ECLI:NL:RBAMS:2026:115

ECLI:NL:RBAMS:2026:115, Rechtbank Amsterdam, 07-01-2026, 13-248778-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 07-01-2026
Datum publicatie 14-01-2026
Zaaknummer 13-248778-25
Rechtsgebied Strafrecht; Internationaal strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Afwijzing vordering artikel 35 lid 3 vierde volzin OLW, wegens ontbreken overeengekomen datum met uitvaardigende justitiële autoriteit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer : 13-248778-25

Afwijzing vordering artikel 35, derde lid, tweede deel van vierde volzin, OLW (verlenging termijn voor feitelijke overlevering).

De uitvaardigende justitiële autoriteit van Polen heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] (Polen),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[BRP-adres] ,

nu gedetineerd in [penitentiaire inrichting] ,

Raadsman mr. V.T.E. Kuijpers

Procedure

Op 3 december 2025 heeft de rechtbank de overlevering van opgeëiste persoon toegestaan aan Polen voor de tenuitvoerlegging van een vrijehdisstraf voor de duur van één jaar en 6 maanden.

Bij beslissing van de rechtbank van 10 december 2025 is de termijn van feitelijke overlevering op verzoek van de raadsman van de opgeëiste persoon tijdelijk opgeschort wegens ernstige humanitaire redenen op grond van artikel 35 derde lid, eerste volzin OLW. Tevens is op die datum de vrijheidsbeneming verlengd op grond van artikel 34 OLW.

Bij beslissing van de rechtbank van 10 december 2025 is een beslissing over artikel 36 OLW aangehouden.

Standpunt officier van justitie artikel 35 OLW

De officier van justitie heeft op 5 januari 2025 op grond van artikel 35, derde lid, vierde volzin OLW gevorderd dat de termijn voor feitelijke overlevering met maximaal dertig dagen wordt verlengd, omdat naar het oordeel van de officier van justitie de ernstige humanitaire redenen niet meer bestaan. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat de mentale gesteldheid van de opgeëiste persoon geen reden is om niet over te leveren. Hij kan ook in Polen behandeld worden. Hetzelfde geldt voor de wens tot euthanasie, die kan hij ook in Polen neerleggen. De specifieke zorg in Nederland is hier niet voor nodig.

De officier van justitie is met de uitvaardigende justitiële autoriteit nog geen nieuwe datum overeengekomen die valt binnen de te verlengen termijn (art. 35 lid 3, tweede deel van vierde volzin).

De tijdelijke opschorting van de termijn voor de feitelijke overlevering moet naar het oordeel van de officier van justitie wel worden beëindigd. Tevens heeft de officier van justitie (bij afzonderlijke vordering) gevorderd dat op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW de vrijheidsbeneming met 30 dagen wordt verlengd.

Standpunt raadsman artikel 35 OLW

De raadsman voert aan dat zijn cliënt constante pijnen heeft, en daarom een euthanasie-wens heeft. De Poolse wet voorziet daar niet in. Cliënt heeft deze woensdag een afspraak bij de psychiater en een afspraak bij een arts voor zijn pijnklachten. De advocaat concludeert tot afwijzing van de vordering van de officier van justitie.

Standpunt officier van justitie artikel 36 OLW

De officier van justitie noemt twee Nederlandse zaken waarin de opgeëiste persoon verdachte is, die mogelijk een beletsel kunnen zijn als bedoeld in artikel 36 lid 1 OLW. Ten aanzien van de amfetamine-zaak (parketnummer 10-138405-25) geldt dat deze op zitting gepland stond, maar is ingetrokken. Daar moet nog een nieuwe zittingsdatum voor komen. De fraudezaak is voor de officier van justitie niet zichtbaar.

Standpunt raadsman artikel 36 OLW

De raadsman stelt zich op het standpunt dat er een beletsel is als bedoeld in artikel 36 lid 1 OLW. Er zijn twee lopende strafzaken in Nederland. Een amfetamine-zaak (parketnummer 10-138405-25), en een fraudezaak. Op 9 januari 2026 zal de opgeëiste persoon worden gehoord in de fraudezaak. Daarvan is nog geen parketnummer of dossier bekend.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat, reeds omdat er geen datum is overeengekomen met de uitvaardigende justitiële autoriteit, zoals vereist op grond van artikel 35 lid 3, tweede deel van de vierde volzin, reden is om de vordering van de officier van justitie af te wijzen.

Er is dus nog steeds sprake van opschorting van de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn. De rechtbank zal de gevorderde verlenging van de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met 30 dagen verlengen.

Omdat de termijn voor feitelijke overlevering is opgeschort op grond van artikel 35, lid 1 OLW, is er geen aanleiding om thans een oordeel te geven over artikel 36 lid 1 OLW.

Beslissing

De rechtbank:

WIJST AF de vordering ex artikel 35, derde lid, vierde volzin OLW;

VERLENGT de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, OLW met 30 dagen.

Deze beslissing is genomen op 07 januari 2026 door

mr. E.M. de Bie rechter,

en in tegenwoordigheid van D. Vermeulen griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M. de Bie

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?