RECHTBANK AMSTERDAM
beslissing
Afdeling Strafrecht
Zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))
Rekestnummer: C/13/781564/FARK26/176
Beschikking van de rechtbank op het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz, ten aanzien van:
[betrokkene] ,
[geboortedag] 1970 in te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
verblijvende in de penitentiaire Inrichting te [plaats] .
hierna te noemen: betrokkene.
Betrokkene wordt bijgestaan door mr. L.M.A. Schwartz, advocaat te Amsterdam.
1. Procesverloop
De officier van justitie heeft verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Dit verzoekschrift is op 9 januari 2026 bij de rechtbank binnengekomen. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring d.d. 5 januari 2026;
het reclasseringsadvies rechtszitting d.d. 19 september 2025
het reclasseringsadvies voorgeleiding rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2025
het zorgplan/behandelplan;
historisch overzicht d.d. 6 januari 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 5 januari 2026;
de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens (justitiële
documentatie) van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel;
verzoek beoordeling t.b.v. voorbereiding zorgmachtiging d.d. 24 oktober 2025;
mededeling voorbereiding zorgmachtiging aan Felling d.d. 25 november 2025;
consult rechtspleging d.d. 22 oktober 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank Amsterdam.
Ter zitting zijn aanwezig en worden gehoord:
betrokkene;
de advocaat van betrokkene;
de officier van justitie;
de deskundige Johanna Maria Christina van Dam, psychiater en deskundige Hille Thijs de Vries, arts in opleiding tot psychiater.
2. Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.
3. Standpunt van betrokkene
De raadsman van betrokkene heeft primair aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen. Immers, een zorgmachtiging voldoet niet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Tijdens de opname van betrokkene in 2021 kreeg zij medicatie, maar werd er geen verbetering gezien. De zorgmachtiging werd vervolgens in 2021 niet verder verlengd. Hierna was betrokkene tussen 2021 en 2023 vrijwillig in zorg bij het FACT. Er zijn dus mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis.
De raadsman heeft subsidiair aangevoerd om de vormen van verplichte zorg ‘insluiten’ en ‘het uitoefenen van toezicht op betrokkene’ te schrappen dan wel te beperken voor de duur van maximaal 3 dagen.
4. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van chronische psychose in het kader van een schizofrene stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
ernstige psychische schade;
ernstige immateriële schade;
de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Om:
een crisissituatie af te wenden;
ernstig nadeel af te wenden;
de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren
e geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint,
heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring komt immers naar voren dat betrokkene aangeeft geen psychiatrische stoornis te hebben en dat zij niet behandeld wil worden. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.
De volgende vormen van zorg worden voor na te noemen duur verzocht:
Vorm van zorg
Duur
toedienen van medicatie
6 maanden
het verrichten van medische controles
6 maanden
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening
6 maanden
beperken van de bewegingsvrijheid
6 maanden
insluiten
6 maanden
uitoefenen van toezicht op betrokkene
6 maanden
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen
6 maanden
opnemen in een accommodatie
6 maanden
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Wat de raadsman heeft aangevoerd maakt dit niet anders. De rechtbank is van oordeel dat de vormen van verplichte zorg ‘insluiten’ en ‘het uitoefenen van toezicht op betrokkene’, overeenkomstig het advies van de geneesheer-directeur en het verzoekschrift van de officier van justitie, eveneens noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden en te voorkomen én om betrokkene op een veilige manier zorg te kunnen verlenen. Uit het zorgplan komt naar voren dat betrokkene zich tijdens de vorige opname bij Mentrum vaak erg moeilijk liet corrigeren. Niet voorspeld kan worden of het nodig zal zijn om deze vormen van verplichte zorg daadwerkelijk toe te passen, maar de rechtbank acht het gelet op het verleden van betrokkene wel noodzakelijk dat deze vormen van verplichte zorg beschikbaar zullen zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat het insluiten en uit te oefenen toezicht hoe dan ook niet langer zal duren dan op dat moment uiterst noodzakelijk, omdat in het zorgplan is opgenomen dat zodra er sprake is van vrijwillige samenwerking of er voor bepaalde vormen van zorg geen noodzaak meer is deze worden afgeschaald zoals ook eerder bij het FACT-team is gedaan. De rechtbank zal de termijn dan ook niet beperken tot drie dagen.
De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend.
De verschillende vormen van zorg kunnen voor de hieronder gestelde termijnen worden toegepast. Deze termijnen zijn noodzakelijk om het doel van verplichte zorg te realiseren.
5. Beslissing
De rechtbank:
Wijst toe het verzoek van de officier van justitie en verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
Deze zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar en geldig vanaf dagtekening.
Deze zorgmachtiging is geldig voor de duur van 6 maanden, te weten uiterlijk tot en met 29 juli 2026.
Deze machtiging is op 30 januari 2026 gegeven door
mr. H.E Hoogendijk, voorzitter,
mrs. R.A. Overbosch en A.L. op ‘t Hoog, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.L. van Tellingen, griffier.