RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-180848-25
Datum uitspraak: 9 december 2025
TUSSEN- UITSPRAAK
op de vordering van 30 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 mei 2025 door de Public Prosecution office of the Court of Appeal of Thessaloniki, Griekenland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Griekenland) op [geboortedag] 1965,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1. Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 november 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. den Riet, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Griekse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen onder gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
2. Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Griekse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
4. Heropening van het onderzoek ter beoordeling van de tenuitvoerlegging vatbaarheid van de vonnissen
Het EAB vermeldt:
a) the irrevocable judgement no. 17076/01-10-2012 of the Fourth One-member Court of Misdemeanours of Thessaloniki. By virtue of the decision no. 18915/08-09-2015 of the One-Member Court of Misdemeanours of Thessaloniki, the stay of execution that had been granted was revoked;
b) the irrevocable judgement no. 7606/05-04-2013 of the third Three member Court of Misdemeanours of Thessaloniki. By virtue of the decision no. 9440/02-10-2015 of the First Three-Member court of Misdemeanours of Thessaloniki, the stay of execution that had been granted was revoked.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier maanden voor het vonnis met referentie 17076/01-10-2012 en achttien maanden voor het vonnis met referentie 7606/05-04-2013, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
Uit onderdeel f) van het EAB volgt dat de beide vonnissen reeds zouden zijn verjaard. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 1 oktober 2025 blijkt dat de verjaring is gestuit door het aanhouden van de opgeëiste persoon in Nederland – nog voor het verlopen van de verjaringstermijn. Daarnaast heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit in aanvullende informatie van 6 november 2025 aangegeven dat de beide vonnissen nog steeds voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn.
Na sluiting van de zitting heeft de rechtbank op 8 december 2025 een email bericht met, niet vertaalde, in de Griekse taal opgestelde stukken ontvangen van de advocaat van de opgeëiste persoon. Op grond van deze stukken stelt de advocaat zich op het standpunt dat het EAB geweigerd moet worden nu de in het EAB genoemde Griekse straffen inmiddels zijn omgezet naar een geldboete en de opgeëiste persoon die geldboete ook daadwerkelijk heeft betaald. Het EAB voldoet volgens de verdediging niet langer aan art 2 OLW. Meer specifiek gaat het niet meer om Griekse vonnissen die voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn.
De officier van justitie heeft in reactie hierop de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak te heropenen zodat de door de verdediging overgelegde Griekse stukken kunnen worden vertaald en het OM bij de Griekse autoriteiten kan nagaan of het standpunt van de verdediging klopt en als er door de opgeëiste persoon betaald is of zij het EAB dan handhaven of intrekken.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de overgelegde stukken aanleiding geven tot heropening van het onderzoek om de Griekse stukken te doen vertalen en vragen zoals voorgesteld door het OM aan de Griekse autoriteiten te stellen.
De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen en de officier van justitie verzoeken om de overgelegde stukken in de Griekse taal te doen vertalen en aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of, gelet op de inhoud van de twee door de verdediging toegezonden documenten, er nog sprake is van voor tenuitvoerlegging vatbare vonnissen zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder c, OLW en zo nee, of het EAB wordt ingetrokken.
5. Beslissing
HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen voornoemde vraag onder 4 voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
BEPAALT dat de zaak op 18 december 2025 op zitting zal worden geplaatst.
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsman tegen het hiervoor genoemde tijdstip.
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Griekse taal tegen het hiervoor genoemde tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.