ECLI:NL:RBAMS:2025:9740

ECLI:NL:RBAMS:2025:9740, Rechtbank Amsterdam, 28-11-2025, 13/228956-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer 13/228956-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van zakkenrollerij, waarbij een 91-jarig slachtoffer is bestolen van zijn portemonnee. Naast vergelding dient straf een afschrikkende werking voor het komen naar Nederland om strafbare feiten te plegen. Legt aan verdachte een gevangenisstraf op van 4 maanden. Twee BP n-o wegens vrijspraak. Toewijzing BP.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/228956-25

Datum uitspraak: 28 november 2025

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1992,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 november 2025.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W. van Veen, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. T.P. Schut, naar voren hebben gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen benadeelde partij van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat zij zich op 28 augustus 2025 schuldig heeft gemaakt aan

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en

geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. Daarbij is telkens sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en dezelfde ‘modus operandi’.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten. Voor wat betreft het onder 1 en 3 tenlastegelegde is er onvoldoende bewijs. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde kan niet worden vastgesteld dat verdachte een aandeel heeft gehad in de diefstal.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde (diefstal van [slachtoffer 1] ) en het onder 3 tenlastegelegde (diefstal van [slachtoffer 3] )

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er voor een bewezenverklaring van bovengenoemde feiten onvoldoende wettig bewijs in het dossier zit. De signalementen van de daders zijn onvoldoende specifiek om met zekerheid te kunnen vaststellen dat het om verdachte gaat. Daarnaast zijn de gestolen sieraden niet bij verdachte of haar medeverdachten aangetroffen.

Bewezenverklaring feit 2 (diefstal van [slachtoffer 2] )

Nadat aangever [slachtoffer 2] op 28 augustus 2025 boodschappen heeft gedaan, loopt hij naar zijn auto. Op dat moment slaat een vrouw een arm om hem heen. Vervolgens ziet hij dat de vrouw in een auto stapt waarin nog een vrouw zit. Aangekomen bij zijn auto merkt hij dat zijn portemonnee, met daarin allerlei passen en gegevens en contant geld, is weggenomen.

Op de camerabeelden is te zien dat een auto in de richting van aangever rijdt. Een vrouw (vrouw 1) stapt uit de passagierskant uit en vervolgens stapt nog een vrouw (vrouw 2) uit via het rechterachterportier. Minder dan een minuut later loopt vrouw 1 met versnelde pas terug naar de auto en loopt vrouw 2 er achteraan.

Ongeveer anderhalf uur later zijn verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] aangehouden op grond van een andere verdenking. Verbalisanten hebben beschreven dat de verdachten overeenkomsten hebben met de personen op de camerabeelden, namelijk [medeverdachte 2] als bestuurder van de auto, verdachte en [medeverdachte 1] als de vrouwen die uit de auto stappen.

Verdachte heeft ontkend dat zij de portemonnee heeft gestolen. Verdachte heeft verklaard dat zij op 28 augustus 2025 vanuit Duitsland naar Beverwijk is gereden om sieraden te kopen bij de Bazaar. Daarnaast heeft zij verklaard dat zij ook naar een supermarkt zijn gereden en dat zij onderweg zijn gestopt omdat zij op zoek was naar een toilet.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] en verdachte uit de auto zijn gestapt, iets aan iemand hebben gevraagd en deze persoon daarbij hebben aangeraakt. Vervolgens zou medeverdachte [medeverdachte 1] de portemonnee van [slachtoffer 2] hebben gestolen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de portemonnee met inhoud heeft gestolen. De aangifte wordt ondersteund door de camerabeelden en de verklaring van [medeverdachte 2] . De rechtbank is van oordeel dat sprake is van medeplegen, gelet op het vooropgezette plan waarbij met de auto naar de supermarkt is gereden, een slachtoffer is uitgezocht en vervolgens door samenwerking van [medeverdachte 1] en verdachte de portemonnee binnen een zeer kort tijdsbestek is weggenomen. De onderlinge verhouding tussen de verdachten is duidelijk zichtbaar, waarbij ieder van hen substantieel heeft bijgedragen aan het gepleegde feit. De rechtbank hecht geen waarde aan de verklaring van verdachte, onder meer omdat is gebleken dat de Bazaar in Beverkijk op de dag van diefstal gesloten was. Daarnaast heeft verdachte tijdens de terechtzitting haar verklaring telkens aangepast als zij met daarmee tegenstrijdige feiten en omstandigheden werd geconfronteerd. De rechtbank acht het onder 2 tenlastegelegde feit bewezen.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

op 28 augustus 2025 te Amstelveen tezamen en in vereniging met anderen

- een portemonnee,

- een contant geldbedrag,

- meerdere pinpassen en

- een kenteken- en verzekeringsbewijs,

die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

5. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de

feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort

vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte

bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een

aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6. De strafbaarheid van het feit en verdachte

Het bewezenverklaarde feit is volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar.

