ECLI:NL:RBAMS:2025:9737

ECLI:NL:RBAMS:2025:9737, Rechtbank Amsterdam, 14-11-2025, 13/250610-24

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 14-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer 13/250610-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Tussentijdse ISD-toetsing. Voortzetting ISD. Veroordeelde heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland, er is lopend onderzoek naar de identiteit van de veroordeelde in Algerije en de interventies zijn nog niet volledig benut.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

beslissing

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/250610-24 (tussentijdse toetsing)

Uitspraakdatum: 14 november 2025

De rechtbank Amsterdam heeft op 20 december 2024 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1996,

opgegeven te verblijven op het adres:

[BRP-adres] ,

momenteel gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] ,

hierna: de veroordeelde.

1. Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

- het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2024, waarbij de ISD-

maatregel voor de duur van twee jaren aan veroordeelde is opgelegd;

De rechtbank heeft op 14 november 2025 de officier van justitie, mr. S. de Bont, veroordeelde, de raadsman van veroordeelde, mr. M.I. L'Ghdas, advocaat in Amsterdam,

en de deskundige [deskundige] (mede opsteller van voornoemd adviesrapport), verbonden aan de P.I. Veenhuizen, op de openbare terechtzitting gehoord.

2. Beoordeling

Verloop van het ISD-traject

Uit het adviesrapport van de P.I. Veenhuizen blijkt dat de ISD-maatregel op 14 januari 2025 is aangevangen. Het doel van de ISD-maatregel is enerzijds het voorkomen van recidive door middel van insluiting en anderzijds gedragsbeïnvloeding door middel van gerichte interventies. Als blijkt dat veroordeelde kan terugkeren naar zijn land van herkomst, in dit geval Algerije, is de ISD-VRIS tevens gericht op repatriëring naar dit land. Veroordeelde heeft een inreisverbod opgelegd gekregen voor de duur van twee jaren. Er is een lopend onderzoek naar de identiteit en nationaliteit van de veroordeelde en zodra dit is vastgesteld zal de veroordeelde terugkeren naar Algerije.

Het advies van de P.I. Veenhuizen is om de maatregel voort te zetten Binnen de ISD-VRIS inrichting kan veroordeelde deelnemen aan interventies gericht op het aanleren van vaardigheden om zich in het land van herkomst beter staande te kunnen houden. Daarnaast biedt de ISD-VRIS inrichting hulp en behandeling op het gebied van verslaving, psychische en/of lichamelijke problematiek. Deze behandelmogelijkheden met als doel om het recidiverisico te verminderen zijn nog niet volledig benut. Deze mogelijkheden zijn enigszins beperkt door de taalbarrière, maar een reden hiervoor is ook dat de veroordeelde zich niet welwillend opstelt. Gesprekken met Terwille verslavingszorg (hierna: Terwille) heeft veroordeelde niet aanvaard, hij geeft aan dat hij niet verslaafd is en deze gesprekken niet nodig heeft. Hier zijn wel zorgen omdat veroordeelde bij binnenkomst in Justitieel Complex Zaanstad positief scoorde op zijn urinecontrole (cocaïne). Daarnaast wil veroordeelde zijn plannen over huisvesting in Algerije niet delen of zijn plannen over het verkrijgen van werk en inkomen. De veroordeelde werkt niet mee aan terugkeer naar zijn land van herkomst (Algerije). Door het inreisverbod is het verblijf van veroordeelde in Nederland onrechtmatig, waardoor hij geen aanspraak kan maken op enige sociale voorzieningen. Indien de voortzetting van de ISD-maatregel nu wordt opgeheven, is de kans groot dat veroordeelde zal verdwijnen in de illegaliteit. Dit terwijl de kans op recidive onverminderd hoog is.

De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd. Daarnaast heeft de deskundige aangevuld dat veroordeelde recent heeft aangegeven dat hij wil meewerken aan interventies van Terwille.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de voortzetting van de ISD-maatregel niet strookt met het opportuniteitsbeginsel, omdat de veroordeelde enkel een kale detentie zit. De raadsman heeft hierbij verzocht om een termijn voor drie maanden om de terugkeer van de veroordeelde naar zijn land van herkomst te bewerkstelligen. Indien dit niet binnen drie maanden is gelukt, dient de ISD-maatregel opgeheven te worden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.

Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de openbare zitting stelt de rechtbank vast dat veroordeelde onrechtmatig in Nederland verblijft en moet terugkeren naar Algerije. Tot nu toe heeft veroordeelde geen medewerking willen verlenen aan terugkeer naar Algerije en is veroordeelde ook niet van plan om hier in de toekomst wel aan mee te werken, terwijl de Dienst Terugkeer en Vertrek nog steeds onderzoek doet naar de identiteit van veroordeelde en bezig is met de aanvraag van een laissez-passer. Tegen de achtergrond hiervan is het noodzakelijk om de ISD-maatregel voort te zetten om het als hoog ingeschatte recidiverisico te doen verminderen en om de maatschappij optimaal te beschermen. De rechtbank wil – ter beveiliging van de maatschappij en gelet op zijn verblijfsstatus – voorkomen dat veroordeelde bij een beëindiging van de ISD-maatregel illegaal op straat zal belanden. Veroordeelde kan namelijk geen aanspraak maken op sociale voorzieningen, heeft geen werk of woning en er zijn zorgen over mogelijke verslavingsproblemen. Daarbij zijn de mogelijke interventies binnen de ISD-maatregel nog niet volledig benut, terwijl de rechtbank deze interventies noodzakelijk acht om het recidivegevaar te verminderen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de raadsman voor het stellen van een termijn van drie maanden afwijzen.

Daarom wordt als volgt beslist.

Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door

mr. E. van den Brink, voorzitter,

mrs. P.K. Oosterling - van der Maarel en C.C.J. Maas-van Es, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. van den Brink

Griffier

  • mr. F.E. Leopold

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?