ECLI:NL:RBAMS:2025:9710

ECLI:NL:RBAMS:2025:9710, Rechtbank Amsterdam, 10-10-2025, 11524779

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-10-2025
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer 11524779
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Artikel 5:124 BW jo. artikel 2:14 BW en artikel 2:15 BW. VvE-recht. Besluit VvE tot verhoging van de periodieke bijdrage is nietig. Diverse vorderingen in reconventie ontberen wettelijke of reglementaire basis en zijn daarom niet toewijsbaar. Bevel tot bijeenroepen vergadering van eigenaars wel toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11524779 \ CV EXPL 25-2639

Vonnis van 10 oktober 2025

in de zaak van

VERENIGING VAN EIGENAARS [eiser],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: de VvE,

gemachtigde: mr. C. Pool,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] (Italië),

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. G.I. Beij.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 mei 2025;

- de conclusie van antwoord in reconventie van de VvE;

- de producties 44 tot en met 52 van [gedaagde] ;

- de spreekaantekeningen van mr. Beij;

- de mondelinge behandeling van 9 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Bij notariële akte van 31 januari 2003 (hierna: de Splitsingsakte) is het gebouw aan de [locatie] gesplitst in vier appartementsrechten (indexnummers A-1 tot en met A-4).

Bij deze akte is het Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten 1992 (hierna: het Modelreglement) met wijzigingen en aanvullingen van toepassing verklaard (hierna: het Splitsingsreglement) en de VvE opgericht. Het totaal aantal stemmen in de vergadering van eigenaars bedraagt vijf. In het Splitsingsreglement staat onder meer:

Artikel 4

1. Na afloop van elk boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar wordt door het bestuur een exploitatierekening over dat boekjaar opgesteld en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. Deze exploitatierekening omvat enerzijds de baten en anderzijds de lasten over dat boekjaar, waaronder begrepen een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de te begroten onderhoudskosten die op meer jaren betrekking hebben, inbegrepen noodzakelijke vernieuwingen. Zo tot vorming van een reservefonds als bedoeld in artikel 32 eerste lid is besloten, wordt onder de lasten begrepen een telkenjare door de vergadering vast te stellen bedrag ten behoeve van een zodanig reservefonds.

(…)

Artikel 5

1. Van de gezamenlijke schulden en kosten – waaronder begrepen een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de te begroten kosten als bedoeld in artikel 4 eerste lid – wordt jaarlijks door het bestuur een begroting voor het aangevangen of het komend boekjaar ontworpen en aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. Deze vergadering stelt de begroting vast.

2. Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens het bedrag, dat bij wijze van voorschotbijdragen door de eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 2 derde lid.

De eigenaars zijn verplicht met ingang van een door het bestuur te bepalen datum maandelijks één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen.

Artikel 32

1. Er zullen bestemming-reserves worden gevormd voor de bekostiging van het periodiek onderhoud van het gehele gebouw, de vervanging van daken en het periodieke schilderwerk. (…) De bijdragen tot het reservefonds worden gerekend tot de gezamenlijke schulden en kosten als bedoeld in artikel 5 eerste lid.

(…)

Artikel 37

1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven worden genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen.

[gedaagde] is eigenaar van het appartement aan de [adres 1] met indexnummer A-4. [gedaagde] heeft een breukdeel van 2/5 in de gemeenschap en 2 stemmen in de vergadering van eigenaars.

Eigenaars van de andere drie appartementen in het pand aan de [locatie] zijn:

- [naam 1] (hierna: [naam 1] ): [adres 2] ;

- [naam 2] (hierna: [naam 2] ): [adres 3] ;

- [naam 3] (hierna: [naam 3] ): [adres 4] .

[gedaagde] betaalt maandelijks een periodieke bijdrage van € 120 (2 x € 60,00) aan de VvE.

Op 9 december 2022 heeft een vergadering van eigenaars plaatsgevonden. [gedaagde] was daarbij niet aanwezig. [naam 1] heeft een volmacht afgegeven aan [naam 2] . In de notulen staat, voor zover relevant, het volgende:

6. Eenmalige bijdrage VvE reserves

[naam 3] geeft aan dat [naam 1] heeft aangegeven EUR 5000 te hebben geleend aan de VvE. Derhalve heeft de VvE op dit moment een negatief vermogen. Om dit recht te trekken is een eenmalige bijdrage van alle eigenaren nodig, uiterlijk voor 31 December. Deze bijdrage bedraagt EUR 1000 (…) voor [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] en EUR 2000 voor [adres 1] .

