ECLI:NL:RBAMS:2025:9485

ECLI:NL:RBAMS:2025:9485, Rechtbank Amsterdam, 04-06-2025, 13/040359-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-06-2025
Datum publicatie 15-12-2025
Zaaknummer 13/040359-25
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0006297 BWBR0011874

Samenvatting

Tenlastelegging: poging tot medeplegen van afspersing; het medeplegen van oplichting vande belastingdienst; medeplegen van valsheid in geschrifte; medeplegen van computervredebreuk door het aannemen van een valse hoedanigheid. Bewezen: medeplegen van een poging tot afpersing. Gevangenisstraf 8 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Meldplicht, begeleid wonen/maatschappelijke opvang, dagbesteding, schuldhulpverlening, ambulante begeleiding, ambulante behandeling, contactverbod, locatieverbod. Vordering benadeelde partij: 49,95 euro materel, 1000 euro immaterieel toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/040359-25

Datum uitspraak: 4 juni 2025

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1982 te [geboorteplaats 1] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd te: [detentieplaats] ,

hierna: verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 mei 2025.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.I.P. Hofstee, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.E. Kötter, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van hetgeen door [naam] , medewerker van Slachtofferhulp Nederland, namens de benadeelde partij [aangever 1] naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

feit 1

een poging tot medeplegen van afpersing van [aangever 1] en/of [aangever 2] in de periode van 30 januari 2025 tot en met 4 februari 2025 te Amsterdam door [aangever 1] dreigende berichten te sturen om [aangever 1] en/of [aangever 2] te dwingen tot afgifte van € 14.000,-;

feit 2

het medeplegen van oplichting van de Belastingdienst in de periode van 6 januari 2025 tot en met 4 februari 2025 te Amsterdam door die Belastingdienst te bewegen tot afgifte van enig goed door het indienen van een valselijk opgemaakte aanvraag aangifte inkomstenbelasting/voorlopige aanslagen;

feit 3

het medeplegen van valsheid in geschrifte in de periode van 6 januari 2025 tot en met 4 februari 2025 te Amsterdam door het valselijk opmaken van geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen;

feit 4

het medeplegen van computervredebreuk in de periode van 6 januari 2025 tot en met 4 februari 2025 door opzettelijk en wederrechtelijk in een bankaccount van de Rabobank en een account van Mijn Overheid en een account van de Belastingdienst, te binnendringen, waarbij hij zich toegang tot dat geautomatiseerde werk heeft verworven, door het aannemen van een valse hoedanigheid.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2, 3 en 4.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 heeft gepleegd op basis van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 2, 3 en 4 wegens een gebrek aan bewijs en de ontkennende verklaring van verdachte.

Ten aanzien feit 1 stelt de raadsman dat de ten laste gelegde periode moet worden ingekort tot de periode van 3 en 4 februari 2025 en dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de berichten die met telefoonnummer + [telefoonnummer 1] aan aangever zijn verstuurd. Verdachte heeft enkel bekend de berichten met telefoonnummer + [telefoonnummer 2] te hebben gestuurd.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 2, 3 en 4

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten. Verdachte ontkent enige betrokkenheid te hebben gehad bij hetgeen vooraf is gegaan aan de bedreigingen. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat verdachte betrokken was bij het bewerkstelligen dat de 14.026 euro op de bankrekening van aangever is terechtgekomen en daarmee het plegen van die feiten. Het oplichten van de Belastingdienst, de valsheid in geschrifte en het plegen van computervredebreuk door verdachte kunnen daarom niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De rechtbank zal verdachte voor die drie feiten dan ook vrijspreken.

Bewezenverklaring feit 1

De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte heeft gepoogd om aangever te bewegen tot afgifte van die 14.026 euro door hem te bedreigen. Verdachte heeft ter zitting bekend op 3 februari 2025 de bedreigingen die met het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] zijn verstuurd, te hebben geuit.

3.3.2.1. Medeplegen

Verdachte heeft ontkend enig aandeel te hebben gehad aan de bedreigingen die op 4 februari 2025 met het telefoonnummer + [telefoonnummer 1] zijn geuit.

Herkenning [naam 1]

De politie heeft onderzoek verricht naar het telefoonnummer eindigend op [eindcijfers telefoonnummer] en is tot de conclusie gekomen dat dit telefoonnummer naar alle waarschijnlijkheid toebehoort aan [naam 1] . Het nummer wordt in de politiesystemen gekoppeld aan ene [naam 2] uit Noord. [naam 1] heet [voornaam] en woont in Noord. Verder komt uit het onderzoek een persoon naar voren die aangever kent als ‘ [bijnaam] ’. Dit is de persoon aan wie aangever in december 2023 verschillende persoonsgegevens heeft toevertrouwd. Aangever heeft [bijnaam] ook meermalen ontmoet. De politie heeft aangever een foto laten zien van [naam 1] . Bij het zien van deze foto heeft aangever verklaard dat hij die persoon voor honderdprocent herkent als ‘ [bijnaam] ’. Het is dus aannemelijk dat ‘ [bijnaam] ’ dezelfde persoon is als [naam 1] en dat hij het telefoonnummer eindigend op [eindcijfers telefoonnummer] in gebruik had waarmee aangever is bedreigd.

Contact ‘ [bijnaam] ’/ [naam 1] en verdachte

Uit de aanvullende verklaring van aangever blijkt dat hij aan ‘ [bijnaam] ’ heeft verteld dat hij bedreigd werd door een tweede persoon. ‘ [bijnaam] ’ heeft hierop gezegd dat aangever hier niet bang voor hoefde te zijn en dat hij die persoon die hem bedreigde, zou aanspreken. Hieruit blijkt dus dat verdachte en [naam 1] , ook wel ‘ [bijnaam] ’, contact hadden over de bedreigingen die zij beiden uitten aan aangever. Hieruit blijkt dan ook een zekere vorm van samenwerking tussen verdachte en ‘ [bijnaam] ’. Ter zitting heeft verdachte verder verklaard dat hij wist dat het de bedoeling was dat aangever veertienduizend euro zou overhandigen. Ook heeft verdachte in meerdere bedreigingen gesproken over ‘we’. Zo heeft hij gezegd: ‘[…] je dochter neuken we eerdt (de rechtbank begrijpt: eerst) en dan hoofd eraf.' Verdachte heeft ter zitting ook verklaard dat hij alle informatie van een andere persoon kreeg en geld zou krijgen voor het bedreigen van aangever. Verdachte heeft dus niet alleen gehandeld en stond in direct contact met in ieder geval één andere persoon die nauw betrokken was bij de afpersing.

Medeplegen

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, oordeelt rechtbank dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 1] en verdachte die was gericht op het verkrijgen van de veertienduizend euro. Zij stuurden beiden meerdere bedreigingen om aangever ertoe te bewegen de viertienduizend euro aan hen af te geven. De rechtbank acht daarom dat er sprake is van medeplegen ten aanzien van de afpersing. Hiervoor is niet vereist dat alle uitvoeringshandelingen ook gezamenlijk zijn verricht. De rechtbank zal verdachte daarom ook veroordelen voor alle berichten die aan hem ten laste zijn gelegd. Deze berichten zijn op 3 en 4 februari 2025 verstuurd en daarmee dus ook in de tenlastegelegde periode van 30 januari 2025 tot en met 4 februari 2025.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op tijdstippen in de periode van 30 januari 2025 tot en met 4 februari 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld en verkrachting, [aangever 1] te dwingen tot de afgifte van 14.026 euro dat aan voornoemde [aangever 1] en/of de Belastingdienst toebehoorde opzettelijk naar voornoemde [aangever 1] meerdere malen WhatsApp bericht(en) en/of SMS berichten te sturen en daarin de volgende (dreigende) woorden toe te voegen:

vanaf het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] :

- “ Je mag alles houden alle 3 zijn jullie dood geen weg meer terug met je kanker smoesjes laat me zien jullie hebben nog 1 keer de ballen in Osdorp te slapen” en/of

- “ Geld mag je houden Jullie gaan er voor sterven” en/of

- “” Geef aan je kanker moeder alle 3 dood met je tijd nodig je mag het houden geniet er goed van want jullie gaan er voor sterveb” en/of

- “ voor 00:00 geen 14k alle 3 hoofd er af je dochter neuken we eerdt en dan hoofd eraf” en/of

- “ Julie gaan dood, na 00:09 Vandaag je huis d elicht in” en/of

- “ anders zijn jullie dood maakt mij geen kanker moer uit jou wijf gaat er zwz aan” en/of

- haart hoofd gaat er zwz al afofer geld komt ofniet die hoer is zwz dooid”

- “ binnekort woont ze in een geluidloze schuur”

- “ ze is nu 2 jaar ouder toch? [naam 3] komt ze daar” (met als bijlage een afbeelding van [aangever 1] en diens dochter} en/of

- “ Ben je er niet voor 16:09 Jijj en je dochter vanavond dood” en/of

- “ je dochter gaat de kofferbak in mafkees” en/of

- “ Jij slaapt noiit meer thuis" en/of

- “ Jou hele familie slachten we” en/of

- “ Iedereen je adres al gegeven” en/of

- “ Voor 17:00 niet het geld van de bank jij en je dochter alle 2 hoofd eraf” en/of

- “ Observatie op je dochter” en/of

- “ We zijn er op tijd Amders 5 liter benzine aan je deur” en/of

- “ Nu krijg je met mij te maken miet meer met [naam 4] ” en/of

- “ Wordt je huis vanavht opgeblazen" en/of

- “ Geen weg meer terut sta je op de dodenlijst" en/of

- “ Wie zou je dochter niet verkrachten voor 14k” en/of

- “ Tot die tijd neuken we haar dood” en/of

vanaf het telefoonnummer + [telefoonnummer 1] :

- “ Denk aan je geliefde [naam 5] ” en/of

- “ Gab ik hoop echt dat je beseft dat we niet aan t dollen zijn ik ga echt door het vuur voor dit geloof me” en/of

- “ Dus ik zie jou voor 1600 gabber anders ga ik me bedenken jonge en ik gooi alles plat geloof me” en/of

- IK GA NIET DOOR JOU VROUW zoveel geld missen onthou dat is geen 100 euro he, en/of

- “ Denk aan je geliefde [naam 5] ik zeg jou dit is geen snoepgeld”,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder feit 1 bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat de bijzondere voorwaarden aan verdachte worden opgelegd zoals door de reclassering is geadviseerd. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat een contact- en locatieverbod aan verdachte wordt opgelegd, zoals door aangever is verzocht.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd voor de duur die hij op het moment van de uitspraak reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Verdachte kan zich daarnaast verenigen met een (aanvullende) voorwaardelijke gevangenisstraf met de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing in vereniging. Hij heeft aangever opzettelijk angst aangejaagd voor een geldelijke beloning. Hij heeft hierbij niet alleen aangever zelf bedreigd, maar ook zijn dochter en vriendin. Verdachte heeft bij deze dreigementen foto’s verstuurd van het gezin van aangever. Daarbij heeft verdachte gedreigd met verkrachting van de dochter van aangever. Deze dreigementen betreffen grove inbreuken op de lichamelijke integriteit van aangever en zijn gezin. De onzekerheid of verdachte of zijn mededader de dreigementen tot uitvoering zouden brengen en de angst die hiermee gepaard is gegaan, zoals ook blijkt uit de vordering tot schadevergoeding, zijn zeer ernstig. Verdachte heeft gedurende het onderzoek en ter terechtzitting geen blijk gegeven van enig berouw van zijn handelen. De rechtbank rekent verdachte een en ander aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 28 april 2025. Hieruit blijkt dat verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan onderhavige verdenking niet is veroordeeld voor enig strafbaar feit.

Gelet op alle voornoemde omstandigheden ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van de vordering van de officier van justitie. De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden opleggen waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals de reclassering heeft geadviseerd. Tevens zal de rechtbank aan verdachte als bijzondere voorwaarden een contact- en locatieverbod opleggen zoals door aangever is verzocht.

8. Beslag

Onder verdachte is in beslag genomen:

€ 1.229,60: goednummer: PL1300-2025028116-6616323.

Nu niet is gebleken dat het geldbedrag dat bij verdachte is aangetroffen van enig misdrijf afkomstig is, dient dat geldbedrag aan verdachte te worden teruggegeven.

9. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [aangever 1] vordert € 49,95 aan vergoeding van materiële schade en € 1.000,- aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.

Materiele schade

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade (kosten beveiligingscamera) voor vergoeding in aanmerking komt. Weliswaar strekt de aanschaf van een beveiligingscamera ertoe soortgelijke feiten in de toekomst te voorkomen, maar de rechtbank neemt aan dat de benadeelde partij deze kosten heeft gemaakt als gevolg van de bewezen verklaarde feiten, zodat deze hiervoor een conditio sine qua non vormen. Voornoemde kosten zijn redelijkerwijs toe te rekenen aan en het rechtstreekse gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte. De vordering is ook niet betwist en de hoogte komt niet onrechtmatig voor. Het gevorderde bedrag van € 49,95 zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 3 februari 2025.

Immateriële schade

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Vast staat dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De vordering is niet betwist. De rechtbank wijst de vordering toe te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 3 februari 2025.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [aangever 1] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 1.049,95 (duizend negenveertig euro en vijfennegentig cent).

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van een poging tot afpersing.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Straf

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Meldplicht bij reclassering

Veroordeelde meldt zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres [adres] te Amsterdam. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Veroordeelde verblijft bij [instelling] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel als mogelijk. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

Dagbesteding

Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

Meewerken aan schuldhulpverlening

Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

Ambulante begeleiding

Veroordeelde werkt mee aan ambulante begeleiding van [instelling] .

Indien nodig geacht door de toezichthouder: Ambulante behandeling

Veroordeelde laat zich behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.

Contactverbod

Veroordeelde zal gedurende de proeftijd twee jaar op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opnemen, zoeken of hebben met [aangever 1] , geboren op [geboortedag 2] 1984 te [geboorteplaats 2] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Locatieverbod

Veroordeelde mag zich gedurende de proeftijd twee jaar niet bevinden in de [straatnaam] te Amsterdam, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd

Beslag

Gelast de teruggave aan [verdachte] van € 1.229,60 (goednummer: PL1300-2025028116-6616323).

Vordering benadeelde partij [aangever 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 49,95 aan vergoeding van materiële schade en € 1.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 februari 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangever 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 1] , aan de Staat € 1.049,95 (duizend negenveertig euro en vijfennegentig cent) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.J. Bos, voorzitter,

mrs. H.E. Hoogendijk en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.T. Lo Dico, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 juni 2025.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.J. Bos

Griffier

  • mr. R.T. Lo Dico

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?