ECLI:NL:RBAMS:2026:10265

ECLI:NL:RBAMS:2026:10265

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 19-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer C/13/794179 / KG ZA 26-837 LV/MV
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

ING heeft de bankrelatie met Gazprom International Projects B.V. (Gazprom) opgezegd op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden. In kort geding vordert Gazprom voortzetting van de bankrelatie totdat zij bij een andere bank een bankrelatie aan kan gaan. De voorzieningenrechter wijst deze vordering toe omdat ondernemingen binnenkort recht hebben op een basisbetaalrekening. Om die reden wordt het niet opportuun geacht om de bankrekening van Gazprom thans te beëindigen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/794179 / KG ZA 26-837 LV/MV

Vonnis in kort geding van 19 oktober 2026

in de zaak van

GAZPROM INTERNATIONAL PROJECTS B.V.,

te Aalsmeer,

eisende partij bij dagvaarding van 25 september 2026,

hierna te noemen: Gazprom,

advocaten: mr. J.J.H. Jung en mr. J.Ph. de Korte,

tegen

ING BANK N.V.,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ING,

advocaten mr. E.C. Netten en mr. A.H. Bast.

1. De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 5 oktober 2026 heeft Gazprom de dagvaarding toegelicht. ING heeft verweer gevoerd.Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

aan de zijde van Gazprom: [naam 1] en [naam 2] (via een digitale verbinding) met mrs. Jung en De Korte;

aan de zijde van ING: [naam 3] Bosch en [naam 4] met mrs. Netten en Bast. Na verder debat is vonnis bepaald op 19 oktober 2026.

Bij aanvang van de zitting heeft Gazprom – in verband met de aanwezigheid van een journalist – verzocht de mondelinge behandeling achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Dat Gazprom een bankrelatie onderhoudt met ING mag niet bekend worden. Bovendien staat er bedrijfsgevoelige informatie in productie 5 van ING (daaruit blijkt met wie Gazprom relaties onderhoudt) die evenmin bekend mag worden, aldus Gazprom.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek van Gazprom aangemerkt als een verzoek op grond van artikel 27 lid 1 sub c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hieronder valt – ingeval van een rechtspersoon – de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Het verzoek is niet gehonoreerd. Dat Gazprom een bankrelatie onderhoudt met ING is reeds bekend. Mocht ING citeren uit haar productie 5 (en concrete partijnamen en/of bedragen noemen) dan zal – omdat sprake is van vertrouwelijke bedrijfsgegevens – de zaak kortstondig achter gesloten deuren worden behandeld. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

Gazprom maakt onderdeel uit van de Russische Gazprom International groep. Gazprom beschikt bij ING over een eurorekening. De ING-rekening is de enige betaalfaciliteit van de Gazprom International groep in Europa. Op de relatie tussen Gazprom en ING zijn de Algemene Bankvoorwaarden (ABV) van toepassing.

Bij brief van 29 december 2023 heeft ING Gazprom bericht dat zij de bankrelatie met Gazprom op grond van artikel 35 lid 1 ABV wil beëindigen (met een opzegtermijn van drie maanden). Gazprom heeft ING bericht het hiermee niet eens te zijn onder meer omdat zij dan niet aan haar (wettelijke) betalingsverplichtingen kan voldoen. Nadien hebben partijen met elkaar gecorrespondeerd en heeft ING verschillende keren uitstel verleend om Gazprom in de gelegenheid te stellen elders een bankrekening te openen, voor het laatst tot 1 oktober 2026.

Onderdeel van de onder 2.2 bedoelde correspondentie is een brief van ING van 30 juli 2025. In die brief wordt gerefereerd aan een gesprek tussen partijen dat heeft plaatsgevonden op 10 juli 2025. In dat gesprek heeft Gazprom verzocht haar bankrekening nog tot 31 december 2025 te mogen gebruiken. In de brief van 30 juli 2025 heeft ING dit verzoek gehonoreerd en is aldus aangekondigd dat de bankrekening per die datum zal worden beëindigd. [naam 2] , bestuurder van Gazprom, is verzocht de brief voor akkoord te ondertekenen en te retourneren naar ING. [naam 2] heeft dit gedaan op 8 augustus 2025.

In de aanloop naar dit kort geding heeft de advocaat van ING bevestigd dat de bankrekening niet zal worden beëindigd alvorens in dit kort geding vonnis is gewezen.

3. Het geschil

Gazprom vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

A. ING te verbieden om de bankrelatie met Gazprom te beëindigen zolang Gazprom geen alternatieve bankrelatie heeft kunnen aangaan, op straffe van betaling van een dwangsom van € 250.000 per kalenderdag;

subsidiair:

B. ING te verbieden om de bankrelatie met Gazprom te beëindigen zolang in een

bodemprocedure geen andersluidende beslissing in gezag van gewijsde is

gegaan, op straffe van een dwangsom van € 250.000 per kalenderdag, althans;

C. een zodanige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;

in alle gevallen:

D. ING te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te voldoen binnen

veertien dagen na de datum van vonnis en, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis.

Blijkens haar dagvaarding legt Gazprom aan haar vorderingen – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag. In de onder 2.2 genoemde correspondentie heeft Gazprom kenbaar gemaakt dat beëindiging van de bankrelatie voor haar funest is. Zij kan dan niet meer aan haar wettelijke betalingsverplichtingen voldoen jegens de Britse en Nederlandse Belastingdienst, alsmede werknemers en dienstverleners (zoals accountants en advocaten) etc. Alternatieven zijn niet beschikbaar. In de dagvaarding heeft Gazprom een lijst van 15 banken opgenomen (zowel binnen als buiten de EU) die alle hebben geweigerd om een bankrelatie aan te gaan met Gazprom. Gezien de huidige geopolitieke omstandigheden spreekt het voor zich dat het voor Gazprom niet mogelijk is elders een rekening te openen. Weliswaar heeft ING op grond van artikel 35 ABV de bevoegdheid om de bankrelatie te beëindigen, maar die bevoegdheid wordt beperkt door de artikelen 6:248 lid 2 en 3:13 Burgerlijk Wetboek (BW). Daar komt bij dat op banken gezien hun bijzondere maatschappelijke positie een zorgplicht rust (artikel 2 lid 1 ABV). Het belang van Gazprom bij een bankrekening weegt zwaar, zij kan immers niet functioneren zonder bankrekening, en ING heeft geen concreet belang bij opzegging. Gazprom is vrij van sancties en zij verricht geen verboden of risico houdende activiteiten in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). ING heeft geen enkele aanwijzing dat sprake is van een concreet (integriteits)risico; het besluit de bankrekening te beëindigen berust slechts op algemene bewoordingen. ING moet een individuele belangenafweging maken en kan zich niet beroepen op een categorale uitsluiting. Dit volgt uit jurisprudentie met betrekking tot coffeeshophouders en trustkantoren. Van een individuele belangenafweging is niet gebleken.

Op de mondelinge behandeling van dit kort geding heeft Gazprom een beroep gedaan op het Convenant verbeteren toegang zakelijke bankrekeningen, dat op 1 januari 2026 in werking is getreden en waarbij ook ING partij is. Hierin staat onder meer: “De aangesloten aanbieders onderschrijven bovendien dat in beginsel iedere bonafide ondernemer in Nederland over een betaalrekening moet kunnen beschikken.”

Verder wordt, aldus Gazprom, op 1 januari 2027 de Wwft aangepast. Op die datum zal artikel 4:71k Wwft in werking treden, dat luidt: “Een bank die in Nederland betaalrekeningen aan ondernemingen aanbiedt, stelt ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken.”Uit de toelichting op dit artikel volgt dat het weigeren van een betaalrekening alleen mag op grond van een concrete, wettelijke basis (bijvoorbeeld relevante witwaswetgeving). Verder heeft Gazprom verwezen naar een door haar in het geding gebrachte opinie van een sanctierechtdeskundige (Bennink Dunin-Wasowicz B.V.) van 24 september 2025. Hieruit volgt dat het voor ondernemingen uit gesanctioneerde landen (ook wanneer die onderneming zelf niet is gesanctioneerd) bijzonder lastig is om binnen de EU een bank te vinden. Tot slot heeft Gazprom aangevoerd dat haar enige activiteit het zogenoemde “Sillimanite-project” is (de winning van gas in de Noordzee) en dat dit project naar verwachting medio 2028 is afgerond. Dan vervalt de noodzaak voor het hebben van een bankrekening.

ING heeft – samengevat weergegeven – het volgende verweer gevoerd. In reactie op de Russische invasie in Oekraïne heeft de EU een omvangrijk sanctiepakket opgesteld. Voor ING betekent dit dat Russische cliënten en cliënten met nauwe Russische banden zorgvuldig op sanctierisico’s moeten worden beoordeeld. Dat Gazprom niet op de EU-sanctielijst staat maakt niet dat er voor ING geen risico’s bestaan. Gazprom maakt namelijk deel uit van de door de Russische staat gecontroleerde Gazprom-groep en is actief in de energiesector. De combinatie van groepsband, aard van de dienstverlening en de sanctierisico’s maakt dat ING de relatie met Gazprom niet langer wenst voort te zetten. De sanctierisico’s zijn complex en de voortdurende beoordeling hiervan door ING is intensief en zeer bewerkelijk. Bovendien kan een sanctierisico leiden tot een witwasrisico. Daarnaast loopt ING het reputatierisico dat zij als prominente Nederlandse systeembank publiekelijk met Russische zakelijke belangen wordt geassocieerd. Dat het beeld kan ontstaan dat financiële stromen indirect bijdragen aan het in stand houden van de Russische oorlogsinspanning, ervaart ING als onwenselijk. Het reputatierisico is niet louter theoretisch. In Nederlandse media is bij herhaling bericht over (voormalige) zakelijke betrekkingen van ING met Russische partijen. Dit heeft geleid tot Kamervragen en tot brede politieke en maatschappelijke verontwaardiging.

Het meest verstrekkende verweer van ING is dat partijen overeenstemming hebben bereikt over beëindiging van de bankrelatie. De bestuurder van Gazprom heeft immers op 8 augustus 2025 de brief waarin staat dat de bankrelatie per 31 december 2025 eindigt voor akkoord ondertekend (zie 2.3). Dat de overeengekomen beëindiging nadien nog verschillende keren is uitgesteld maakt niet dat deze overeenkomst niet langer geldt. Dat Gazprom nog geen andere bankrekening heeft kunnen openen, betekent evenmin dat de overeenkomst niet langer geldt.

Uitgangspunt is, aldus ING, dat zij de bankrelatie op grond van artikel 35 lid 1 ABV mag opzeggen, zonder dat daarvoor een tekortkoming of iets dergelijks is vereist. De contractsvrijheid brengt mee dat ING haar ondernemingsstrategie en haar risicobereidheid mag wijzigen en op grond daarvan mag besluiten bepaalde klanten niet langer te bedienen. Er is geen sprake van verboden categorale uitsluiting. ING heeft zorgvuldig gehandeld, onder meer door de uitstelverzoeken van Gazprom keer op keer te honoreren. De toets van artikel 6:248 lid 2 BW moet terughoudend worden toegepast en het is aan Gazprom om aannemelijk te maken dat de beëindiging onaanvaardbaar is. De enkele mededeling dat andere banken haar als cliënt weigeren, is daarvoor onvoldoende. Het belang dat Gazprom heeft bij behoud van de bankrekening is bovendien indirect en beperkt. Gazprom ontplooit geen eigen commerciële activiteiten van betekenis; haar bankrekening functioneert uitsluitend als intra-groep financieringskanaal. Het belang bij behoud van de bankrekening is dus geen eigen belang van Gazprom, maar het belang van de andere Gazprom-vennootschappen ten behoeve waarvan Gazprom betalingen verricht. Dit wordt geïllustreerd door het in de dagvaarding genoemde Sillimanite-project. Dit project wordt niet uitgevoerd door Gazprom, maar door aan haar gelieerde vennootschappen.

Voorts beschikt Gazprom over reële alternatieven, aldus ING. Er zijn landen met een ander sentiment jegens Rusland, zowel binnen als buiten de EU. ING noemt in dit verband bijvoorbeeld Oostenrijk (circa 400 kredietinstellingen), Hongarije (ruim 30 banken), Turkije (meer dan 60 banken), de Verenigde Arabische Emiraten (circa 60 banken) en Servië (circa 20 banken). Gazprom heeft zich tot nu toe – door slechts 15 banken te benaderen – onvoldoende ingespannen om in die landen een bank, een payment service provider (PSP) of een paying agent te vinden; wat volgens ING niet onmogelijk is.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Gazprom daarbij een spoedeisend belang heeft en dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering eveneens zal toewijzen. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

Uitgangspunt is dat ING de bankrelatie met Gazprom heeft opgezegd op grond van artikel 35 ABV, niet op grond van de Wwft. Artikel 35 ABV geeft een bank een contractuele bevoegdheid de relatie met een cliënt te beëindigen. De opzeggingsbevoegdheid van een bank en haar contractuele vrijheid zijn echter niet onbegrensd. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een bank van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruik maakt. Een opzegging moet bovendien worden beoordeeld tegen de achtergrond van de bancaire zorgplicht (artikel 2 ABV), waarbij het belang om deel te nemen aan het betalingsverkeer wordt meegewogen. Zonder betaalrekening is het vrijwel onmogelijk om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en om een bedrijf te exploiteren.

