ECLI:NL:RBAMS:2025:9704

ECLI:NL:RBAMS:2025:9704, Rechtbank Amsterdam, 14-10-2025, C/13/763382 / JE RK 25-66

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 14-10-2025
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer C/13/763382 / JE RK 25-66
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

JBRA is al lange tijd betrokken bij het gezin, maar het is JBRA ook na aansporing van de kinderrechter onvoldoende gelukt om consistente begeleiding te bieden en evenmin om de juiste hulpverlening in te zetten. Dit werd deels bemoeilijkt door de verstoorde vertrouwensband tussen JBRA en ouders, maar vindt ook zijn grondslag in de aanhoudende personeelstekorten bij JBRA waardoor vanuit JBRA geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is en de opdracht van de rechtbank om een toekomstplan te maken ook niet is gelukt. Een overdracht naar een andere gecertificeerde instelling is niet mogelijk gebleken nu zij ook kampen met ernstige personeelstekorten en geen ruimte hebben om het gezin te ondersteunen

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/763382 / JE RK 25-66

Datum uitspraak: 14 oktober 2025

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen JBRA,

over

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [betrokkene] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen de moeder,

[de vader] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen de vader.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van 29 januari 2025 van JBRA;

de daarop volgende beschikkingen van 18 februari 2025, 5 juni 2025 en 18 september 2025;

het bericht van JBRA van 9 september 2025, inhoudende het standpunt dat het aangehouden resterende deel van het verzoek moet worden toegewezen;

het mailbericht van de moeder van 6 oktober 2025 gericht aan de klachtencommissie van JBRA;

het mailbericht van de moeder gericht aan de rechtbank van 8 oktober 2025, waarin zij verzoekt de ondertoezichtstelling per direct te beëindigen;

het mailbericht van de vader gericht aan de rechtbank van 10 oktober 2025, waarin hij verzoekt de zorgregeling te wijzigen op de manier zoals eerder in deze procedure is verzocht door JBRA.

Op 13 oktober 2025 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder;

- [naam] , een vertegenwoordiger van JBRA.

De beslissing is op 14 oktober 2025 genomen en mondeling, middels telefonisch contact, aan de ouders en JBRA medegedeeld.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [betrokkene] .

[betrokkene] woont afwisselend bij zijn moeder en vader (co-ouderschap), waarbij [betrokkene]

een week bij de moeder en een week bij de vader is.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 maart 2024 [betrokkene]

onder toezicht gesteld, welk laatstelijk is verlengd tot 18 oktober 2025.

3. Terugblik op het verloop van de onderhavige procedure

JBRA heeft op 29 januari 2025 een verzoekschrift ingediend tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.

Bij beschikking van 18 februari 2025 heeft de kinderrechter het verzoek voor drie maanden toegewezen, onder aanhouding van het meer verzochte. Daarbij is het volgende overwogen.

Er is sprake van een verstoorde relatie tussen vader, moeder en JBRA. De ingezette hulpverlening behaalt niet het gewenste resultaat waardoor vader en moeder hun vertrouwen in JBRA verliezen. De kinderrechter acht het in het belang van [betrokkene] en zijn ouders dat er duidelijkheid komt over hoe het in de toekomst verder moet. De kinderrechter geeft daarom JBRA de opdracht om een toekomstplan te maken waarin staat hoe ouders het patroon van conflicten kunnen doorbreken en waarin tevens wordt vastgelegd dat er een kindbehartiger voor [betrokkene] komt.

Bij beschikking van 5 juni 2025 heeft de kinderrechter het restant van het verzoek voor drie maanden toegewezen, onder aanhouding van het meer verzochte. Daarbij is het volgende overwogen.

JBRA heeft bij wijze van het toekomstplan een verzoek tot wijziging van de zorgregeling ingediend. De kinderrechter wijst dit verzoek af nu het verzoek onvoldoende is onderbouwd. Het is onduidelijk hoe het wijzigen van de zorgregeling de noodzakelijke rust voor [betrokkene] teweeg kan brengen. De wijziging lijkt slechts onrust binnen het gezin te veroorzaken, des te meer nu JBRA geen vaste gezinsmanager voor het gezin beschikbaar heeft. Het is in het belang van [betrokkene] dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd omdat zijn ontwikkeling nog steeds ernstig wordt bedreigd. De kinderrechter constateert dat de samenwerking tussen JBRA en ouders niet meer werkbaar is. Het vertrouwen van de ouders in JBRA is verdwenen en ook JBRA lijkt weinig mogelijkheden te zien. Om deze impasse te doorbreken kan gedacht worden aan ofwel een vaste gezinsmanager van deze GI ofwel van een andere GI. Gelet op de langdurige, ingewikkelde problematiek, is het namelijk van belang dat er een vaste gezinsmanager aan het gezin wordt gekoppeld. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden verlengen, onder aanhouding van het overige gedeelte, zodat de komende periode JBRA een nieuwe vaste gezinsmanager zal aanstellen dan wel op zoek gaat naar een andere gecertificeerde instelling die zich bereid verklaart de ondertoezichtstelling uit te voeren.

Bij beschikking van 18 september 2025 is de ondertoezichtstelling ambtshalve voor de duur van vier weken verlengd, tot 18 oktober 2025, omdat het wegens het gebrek aan zittingsruimte en de verhindering van de ouders in verband met de operatie van [betrokkene] niet mogelijk was om een nieuwe mondelinge behandeling te plannen voor het aflopen van de ondertoezichtstelling.

4. De standpunten

JBRA

Er is inmiddels een kindbehartiger voor [betrokkene] aangesteld en deze zal binnenkort starten. Het zal wat tijd kosten voordat de kinderbehartiger het vertrouwen heeft en de benodigde band met het gezin heeft. Daarom is het nodig de ondertoezichtstelling te verlengen. Vanwege personeelstekort is het JBRA niet gelukt om een vaste gezinsmanager te koppelen aan het gezin. JBRA heeft andere gecertificeerde instellingen benaderd om het gezin aan over te dragen, maar deze kampen ook met personeelstekorten of hebben een focus op andere doelgroepen waardoor een overdracht niet is gelukt. Het gezin blijft bij JBRA op de monitorlijst staan en zal geen vaste gezinsmanager krijgen. JBRA heeft ter informatie voor de rechtbank de reacties van de verschillende gecertificeerde instellingen ingebracht. 4.2. De reactie van Jeugd- & Gezinsbeschermers d.d. 22 juli 2025:

Excuus dat ik niet eerder heb gereageerd, kom namelijk om in de mails en werk.

Al maanden heb ik last van krapte. Naast zieken is er in onze regio het aantal ots-en in 1 jaar met >10% gegroeid. Momenteel heb ik 8 zkn met nw ots nog niet verdeeld. Ook heb ik 6 tal zkn nog zweven van vertrokken werker. Perspectief heb ik onvoldoende, omdat ik mensen aanneem die alles moeten leren en onder supervisie moeten werken. Alle genoemde zkn vallen daardoor onder een bureaudienst, die is reactief en biedt geheel geen continuïteit. Kortom ik heb geen ruimte om deze casus over te nemen.

De reactie van Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering d.d. 11 augustus 2025:

Het gaat ons helaas niet lukken om deze zaak over te nemen. Inhoudelijk past deze niet bij onze doelgroep, maar daar maken we soms wel een uitzondering is als de capaciteit dat toelaat. We hebben een klein team van 5 jeugdbeschermers, waarbij we recent 2 opzeggingen hebben gekregen en nog met 3 jeugdbeschermers overblijven en intussen hard werven naar nieuw personeel, die dan ook eerst ingewerkt moeten worden en eerst de zaken van de vertrekkende collega's nog moeten oppakken in hun opbouw van caseload. Dat betreffen zaken die wel echt onze doelgroep zijn, naast in de instroom die ook nog doorkomt.

De reactie van de William Schrikker Stichting d.d. 23 juli 2025:

Ik heb even intern overleg gehad met mijn collega-managers en directeur.

Onze expertise ligt echt op LVB, daar krijgen we veel aanmeldingen voor binnen en doen we ook veel overdrachten in.

We kunnen helaas de zaak daarom niet overnemen.

Ter zitting heeft JBRA naar voren gebracht dat zij niet zeker weet of een verlenging van de ondertoezichtstelling nog in het belang van het gezin is. Enerzijds is er nog steeds sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [betrokkene] door de aanhoudende communicatieproblemen tussen ouders. Met de ondertoezichtstelling kan JBRA erop toezien dat de kindbehartiger daadwerkelijk start en doorgang vindt. Dat is in het belang van [betrokkene] . Anderzijds lijkt de hulpverlening van JBRA als een rode lap op een stier bij ouders te werken en heeft JBRA het gezin niet meer te bieden dan een plek op de monitorlijst. Omdat beide ouders op dit moment achter de kindbehartiger staan, zal deze waarschijnlijk ook zonder regie van JBRA zijn werk kunnen doen.

JBRA heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het verzoek van vader tot wijziging van de zorgregeling. De vertegenwoordiger van JBRA heeft het verzoek niet intern kunnen overleggen nu het verzoek haar pas ter zitting bekend werd.

Moeder

Moeder heeft verzocht de ondertoezichtstelling per direct te beëindigen aangezien zij geen vertrouwen meer heeft in JBRA. Moeder geeft aan dat zij alleen maar tegenwerking en vernedering van JBRA heeft ervaren. Sinds januari 2025 is er geen enkele vorm van steun of begeleiding geweest. Moeder wil graag via een mediator of een andere instantie verder werken aan een constructieve samenwerking tussen haar en vader. De zittingen in het kader van de ondertoezichtstelling zijn emotioneel zwaar geweest en het gezin heeft behoefte aan rust.

Moeder is het niet eens met de door vader voorgestelde wijziging van de zorgregeling. Deze regeling is niet in het belang van [betrokkene] .

Vader

Vader heeft geen verweer gevoerd tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. Vader constateert dat [betrokkene] last heeft van de problematiek van moeder. Alhoewel JBRA op dit moment geen begeleiding en ondersteuning kan bieden, is dat wel wat het gezin feitelijk nodig heeft. Vader is van mening dat JBRA zich niet zomaar kan onttrekken aan haar verantwoordelijkheid tegenover het gezin. Vader is van mening dat de door hem voorgestelde wijziging van de zorgregeling voor meer rust en stabiliteit zal zorgen.

5. De beoordeling

Ten aanzien van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling:

De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De rechtbank legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [betrokkene] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [betrokkene] wordt belast met de verstoorde verhouding tussen ouders, die gepaard gaat met strijd en weinig constructieve communicatie. [betrokkene] zit daardoor klem tussen zijn ouders. JBRA is al lange tijd betrokken bij het gezin, maar het is JBRA ook na aansporing van de kinderrechter onvoldoende gelukt om consistente begeleiding te bieden en evenmin om de juiste hulpverlening in te zetten. Dit werd deels bemoeilijkt door de verstoorde vertrouwensband tussen JBRA en ouders, maar vindt ook zijn grondslag in de aanhoudende personeelstekorten bij JBRA waardoor vanuit JBRA geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is en de opdracht van de rechtbank om een toekomstplan te maken ook niet is gelukt. Een overdracht naar een andere gecertificeerde instelling is niet mogelijk gebleken nu zij ook kampen met ernstige personeelstekorten en geen ruimte hebben om het gezin te ondersteunen. Dit is op zijn zachtst gezegd een verdrietige constatering en valt niet goed uit te leggen aan dit gezin dat hulp en begeleiding nodig heeft. De rechtbank concludeert dat er op dit moment onvoldoende middelen zijn om effectief met het gezin aan de vastgestelde doelen van de ondertoezichtstelling te werken, waardoor deze doelen komen te vervallen. De rechtbank vindt dit zeer kwalijk, vooral omdat deze doelen nog steeds actueel zijn om te voorkomen dat [betrokkene] verder in zijn ontwikkeling wordt belemmerd, waarbij het ouders onvoldoende lukt om dit zelfstandig op te pakken.

Hoewel de eerder gestelde doelen van de ondertoezichtstelling onhaalbaar zijn gebleken, ziet de rechtbank het inzetten van een kindbehartiger nog als een noodzakelijk doel van de ondertoezichtstelling. [betrokkene] bevindt zich al te lang in een onduidelijke en onrustige situatie en is gebaat bij een vertrouwenspersoon met wie hij vrijuit kan praten over waar hij behoefte aan heeft. Ouders zeggen op dit moment de inzet van de kindbehartiger voor [betrokkene] te ondersteunen, maar gelet op hun conflictueuze relatie en ambivalente houding tegenover hulpverlening, vindt de rechtbank het belangrijk dat JBRA vanuit het monitorteam erop blijft toezien dat de kindbehartiger daadwerkelijk start en de hulpverlening voortzet. De rechtbank zal met het oog op dit doel de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van vijf maanden.

Gelet op het voorgaande wijzigt de rechtbank de doelen van de ondertoezichtstelling. De eerder vastgestelde doelen komen te vervallen en het doel voor de komende periode zal zijn:

- [betrokkene] krijgt hulpverlening van de kindbehartiger.

De rechtbank verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.Ten aanzien van het verzoek tot wijziging van de zorgregeling:

Vader heeft het verzoek tot wijziging van de zorgregeling ingediend zonder bijstand van een advocaat en zonder griffierecht te betalen. Nu het verzoek niet op de juiste wijze is ingediend, verklaart de rechtbank vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

6. De beslissing

De rechtbank:

verlengt de ondertoezichtstelling van [betrokkene] tot 18 maart 2026;

verklaart vader niet-ontvankelijk ten aanzien van het verzoek tot wijziging van de zorgregeling;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025 door mr. G.S. Crince Le Roy, mr. E. Diepraam en mr. A. van Luijck, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. A.J.A. Diederen als griffier, en op schrift gesteld op 3 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.J.A. Diederen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?