(…)

Het punt wordt in stemming gebracht. Voor: 3 ( [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] ). Tegen: geen. Het punt is aangenomen.

7. Verhoging periodieke bijdrage

Beide aanwezige eigenaren zijn het eens met het voorgestelde bedrag van EUR 180 per appartementsrecht. [naam 2] stelt dat het bedrag op een later moment eventueel herzien kan worden, wanneer de VvE voldoende reserves heeft. De verhoging zal per 1 Januari ingaan.

Het punt wordt in stemming gebracht. Voor: 3 ( [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] ). Tegen: geen. Het punt is aangenomen.

In een verzoekschriftprocedure met [gedaagde] als verzoekster en de VvE als verweerster heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam op 17 februari 2023 (met zaaknummers 9944338 EA VERZ 22-368 en 10021471 EA VERZ 22-452) een beschikking gegeven. In rechtsoverweging 4.7 overweegt de kantonrechter onder meer:

Alle VvE-leden hebben ter zitting verklaard dat er al jaren problemen met de standleiding zijn en dat die daarom jaarlijks gereinigd moet worden. Ook kwam ter zitting ter sprake dat mogelijk bij een eerdere renovatie een standleiding is verwijderd, waardoor de keukens in diverse appartementen op een (te) smalle standleiding zijn aangesloten. In dat geval is het probleem van borrelingen en verstoppingen in de standleiding een probleem van de gehele VvE en niet van [gedaagde] alleen. Voordat er iets ten aanzien van de standleiding kan worden beslist, zal eerst een grondig onderzoek in en buiten het appartement van [gedaagde] moeten plaatsvinden, waarin geïnventariseerd wordt welke standleidingen er zijn, of en zo ja wanneer standleidingen zijn verplaatst, of de huidige standleidingen deugdelijk zijn, wat de oorzaak van de borrelingen en de verstoppingen is en hoe deze problemen verholpen kunnen worden.

Op 15 juli 2024 heeft een vergadering van de VvE plaatsgevonden, waar [gedaagde] niet bij was. Daarin is een volmacht aan de VvE gegeven om een incassoprocedure te beginnen tegen [gedaagde] indien de achterstallige bijdrage niet binnen 14 dagen is voldaan.

Tijdens de vergadering is [naam 2] door de aanwezigen benoemd tot bestuurder. In een verzoekschriftprocedure tussen [gedaagde] als verzoekster en de VvE als verweerster heeft [gedaagde] vernietiging van dit besluit verzocht. De kantonrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 februari 2023 (ECLI:NL:RBAMS:2025:832) het besluit in stand gelaten.

De VvE heeft [gedaagde] verzocht en gesommeerd de maandelijkse verhoging van € 240 (€ 360 minus de door [gedaagde] maandelijks doorbetaalde oorspronkelijke vergoeding van € 120) voor haar appartementsrecht en de eenmalige bijdrage van € 2.000,00 te voldoen. [gedaagde] heeft hieraan niet voldaan.

Op 24 april 2025 heeft een vergadering van eigenaars plaatsgevonden, waarbij [gedaagde] aanwezig was. In de notulen is, voor zover hier relevant, opgenomen:

As a group it is decided that everything that is related to Euro’s/finances will not be discussed during this meeting pending the outcome of the court. In case the court rules that the increase of VVE service costs was not correct, 3 members of the VVE will receive a lot of contribution back and therefore the financial situation will need to be reassessed. Only then we will be able to talk about the amount that will be sufficient as “new” amount of service costs as well as how we go about funds needed for maintenances etc. (MJOP)

Tussen [gedaagde] en het bestuur van de VvE is in de loop der jaren, al dan niet met bijstand van advocaten, veelvuldig gecorrespondeerd en geprocedeerd over onder meer een door [gedaagde] verrichte verbouwing van haar appartement, problemen met de standleiding, toezending van financiële stukken, het opstellen van een onderhoudsplan, het financiële beheer van de VvE en het aanstellen van een externe beheerder van de VvE.

3. Het geschil

in conventie

De VvE vordert - samengevat – veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [gedaagde] tot betaling van € 7.760,00, vermeerderd met rente en kosten en tot betaling van een bedrag van € 101,76.

De VvE legt aan de vordering het volgende ten grondslag. In de vergadering van9 december 2022 van de VvE zijn een hogere periodieke bijdrage en een eenmalige extra bijdrage vastgesteld. Deze besluiten zijn rechtsgeldig. Omdat [gedaagde] geen vernietiging heeft verzocht van de besluiten, zijn de besluiten onaantastbaar en is [gedaagde] verplicht de bedragen te voldoen. Verder stelt de VvE dat op basis van artikel 6 lid 1 van het Splitsingsreglement de wettelijke rente wordt verhoogd met twee punten, met een minimum van 10 gulden (€ 4,54), tenzij de vergadering anders besluit en dat is niet gebeurd. [gedaagde] heeft een achterstand van 24 maanden en moet daarom naast de wettelijke rente een extra bedrag van € 101,76 voldoen.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing dan wel matiging van de vorderingen van de VvE, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de VvE in de kosten van deze procedure en bepaling dat [gedaagde] niet hoeft mee te betalen aan de juridische kosten van de VvE.

in reconventie

[gedaagde] vordert - samengevat - :

a een verklaring voor recht dat de financiële besluiten die namens de VvE zijn genomen van april 2018 tot en met 15 juli 2024 nietig zijn, omdat deze besluiten zijn genomen zonder een juist bestuur of financiële openbaarmaking (in strijd met artikelen 4, 5, 41.6, 38 van de Splitsingsakte en artikel 5:126 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)) en dat dit in ieder geval geldt voor de besluiten van de vergadering van 9 december 2022, waarop de vorderingen van de VvE zijn gebaseerd;

b te bepalen dat de betaling van de betwiste bijdragen wordt opgeschort totdat volledige financiële transparantie is verkregen door een audit;

c te bevelen dat de VvE een erkende registeraccountant inschakelt om een onafhankelijke audit van de VvE-rekeningen uit te voeren, op kosten van de VvE (met uitzondering van [gedaagde] );

d vast te stellen of de kosten voor het inschakelen van juridische bijstand of financiële auditors door de VvE moeten worden verdeeld onder de leden in overeenstemming met artikel 2.1 of artikel 2.3 van de Splitsingsakte;

e te bevelen dat de VvE een erkend en onafhankelijk bedrijf inschakelt om het leidingsysteem te onderzoeken in overeenstemming met de uitspraak van 17 februari 2023;

f te verklaren dat [naam 2] ongeschikt is om als bestuurder op te treden en het bestuur van de VvE te bevelen om alle relevante financiële documenten van de afgelopen vijf jaar te overleggen, waaronder bankafschriften, facturen, betalingsbewijzen en notulen van vergaderingen;

g te bevelen dat de VvE binnen 30 dagen na de uitspraak een extra vergadering bijeenroept om een professioneel, erkend managementbedrijf te kiezen;

h de VvE te veroordelen tot terugbetaling van bedragen die [gedaagde] heeft betaald voor dringende reparaties die zij namens de VvE heeft uitgevoerd, namelijk € 615,85 en € 1.197,90, vermeerderd met rente;

met veroordeling uitvoerbaar bij voorraad van de VvE in de juridische kosten van deze procedure en bepaling dat [gedaagde] niet aan deze juridische kosten hoeft mee te betalen.

De VvE voert verweer. De VvE concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen in conventie en reconventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In conventie en reconventie

Juridisch kader

In de systematiek van het VvE-recht neemt de vergadering van eigenaars met – in beginsel – meerderheid van stemmen de besluiten.

Deze besluiten kunnen vervolgens achteraf worden getoetst. Uit artikel 5:124 BW volgt dat op besluiten van de VvE de artikelen 2:14 BW en 2:15 BW van toepassing zijn. Op grond van artikel 2:14 BW is een besluit van de vergadering van eigenaars nietig als het in strijd is met de wet of de statuten. Op grond van artikel 5:129 lid 1 BW wordt de akte van splitsing voor de toepassing van artikel 2:14 BW gelijkgesteld met de statuten.

Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of strijd met een reglement. Op grond van artikel 2:15 lid 3 sub a BW kan iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, vernietiging vorderen.

