ECLI:NL:RBAMS:2026:10005

ECLI:NL:RBAMS:2026:10005

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer 13/056838-26 (zaak A), 13/181771-25 (zaak B), 13/276213-25 (zaak C) en 13/066102-26 (zaak D)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Oplegging ISD-maatregel voor de duur van twee jaar. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs, het verrichten van voorbereidingshandelingen ex artikel 10a van de Opiumwet, diefstal met braak, poging tot diefstal met braak en opzetheling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/056838-26 (zaak A), 13/181771-25 (zaak B), 13/276213-25 (zaak C) (eerder ter terechtzitting gevoegd) en 13/066102-26 (zaak D) (ter terechtzitting gevoegd) Parketnummers vorderingen tul: 13/223669-25, 23/002802-20, 13/165807-21 en 13/055183-21

Datum uitspraak: 4 september 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaken tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] ,

thans gedetineerd in het [Penitentiaire Inrichting] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 mei 2026 en 21 augustus 2026. De behandeling van de zaak is op de terechtzitting van 29 mei 2026 aangehouden omdat de rechtbank zich onvoldoende ingelicht achtte een beslissing over de strafzaak te nemen. De rechtbank heeft de reclassering in dat verband opdracht gegeven en vragen gesteld met betrekking tot de door de reclassering geadviseerde ISD-maatregel in het geval van een veroordeling.

De rechtbank heeft de zaken A, B, en C, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht en reeds op de terechtzitting van 29 mei 2026 zijn gevoegd, met zaak D gevoegd. De zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, B, C en D aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. L. van Eck Rasmussen, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.C. Boucher, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlasteleggingen

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

ten aanzien van het in zaak A tenlastegelegde

het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, in ieder geval het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne op 22 februari 2026;

ten aanzien van het in zaak B tenlastegelegde

diefstal met braak en/of verbreking van een (elektrische) fiets op 12 juni 2025;

ten aanzien van het in zaak C tenlastegelegde

primair

poging tot diefstal met braak en/of verbreking van een fatbike/fiets op 22 juni 2025;

subsidiair

vernieling van een fietsslot op 22 juni 2025;

ten aanzien van het in zaak D tenlastegelegde

1.

het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, in ieder geval het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne op 16 januari 2026;

2.

heling van een fiets op 15 januari 2026;

3.

het op 16 januari 2026 voorhanden hebben van verdovende middelen en gelden om het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, en/of vervaardigen van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen.

De volledige tenlasteleggingen zijn opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

Zaak A

op 22 februari 2026 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 19,42 gram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Zaak B

omstreeks 12 juni 2025 te Amsterdam een elektrische fiets, die aan Politie Nederland toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Zaak C

op 22 juni 2025 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een fatbike die aan [benadeelde partij 1] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, dat weg te nemen goed onder zijn bereik te brengen door middel van braak, heeft hij, verdachte:

- het slot van de fatbike doorgeslepen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak D

1

op 16 januari 2026 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 39,61 gram cocaïne en 2,46 gram heroïne, zijnde cocaïne en heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

op 15 januari 2026 te Amsterdam een fiets (merk: Veloretti), heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3

op 16 januari 2026 te Amsterdam, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen de navolgende voorwerpen:

- cocaïne en heroïne en

- een contant geldbedrag van ongeveer 525 euro,

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

4. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

6. Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaar dient te worden opgelegd. Aan verdachte is drie keer eerder een ISD-maatregel opgelegd en dit heeft niet tot een positieve verandering geleid. Wel heeft verdachte zelf de nodige stappen gezet en hij is bereid om mee te werken aan voorwaarden en toezicht. In dit geval is er een alternatief voor het opleggen van een ISD-maatregel, namelijk het opleggen van voorwaardelijke straf waarbij verdachte in het kader van het naleven van de bijzondere voorwaarden bij zijn vader kan verblijven. Primair heeft de raadsvrouw daarom aangevoerd dat aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd met bijzondere voorwaarden, waaronder begrepen een regelmatige alcohol- en drugscontrole en klinische opname. Subsidiair heeft de raadsvrouw gevraagd om aan verdachte een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen en meer subsidiair heeft zij verzocht om een ISD-maatregel voor de duur van één jaar op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, alsmede op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten. Het gaat daarbij om fietsendiefstal, een poging daartoe, opzetheling, het aanwezig hebben van harddrugs en het plegen van voorbereidingshandelingen van handel in harddrugs. De door verdachte gepleegde feiten lijken sterk verband te houden met zijn drugsverslaving. Voor de gedupeerden en de samenleving zijn dit soort feiten vervelend en overlastgevend. Door het plegen van diefstallen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten. Daarnaast heeft hij door zich schuldig te maken aan heling, het plegen van diefstallen in stand gehouden. Ook heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de handel in en het gebruik van verdovende middelen, hetgeen gepaard gaat met criminaliteit en risico’s voor de volksgezondheid.

