zij zou zich zo hebben gedragen, dat Linx It niet anders kon dan de opdracht per direct te beëindigen.
Linx It voert daartoe aan dat de adressenlijst die Optimaal heeft opgesteld rechtstreeks van de Kamer van Koophandel afkomstig was en onvoldoende aansloot bij de doelgroep. Optimaal heeft dit echter gemotiveerd weersproken en de rechtbank heeft hier verder geen stukken van. Ook als het gaat om de gadget zou Optimaal zich onvoldoende hebben ingespannen, zodat zij uiteindelijk zelf maar een gadget heeft bedacht. Optimaal heeft ook dit gemotiveerd besproken. De rechtbank kan enkel vaststellen dat Optimaal driemaal een concreet voorstel voor een gadget heeft gedaan, waarna partijen in onderling overleg hebben besloten dat Linx It zelf een gadget zou zoeken. In hoeverre dit iets zegt over de kwaliteit van de door Optimaal gedane voorstellen, kan zij bij gebrek aan toelichting verder niet beoordelen. Dat Optimaal zich niet heeft gehouden aan de termijnen in de overeenkomst voor bepaalde deelwerkzaamheden, zoals bellen, kan de rechtbank ook niet vaststellen. Optimaal heeft erop gewezen dat zij na twee maanden zou starten met bellen, hetgeen volgens haar op grond van haar algemene voorwaarden een streefdatum is, maar dat Linx It de overeenkomst voor die tijd beëindigd heeft.
Bij die stand van zaken kan dan ook niet worden vastgesteld dat de door Linx It aan het beroep op eigen schuld ten grondslag gelegde omstandigheden zich hebben voorgedaan. Daardoor wordt dus ook niet toegekomen aan de beoordeling of Optimaal zich, op grond van die omstandigheden, als opdrachtnemer zodanig gedroeg dat de samenwerking niet meer kon worden voortgezet en de schade als een gevolg daarvan deels aan haar zelf is toe te rekenen als bedoeld in artikel 6:101 BW
Buitengerechtelijke incassokosten
Optimaal vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Optimaal heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is lager dan het in het Besluit bepaalde tarief zodat het gevorderde bedrag, vermeerderd met daarover gevorderde rente, zal worden toegewezen.
Wettelijke (handels)rente
Optimaal vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente. Aangezien de toegewezen schadevergoeding voor de onregelmatige opzegging iets anders is dan de primaire betalingsverplichting uit de onderliggende handelsovereenkomst, kan de wettelijke handelsrente niet worden toegewezen. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen. Optimaal heeft de facturen op 23 juli 2024 verstuurd. De vervaldatum van de facturen is 6 augustus 2024. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf laatstgenoemde datum.
Proceskosten
Linx It is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Optimaal worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
115,22
- griffierecht
€
1.409,00
- salaris gemachtigde
€
1.228,00
(2,0 punten × tarief II: € 614,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.887,22
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In reconventie
Linx It vordert in reconventie schadevergoeding. Optimaal is volgens haar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht, waardoor zij schade heeft geleden. Zij legt daaraan dezelfde omstandigheden ten grondslag, als hiervoor onder 4.13 genoemd. Zij vordert de vergoeding van interne kosten omdat haar medewerkers een deel van de taken van Optimaal heeft moeten uitvoeren.
Optimaal heeft gemotiveerd bestreden dat zij tekort is geschoten en Linx It een deel van haar werk heeft moeten doen. Bovendien wijst Optimaal op artikel 8 lid 5 van haar algemene voorwaarden, waarin zij haar aansprakelijkheid voor niet directe schade uitsluit.
Dat verweer slaagt. Linx It heeft niet bestreden dat de aansprakelijkheidsbeperking in artikel 8 lid 5 van de algemene voorwaarden van toepassing is op haar vordering in reconventie. Zij doet echter wel een beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid en meent dat Optimaal daarom geen beroep toekomt op de aansprakelijkheidsbeperking. Gelijk aan het oordeel van de rechtbank onder 4.11 en 4.12 is ook in reconventie niet gebleken van de door Linx It gestelde omstandigheden die ertoe zouden moeten leiden dat een beroep op de aansprakelijkheidsbeperking door Optimaal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Linx It krijgt dus ook in reconventie ongelijk en moet daarom de proceskosten van Optimaal betalen. De proceskosten van Optimaal worden begroot op € 521,00 (2,0 punten x factor 0,5 x tarief I: € 521,00) aan salaris advocaat.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
In conventie
veroordeelt Linx It tot betaling aan Optimaal van schadevergoeding van € 12.584,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Linx It om aan Optimaal te betalen een bedrag van € 879,00 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Linx It in de proceskosten van € 2.887,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Linx It niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Linx It tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten en de buitengerechtelijke kosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
In reconventie
veroordeelt Linx It in de proceskosten van € 521,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Linx It niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Linx It in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, kantonrechter, bijgestaan door mr. H. van Nieuwenhuizen-van Cadsand, griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2025.