ECLI:NL:RBAMS:2026:10040

ECLI:NL:RBAMS:2026:10040

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 13-143510-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Pools executie-EAB. Genoegzaamheidsverweer verworpen. Sprake van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit blijkt dat een algemeen gevaar bestaat van schending van grondrechten voor veroordeelde gedetineerden in Polen die kampen met medische problemen. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-143510-26

Datum uitspraak: 13 augustus 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 4 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 8 april 2026 door the District Court in Krakow, Third Criminal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] (Polen),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 juli 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Yilmaz, advocaat in ’s-Gravenhage, die waarneemt voor mr. T. Kocabas, advocaat in Zoetermeer, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court in Krakow van 9 februari 2024 met kenmerk VI K 110/23. Dit vonnis is gewijzigd en definitief geworden bij arrest van the Appellate Court in Kraków Second Criminal Division van 15 januari 2025 met kenmerk II AKa 153/24 (hierna: het arrest).

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en acht maanden. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde arrest en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, acht maanden en dertien dagen.

De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4. Genoegzaamheid

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB, voor zover daarin ten aanzien van de feiten 2, 4 en 5 is vermeld dat de opgeëiste persoon heeft gehandeld om daarvan een vaste bron van inkomsten te maken, niet in overeenstemming is met de veroordeling zoals die volgt uit het arrest. In onderdeel e) van het EAB is deze strafverzwarende omstandigheid, strafbaar gesteld onder artikel 65 van het Poolse Wetboek van Strafrecht, nog opgenomen in de feitomschrijving en bij de kwalificatie van de feiten, terwijl de opgeëiste persoon bij het arrest juist van deze strafverzwarende omstandigheid is vrijgesproken. De raadsman heeft de rechtbank verzocht de behandeling van het EAB aan te houden om de uitvaardigende justitiële autoriteit te verzoeken een gecorrigeerde versie van het EAB over te leggen, dan wel schriftelijk te bevestigen welke kwalificaties en feitomschrijvingen na het arrest nog van kracht zijn.

Daarnaast heeft de raadsman verzocht om de uitvaardigende justitiële autoriteit om opheldering te vragen over de berekening van de voorarrestaftrek, nu de in het EAB vermelde aftrek van 351 dagen over de periode 23 februari 2023 tot 23 februari 2024 niet overeenkomt met het in het vonnis van eerste aanleg vermelde eindpunt van 9 februari 2024.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan, nu het EAB genoegzaam is. Het is voor de opgeëiste persoon voldoende duidelijk voor welke feiten zijn overlevering wordt verzocht. Het specialiteitsbeginsel is dan ook gewaarborgd. De stelling dat de opgeëiste persoon bij het arrest is vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid is niet onderbouwd. Het had op de weg van de verdediging gelegen om het Poolse arrest over te leggen waaruit dit blijkt. Er moet daarom worden uitgegaan van de juistheid van de in het EAB vermelde informatie. Overigens geldt dat zelfs al zou de opgeëiste persoon zijn vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid het specialiteitsbeginsel is gewaarborgd omdat het gronddelict hetzelfde blijft.

De vraag welk deel van de opgelegde straf feitelijk nog resteert is niet relevant voor de beoordeling van het EAB en kan de opgeëiste persoon in Polen aan de orde stellen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt gevraagd. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.

De rechtbank is van oordeel dat het EAB in deze zaak genoegzaam is. De rechtbank overweegt dat ten aanzien van alle in het EAB genoemde feiten, waaronder de feiten 2, 4 en 5, geen twijfel bestaat over de vraag waarop het overleveringsverzoek betrekking heeft, nu in het EAB de pleegperiode, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon als dader zijn omschreven. Nu ook geen twijfel bestaat over de hoogte van de in Polen opgelegde straf, kan het verweer omtrent de strafverzwarende elementen niet slagen.

Voor zover onduidelijkheid bestaat over het strafrestant, betekent dit niet dat het EAB ongenoegzaam is in de zin van artikel 2 OLW. Immers is niet gebleken dat de straf al volledig ten uitvoer is gelegd. De berekening van het strafrestant is een executiekwestie die voorligt in Polen.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding de behandeling van de zaak aan te houden om nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. De rechtbank wijst het daartoe strekkende verzoek van de raadsman dan ook af.

5. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunten van partijen

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over deze weigeringsgrond.

De officier van justitie heeft zich – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank – op het standpunt gesteld dat sprake is van een situatie als genoemd in artikel 12, sub b, OLW.