Geschillen over de nietigheid van besluiten in de zin van artikel 2:14 BW moeten in een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank aan de orde worden gesteld. Ter afwering van een vordering die ingesteld is bij de kantonrechter kan ook verwerend een beroep op nietigheid worden gedaan (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BY2640). In dit geval is sprake van een incassovordering op basis van een VvE-besluit in conventie en een vordering tot nietigverklaring van ditzelfde VvE-besluit (en andere besluiten) in reconventie. In lijn met de hiervoor bedoelde jurisprudentie zal om proceseconomische redenen en ter voorkoming van het voeren van twee procedures over het hetzelfde besluit in deze procedure ook op het beroep op nietigheid worden beslist.

in conventie

De besluiten van 9 december 2022 van de vergadering van eigenaars tot verhoging van de periodieke bijdrage en de eenmalige extra bijdrage aan het reservefonds vormen de grondslag voor de vordering van de VvE. Als meest verstrekkende verweer heeft [gedaagde] aangevoerd dat deze besluiten nietig zijn, omdat deze in strijd met onder meer de artikelen 4 en 5 van het Splitsingsreglement zijn genomen. Dit verweer slaagt.

Op grond van artikel 5 van het Splitsingsreglement moet de vergadering van eigenaars jaarlijks een begroting vaststellen. Daarbij moet de VvE ook het bedrag bepalen dat de eigenaars bij wijze van voorschot verschuldigd zijn, met inachtneming van ieders aandeel daarin. Ook de bijdrage aan het reservefonds wordt, gelet op artikel 32 lid 1 Splitsingsreglement, gebaseerd op de jaarlijkse begroting. De VvE heeft onvoldoende gemotiveerd dat de besluiten tot verhoging van de periodieke bijdrage en de extra bijdrage aan het reservefonds zijn gebaseerd op een door de vergadering van de VvE vastgestelde begroting. De verwijzing naar de notulen van de VvE-vergadering van 9 december 2022 is daarvoor niet genoeg. Daaruit blijkt niet dat er een begroting is vastgesteld, terwijl dit wel is vereist. Hierbij komt dat de huidige bestuurder van de VvE op de zitting desgevraagd heeft verklaard dat het zou kunnen dat er destijds geen begroting was en niet te weten waarop het bedrag van € 180,- is gebaseerd. De kantonrechter oordeelt daarom dat (als onvoldoende betwist) vaststaat dat er destijds geen begroting aan deze besluiten ten grondslag heeft gelegen. De besluiten tot verhoging van de periodieke bijdrage en de extra bijdrage aan het reservefonds voldoen dus niet aan de formele vereisten in het Splitsingsreglement en zijn dus nietig. Dit betekent dat de VvE geen aanspraak kan maken op betaling van de door haar gevorderde hoofdsom en daarmee ook niet op betaling van buitengerechtelijke kosten en de opslag op grond van het Splitsingsreglement.

De VvE is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

678,00

(2 punten × € 339,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

813,00

[gedaagde] heeft nog verzocht te bepalen dat zij niet hoeft mee te betalen aan de juridische kosten van de VvE. Volgens het Splitsingsreglement vallen gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten onder gemeenschappelijke schulden en kosten. De interne draagplicht van [gedaagde] in de door de VvE gemaakte kosten voor deze procedure volgt uit het Splitsingsreglement. Niet gesteld of gebleken is dat in het Splitsingsreglement een uitzondering is opgenomen voor het geval een eigenaar tegen de VvE een procedure voert, ook niet als het gaat om een proceskostenveroordeling ten gunste van de eigenaar. Er is ook geen wettelijke regel die meebrengt dat een eigenaar van zijn interne draagplicht in een door de VvE in verband met een gerechtelijke procedure gemaakte kosten is ontheven. Ook is niet gesteld dat (en, zo ja, waarom) van een zodanige uitzonderlijke situatie sprake is dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de VvE [gedaagde] in dit geval aan haar interne draagplicht houdt. De kantonrechter wijst het verzoek van [gedaagde] daarom af.

in reconventie

Nietig verklaring financiële besluiten

In conventie heeft de kantonrechter geoordeeld dat de besluiten van de VvE van 9 december 2022 tot verhoging van de periodieke bijdrage en de extra bijdrage nietig zijn. De kantonrechter zal de gevorderde verklaring voor recht dat deze besluiten nietig zijn dan ook toewijzen.

[gedaagde] heeft niet voldoende geconcretiseerd welke andere financiële besluiten, die door de VvE zijn genomen in de periode van april 2018 tot en met 15 juli 2024, nietig zouden moeten worden verklaard wegens strijd met de wet of met de Splitsingsakte. De enkele aanduiding van alle besluiten die tijdens vergaderingen in een periode van zes jaar zijn genomen, volstaat niet. Voor zover haar vordering ziet op andere besluiten dan de besluiten van 9 december 2022 zal de vordering daarom worden afgewezen.

Overige vorderingen - algemeen

[gedaagde] stelt in reconventie verder verschillende vorderingen in die zich niet verdragen met de systematiek van het VvE-recht. Die systematiek houdt in dat de VvE in haar vergadering op democratische wijze besluiten neemt, die achteraf kunnen worden getoetst in een procedure bij de (kanton)rechter. Op voorhand de vergadering van eigenaars de mogelijkheid ontnemen tot besluitvorming over te gaan is in strijd met dit uitgangspunt van democratische besluitvorming.

Met haar vorderingen genoemd onder 3.4 (b), (c), (d), (e) en (f) hiervoor gaat [gedaagde] eraan voorbij dat het aan de VvE is om over de betreffende onderwerpen besluiten te nemen. Pas als sprake is van besluiten kan de bevoegde rechter desgevraagd tot toetsing daarvan aan de artikelen 2:14 BW en 2:15 BW overgaan. [gedaagde] heeft verder ook niet toegelicht op welke (andere) wettelijke of reglementaire grondslag de kantonrechter deze vorderingen zou kunnen toewijzen. Deze vorderingen liggen dus reeds hierom voor afwijzing gereed.

De VvE zal evenwel aan haar verplichting om te vergaderen moeten voldoen, zodat het proces van democratische besluitvorming over door (onder meer) door de leden te agenderen onderwerpen kan plaatsvinden. De vordering onder 3.4 (g) zal dan ook worden toegewezen.

Ten aanzien van de afzonderlijke vorderingen overweegt de kantonrechter meer in het bijzonder nog het volgende.

Opschorting betaling van betwiste bedragen totdat financiële transparantie is verkregen door een audit

Indien [gedaagde] een audit wenst, kan zij dit onderwerp agenderen op een vergadering van de VvE om tot besluitvorming daarover te komen. Daarna kan zij zo nodig een beroep doen op vernietiging of nietigheid van het besluit.

Verder heeft [gedaagde] niet toegelicht op grond waarvan haar een beroep op opschorting zou toekomen. Voor een geslaagd beroep op opschorting is vereist dat sprake is van een wederkerige overeenkomst met tegenover elkaar staande verbintenissen, waarbij de ene partij haar verbintenis (in dit geval tot betaling) kan opschorten indien de andere partij niet voldoet aan de verbintenis die daar tegenover staat. Het moet daarbij gaan om een opeisbare tegenvordering. Het karakter van het wettelijk verplichte lidmaatschap van de VvE brengt echter mee dat tegenover de verbintenis van een VvE-lid om de voorschotbijdragen te voldoen niet zonder meer een concrete verbintenis van de VvE staat. Ook om die reden zal een beroep op opschorting niet snel toewijsbaar zijn.

Deze vordering zal worden afgewezen.

Bevel tot inschakeling van een registeraccountant om een onafhankelijke audit uit te voeren

De kantonrechter kan het bevel aan de VvE om een registeraccountant een onafhankelijke audit naar de VvE-rekeningen uit te laten voeren niet lezen als een verzoek tot vervangende machtiging als bedoeld in artikel 5:121 BW. Daarvoor is onvoldoende gesteld. Evenmin is gesteld of gebleken dat de vordering moet worden opgevat als een verzoek tot benoeming van een deskundige als bedoeld in artikel 186 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. [gedaagde] vraagt de kantonrechter namelijk niet om zelf een registeraccountant te benoemen, maar vordert een bevel aan de VvE om een registeraccountant in te schakelen.

Nu een wettelijke of reglementaire basis voor deze vordering ontbreekt en er evenmin een besluit over is genomen door de vergadering van eigenaars dat getoetst zou kunnen worden aan de artikelen 2:14 BW en 2:15 BW valt, maakt dat deze vordering worden afgewezen.

Uit de afwijzing van deze vordering volgt dat ook de vordering om vast te stellen dat de auditkosten ten laste van de VvE, met uitzondering van [gedaagde] , komen moet worden afgewezen.

Verduidelijken verdeling kosten voor inschakelen van juridische bijstand of financiële auditors

In het Splitsingsreglement is bepaald dat de eigenaars van de appartementen van nummers [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] voor 1/5 deel gerechtigd zijn tot de gemeenschap en de eigenaar van het appartement met nummer [adres 1] voor 2/5 deel. Verder bepaalt het Splitsingsreglement dat de kosten verbonden aan de administratie en de vergaderkosten voor 1/4 deel voor rekening van de eigenaars komen.

Aangezien het Splitsingsreglement een regeling bevat voor de verdeling van kosten, ziet de kantonrechter zonder nadere toelichting niet in welk concreet belang [gedaagde] heeft bij haar vordering de kostenverdeling te verduidelijken. Dit geldt te meer omdat [gedaagde] zelf geen standpunt inneemt ten aanzien van de vraag op welke kosten welke verdeelsleutel uit het Splitsingsreglement moet worden toegepast. Het is aan de vergadering van de VvE om in voorkomend geval de kosten te kwalificeren en conform het Splitsingsreglement om te slaan over de eigenaars. Een besluit dat terzake wordt genomen dat [gedaagde] onwelgevallig is, kan zij ter toetsing voorleggen aan de bevoegde rechter op grond van de artikelen 2:14 BW en 2:15 BW dan wel op basis van misbruik van recht.

De vordering zal worden afgewezen.

Onderzoek van het leidingsysteem

[gedaagde] baseert haar vordering op rechtsoverweging 4.7 van de beschikking van 17 februari 2023 van de kantonrechter. In deze overweging staat alleen dat, alvorens de VvE een beslissing kan nemen over de standleiding, er een grondig onderzoek moet plaatsvinden. Anders dan [gedaagde] stelt, bevat de beschikking geen veroordeling van de VvE om een onafhankelijk bedrijf in te schakelen om onderzoek te doen naar het leidingsysteem. [gedaagde] heeft evenmin toegelicht op grond van welke wettelijke of reglementaire bepaling de kantonrechter zou kunnen overgaan tot het door haar gevorderde bevel. De vordering zal daarom worden afgewezen evenals de daarmee samenhangende vordering om vast te stellen hoe de kosten van het onderzoek moeten worden verdeeld.

Ook hier geldt dat [gedaagde] een onderzoek naar het leidingsysteem op de agenda van de VvE-vergadering kan plaatsen, zodat de vergadering daarover vervolgens een besluit kan nemen. Een besluit dat terzake wordt genomen dat [gedaagde] onwelgevallig is, kan zij ter toetsing voorleggen aan de bevoegde rechter op grond van de artikelen 2:14 BW en 2:15 BW dan wel op basis van misbruik van recht.

Verklaring ongeschiktheid van bestuurder [naam 2] en overlegging van financiële documenten

De kantonrechter ziet – nog afgezien van de vraag op welke grondslag [gedaagde] deze vordering instelt - niet in welk belang [gedaagde] heeft bij een verklaring voor recht dat [naam 2] ongeschikt is om als bestuurder op te treden. Die verklaring kan namelijk niets af doen aan het feit dat [naam 2] op dit moment de door de VvE benoemde bestuurder is.

[gedaagde] laat bovendien ook hier na toe te lichten wat de grondslag is van haar vordering. Indien [gedaagde] het functioneren van [naam 2] aan de orde wil stellen en mogelijk ook diens ontslag beoogt, dient zij ervoor te zorgen dat dit onderwerp op de agenda van de vergadering komt, omdat het ontslag van een bestuurder is voorbehouden aan de vergadering van eigenaars (artikel 5:131 lid 2 BW en artikel 41 lid 1en 2 van het Splitsingsreglement). Op de te houden vergadering zal daarover vervolgens kunnen worden gestemd. Als [gedaagde] zich niet kan vinden in het genomen besluit, kan zij proberen dat in rechte aan te tasten door de nietigheid of vernietigbaarheid daarvan in te roepen, zoals dat is geregeld in artikel 2:14 BW jo. artikel 5:129 BW en artikel 2:15 BW jo. 5:130 BW dan wel op basis van misbruik van recht. Het gedeelte van de vordering dat ziet op bestuurder [naam 2] zal dan ook worden afgewezen.

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] al beschikt over de notulen van de vergaderingen van de VvE van 9 december 2022, 27 juni 2023 en 4 september 2023. Van de vergadering van 7 februari 2022 van VvE heeft [gedaagde] een geluidsopname gemaakt. Verder staat vast dat de VvE aan [gedaagde] financiële overzichten over de jaren 2021 tot en met 2023 heeft verstrekt. [gedaagde] beschikt ook over alle banktransacties uit 2022. [gedaagde] heeft bovendien een door haar opgesteld document overgelegd getiteld Financial Irregularities (2021-2024) – VvE [locatie], met daarachter een overzicht genaamd 2021 – 2024 VvE account Bank movements. Dit is een overzicht van mutaties op de bankrekening van de VvE over de periode 2021 – 2024. De kantonrechter concludeert hieruit dat [gedaagde] al diverse financiële stukken heeft ontvangen en daarop ook heeft kunnen reageren. Tegen deze achtergrond heeft [gedaagde] onvoldoende toegelicht welke concrete stukken zij in aanvulling op de al verstrekte stukken nog wenst te ontvangen en op welke rechtsgrond. Dit geldt te meer omdat de VvE ter zitting heeft aangevoerd dat er niet meer financiële verslaglegging beschikbaar is en dat ook alle opgemaakte notulen aan [gedaagde] zijn verstrekt. Voor zover [gedaagde] overlegging van onderliggende facturen en betalingsbewijzen vordert, heeft [gedaagde] evenmin toegelicht wat de wettelijke of reglementaire grondslag van deze vordering is.

De kantonrechter zal de vordering tot overlegging van de gevraagde financiële stukken en notulen gelet op het voorgaande afwijzen.

Bevel tot het beleggen van een urgente vergadering

Op grond van artikel 5:135 BW juncto artikel 2:48 BW dient er jaarlijks binnen zes maanden na afsluiting van het boekjaar een vergadering plaats te vinden. Het Splitsingsreglement bevat een soortgelijke bepaling (zie 2.2). Op 25 april 2024 heeft de laatste vergadering van eigenaars plaatsgevonden. Daarin is besloten om de discussie over de financiën van de VvE aan te houden in afwachting van uitkomst van deze procedure. Nu er dus nog niet aan voornoemde verplichting is voldaan, is de vordering tot het bevelen van een vergadering toewijsbaar. De noodzaak daartoe is ook door de vergadering onderkend. Uit de notulen (zie 2.11) volgt immers dat er in geval van nietigheid van de besluiten tot verhoging van de bijdragen er een nieuwe financiële situatie ontstaat, die ook volgens de vergadering bespreking behoeft. Het is vervolgens aan het bestuur en de leden welke onderwerpen zij op die vergadering willen agenderen en daar op democratische wijde over te beslissen. De kantonrechter acht - anders dan [gedaagde] - een vergadering op termijn van maximaal 2 maanden na het wijzen van dit vonnis redelijk gelet op de voorbereiding die daarvoor nodig zal zijn.

Bevel tot terugbetaling van reparaties

[gedaagde] vordert betaling van twee facturen voor reparaties die zij heeft betaald voor de VvE. De VvE heeft aangevoerd dat niet duidelijk is om welke (dringende) reparaties het gaat en heeft betwist dat de reparaties namens en met toestemming van de VvE zijn verricht.

Uit de overgelegde facturen blijkt dat het gaat om reparaties aan het slot van de voordeur en om reparaties aan het dak. [gedaagde] heeft niet toegelicht dat en waarom de reparaties voor rekening van de VvE komen. Een besluit waarbij de VvE toestemming heeft verleend voor de reparaties dat als grondslag voor betaling zou kunnen dienen ontbreekt. Uit de stukken is evenmin op te maken dat het herstel niet kon wachten op besluitvorming van de VvE. [gedaagde] kan in dit verband niet volstaan met het verwijzen naar correspondentie, zonder te vermelden welke passages relevant zijn voor de beoordeling van haar vordering. De kantonrechter zal de vordering afwijzen.

[gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:

- salaris gemachtigde

238,00

(0,5 × 2 punten × € 238,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

373,00

5. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

wijst de vorderingen van de VvE af,

veroordeelt de VvE in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de VvE niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

verklaart voor recht dat de besluiten tot verhoging van de periodieke bijdrage en tot een extra bijdrage aan het reservefonds, die de VvE heeft genomen in de vergadering van 9 december 2022 nietig zijn,

beveelt dat de VvE binnen twee maanden na dit vonnis een vergadering van eigenaars bijeenroept,

wijst het meer of overigens gevorderde door [gedaagde] af,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 373,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart de veroordelingen onder 5.5 en 5.7 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, bijgestaan door mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?