ECLI:NL:RBAMS:2025:9947

ECLI:NL:RBAMS:2025:9947, Rechtbank Amsterdam, 11-11-2025, C/13/775606 / KG ZA 25-744

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer C/13/775606 / KG ZA 25-744
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Kort Geding. Vordering makelaar opdracht geven verkoop gezamenlijke woning toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/775606 / KG ZA 25-744 MdV/EV

Vonnis in kort geding van 11 november 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij bij dagvaarding van 6 oktober 2025,

advocaat: mr. M.M. Schoots,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ worden genoemd.

1. De procedure

Op de mondelinge behandeling van 14 oktober 2025 waren beide partijen aanwezig. De vrouw was vergezeld van haar advocaat mr. Schoots, de man was alleen. De vrouw heeft de dagvaarding en daarbij gevoegde producties toegelicht. De man heeft mondeling verweer gevoerd. De vrouw heeft de eis gewijzigd. Na de zitting is de zaak twee weken aangehouden om partijen gelegenheid te geven er onderling uit te komen. Op 28 oktober 2025 heeft de advocaat van de vrouw aan de rechtbank laten weten dat niet meer van de man was vernomen en dat vonnis wordt gevraagd. De man heeft dezelfde dag aan de rechtbank geschreven dat hij niets van mr. Schoots had gehoord, dat hij met de bank heeft gesproken en wacht op nadere informatie, dat de vordering van de vrouw niet spoedeisend is en dat een aanhouding van zes maanden logischer zou zijn.

Een verdere aanhouding van de zaak is alleen mogelijk als beide partijen daarom vragen. Dat is hier niet zo. Er is dan ook een vonnisdatum bepaald in deze zaak, op 11 november 2025.

2. De feiten

De man en de vrouw zijn vanaf 2004 getrouwd geweest. Zij hebben samen drie kinderen, van wie er een nog minderjarig is.

Het gezin woonde tijdens het huwelijk in een woning aan de [adres] . Deze woning is gezamenlijk eigendom van de man en de vrouw. Sinds zij in 2020 uit elkaar zijn gegaan, woont de man nog steeds in de woning, met de kinderen. De vrouw heeft in de loop van de tijd verschillende huurwoningen gehad, en woont nu in een huurwoning met een maandelijkse huur van ruim € 2.600,-.

De echtscheiding is pas uitgesproken bij beschikking van 19 maart 2025. Onderdeel van die beschikking is een convenant dat de man en de vrouw hebben gesloten op 14 februari 2025.

In het convenant zijn afspraken gemaakt over de gezamenlijke woning. Kort gezegd komen die erop neer dat de man de woning overneemt voor € 2.150.000,-. Hij moet alle kosten van de woning, inclusief de lopende hypotheek, blijven voldoen. Hij moet uit de overwaarde van de woning € 387.726,- aan de vrouw betalen. Dat bedrag hoeft hij pas te betalen als de woning aan hem (of een derde) wordt geleverd. Voor de levering van de woning heeft de man uitstel gekregen tot 1 oktober 2025, om de herfinanciering te regelen en de vrouw te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de lopende hypotheek. Voor het geval de man de herfinanciering niet rond krijgt voor juli 2025 dient hij de woning te koop te zetten. Hij moet dan ook vanaf 1 juli 2025 aan de vrouw een maandelijkse bijdrage betalen, die per 1 oktober 2025 en per 1 januari 2026 wordt verhoogd.

3. Het geschil

De vrouw vordert na wijziging van eis dat de man wordt bevolen binnen 7 dagen na dit vonnis een makelaar opdracht te geven over te gaan tot verkoop van de woning en in overleg met de makelaar binnen drie maanden over te gaan tot levering van de woning, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de man in de proceskosten.

De vrouw stelt dat de man de afspraak uit het convenant moet nakomen. Hij had voor 1 juli 2025 de woning moeten herfinancieren en had hem uiterlijk 1 oktober 2025 moeten overnemen. Het ziet er niet naar uit dat het de man op aanvaardbare termijn gaat lukken. Ondertussen blijft de vrouw tegen haar zin in een onverdeelde gemeenschap zitten. Omdat zij nog steeds aansprakelijk is voor de lopende hypotheek op de woning, krijgt zij geen nieuwe financiering. Haar deel van de overwaarde zit vast in die woning. Zij zit al tijden noodgedwongen in een veel te dure huurwoning en kan niet verder met haar leven.

De man voert verweer. Hij wil de woning nog steeds overnemen. Dat lukt nu niet omdat hij geen stabiel inkomen heeft. Hij is in maart of juni 2025 zijn baan kwijtgeraakt. Het zal echter wel gaan lukken. Ondertussen betaalt de man aan de vrouw maandelijks een bedrag om haar te compenseren voor het feit dat zij nog steeds hoofdelijk aansprakelijk is voor de hypotheek. De vrouw heeft daarom, en omdat zij gewoon een woning heeft, geen spoedeisend belang bij haar vordering. De man en de kinderen komen op straat te staan als de woning te koop moet worden gezet.

4. De beoordeling

Anders dan de man meent, heeft de vrouw wel een spoedeisend belang bij haar vordering. Zij zit al lange tijd tegen haar wens in een onverdeelde gemeenschap en zij is hoofdelijk aansprakelijk voor een lening die haar niet meer aangaat waardoor zij zelf geen andere koopwoning kan financieren zodat zij is aangewezen op een dure huurwoning. Zij heeft de man al maanden langer de tijd gegeven om de woning over te nemen dan volgens het convenant de bedoeling was en zij heeft ook redelijke voorstellen gedaan. Zij kan niet worden gedwongen nog meer geduld te hebben, zelfs niet als dat zou betekenen dat de man met de kinderen een andere woning moet zoeken. Dat is immers ook gevolg van de eigen keuze van de man om in het convenant af te spreken dat hij voor 1 juli 2025 de woning zou overnemen, in de wetenschap dat hij vrij kort na het sluiten van het convenant zijn baan kwijt zou zijn.

De vordering van de vrouw is dan ook toewijsbaar. De man zal een makelaar opdracht moeten geven de woning te koop te zetten. Als hij dat niet binnen de gestelde termijn doet, is hij een dwangsom verschuldigd. De inzet bij de makelaar zal moeten zijn dat de woning binnen drie maanden na te koop zetten kan worden geleverd. Hierop zal vooralsnog geen dwangsom worden gezet, omdat de termijn van levering afhankelijk zal zijn van meer factoren, die de man niet allemaal in de hand heeft. De bedoeling is wel uitdrukkelijk dat de man geen (verdere) vertraging veroorzaakt in het proces.

De rechtbank spreekt niettemin de hoop uit dat het partijen alsnog lukt een andere oplossing te vinden, waarbij de man en kinderen in de woning kunnen blijven (wat de vrouw ook graag zou willen). Op de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat dit in grote mate afhankelijk is van de vooruitgang die de man kan boeken in zijn besprekingen met de bank en van de verdere ontwikkeling van zijn financiële situatie.

De vrouw heeft gevorderd dat de man wordt veroordeeld in de proceskosten. Er is echter onvoldoende aanleiding om in dit geval af te wijken van het uitgangspunt dat in zaken tussen ex-echtgenoten de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt de man om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan een makelaar opdracht te geven tot verkoop van de gezamenlijke woning aan de [adres] , op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de man niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 50.000,-,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.P.M. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?