De opgeëiste persoon is in hoger beroep vertegenwoordigd door een gemachtigd advocaat en uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit volgt dat de opgeëiste persoon een adresinstructie had ontvangen en dat de oproeping voor de zitting in hoger beroep naar het door hem opgegeven adres is verzonden. Voorts heeft hij zelf verklaard dat hij op de hoogte was van de tijd en plaats van de procedure in hoger beroep. Hiermee is aan de voorwaarde zoals gesteld in het Khuzdar-arrest voldaan.

Oordeel van de rechtbank

Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de beslissing in de laatste van die procedures relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom het arrest (met kenmerk: II AKa 153/24) toetsen aan artikel 12 OLW.

De rechtbank stelt vast dat de overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een arrest, terwijl de opgeëiste persoon niet aanwezig bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid.

Uit de aanvullende informatie van 29 juni 2026 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoon op de hoogte was het voorgenomen proces doordat hij in kennis is gesteld van datum en plaats van het voorgenomen proces. De opgeëiste persoon heeft ten overstaan van de rechtbank bevestigd dat hij via zijn advocaat en zijn moeder, die de oproeping voor de zitting in ontvangst heeft genomen, daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de tijd en plaats van de procedure in hoger beroep en dat hij een advocaat heeft gemachtigd om hem te verdedigen. Deze gemachtigd advocaat heeft de opgeëiste persoon blijkens de aanvullende informatie van 29 juni 2026 ook tijdens het proces verdedigd. Dit betekent dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. De weigeringsgrond is daarom niet van toepassing.

6. Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst een deel van de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling;

georganiseerde of gewapende diefstal.

Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.

Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat voor de feiten een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden is opgelegd aan de opgeëiste persoon en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt.

Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft aangevoerd dat voor de opgeëiste persoon na overlevering een individueel reëel gevaar bestaat op een behandeling die in strijd is met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Volgens de raadsman is de opgeëiste persoon bijzonder kwetsbaar omdat hij lijdt aan ernstige angstklachten en psychotraumatische klachten waarvoor in de Poolse detentie adequate psychiatrische zorg ontbreekt. De raadsman heeft de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen over de detentieomstandigheden en de beschikbaarheid van psychiatrische zorg voor de opgeëiste persoon.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich verzet tegen aanhouding van de zaak. De rechtbank heeft geen algemeen gevaar aangenomen voor een onmenselijke of vernederende behandeling wegens onvoldoende zorg in Poolse detentie. Omdat hiervoor geen algemeen gevaar bestaat, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling of voor de opgeëiste persoon sprake is van een individueel gevaar wegens de zorg in Poolse detentie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat geen sprake is van een algemeen gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in de gevangenissen in Polen voor gedetineerden die een gevangenisstraf moeten ondergaan. De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit blijkt dat een algemeen gevaar bestaat van schending van grondrechten voor veroordeelde gedetineerden in Polen die kampen met medische problemen. De rechtbank beschikt ook ambtshalve niet over dergelijke gegevens.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank niet toe aan de vraag of voor deze opgeëiste persoon na zijn overlevering een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in detentie bestaat. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om hierover vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

8. Eventuele beletselen voor de feitelijke overlevering

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft aangevoerd dat de combinatie van de pyschotraumatische klachten en de knieblessure van de opgeëiste persoon meebrengt dat de feitelijke overlevering zijn gezondheid ernstig in gevaar zou brengen. De raadsman heeft daarom primair verzocht de feitelijke overlevering op grond van artikel 35, derde lid, OLW op te schorten totdat de psychiatrische rapportage is voltooid en duidelijkheid bestaat over de beschikbaarheid van passende (psychiatrische) zorg in Polen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de termijn voor de feitelijke overlevering te verlengen om de beantwoording van nadere vragen door de Poolse autoriteiten af te wachten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon thans geen beletsel vormt voor de feitelijke overlevering.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat de toets aan artikel 35, derde lid, OLW pas aan de orde komt nadat is beslist dat de overlevering wordt toegestaan. Het reeds door de raadsman aangekondigde verzoek ligt daarom in dit stadium van de overleveringsprocedure niet ter beoordeling voor. Een dergelijk verzoek kan schriftelijk worden ingediend en zal dan na de uitspraak van de rechtbank worden behandeld door de raadkamer.

9. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

10. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 285 Wetboek van Strafrecht, 2, 3, 10 en 11 Opiumwet en 2, 5, en 7 OLW.

11. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the District Court in Krakow, Third Criminal Division, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,

mrs. O.P.M. Fruytier en A.B.M. Wijnveldt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 augustus 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.R.P.J. Davids

Griffier

  • mr. D.F.A. Reuvekamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand