RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11856209 CV EXPL 25-11810
vonnis van: 3 februari 2026
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
de besloten vennootschap Infomedics B.V.
gevestigd te Almere
eiseres
nader te noemen: Infomedics
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V.
t e g e n
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
nader te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier:
- de dagvaarding van 6 augustus 2025, met producties;- het proces verbaal van het mondelinge antwoord;- instructievonnis;- dagbepaling mondelinge behandeling.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 december 2025.
Voorafgaand aan de zitting heeft Infomedics comparitieaantekeningen met producties overgelegd. Voor Infomedics is dhr. [naam] (werkzaam bij Yards) verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. Vonnis is bepaald op heden.
Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.
[gedaagde] heeft op 7 januari 2025 een tandheelkundige behandeling ondergaan bij de tandartsenpraktijk [naam tandartspraktijk] (hierna: de zorgverlener).
Infomedics heeft aan [gedaagde] op 29 januari 2025 met betrekking tot de onder 1.1. vermelde behandeling een factuur van € 646,03 toegezonden. In de factuur is vermeld dat de zorgverlener de vordering op [gedaagde] heeft gecedeerd aan Infomedics.
Het geschil
2. Infomedics vordert bij dagvaarding dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld wordt tot betaling van € 646,03 als hoofdsom en de proceskosten. Aan deze vordering legt Infomedics kort gezegd ten grondslag dat [gedaagde] de factuur van 29 januari 2025 van in totaal € 646,03 niet heeft voldaan. Deze factuur is aan Infomedics gecedeerd.
3. [gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist. Op de stellingen van partijen zal hieronder - voor zover van belang - nader worden ingegaan.
Beoordeling
4. De geneeskundige behandelovereenkomst die aan de gecedeerde vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen de zorgverlener als handelaar en [gedaagde] als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
5. Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing.
6. Wel dienen het prijsbeding en de betalingsvoorwaarden van Infomedics ambtshalve getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Ingevolge artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn echter kernbedingen (zoals het prijsbeding) uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn.
7. Op basis van de Regeling Mondzorg van de Nederlandse Zorgautoriteit moet een zorgaanbieder een patiënt tijdig en zorgvuldig informeren over de tarieven die zij voor prestaties in rekening gaat brengen. Infomedics heeft in haar dagvaarding aangevoerd dat de zorgverlener [gedaagde] heeft geïnformeerd over de tarieven. Infomedics heeft deze stelling niet onderbouwd. Uit de door Infomedics overgelegde stukken blijkt niet dat de zorgverlener voorafgaand aan de behandeling aan [gedaagde] heeft geïnformeerd over de tarieven die zouden worden gerekend voor de behandeling. Nu er geen tarieven zijn genoemd voorafgaand aan de behandeling, is het prijsbeding dan ook onvoldoende transparant, zodat het alsnog moet worden getoetst op eerlijkheid (artikel 4 lid 2 van de richtlijn oneerlijke bedingen).
8. Een niet-transparant beding is nog niet meteen oneerlijk. Het gaat om de vraag of het beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort of kan verstoren. Door geen inschatting te geven van de tarieven voorafgaand aan de behandeling, is geen inzicht gegeven in de financiële verplichting die [gedaagde] aanging. [gedaagde] zal als gemiddelde consument zelf weinig idee hebben van de werkzaamheden die moeten worden verricht ter uitvoering van de behandeling en hoeveel kosten daarmee normaliter gemoeid zijn. De zorgverlener heeft daar als professional juist wel zicht op en had die uitleg moeten verstrekken. Het prijsbeding wordt dan ook oneerlijk bevonden.
9. Dat betekent dat [gedaagde] niet aan het prijsbeding is gebonden (artikel 6 lid 1 richtlijn oneerlijke bedingen) en dat als gevolg daarvan de onderhavige overeenkomst niet kan blijven voortbestaan. Aangezien [gedaagde] hiervan geen uiterst nadelige gevolgen ondervindt en niet in haar belangen wordt geschaad, hoeft de overeenkomst niet te worden aangevuld (zie onder andere ECLI:EU:C:2020:954). Gevolg daarvan is dat [gedaagde] het gefactureerde bedrag niet hoeft te betalen.
10. Slotsom is dan ook dat de vordering niet toewijsbaar is. Bij deze uitkomst van de procedure wordt Infomedics veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil.
Beslissing
De kantonrechter:
- wijst de vordering af;
- veroordeelt Infomedics in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.