7. De strafmotivering

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van voorarrest. Hierbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met de omstandigheid dat sprake is van mobiel banditisme.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. De raadsman heeft verzocht, om bij een straf die korter is dan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten, de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen dan wel te schorsen. Daarbij heeft de raadsman ook gewezen op het bepaalde in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen

geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van

een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van zakkenrollerij. Hierbij is sprake geweest van een vooropgezet plan, waarbij een 91-jarig slachtoffer door verdachten op een sluwe wijze van zijn portemonnee is bestolen. Vervolgens is de portemonnee, nadat het geld eruit is genomen, door verdachten weggegooid. Met haar handelen heeft verdachte een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van een ander getoond. Naast ergernis en overlast brengt het gedrag van verdachte financiële schade voor de benadeelde met zich mee. Het heeft er alle schijn van dat verdachte het slachtoffer mede heeft uitgekozen vanwege de hoge leeftijd. Dit vindt de rechtbank kwalijk. Verdachte heeft verder op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor haar daad.

Uit het strafblad van verdachte van 5 november 2025 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Uit de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geformuleerde oriëntatiepunten voor de straftoemeting blijkt dat het oriëntatiepunt voor ‘zakkenrollerij’ een taakstraf voor de duur van 120 uren is en, in geval van recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Gelet op de ernst van het feit acht de rechtbank een taakstraf niet passend. Naast vergelding dient de straf ook een afschrikkende werking te hebben voor het komen naar Nederland om strafbare feiten te plegen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.

Voorlopige hechtenis

Gelet op de straf die de rechtbank oplegt wordt het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen. Ook het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen nu deze onvoldoende is onderbouwd.

8. Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] (feit 1)

De vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 8.000,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank kan alleen een schadevergoeding toekennen als bewezen is dat verdachte het strafbare feit dat met de schade verband houdt heeft begaan. Verdachte zal door de rechtbank worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder 1. Daarom wordt [slachtoffer 1] niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Dat betekent dat de geleden schade niet in deze strafzaak wordt vergoed. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 2] (feit 2)

De vordering

De benadeelde partij vordert € 192,05 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

nieuw kentekenbewijs (€ 89,95);

nieuw rijbewijs (€ 52,10);

contant geld (€ 50,00).

Het oordeel van de rechtbank

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Hoofdelijk

Het toegewezen bedrag wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd, omdat verdachte het feit samen met anderen heeft gepleegd. Verdachte en haar medeverdachten zijn ieder afzonderlijk verplicht om het totale bedrag aan de benadeelde partij te betalen, tenzij een van de anderen het hele bedrag al heeft betaald.

Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van [slachtoffer 2] wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f Sr aan verdachte opgelegd.

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 3] (feit 3)

De vordering

De benadeelde partij vordert € 1.230,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast vordert de benadeelde partij € 200,- aan proceskosten.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank kan alleen een schadevergoeding toekennen als bewezen is dat verdachte het strafbare feit dat met de schade verband houdt heeft begaan. Verdachte zal door de rechtbank worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder 3. Daarom [slachtoffer 3] niet ontvankelijk verklaard in de vordering. Dat betekent dat de gelede schade niet in deze strafzaak wordt vergoed. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f en 311 Sr.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het tenlastegelegde onder 1 en onder 3 niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 2 heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is

bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die

straf in mindering gebracht zal worden.

Vordering [slachtoffer 1]

Verklaart [slachtoffer 1] niet ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Vordering [slachtoffer 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 192,05 (honderdtweeënnegentig euro en vijf cent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade (28 augustus 2025) tot aan de dag van voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander of anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 192,05 (honderdtweeënnegentig euro en vijf cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 augustus 2025) tot aan de dag van voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 3 (drie) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander dan wel anderen aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Vordering [slachtoffer 3]

Verklaart [slachtoffer 3] niet ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Voorlopige hechtenis

Wijst het verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis af.

Wijst het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G. Oldekamp, voorzitter,

mrs. E. van den Brink en C.C.J. Maas-van Es, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 november 2025.

[...]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G. Oldekamp

Griffier

  • mr. F.E. Leopold

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?