RECHTBANK AMSTERDAM
1. Het onderzoek ter terechtzitting
2. Tenlastelegging
3. Voorvragen
4. Waardering van het bewijs
4.1. Standpunt van het openbaar ministerie
5. Het bewijs
6. De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
7. Motivering van de straffen
7.1. Strafeis van het openbaar ministerie
8. Beslag
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
10. Beslissing
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/190868-25
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 augustus 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.H.R Hogewind, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.W.M. de Leest, naar voren hebben gebracht.
Aan verdachte is – kort weergegeven – tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:
1.
het meermalen, althans eenmaal, verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren, verwerven en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal en het zich (door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst) de toegang daartoe verschaffen, in de periode van 8 oktober 2020 tot en met 10 juli 2024 te Amsterdam althans in Nederland;
2.
primair: grooming op 6 augustus 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, van een persoon, te weten een onbekend gebleven persoon/kind ( [naam 1] ), die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt; subsidiair: poging grooming op 6 augustus 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, van iemand die zich met een technisch hulpmiddel voordeed als een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [naam 1] ;
3.
seksuele benadering van iemand beneden de leeftijd beneden de zestien jaren en/of van een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren in de periode van 5 juli 2024 tot en met 7 juli 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, te weten een onbekend gebleven kind/persoon ( [naam 2] );
4.
het vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren en in bezit hebben van dierenpornografisch materiaal in de periode 10 juli 2024 tot en met 24 juni 2025, te Amsterdam, in elk geval in Nederland.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.
Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 4 ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen voor wat betreft het in bezit hebben door verdachte van kinderpornografisch en dierenpornografisch materiaal. Van de overige tenlastegelegde handelingen in feit 1 en feit 4 dient verdachte te worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 1 primair verzocht om een pleegperiode aan te nemen vanaf 8 oktober 2020 en subsidiair vanaf 13 augustus 2022.
Daarnaast heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de onder 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen, omdat voor beide feiten geldt dat verdachte uitvoeringshandelingen heeft ondernomen voor het realiseren van een ontmoeting.
4.2. Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 en feit 4 bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het verspreiden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren en uitvoeren van kinderpornografisch en dierenpornografisch materiaal.
Ten aanzien van feit 2 en feit 3 heeft de verdediging integrale vrijspraak bepleit. Voor feit 2 ontbreekt bewijs voor de daadwerkelijke leeftijd van ‘ [naam 1] ’, waardoor niet kan worden vastgesteld of ‘ [naam 1] ’ jonger dan 16 jaar was. Voor feit 3 geldt dat verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft ondernomen om een ontmoeting met ‘ [naam 2] ’ te laten plaatsvinden.
4.3. Oordeel van de rechtbank
4.3.1. Vrijspraak (poging tot) grooming van ‘ [naam 1] ’ (feit 2 primair en subsidiair)
De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het dossier vast dat verdachte op 6 november 2022 via WhatsApp contact had met een persoon die zichzelf [naam 1] noemde en die in de chat aangaf dat hij 15 jaar oud was. Verdachte stelde een ontmoeting voor bij hem thuis, waarbij hij beschreef dat hij in de stad en bij hem thuis seks zou hebben met deze ‘ [naam 1] ’. Daarnaast stelde hij voor om ‘ [naam 1] ’ € 400,- te betalen om heel de middag/avond bij hem te zijn.
Primair is grooming ten laste gelegd, enkel ten aanzien van een ‘persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt’. Op basis van het dossier kan de werkelijke leeftijd van de persoon waarmee verdachte contact heeft gehad echter niet worden vastgesteld. Daarom kan niet bewezen worden dat diegene de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.
Subsidiair is poging grooming ten laste gelegd, enkel ten aanzien van iemand die zich ‘voordeed als een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt’. De rechtbank kan, nu de persoonsgegevens van ‘ [naam 1] ’ onbekend zijn gebleven, niet vaststellen of iemand anders zich voordeed als [naam 1] die feitelijk ouder was en zich uitsluitend voordeed als een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.
Gelet op bovenstaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde.
4.3.2. Vrijspraak seksuele benadering van ‘ [naam 2] ’ (feit 3)
Voor een bewezenverklaring van grooming is vereist dat een ontmoeting wordt voorgesteld en dat daarbij enige handelingen worden ondernomen, gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.
Op basis van de inhoud van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte tussen 5 en 7 juli 2024 via Telegram contact had met een persoon die zichzelf [naam 2] noemde. Uit het chatgesprek blijkt dat verdachte ervan uitging dat ‘ [naam 2] ’ 15 jaar was. Verdachte vroeg aan ‘ [naam 2] ’ wanneer hij in Amsterdam aankwam en stelde voor om vrijdagochtend af te spreken. Verder beschreef hij op meerdere momenten tot in detail de (vergaande) seksuele handelingen die hij bij en met ‘ [naam 2] ’ zou verrichten.
Naar het oordeel van de rechtbank leveren deze berichten onvoldoende bewijs voor het tenlastegelegde onder feit 3. Uit de berichten tussen verdachte en ‘ [naam 2] ’ volgt dat verdachte op meerdere momenten een ontmoeting heeft voorgesteld, maar niet dat hij vervolgens een concrete handeling heeft verricht om die ontmoeting te realiseren. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het aan hem onder 3 tenlastegelegde feit.
4.3.3. Bewezenverklaring bezit kinder- en dierenpornografischmateriaal (feit 1 en 4)
Op basis van de bewijsmiddelen in het dossier en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat de onder 1 en 4 tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen zoals hierna in rubriek 4.4 is vermeld. Gelet op het standpunt van de verdediging behoeft dit oordeel geen nadere motivering. De rechtbank zal voor de bewezenverklaarde periode terzake feit 1 uitgaan van een eerste ‘created date’ van 13 augustus 2022, zoals beschreven in het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 12 februari 2025 (documentnummer 20582153).
4.4. Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in rubriek 5 opgesomde bewijsmiddelen – waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat – bewezen dat verdachte:
1.
in de periode van 13 augustus 2022 tot en met 10 juli 2024 te Amsterdam, meermalen,
(in de periode van 13 augustus 2022 tot en met 30 juni 2024)
afbeeldingen en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken in bezit heeft gehad
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 10 juli 2024)
visuele weergaven van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken in bezit heeft gehad,
te weten een computer en een laptop, een telefoon en meerdere harde schijven (HDD’s)
(goednummers 6525779, 6525780, 6525788, 6525812 en/of 6525815),
waarop te zien is dat:
die persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong,
en
een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong door die persoon,
en
het eigen lichaam anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp door die persoon
(zie afbeeldingen #16, #17, #18, #19, #20, #21, #22, #23, #24, #26, #27, #28, #31, #34, #35, toonmap pagina’s 04 022 t/m 04 031)
en
het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een penis en/of vinger/hand wordt/worden aangeraakt
en
het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
en
die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen met een vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
(zie afbeeldingen #26, #32, #33, #34, #35, toonmap pagina’s 04 027, 04 030 en 04 031)
en
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is
en
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(zie afbeelding #29, toonmap pagina 04 028),
en
dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd,
en
op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten, en/of bij het lichaam van die persoon een penis wordt gehouden,
(zie afbeeldingen #26, #27, toonmap pagina 04 027)
4.
in de periode van 10 juli 2024 tot en met 24 juni 2025 te Amsterdam, meermalen,
visuele weergaven van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken, in bezit heeft gehad, welke voornoemde seksuele handelingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het door een dier oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van (een) persoon/personen
(#01 t/m #04, #06 t/m #013),
en
- het door een persoon/personen vaginaal penetreren van een dier,
(#01),
en
- het door een dier likken van het geslachtsdeel van (een) (meerderjarig) persoon/personen
(#02, #15),
en
- het door (een) (meerderjarig) persoon/personen likken en/of betasten/aanraken van het geslachtsdeel van een dier
(#13, #05, #14).
De rechtbank stelt vast dat verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsman heeft ten aanzien daarvan geen vrijspraak bepleit. De rechtbank volstaat daarom op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering met een opgave van de gebruikte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat:
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd om daaraan twee bijzondere voorwaarden te verbinden, namelijk de verplichting van verdachte om mee te werken aan de controle van zijn gegevensdragers op kinder- en dierenpornografisch materiaal en om mee te werken aan controles van zijn middelengebruik. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, wordt opgelegd.
7.2. Strafmaatverweer van de verdediging
De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft een borderline- en vermijdende persoonlijkheidsstoornis, wat in combinatie met middelengebruik heeft geleid tot het delictgedrag. Verdachte heeft concrete stappen gezet om zich te laten behandelen. Hij heeft begin 2026 een behandeling bij Jellinek positief afgerond, doorloopt een traject voor psychische hulp bij De Waag en is aangemeld voor een behandeling bij het NPI. Voor verdachte is het belangrijk dat hij zijn behandelingen voort kan blijven zetten en dat hij zijn werk en woning niet verliest. In het geval van een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten heeft de raadsman verzocht aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gecombineerd met een taakstraf. Wat betreft eventuele bijzondere voorwaarden kan volgens de raadsman worden volstaan met een meldplicht bij de reclassering, voortzetting van de behandeling en controle op het vermijden van kinderporno.
7.3. Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan en bij het opleggen van de taakstraf in het bijzonder het volgende laten meewegen.
7.3.1. Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna twee jaar schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal en zich daarnaast schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van dierenpornografisch materiaal. Op de gegevensdragers van verdachte zijn aanzienlijke hoeveelheden van dit materiaal aangetroffen, namelijk 775 visuele weergaven van kinderpornografisch materiaal en 12.778 visuele weergaven van dierenpornografisch materiaal.
Alhoewel de visuele weergaven worden aangeduid als ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ gaat het in feite om beelden van seksueel misbruik van kinderen en dieren.
Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die ten behoeve van het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal worden misbruikt ernstig psychisch kunnen worden beschadigd en fysiek letsel kunnen oplopen. Hiervan kunnen zij nog jarenlang de gevolgen ondervinden, zo niet de rest van hun leven. Kinderpornografisch materiaal is voor de slachtoffers extra ontwrichtend omdat de beelden nooit meer van het internet verdwijnen. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van de vraag naar dit materiaal en daarmee het in stand houden van kindermisbruik.
Voor de vervaardiging van het dierenpornografisch materiaal zijn dieren misbruikt en geëxploiteerd. Ook hiervoor geldt dat door het bekijken en bewaren van dit soort materiaal de vraag daarnaar blijft bestaan en het vervaardigen wordt bevorderd.
7.3.2. Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 30 juni 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.
De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het reclasseringsrapport d.d. 21 juli 2026, opgemaakt door mevrouw [naam reclasseringsmedewerker] , reclasseringswerker. Hieruit blijkt – zakelijk weergegeven – dat verdachte zich sinds een jaar goed aan de gestelde schorsingsvoorwaarden houdt. Verdachte stelt zich kwetsbaar op en toont een duidelijke motivatie voor gedragsverandering. Hij volgt een behandeling bij De Waag en heeft zich vrijwillig aangemeld bij het NPI in verband met zijn persoonlijkheidsstoornissen. Begin 2026 heeft verdachte een vrijwillige behandeling bij Jellinek succesvol afgerond. De reclassering noemt het middelengebruik en psychosociaal functioneren van verdachte als delictgerelateerde factoren. Het jarenlange middelengebruik en psychosociaal functioneren van verdachte vormt een risico, ook voor de toekomst. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering ziet het werk van verdachte en zijn houding ten opzichte van het delict als beschermende factoren. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden, gelet op het positieve verloop van het toezicht en de motivatie van verdachte voor gedragsverandering.
7.3.3. Straf
Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.
De ernst van de feiten rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet tevens dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft bekend. Daarnaast staat verdachte inmiddels ruim een jaar onder toezicht van de reclassering, hetgeen positief verloopt. Hij is volgens de reclassering bewust van de ernst van zijn handelen en gemotiveerd voor het vervolg van zijn behandeling bij De Waag en een behandeling bij het NPI. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou dit traject doorkruizen. Tegelijkertijd ziet de rechtbank met de officier van justitie nog een recidiverisico. Uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte soms een terugval heeft in middelengebruik en ter zitting heeft verdachte dit desgevraagd bevestigd. Hoewel het positief is dat verdachte hier eerlijk over is, is hier, naar het oordeel van de rechtbank, een reëel gevaar op herhaling in gelegen, nu gebleken is dat het delictgedrag in direct verband staat met het middelengebruik. Gelet op het recidivegevaar vindt de rechtbank dat een forse voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur op zijn plaats is. Om die reden zal de rechtbank ook een langere proeftijd opleggen dan gebruikelijk.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 297 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden is. Daarbij zal de rechtbank aan het voorwaardelijk strafdeel de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden verbinden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, opleggen.
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen inbeslaggenomen en niet teruggegeven:
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal beslissen dat de voorwerpen onder 1 tot en met 8 zoals hiervoor genoemd worden onttrokken aan het verkeer. Zij zijn daarvoor vatbaar, omdat met betrekking tot deze voorwerpen het onder rubriek 4.4 bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 36d, 57, 240b (oud), 252 en 254c van het Wetboek van Strafrecht (Sr), zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder 2 en 3 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 4 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1 voor de periode van 13 augustus 2022 tot en met 30 juni 2024:
een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 1 voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 10 juli 2024:
een visuele weergave van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 4:
een visuele weergave van een seksuele handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 (driehonderd) dagen.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 297 (tweehonderdzevenennegentig) dagen, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1. Vermijden kinderporno en vermijden dierenporno
Verdachte vermijdt dat hij in aanraking komt met kinderpornografisch materiaal en dierenpornografisch materiaal. Hij vermijdt dat er kinderpornografisch en dierenpomografisch materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt. Verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van:
Verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek. Verdachte verschaft toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. Verdachte verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle. De controle op digitale gegevensdragers vindt maximaal drie keer per jaar plaats. De controle is gericht op de vraag of verdachte kinderpornografisch materiaal vermijdt. De controle strekt er niet toe een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte. De reclassering kan voor technische ondersteuning een deskundige meenemen, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied. Bij de controle kan gebruik worden gemaakt van een hulpmiddel dat een indicatie geeft of kinderpornografisch materiaal aanwezig is.
2. Controle op middelengebruik
Verdachte wordt verplicht om zijn medewerking te verlenen aan (urine-)controles op middelengebruik, zo frequent als de toezichthouder nodig vindt.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid Sr toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.
Beslag
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
Voorlopige hechtenis
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G. Oldekamp, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en C.S. Groefsema, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler en K.Y.K. van der Plas, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 augustus 2026.
Bijlage [...]