Persoon van verdachte en advies van de reclassering

Uit het strafblad van verdachte van 1 juli 2026 volgt dat verdachte zich in het verleden veelvuldig schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke strafbare feiten. Daarvoor zijn aan hem zowel voorwaardelijke als onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd en is zelfs tot drie keer toe een ISD-maatregel opgelegd. Deze straffen en maatregel hebben verdachte er niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten plegen.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de reclasseringsrapporten vanGGZ Reclassering Inforsa van 15 mei 2026 en 18 augustus 2026, beide opgemaakt door reclasseringsmedewerkers [reclasseringsmedewerker 1] en [reclasseringsmedewerker 2] . In het reclasseringsrapport van 15 mei 2026 staat beschreven dat verdachte ongeveer twintig jaar verslaafd is aan harddrugs en delicten pleegt om te voorzien in zijn levensonderhoud en middelengebruik. De kans op recidive schat de reclassering in als hoog. Geadviseerd wordt om aan verdachte in geval van een veroordeling een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Een ISD-maatregel kan dermate structuur en ondersteuning bieden dat de kans op gedragsverandering bij verdachte groter is dan bij een klinische behandeling. Daarbij is ook benoemd dat het volgens de reclassering noodzakelijk is dat verdachte na zijn ISD-maatregel terechtkomt op een drugsvrije woonplek, maar dat er op dit moment geen zicht is op een dergelijke woonplek.

Op de terechtzitting van 29 mei 2026 heeft de verdediging bepleit dat niet voldaan is aan de ‘zachte criteria’ voor oplegging van de ISD-maatregel. Verdachte zou namelijk voorafgaand aan een klinische opname bij zijn vader thuis en dus in een drugsvrije omgeving zou kunnen verblijven. De rechtbank heeft vervolgens de reclassering de opdracht gegeven om dit alternatieve traject te onderzoeken en heeft daarbij een aantal daarmee verband houdende vragen aan de reclassering gesteld.

Dit heeft geleid tot een aanvullend reclasseringsrapport van 18 augustus 2026. In dit rapport komt naar voren dat verdachte inderdaad bij zijn vader zou kunnen verblijven voordat hij met zijn klinische opname start en ook nadat hij in [kliniek 1] en kliniek [kliniek 2] is geplaatst. Toch ziet de reclassering dit niet als een haalbaar plan. Ten eerste bestaat er namelijk geen zekerheid vooraf dat verdachte een plek bij [kliniek 1] en kliniek [kliniek 2] zal krijgen, omdat pas na aanmelding aan de hand van een intake wordt beslist of verdachte aangenomen wordt. Ten tweede vinden zij een verblijf bij verdachtes vader na de opname geen stabiele en duurzame (woon)oplossing, gezien zijn problematiek en de belasting die dit meebrengt voor de al op leeftijd zijnde vader. Ten derde achten zij een forensische kliniek passender dan kliniek [kliniek 2] omdat verdachte zich bij een forensische kliniek minder makkelijk aan de behandeling kan onttrekken. Door de vrijblijvendheid van zowel kliniek [kliniek 2] als het verblijf bij zijn vader wordt de kans op een terugval in middelengebruik en daarmee de kans op recidive vergroot.

Binnen de ISD-maatregel is er meer tijd om te werken aan een passende en duurzame woonplek, worden de wachttijden overbrugd, en kan verdachte naar een forensische kliniek worden toegeleid. Verdachte kan zich bovendien binnen een ISD-kader niet onttrekken aan het traject, waardoor de kans groter is dat de vicieuze cirkel van middelengebruik en delictgedrag doorbroken kan worden en aan een stabiele basis kan worden gewerkt.

De rechtbank heeft ter terechtzitting reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker 1] , werkzaam als reclasseringsmedewerker bij Verslavingsreclassering GGZ Inforsa, als deskundige gehoord. Zij heeft het (aanvullende) rapport van de reclassering bevestigd en waar nodig aangevuld.

Voldaan aan ‘harde’ ISD-criteria

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 1 juli 2026 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de ten laste gelegde periode ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf dan wel maatregel, terwijl de in dit vonnis bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en maatregelen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens voornoemd uittreksel Justitiële Documentatie is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.

Voldaan aan ‘zachte’ ISD-criteria

Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten. De rechtbank heeft gekeken naar de door de reclassering onderzochte mogelijkheid om verdachte voor en na zijn (klinische) opname bij zijn vader thuis te laten verblijven en daarmee dus af te zien van het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel.

De rechtbank ziet een gemotiveerde verdachte die graag zijn leven wil beteren en ook al kleine stapjes in die goede richting heeft gemaakt, in die zin dat hij inziet dat hij geen strafbare feiten meer moet plegen en dat zijn hardnekkige verslaving hem daarbij in de weg zit. Hij beseft dat hij van ver moeten komen en dat hij daarbij professionele hulp nodig heeft. Verdachte heeft op de terechtzitting heel goed kunnen verwoorden waarom hij een vierde ISD-maatregel niet ziet zitten en liever buiten een ISD-maatregel met hulp van de reclassering met zichzelf aan de slag gaat. Daarbij valt op dat hij vooral een best case scenario voor zich ziet waarin de verslaving geen grip op hem zal krijgen en hij de verleidingen steeds zal kunnen weerstaan. Zijn verslaving is echter zo hardnekkig, dat ervaring leert dat – hoe gemotiveerd verdachte op dit moment ook is – zijn weg naar abstinentie met vallen en opstaan gepaard zal gaan. Bij een (te) vrijblijvend hulpkader is het risico op verleiding en vervolgens terugval groot. De rechtbank vindt dat het plan van verdachte te veel onzekerheden bevat en niet stevig genoeg is om hem duurzaam van zijn drugsverslaving te laten af komen en daarmee het recidiverisico te beperken. Verdachte kampt met een hardnekkige verslaving en problematiek en zal daarom geholpen moeten worden op een plek met een strak kader en duidelijke grenzen. De woning van de vader van verdachte (die inmiddels 78 jaar oud is) is dat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Daarnaast is het zo dat er nog geen intake heeft plaatsgevonden bij [kliniek 2] en dat dus nog niet zeker is dat verdachte daar zou kunnen verblijven. Dat maakt dat er ook in dat opzicht te veel onzekerheden bestaan over de kans van slagen van deze geschetste alternatieve optie. In feite komt dit alles erop neer dat er geen reëel alternatief is voor de ISD-maatregel. In het kader van een ISD-maatregel kunnen eventuele wachttijden worden overbrugd en is er voldoende ruimte om een voor verdachte geschikte woonplek te vinden. Tegelijkertijd kan, juist nu verdachte gemotiveerd lijkt te zijn om van zijn verslaving af te komen, de nodige begeleiding en ondersteuning geboden worden om aan duurzame gedragsverandering te werken en recidive te voorkomen. Dat maakt dat de rechtbank de vordering toewijst en zij aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel oplegt.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en de behandeling van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

De rechtbank beseft dat deze uitkomst niet is waar verdachte op heeft gehoopt. Ondanks dat hoopt de rechtbank dat verdachte zijn motivatie weet vast te houden en gunt de rechtbank het verdachte dat hij de ontwikkeling die hij het afgelopen jaar heeft laten zien voortzet en uiteindelijk een drugsvrij leven buiten de criminaliteit kan leiden. De rechtbank geeft de raadsvrouw voorts nog mee om, indien gewenst en daartoe aanleiding bestaat, na zes maanden om een tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel te verzoeken.

7. Beslag

In zaak A zijn onder verdachte de volgende voorwerpen in beslag genomen:

In zaak B is onder verdachte het volgende voorwerp in beslag genomen:

6669438: Gereedschap (slijptol)

In zaak C zijn onder verdachte de volgende voorwerpen in beslag genomen:

45. BZAM9477: Autogereedschap (ruitentikker)

45. BZAM9471: Elektrisch/Accugereedschap (slijptol)

45. BZAM9472: Handgereedschap (doos met schroevendraaiers)

45. BZAM9476: Handgereedschap (multitool met meerdere bitjes)

45. BZAM9473: Handgereedschap (tang)

45. BZAM9475: Tuingereedschap (knipschaar).

In zaak D zijn onder verdachte de volgende voorwerpen in beslag genomen:

51. 6761844: 6761844: Verdovende middelen (Cocaine Crack)

51. 6761844: 6761846: Verdovende middelen (Heroine)

51. 6761844: 6761847: Geld (Biljetten) 525,00 euro.

Verbeurdverklaring

De onder 41, 42, 43 en 53 genoemde geldbedragen behoren aan verdachte toe. Nu het onder 53 genoemde geldbedrag voor het begaan van het in zaak D bewezen verklaarde is bestemd, worden dit geldbedrag verbeurdverklaard. De onder 41, 42 en 43 genoemde geldbedragen ziet de rechtbank ook als handelsgeld en verdachte heeft zelf verklaard dat hij ook in deze periode heeft gedeald. Ondanks dat er alleen een bewezenverklaring is voor het bezit van verdovende middelen in zaak A, zal de rechtbank daarom ook deze geldbedragen verbeurdverklaren.

Ook het onder 44 genoemde voorwerp zal worden verbeurdverklaard. Het onder B bewezenverklaarde feit is immers met behulp van dit voorwerp begaan of voorbereid.

Daarnaast zullen de onder 45, 46, 47, 48, 49 en 50 genoemde voorwerpen worden verbeurdverklaard, nu deze voorwerpen voor het begaan van het onder C bewezen geachte zijn bestemd.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor onder 2, 23, 25, 27, 30, 51 en 52

vermelde voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het in zaak A en het in zaak D bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot deze voorwerpen. Ook zijn deze voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemene belang.

Bewaring rechthebbende

Ten aanzien van de onder 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 24, 26, 28, 29, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39 en 40 genoemde voorwerpen geldt dat niet duidelijk is aan wie deze voorwerpen toebehoren. De voorwerpen komen niet in aanmerking voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. De rechtbank zal dan ook de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van deze in beslag genomen voorwerpen gelasten.

8. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert € 47,31 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen.

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd ten opzichte van de vordering van de benadeelde partij.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder B bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

[benadeelde partij 2] is een organisatie met een professionele incasso-afdeling. Daarom bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak voor het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

9. Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordelingen

De rechtbank zal de vorderingen tot tenuitvoerlegging met de parketnummers 13/223669-25, 23/002802-20, 13/165807-21 en 13/055183-21 afwijzen, omdat aan verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd. Toewijzing van de vorderingen acht de rechtbank daarom niet opportuun.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 38m, 38n, 45, 57, 63, 311, en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a van de Opiumwet.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van zaak A en zaak D onder 1

telkens: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

ten aanzien van zaak B

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

ten aanzien van zaak C primair

poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

ten aanzien van zaak D onder 2

opzetheling

ten aanzien van zaak D onder 3

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Verklaart verbeurd:

41. 6778713: Geld (Biljetten) 445,00 euro

42. 6778715: Geld (Biljetten) 15,00 euro

43. 6778718: Geld (Munten) 239,98 euro.

53. 6761847: Geld (Biljetten) 525,00 euro.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

2. 6778618: Verdovende middelen

23. 6778691: Verdovende middelen

25. 6778694: Verdovende middelen

27. 6778696: Verdovende middelen

30. 6778699: Verdovende middelen

51. 6761844: Verdovende middelen (Cocaine Crack)

52. 6761846: Verdovende middelen (Heroine)

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

1. Elektrisch/accu (Accu)

3. 6778622: Fotocamera

4. 6778624: Fotocamera

5. 6778626: Bankbescheiden (Pas)

6. 6778634: Sleutels

7. 6778640: Elektrisch/accu (Slijpmachine)

8. 6778650: Elektrisch/accu (Slijpmachine)

9. 6778654: Schroevendraaier

10. 6778657: Fiets (Computer)

11. 6778659: Persoonlijke V (Weegschaal)

12. 6778661: Fiets (Computer)

13. 6778662: Fiets (Computer)

14. 6778668: Fiets (Computer)

15. 6778669: Fiets (Computer)

16. 6778670: Accu

17. 6778672: Fiets (Computer)

18. 6778676: Fiets (Computer)

19. 6778683: Fiets (Computer)

20. 6778685: Fiets (Computer)

21. 6778689: Accu

22. 6778690: Accu

24. 6778693: Computer (Personal)

26. 6778695: Computer (Tablet)

28. 6778697: Communicatieap (Telefoon)

29. 6778698: Computer (Spel)

31. 6778700: Elektrisch/accu (Acculader)

32. 6778701: Gereedschap

33. 6778702: Accu

34. 6778703: Communicatieap (Telefoon)

35. 6778704: Accu

36. 6778705: Elektrisch/accu (Accu)

37. 6778708: Elektrisch/accu (Boormachine)

38. 6778709: Accu

39. 6778710: Elektrisch/accu (Accu)

40. 6778711: Elektrisch/accu (Acculader)

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 47,31 (zevenenveertig euro en éénendertig eurocent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 2] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de zaken met parketnummer 13/223669-25, 23/002802-20, 13/165807-21 en 13/055183-21 af.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter,

mrs. M. Smit en A.E. Wilbrink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.R. Hofstee, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 september 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.E. Hoogendijk

Griffier

  • mr. V.R. Hofstee

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand