ECLI:NL:RBAMS:2026:1039

ECLI:NL:RBAMS:2026:1039

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 13-296635-25
Rechtsgebied Strafrecht; Internationaal strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vervolging-EAB uit Duitsland. Referte door de raadsman. Voor zover de raadsman een beroep heeft willen doen op een beletsel voor de feitelijke overlevering als bedoeld in artikel 35 OLW, wegens de omstandigheid dat de opgeëiste persoon bij de behandeling van zijn Nederlandse strafzaak op 12 februari 2026 aanwezig wil zijn, wijst de rechtbank dat beroep af. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat eerst na een uitspraak in onderhavige overleveringszaak de raadsman het beroep kan indienen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-296635-25

Datum uitspraak: 3 februari 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 24 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 17 september 2025 door het Amtsgericht Geilenkirchen, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

nu gedetineerd in [P.I.] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. H.E.P. van Geelkerken, advocaat in Brunssum.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel ten behoeve van de voorlopige hechtenis van ‘Amtsgericht [Kantongerecht] Geilenkirchen’ van 23.06.2025, dossiernummer: 17Ls - 3 Js 202/24-60/24.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

4. Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

oplichting.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5. De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd.

Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De Leidinggevende Hoofdofficier te Aken heeft op 13 november 2025 de volgende garantie gegeven:

“Het bijgevoegde exemplaar van het Europees Aanhoudingsbevel van het Kantongerecht Geilenkirchen van 17.09.2025 (17 Ls 60/24) samen met vertaling stuur ik met het verzoek om de overlevering van de Nederlandse staatsburger [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] .1997 in [geboorteplaats] /Nederland,

(…)

Er wordt verzekerd dat de opgeëiste persoon in het geval van een rechtsgeldige veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland op basis van de geldende versie van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27.11.2008 aangaande de toepassing van het principe van de wederzijdse erkenning op vonnissen in strafzaken, waarbij een vrijheidsbenemende straf of maatregel uitgesproken wordt, voor het doel van hun tenuitvoerlegging in de Europese Unie (publicatieblad L 327 van 05.12.2008, bladzijde 27) voor de verdere tenuitvoerlegging van de straf terug overgebracht wordt naar Nederland.

(…)”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6. 6. Artikel 36 OLW: beletselen voor de feitelijke overlevering

De raadsman heeft verzocht om met de overlevering te wachten tot na de inhoudelijke behandeling op 12 februari 2026 van de in Nederlands aanhangige strafzaak.

De rechtbank begrijpt dit verzoek als een beroep op het bepaalde in artikel 36 OLW, namelijk dat de tegen de opgeëiste persoon lopende Nederlandse strafzaak een beletsel vormt voor de feitelijke overlevering. Hoewel de feitelijke overlevering een kwestie is waarover de rechtbank oordeelt, is het niet een beoordeling die in dit stadium van de overleveringsprocedure voorligt. Een dergelijk verzoek kan schriftelijk worden ingediend en zal na de uitspraak van de rechtbank worden behandeld door de raadkamer.

7. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Geilenkirchen, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. M. Scheeper en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 februari 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?