RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/766842 / HA ZA 25-887
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
RESOLVED B.V., (cessionaris van Qwint B.V.)
te Dronten,
eisende partij,
hierna te noemen: Resolved,
advocaat: mr. D. Plana,
tegen
PRISMA KOZIJNEN B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Prisma,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 maart 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van 23 juli 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025, en de daarin genoemde stukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Samenvatting
Resolved vordert van Prisma betaling van een aantal onbetaalde energiefacturen. Die vorderingen zouden in juli 2025 door Qwint B.V. (hierna: Qwint) aan Resolved zijn overgedragen. Dat de vorderingen van Qwint op Prisma aan Resolved zijn overgedragen, is echter niet komen vast te staan. De rechtbank ziet af van het bieden van een nadere mogelijkheid aan Resolved om alsnog aan te tonen dat cessie van de vordering heeft plaatsgevonden. Ook als de vorderingen van Qwint op Prisma wel aan Resolved zijn overgedragen, heeft Resolved namelijk onvoldoende gesteld om te kunnen beoordelen of de meterstanden waarop de facturen zijn gebaseerd, juist zijn. De rechtbank wijst de vorderingen van Resolved af.
3. De feiten
Qwint is een onderneming die zich richt op de handel in elektriciteit en gas via leidingen.
De ondernemingsactiviteiten van Prisma bestaan uit de exploitatie van een groothandel in hout, plaatmateriaal en overige bouwmaterialen.
Tussen Qwint en Prisma is op 9 december 2019 een leveringsovereenkomst tot stand gekomen voor de levering van elektriciteit en gas aan het bedrijfspand van Prisma gelegen aan [adres] , voor een periode van 5 jaar. Op de overeenkomst zijn de ‘Productvoorwaarden Leveringscontract Zakelijke kleinverbruikers (versie 2018)’ en de ‘Algemene voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers 2018’ van toepassing verklaard. De overeenkomst is ingegaan op 10 december 2019.
De leveringsovereenkomst betreft een variabel energiecontract met vaste leveringskosten. Prisma betaalt Qwint maandelijks een termijnbedrag (een voorschot) dat wordt bepaald op basis van de meest recente meterstanden, dan wel geschat op basis van de laatst bekende gegevens. Blijkens de Productvoorwaarden wordt het voorschotbedrag jaarlijks verrekend met de definitieve afrekening op basis van de meterstanden en het daadwerkelijk gebruik (de eindafrekening). Betalingen vinden plaats via automatische incasso.
De meterstanden van de meter die zich in het pand bevindt, worden niet automatisch uitgelezen (het is geen zogeheten ‘slimme meter’). Op grond van de leveringsovereenkomst, moeten de meterstanden jaarlijks door Prisma aan Qwint worden doorgegeven. Daarnaast kunnen de meterstanden ook worden opgenomen en doorgegeven door de netbeheerder.
Op 26 september 2022 is de leveringsovereenkomst door opzegging van Prisma geëindigd.
De volgende facturen van Qwint zijn onbetaald gebleven:
Datum
Factuurnr.
Omschrijving
Bedrag
1 december 2021
[fact.nr. 1]
Voorschot december 2021
€ 103,00
16 februari 2022
[fact.nr. 2]
Verbruiksnota gas en elektriciteit - periode: 11/12/2020-23/12/2021
€ 299,16
4 maart 2022
[fact.nr. 3]
Voorschot maart 2022
€ 77,00
2 juni 2022
[fact.nr. 4]
Voorschot juni 2022
€ 77,00
2 september 2022
[fact.nr. 5]
Voorschot juli 2022
€ 159,00
27 september 2022
[fact.nr. 6]
Voorschot augustus 2022
€ 159,00
17 oktober 2022
[fact.nr. 7]
Voorschot september 2022
€ 159,00
17 augustus 2023
[fact.nr. 8]
Verbruiksnota gas - periode:
1/7/2022-26/9/2022
€ 59.197,53
17 augustus 2023
[fact.nr. 9]
Verbruiksnota elektriciteit - periode:
1/7/2022-26/9/2022
€ 32.949,15
23 augustus 2023
[fact.nr. 10]
Verbruiksnota gas en elektriciteit – periode: 23/12/2021-1/7/2022
€ 708,19
Totaal
€ 93.888,03
Op elk van deze facturen is opgenomen dat het verschuldigde bedrag op een bepaalde datum automatisch zou worden afgeschreven van de rekening van Prisma. Deze automatische incasso’s zijn steeds niet gelukt.