Gazprom is niet gesanctioneerd en van het bestaan van Wwft-risico’s is niet gebleken. ING heeft een transactieoverzicht in het geding gebracht van de rekening van Gazprom, maar zij heeft niet aangevoerd dat hierop dubieuze of schimmige transacties staan. Dat Gazprom geen eigen commerciële activiteiten ontplooit, maakt niet dat zij geen groot belang zou hebben bij voortzetting van de bankrelatie. Zij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het hebben van een bankrekening van groot belang is, al is het maar om aan haar verplichtingen jegens de Britse en Nederlandse Belastingdienst te kunnen voldoen. Ook is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat Gazprom voldoende pogingen heeft gedaan om elders een bankrekening te openen. Weliswaar had zij mogelijk nog meer pogingen kunnen doen, zoals ING heeft gesteld, maar het is onvoldoende aannemelijk dat zij hierin zou slagen, gelet op het feit dat zij onderdeel uitmaakt van de Russische Gazpromgroep en de geopolitieke verhoudingen in haar nadeel werken. In dit verband wordt verwezen naar de opinie van de sanctierechtdeskundige die Gazprom in het geding heeft gebracht en waarin dit wordt bevestigd.

Ook de belangen aan de zijde van ING zijn groot. Het is – gezien de door haar geschetste sanctie- en reputatierisico’s – gerechtvaardigd dat zij ervoor kiest geen bankrelaties te willen onderhouden met aan Rusland gelieerde partijen, zoals Gazprom. Bovendien is aannemelijk dat ING veel extra (kostbare) inspanningen moet verrichten om een en ander te monitoren.

De voorzieningenrechter acht de belangen van beide partijen zwaarwegend. Of onder deze omstandigheden beëindiging door ING van de bankrelatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is als bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW kan in het midden blijven, omdat ook indien dat niet het geval is, de primaire vordering zal worden toegewezen. Redengevend hiervoor is dat op korte termijn het door Gazprom genoemde artikel 4:71k in de Wwft wordt opgenomen. Indien in dit kort geding de gevraagde voorzieningen zouden worden geweigerd, zou Gazprom kort nadien op grond van dit artikel de ING kunnen verzoeken om een (zakelijke basis)betaalrekening en bij weigering daarvan een procedure aanhangig kunnen maken waarin zij vordert ING te veroordelen opnieuw een dergelijke betaalrekening te openen. Artikel 4:71k Wwft heeft naar het zich laat aanzien grote implicaties voor de contractsvrijheid van banken en beperkt de mogelijkheid voor banken om zich op een bepaald marktsegment te richten. Na inwerkingtreding van artikel 4:71k Wwft mag een bank slechts onder bijzondere omstandigheden een zakelijke basisbetaalrekening weigeren. Te denken valt bijvoorbeeld aan Wwft-risico’s, de aanvrager heeft geen belang bij een bankrekening omdat hij al over een rekening beschikt, of de aanvrager is in het verleden veroordeeld voor strafbare feiten. Dergelijke omstandigheden doen zich hier voorshands niet voor. Om die reden kan niet worden uitgesloten dat Gazprom op grond van artikel 4:71k Wwft in aanmerking zal komen voor een zakelijke basisbetaalrekening. De voorzieningenrechter acht het om die reden niet opportuun om de rekening van Gazprom thans te beëindigen.

Om dezelfde redenen kan beantwoording van de vraag of op 8 augustus 2025 tussen partijen een definitieve overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan de bankrelatie eindigt, in het midden blijven. Mocht de voorzieningenrechter al tot een bevestigend oordeel komen, dan geldt ook hier dat Gazprom op grond van artikel 4:71k Wwft een (niet kansloos) verzoek kan indienen tot het verkrijgen van een zakelijke basisbetaalrekening, waardoor het thans beëindigen van de bankrelatie niet opportuun is.

Gezien hetgeen Gazprom hierover heeft aangevoerd, heeft zij een spoedeisend belang bij toewijzing van haar primaire vordering. Overigens houdt toewijzing van deze vordering niet in dat Gazprom ontslagen wordt van haar verplichting om verder op zoek te gaan naar een alternatieve bankrelatie, mogelijk met behulp van ING. Op die wijze heeft zij haar primaire vordering ook ingekleed. Aan de toewijzing zal geen dwangsom worden verbonden nu ING op de mondelinge behandeling van dit kort geding uitdrukkelijk heeft verklaard zich vrijwillig aan een uitgesproken veroordeling te zullen houden.

ING is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Gazprom worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

125,57

- griffierecht

€

735,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.226,57

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

verbiedt ING om de bankrelatie met Gazprom te beëindigen zolang Gazprom geen

alternatieve bankrelatie heeft kunnen aangaan,

veroordeelt ING in de proceskosten van € 2.226,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als ING niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt ING tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2026.

Coll: GR

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Veraart

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand