ECLI:NL:RBAMS:2026:1090

ECLI:NL:RBAMS:2026:1090

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 11983740 KK EXPL 25-820
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Internationaal geschil, rechtskeuze, Nederlands recht van toepassing. Artikel 7:668a BW, arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11983740 \ KK EXPL 25-820

Vonnis in kort geding van 27 januari 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] (Engeland),

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. R.J. Jutstra,

tegen

STICHTING BELLINGCAT,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Bellingcat,

gemachtigde: mr. G.M. Hissink en mr. B. van der Stelt.

1. De procedure

Bij dagvaarding van 27 november 2025 met producties heeft [eiser] een voorziening gevorderd. Op 6 januari 2026 heeft Bellingcat een conclusie van antwoord met producties ingediend.

Op 13 januari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft Bellingcat aanvullende producties ingediend. [eiser] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens Bellingcat is verschenen [naam] ( [naam functie 1] ), bijgestaan door de gemachtigden. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, de gemachtigde van [eiser] mede aan de hand van pleitaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] is op 1 augustus 2022 in dienst getreden bij Bellingcat in de functie van [naam functie 2] op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. De arbeidsovereenkomst is op 1 augustus 2023 en op 1 augustus 2024 telkens met één jaar verlengd, onder dezelfde voorwaarden. In alle drie de arbeidsovereenkomsten is bepaald dat Nederlands recht van toepassing is. Het salaris bedroeg met ingang van 1 augustus 2025 € 5.110,33 bruto per maand inclusief 8% vakantietoeslag en exclusief overige emolumenten.

In de ondertekende arbeidsovereenkomsten staat onder meer het volgende:

2.4 (…)The Employer shall be entitled, after consultation with the Employee, to change the place of employment, provided the Employer will ensure all necessary support to the Employee in acquiring corresponding legal rights to reside and work in the new place of employment where applicable.

(…)

All items and documents, including written documents and photocopies thereof, and documents recorded on automated/electronic data carriers, that the Employee acquires in the course of his work for the Employer, are and remain the property of the Employer. The Employee shall return such items to the Employer in good condition and without retaining any copies at the latter’s first request, and in any event upon termination of the employment contract.”

[eiser] is in januari 2023 van [plaats] naar [woonplaats] verhuisd. Bellingcat heeft de kosten voor het visum voor zijn verblijf in het Verenigd Koninkrijk volledig vergoed.

Op 8 juli 2025 heeft [eiser] de aanvraag voor een Global Talent Visum in het Verenigd Koninkrijk ingediend. De totale kosten voor deze aanvraag bedroegen € 6.751,47.

Na 31 juli 2025 is [eiser] zijn werkzaamheden voor Bellingcat blijven verrichten.

Op 14 augustus 2025 heeft Bellingcat een concept van een nieuwe arbeidsovereenkomst aan [eiser] toegezonden. In dit concept wordt het recht van Engeland en Wales van toepassing verklaard. Partijen hebben dat concept niet ondertekend.

Op 26 augustus 2025 heeft [eiser] salaris over de maand augustus 2025 ontvangen.

Bij brief van 10 september 2025 heeft Bellingcat aan [eiser] onder meer het volgende geschreven:

“(…) We wanted to express our sadness at your decision not to sign the new contract we offered you and your resulting departure.

This letter serves as an annex to your current contract. The annex will extend the current contract until 31 October 2025 so that you have time to wrap up your tasks and responsibilities. 31 October 2025 will also be your last day of employment at Bellingcat. We will inform the payroll accordingly to make sure all your outstanding payments, including unused holidays, are paid. (…)”

Op 15 september 2025 heeft [eiser] zich ziekgemeld.

Bij e-mail van 13 oktober 2025 heeft Bellingcat [eiser] verzocht om de aan hem ter beschikking gestelde laptop en telefoon uiterlijk 24 oktober 2025 te retourneren, met de mededeling dat bij uitblijven hiervan de waarde van deze apparaten, door Bellingcat gesteld op € 1.200,00, in mindering wordt gebracht op het nog uit te betalen bedrag.

3. Het geschil

[eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van Bellingcat tot betaling van:

a. € 5.110,33 en overige emolumenten per maand aan loon vanaf 1 november 2025, zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,

b. € 6.751,47 aan visumkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,

c. € 2.751,10 aan achterstallig loon tot 1 november 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,

d. € 1.114,57 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,

e. de proceskosten.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat Nederlands recht van toepassing is, omdat dit expliciet in de getekende arbeidsovereenkomsten is opgenomen. Volgens [eiser] is de laatste door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst na 31 juli 2025 stilzwijgend verlengd. [eiser] is zijn werkzaamheden voor Bellingcat na die datum blijven verrichten en hij heeft over de maand augustus 2025 salaris ontvangen. Op grond van de ketenregeling is de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2025 van rechtswege gewijzigd naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Bellingcat heeft deze arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opgezegd. Daarnaast zijn partijen volgens [eiser] overeengekomen dat Bellingcat gehouden is de volledige kosten van het vereiste visum te vergoeden. Verder betaalt Bellingcat vanaf augustus 2025 structureel te weinig salaris en heeft Bellingcat onterecht € 1.200,00 voor de door [eiser] gebruikte telefoon en laptop op het salaris van [eiser] ingehouden.

Bellingcat voert aan dat de vraag of na 1 november 2025 een arbeidsovereenkomst bestaat – en dus recht bestaat op loondoorbetaling – beantwoord moet worden naar Engels recht. Hoewel in eerdere arbeidsovereenkomsten een rechtskeuzebepaling is opgenomen, is de rechtskeuze niet stilzwijgend verlengd, omdat partijen in de onderhandeling van de nieuwe arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk zijn uitgegaan van een andere rechtskeuze. Nu [eiser] zijn werkzaamheden in Engeland verricht, is Engels recht van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Naar Engels recht is op 1 augustus 2025 geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan en kon de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd rechtsgeldig worden beëindigd. Verder voert Bellingcat aan dat het spoedeisend belang ontbreekt ten aanzien van de vordering tot betaling van de visumkosten. Daarnaast bestaat tussen partijen geen overeenstemming over de vraag of Bellingcat gehouden is deze kosten te dragen en is sprake van een restitutierisico. Tot slot voert Bellingcat aan dat de inhouding van € 1.200,00 in verband met bedrijfseigendommen geoorloofd was.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen, dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.

Bevoegde rechter en toepasselijk recht

Het betreft een internationaal geschil. De kantonrechter heeft op basis van de toepasselijke regelgeving beoordeeld dat hij bevoegd is. Daar zijn partijen het ook over eens.

Welk recht van toepassing is op het geschil moet worden bepaald aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europese Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I Verordening). Op grond van die verordening is naar voorlopig oordeel van de kantonrechter Nederlands recht van toepassing. Dat wordt als volgt toegelicht.

Artikel 8 lid 1 Rome I bepaalt dat een individuele arbeidsovereenkomst in beginsel wordt beheerst door het recht dat partijen volgens artikel 3 Rome I hebben gekozen. Partijen hebben in drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten expliciet een keuze gemaakt voor de toepasselijkheid van het Nederlands recht. Dat deze keuze niet uitdrukkelijk zou zijn gemaakt, zoals Bellingcat heeft aangevoerd, wordt niet gevolgd. Na het van rechtswege eindigen van de laatst getekende tijdelijke arbeidsovereenkomst op 31 juli 2025, is [eiser] werkzaamheden blijven verrichten. Dat er voor die periode ná 31 juli 2025 een andere rechtskeuze zou zijn gemaakt, is gesteld noch gebleken. Integendeel, Bellingcat spreekt in haar brief van 10 september 2025 zelf over een aanvulling op de reeds bestaande arbeidsovereenkomst, waarmee die arbeidsovereenkomst volgens haar wordt verlengd. En in die arbeidsovereenkomst is nu juist expliciet Nederlands recht van toepassing verklaard. Dat in een later concept opeens Engels recht van toepassing werd verklaard, maakt het voorgaande niet anders. In de eerste plaats is niet in geschil dat dat concept niet is ondertekend. Bovendien is dat concept pas op 14 augustus 2025 gestuurd, terwijl na het aflopen van de vorige arbeidsovereenkomst op 31 juli 2025 gewoon is doorgewerkt.

Spoedeisend belang

Vervolgens moet beoordeeld worden of [eiser] (voldoende) spoedeisend belang heeft bij de vorderingen. Dat is het geval, omdat sprake is van een vordering tot betaling van achterstallig loon (met nevenvorderingen). Dit soort vorderingen zijn in beginsel naar hun aard spoedeisend en dat is ook in dit geval zo. Ook de vordering tot betaling van de visumkosten heeft een spoedeisend belang, nu [eiser] geen salaris heeft ontvangen en een bedrag ter hoogte van zijn salaris heeft moeten voorschieten.

Loondoorbetaling

Niet in geschil is dat de derde tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst na 31 juli 2025 is voortgezet, waardoor bij toepasselijkheid van Nederlands recht op grond van artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.