Qwint heeft het innen van de vordering op Prisma in eerste instantie uitbesteed aan het incassobureau Debtt B.V., dat Prisma herhaaldelijk heeft gesommeerd om te betalen.
Op 3 juli 2025 – dus nadat deze procedure door Qwint aanhangig was gemaakt –heeft Qwint met Resolved een overeenkomst gesloten tot overdracht van vorderingen (akte van cessie). Op grond van die overeenkomst heeft Qwint met ingang van 1 juli 2025 (een deel van) haar openstaande handelsvorderingen aan Resolved overgedragen. Hierop hebben Qwint en Resolved op 20 oktober 2025 een verzoek ingediend tot schorsing en voortzetting van de procedure met Resolved als eisende partij. Op dezelfde datum is aan Prisma een exploot betekend waarmee het verzoek tot schorsing en hervatting van de procedure is aangezegd. Aan Prisma is hierbij een (gedeeltelijk onleesbaar gemaakte) kopie van de akte van cessie tussen Qwint en Resolved verstrekt.
In de akte van cessie tussen Qwint en Resolved van 3 juli 2025, staat – voor zover hier relevant – het volgende vermeld:
“OVERWEGINGEN:
(A) Qwint is al geruime tijd bezig met de geleidelijke afbouw van haar activiteiten. Op korte termijn zal Qwint als vennootschap ontbonden worden.
(B) Qwint en Debtt B.V. (Debtt) hebben op 5 september 2023 een overeenkomst dienstverlening afgesloten in het kader waarvan Debtt als opdrachtnemer diensten verleent aan Qwint inzake debiteurenbeheer, betalingsregelingen, minnelijke incasso, juridische procedures en executie en invordering van gerechtelijke uitspraken (Incasso-overeenkomst).
(C) Qwint en Debtt zullen de incasso-overeenkomst in onderling overleg beëindigen en Qwint zal door Debtt beheerde handelsvorderingen overdragen aan Resolved.
[…]
“Artikel 1: Overdracht vorderingen
Onder de voorwaarden voorzien in deze Overeenkomst draagt Qwint aan Resolved de handelsvorderingen die Debtt momenteel in opdracht van Qwint beheert in het kader van de incasso-overeenkomst, hierna te noemen de Portefeuille Handelsvorderingen (Qwint).
Het volledige detail van de Portefeuille handelsvorderingen (Qwint), met een uitsplitsing van de verschillende facturatieposten op het niveau van elke debiteur, is opgenomen als bijlage bij deze Overeenkomst (Excelbestand).
De Portefeuille Handelsvorderingen (Qwint) omvat enkel de facturen en debiteuren vermeld in het Excelbestand.”
4. Het geschil
Resolved vordert – samengevat – veroordeling van Prisma tot betaling van € 112.612,39, vermeerderd met rente en kosten. Deze vordering is als volgt opgebouwd:
- hoofdsom: € 93.888,03
- wettelijke handelsrente t/m 23-1-2025: € 17.010,48
- buitengerechtelijke incassokosten: € 1.713,88
totaal: € 112.612,39
Resolved legt hieraan ten grondslag dat Prisma in verzuim is met haar verplichtingen uit de leveringsovereenkomst, en dat Qwint, naast de openstaande facturen ook buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente verschuldigd is.
Prisma voert verweer en concludeert Prisma tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Resolved, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Resolved in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Prisma heeft bij aanvang van de mondelinge behandeling van 25 oktober 2025, onder voorbehoud van rechten en weren, ingestemd met het verzoek tot schorsing en hervatting van de procedure. Deze procedure, die door Qwint als eisende partij is aangevangen, wordt dan ook voortgezet door Resolved als eisende partij.
Voor de beoordeling van dit geschil, moeten, gelet op de standpunten van partijen, een viertal vragen worden beantwoord:
Heeft Qwint haar vorderingen op Prisma aan Resolved overgedragen?
Heeft Prisma te laat geklaagd?
Is de leveringsovereenkomst vernietigbaar? En,
Zijn de factuurbedragen verschuldigd?
De rechtbank zal deze vragen achtereenvolgens behandelen.
1) Heeft Qwint haar vorderingen op Prisma aan Resolved overgedragen?
Beoordeeld dient te worden of de vorderingen van Qwint op Prisma aan Resolved zijn overgedragen (‘gecedeerd’). Resolved verwijst hiervoor naar de (gedeeltelijk onleesbaar gemaakte) akte van cessie, die op 20 oktober 2025 aan Prisma is betekend. Prisma betwist dit met de stelling dat uit de akte van cessie niet blijkt welke vorderingen door Prisma aan Resolved zijn overgedragen. Op grond van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), draagt Resolved de bewijslast van de cessie.
Met Prisma, stelt de rechtbank vast dat in (het leesbare deel van) de cessieakte niet is gespecificeerd welke vorderingen van Qwint precies aan Resolved zijn gecedeerd. In de cessieakte staat weliswaar dat “[h]et volledige detail van de Portefeuille handelsvorderingen (Qwint), met een uitsplitsing van de verschillende facturatieposten op het niveau van elke debiteur, is opgenomen als bijlage bij deze Overeenkomst (Excelbestand)”, maar juist deze bijlage ontbreekt. Daarnaast staat in de cessieakte dat “[d]e Portefeuille Handelsvorderingen (Qwint) […] enkel de facturen en debiteuren vermeld in het Excelbestand [omvat].” Dit laatste suggereert dat er ook vorderingen zijn van Qwint (al dan niet beheerd door Debtt) die niet aan Resolved zijn overgedragen.
De rechtbank komt daarmee tot de conclusie dat Resolved op dit moment niet op voldoende wijze heeft onderbouwd dat de vorderingen van Qwint op Prisma, waar het in deze procedure over gaat, aan Resolved zijn overgedragen. Het aan Resolved bieden van een nadere mogelijkheid de cessie te onderbouwen, zou echter niet leiden tot een andere uitkomst. Zoals hierna zal worden toegelicht, komt de rechtbank namelijk – onafhankelijk van de vraag of de vorderingen waarvan in deze procedure betaling wordt gevorderd aan Resolved zijn gecedeerd – tot het oordeel dat Prisma geen betaling van de betreffende factuurbedragen verschuldigd is.
2) Heeft Prisma te laat geklaagd?
Resolved stelt zich op het standpunt dat Prisma te laat heeft geklaagd. Volgens Resolved had Prisma op grond van artikel 13 van de algemene voorwaarden bij de leveringsovereenkomst steeds binnen de betalingstermijn moeten klagen als Prisma het niet eens was met een factuur. Nu dat niet is gebeurd, dient het verweer van Prisma te worden gepasseerd, aldus Resolved.
De rechtbank volgt Resolved niet in het standpunt dat Prisma te laat heeft geklaagd.
Daartoe is het volgende redengevend.
Artikel 13 van de algemene voorwaarden luidt als volgt:
“13.1 Bent u het niet eens met een jaarnota of eindnota die wij u sturen? Stuur ons dan schriftelijk of digitaal een bezwaarschrift en geef aan waarom u het niet met deze nota eens bent. Doet u dit binnen de betalingstermijn? En gebruikt u de elektriciteit en/of gas alleen voor uw huishouden? Dan hoeft u deze nota nog niet te betalen totdat wij een beslissing hebben genomen.
Ontvangen wij uw bezwaarschrift te laat of gebruikt u de elektriciteit en/of het gas ook voor iets anders dan uw huishouden? Dan moet u deze nota gewoon betalen.”
Het standpunt van Resolved berust op een onjuiste lezing van artikel 13 van de algemene voorwaarden. Artikel 13 houdt uitsluitend in dat indien binnen de betalingstermijn bezwaar gemaakt wordt tegen een jaarnota of eindnota, de betreffende nota in afwachting van de beslissing op dat bezwaar nog niet betaald hoeft te worden en vice versa. Dat geen bezwaar meer gemaakt kan worden tegen een nota als de betalingstermijn daarvan is verstreken, volgt in het geheel niet uit artikel 13. Daarnaast is het vaste rechtspraak dat niet slechts tijdig tegen de juistheid van een factuur bezwaar kan worden gemaakt binnen de door schuldeiser gestelde betalingstermijn (vlg. HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1565).
Voor zover Resolved heeft bedoeld te zeggen dat Prisma op grond van artikel 6:89 BW te laat heeft geklaagd, leidt dit niet tot een andere uitkomst. Artikel 6:89 BW bepaalt dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar heeft geprotesteerd. Het opstellen en toezenden van een factuur geldt echter niet als een prestatie zoals in dit artikel wordt bedoeld (vlg. eveneens HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1565). Ook op grond van de wettelijke klachtplicht kan het beroep van Resolved op de klachtplicht dus niet slagen.
Het voorgaande betekent dat het beroep op schending van de klachtplicht faalt.
3) Is de leveringsovereenkomst vernietigbaar?
Prisma stelt zich op het standpunt dat de leveringsovereenkomst de meterstanden had moeten vermelden zoals die waren bij aanvang van de levering van gas en elektriciteit aan Prisma (i.e. de meterstanden zoals door de verhuurmakelaar in het proces-verbaal van oplevering van 3 september 2019 werden genoteerd). Omdat dat niet is gedaan, is volgens Prisma sprake van een ‘essentieel gebrek’ in de leveringsovereenkomst en is deze daarom vernietigbaar op grond van de consumentenbescherming zoals omschreven in de artikelen 95m t/m 95o Elektriciteitsnet en de artikelen 52b t/m 52d Gaswet. Resolved betwist dat Prisma een beroep op vernietiging toekomt, omdat Prisma volgens Resolved niet kwalificeert als een consument in de zin van voornoemde artikelen. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
De artikelen 95m t/m 95o Elektriciteitsnet en de artikelen 52b t/m 52d Gaswet zijn van toepassing op zogeheten ‘kleingebruikers’, dat wil zeggen: afnemers die beschikken over een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80 A (voor elektriciteit) en een maximale capaciteit van ten hoogste 40 m3 (n) per uur (voor gas). Of Prisma kwalificeert als ‘kleingebruiker’, kan echter in het midden blijven. Uit de artikelen 95m t/m 95o Elektriciteitsnet en de artikelen 52b t/m 52d Gaswet volgt niet de verplichting de meterstanden bij aanvang van de levering in de leveringsovereenkomst te vermelden. De rechtbank licht dit toe.
Uit de artikelen 95m Elektriciteitswet en 52b Gaswet volgt dat de voorwaarden verbonden aan een leveringsovereenkomst ‘transparant, eerlijk en vooraf bekend’ moeten zijn, en opgesteld moeten zijn in duidelijke en begrijpelijke taal. Dit houdt op grond van lid 2 in ieder geval in dat kleinverbruikers te allen tijde transparante informatie moeten kunnen verkrijgen over de geldende tarieven en de voorwaarden voor levering voor gas en elektriciteit. Een en ander is ingegeven door de overweging dat voor een kleingebruiker duidelijk moet zijn onder welke voorwaarden hij een leveringsovereenkomst sluit.
Anders dan Prisma, leest de rechtbank hier (noch in de overig aangehaalde wettelijke bepalingen) echter niet de verplichting in dat ook de meterstanden in de leveringsovereenkomst moeten worden opgenomen, en Prisma heeft dit ook niet nader onderbouwd. De rechtbank ziet namelijk niet in waarom de hoogte van de meterstand van belang is voor het kunnen maken van een weloverwogen afweging over het al dan niet sluiten van een leveringsovereenkomst, en onder welke voorwaarden. Weliswaar is het voor het onderbouwen van de facturen van belang dat vastgesteld wordt wat de begin- en eindstanden zijn van de elektriciteits- en gasmeter (zie hierover r.o. 5.23 hierna), maar dat het ook een voorwaarde is de beginstanden in de leveringsovereenkomst op te nemen, en dat het ontbreken daarvan de vernietigbaarheid van de overeenkomst rechtvaardigt, volgt de rechtbank niet.
Dit betekent de vordering van Prisma tot vernietiging van de leveringsovereenkomst wordt afgewezen.
4) Zijn de factuurbedragen door Prisma verschuldigd?
Beoordeeld dient te worden of de door Qwint in rekening gebrachte voorschotfacturen en eindafrekeningen verschuldigd zijn. Niet in geschil is dat de facturen niet zijn betaald. Prisma betwist ook niet dat Qwint energie heeft geleverd waarvoor zij betaling verschuldigd is. Zij betwist echter de hoogte van de facturen met de stelling dat de meterstanden waarop de facturen gebaseerd zijn, onjuist zijn.
De meterstanden die door Qwint op de vier verbruiksnota’s zijn genoteerd, en waar de betreffende factuurbedragen op zijn gebaseerd, waren in de betreffende periodes voor elektriciteit (E) en gas (G) als volgt:
Factuurnr.
Omschrijving
Beginstand
Eindstand
[fact.nr. 2]
Verbruiksnota gas en elektriciteit periode: 11/12/2020-23/12/2021
E: 36.677
G: 13.226
E: 38.626
G: 13.963
[fact.nr. 10]
Verbruiksnota gas en elektriciteit – periode: 23/12/2021-1/7/2022
E: 38.626
G: 13.963
E: 39.624
G: 14.405
[fact.nr. 8]
Verbruiksnota gas - periode:
1/7/2022-26/9/2022
G: 14.405 (C)
G: 37.006 (A)
[fact.nr. 9]
Verbruiksnota elektriciteit - periode:
1/7/2022-26/9/2022
E: 39.624 (C)
E: 108.509 (A)
Volgens Prisma zijn deze meterstanden onjuist. Zij onderbouwt dit met een proces-verbaal van oplevering van 3 september 2019 dat bij aanvang van de huur van het pand door de verhuurmakelaar is opgesteld. Dit opleveringsrapport bevat foto’s van de meterstanden van de gas- en elektriciteitsmeters op de datum van oplevering. Volgens deze foto’s was de meterstand op 3 september 2019 voor elektriciteit 81.048 kWh en voor gas 30.553 m3.
Los van de beginstand bij aanvang van de leveringsovereenkomst, betwist Prisma ook het in de facturen met nrs. [fact.nr. 8] en [fact.nr. 9] gestelde verbruik. Volgens deze facturen is het verbruik van Prisma in de periode van 1 juli 2022 tot 26 september 2022 (een periode van circa drie maanden) aanzienlijk toegenomen in vergelijking met de leveringsperiodes daarvoor. Prisma stelt dat dit niet kan kloppen: volgens Prisma is haar energiegebruik altijd laag geweest en, voor zover zij in deze periode überhaupt nog in het pand zat, niet gewijzigd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Resolved draagt op grond van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de bewijslast van de feiten die zij ten grondslag legt aan het door haar ingeroepen rechtsgevolg: de betaling van de openstaande facturen. In dit geval betekent dat dat Resolved de bewijslast draagt van de meterstanden waar Qwint de factuurbedragen op heeft gebaseerd.
Resolved heeft aangegeven dat zij bij meters die niet op afstand uitleesbaar zijn, zoals hier het geval is, voor het vaststellen van de meterstanden afhankelijk is van de gegevens die door de netbeheerder of door de afnemer (hier: Prisma) worden verstrekt. Als de meterstanden tussentijds niet worden doorgegeven, worden deze geschat op basis van historische gegevens. Deze schatting wordt in beginsel als definitief beschouwd en kan daarna niet meer worden gewijzigd.
Resolved heeft geen informatie aangeleverd waaruit blijkt op welke wijze de meterstanden waar de openstaande facturen op zijn gebaseerd, zijn vastgesteld. Het is daarmee onduidelijk of de meterstanden zijn aangeleverd door de netbeheerder, door Prisma zelf, of door Qwint zijn geschat. Resolved heeft tegenover de betwisting door Qwint van het werkelijk gebruik van energie dus niet duidelijk gemaakt op welke manier zij dat werkelijk verbruik heeft vastgesteld. Een voldoende onderbouwing van de vordering tot betaling van de op dat energiegebruik gebaseerde facturen ontbreekt dus. Dat geldt zowel voor de verbruiksnota’s als voor de openstaande voorschotnota’s, nu ook deze voorschotnota’s zijn gebaseerd op (een schatting van) het verbruik van Prisma en bij gebrek aan duidelijkheid over de meterstanden niet kan worden beoordeeld hoe deze voorschotbedragen zich verhouden tot het werkelijke verbruik.
Naar het oordeel van de rechtbank, is er geen aanleiding Resolved alsnog in de gelegenheid te stellen om te onderbouwen en voor het voetlicht te brengen wat de herkomst is van de betreffende meterstanden waarop de vordering is gebaseerd. Gelet op het feit dat de meterstanden uit het opleveringsrapport al in de conclusie van antwoord van Prisma waren vermeld, heeft Resolved voldoende gelegenheid gehad de door haar gestelde meterstanden met Qwint te bespreken en bij de mondelinge behandeling van een onderbouwing te voorzien. Dat Resolved deze onderbouwing niet heeft verstrekt, heeft mogelijk te maken met het feit dat Qwint haar bedrijfsactiviteiten aan het afbouwen is en daarom deze informatie niet langer voor handen heeft, maar dat is een omstandigheid die voor rekening komt van Resolved.
Gelet op het feit dat Prisma niet heeft betwist dat zij gedurende (in ieder geval een gedeelte van) de betreffende periodes energie heeft verbruikt, zou een redelijke vergoeding voor de – naar schatting – door Qwint geleverde energie op zijn plaats kunnen zijn. Het is echter in het geheel niet duidelijk hoe het verbruik van Prisma er gedurende de leveringsovereenkomst uit heeft gezien – ook niet in de periode vóór december 2020, waarin de facturen wel door Prisma zijn betaald. Daarnaast bieden de stellingen van Resolved, noch Prisma enige handvatten voor wat een ‘redelijke vergoeding’ in dit geval zou kunnen zijn. Hoewel het gevolg hiervan is dat Prisma energie geleverd heeft gekregen, waarvoor zij niet hoeft te betalen, oordeelt de rechtbank dat Resolved onvoldoende heeft gesteld om een ‘redelijke vergoeding’ te kunnen vaststellen.
De rechtbank wijst de vordering onder 4.1 daarom af.
Buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten
Omdat de gevorderde hoofdsom niet toewijsbaar is gebleken, zijn de gevorderde buitengerechtelijke kosten evenmin toewijsbaar.
Resolved is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Prisma betalen. De proceskosten van Prisma worden begroot op:
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
3.858,00
(2 punten × € 1.929,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
10.897,00
6. De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van Resolved af,
veroordeelt Resolved in de proceskosten van € 10.897,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Qwint niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart de veroordeling onder 6.2 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Bavinck en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.