Bellingcat heeft de arbeidsovereenkomst op 10 september 2025 opgezegd met ingang van 31 oktober 2025. De kantonrechter komt tot het voorlopige oordeel dat deze opzegging van de arbeidsovereenkomst door Bellingcat niet rechtsgeldig is. [eiser] heeft niet ingestemd met de opzegging, er is voor de opzegging geen toestemming verleend door het UWV en er is ook geen dringende reden voor een ontslag op staande voet. Op grond hiervan is het aannemelijk dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst in de bodemprocedure zal worden vernietigd en dat Bellingcat het loon van [eiser] na 31 oktober 2025 verschuldigd is. Tijdens de zitting is besproken dat de vordering van [eiser] moet worden begrepen als een vordering tot loonbetaling vanaf 1 november 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt. Bellingcat heeft dit niet weersproken. De vordering tot loonbetaling zal daarom worden toegewezen tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. De gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente hierover worden als onweersproken toegewezen voor zover het de maanden november en december 2025 betreft, zoals in het dictum vermeld. Gelet op de handelswijze van Bellingcat rondom het door haar gestelde einde van het dienstverband van [eiser] , ziet de kantonrechter geen aanleiding die wettelijke verhoging te matigen. De kantonrechter ziet in dit kort geding geen aanleiding om vooruit te lopen op de wettelijke verhoging en wettelijke rente over eventuele toekomstige termijnen, zodat de gevorderde wettelijke verhoging en rente worden afgewezen voor zover het ziet op de periode vanaf januari 2026.

Achterstallig loon

De vordering tot betaling van het achterstallig loon bestaat uit verschillende componenten. Bellingcat heeft alleen verweer gevoerd tegen de terugbetaling van € 1.200,00, zodat de andere posten als onweersproken worden toegewezen. Naar het oordeel van de kantonrechter is het voldoende aannemelijk dat de verplichting tot teruggave van de bedrijfseigendommen samenhing met het gestelde einde van de arbeidsovereenkomst. Aangezien voorlopig is geoordeeld dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is, kan ook de inhouding van € 1.200,00 voor de laptop en de telefoon op die grondslag geen standhouden. Daar komt overigens bij dat Bellingcat de hoogte van dit bedrag verder niet heeft onderbouwd. Het gevorderde achterstallig loon van € 2.751,10 tot 1 november 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2025 tot de betaling en de wettelijke verhoging wordt daarom toegewezen.

Visumkosten

Niet in geschil is dat Bellingcat eerder de visumkosten van [eiser] heeft betaald. Tijdens de zitting heeft Bellingcat toegelicht dat een ongeschreven regel is dat zij slechts eenmalig visumkosten betaalt. [eiser] heeft dit betwist. Bellingcat heeft deze ongeschreven regel vervolgens niet nader onderbouwd, laat staan dat zij heeft onderbouwd dat [eiser] hiervan op de hoogte was, althans had moeten zijn. Tegen die achtergrond en mede met inachtneming van het in artikel 2.4 van de arbeidsovereenkomst bepaalde, mocht [eiser] er voorlopig oordelend op vertrouwen dat Bellingcat de kosten voor het visum zou betalen. Dat het visum dit keer duurder was dan de vorige keer, doet daar niet aan af. Deze vordering wordt dan ook toegewezen. Zelfs als er sprake zou zijn van een restitutierisico, maakt dat de beoordeling niet anders. De wettelijke rente hierover is als onweersproken eveneens toewijsbaar vanaf 19 september 2025 tot de betaling.

Buitengerechtelijke incassokosten

De buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is bovendien in overeenstemming met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt ook toegewezen.

Proceskosten

Bellingcat is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

148,04

- griffierecht

753,00

- salaris gemachtigde

814,00

- nakosten

67,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.782,54

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Bellingcat tot betaling aan [eiser] van het salaris van € 5.110,33 bruto per maand en overige emolumenten vanaf 1 november 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, en voor zover het de maanden november 2025 en december 2025 betreft te vermeerderen met (i) de wettelijke verhoging van 50% en (ii) de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het verschuldigde loon en de wettelijke verhoging, vanaf de datum van dit vonnis tot volledige betaling,

veroordeelt Bellingcat tot betaling aan [eiser] van € 6.751,47 aan vergoeding voor het visum, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 19 september 2025 tot de betaling,

veroordeelt Bellingcat tot betaling aan [eiser] van € 2.751,10 bruto aan achterstallig salaris tot 1 november 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 26 augustus 2025 tot de betaling,

veroordeelt Bellingcat tot betaling aan [eiser] van € 1.114,57 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot de betaling,

veroordeelt Bellingcat in de proceskosten van € 1.782,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Bellingcat niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.

51447

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M.B. Cramwinckel en in aanwezigheid van de

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0374 VAAN-AR-Updates.nl 2026-0374
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand