ECLI:NL:RBAMS:2026:1158

ECLI:NL:RBAMS:2026:1158

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer 13/194449-25 (A), 13/250320-25 (B) en 15/253245-25 (C)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 27-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 200 uren omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van wapens (pistool, boksbeugel en veerdrukwapen) en verdovende middelen (hennep, hasj en cocaïne).

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/194449-25 (A), 13/250320-25 (B) en 15/253245-25 (C)

(ter terechtzitting van 21 november 2025 gevoegd).

Datum uitspraak: 5 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. T.M. van Wanrooij, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. L.A. Korfker, advocaat te IJmuiden, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is in zaak A – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 26 juni 2025 in Amsterdam en/of Purmerend schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van

In zaak B is aan verdachte – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 20 september 2025 in Edam schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vervoeren/aanwezig hebben van cocaïne.

In zaak C is aan verdachte – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 9 februari 2025 in Hoorn schuldig heeft gemaakt aan

De volledige tenlasteleggingen zijn opgenomen in bijlage I van dit vonnis en gelden als hier ingevoegd.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich in zaak A op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden met dien verstande dat het dossier ten aanzien van feit 2 geen aanknopingspunten bevat voor het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren en verstrekken van de verdovende middelen. Van deze onderdelen moet verdachte worden vrijgesproken.

In zaak B heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het feit bewezen kan worden.

In zaak C heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1, 2 en 3 en dat de feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Standpunt van de verdediging

Zaak A

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het dossier geen bewijs bevat waaruit blijkt dat verdachte zich bewust was van, en beschikkingsmacht had over het aangetroffen pistool (feit 1) en de verdovende middelen (feiten 2 en 3). Verdachte had de bus uitgeleend aan medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) en wist niks van de aanwezige goederen. Het wapen lag onder de bestuurderstoel buiten het zicht van verdachte. Verdachte zat op de passagiersstoel. Er is geen DNA van verdachte op het wapen aangetroffen en niet is gebleken van een reële beschikkingsmacht van verdachte over het wapen. De verdovende middelen lagen achterin de bus, eveneens uit het zicht van verdachte. Ook op de verpakking van de verdovende middelen is geen DNA van verdachte aangetroffen. Bovendien zou verdachte de deur van de laadruimte niet hebben opengemaakt als verdachte wist dat daar verdovende middelen lagen. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken.

Zaak B

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte de auto kort voor zijn aanhouding had gekocht van een persoon die bekend staat als gebruiker van en handelaar in verdovende middelen. Verdachte had drie wikkels in de auto zien liggen, en heeft geprobeerd deze te verstoppen. Verdachte wist niet dat er ook wikkels verstopt waren achter een afdekplaat van het dashboard. Verdachte moet worden vrijgesproken, omdat zijn wetenschap van en beschikkingsmacht over de cocaïne niet kan worden vastgesteld.

Zaak C

In zaak C heeft de raadsvrouw ten aanzien van de feiten 1 en 2 verzocht om verdachte vrij te spreken, omdat de tenlastegelegde goederen zijn aangetroffen in een kamer van de woning van verdachte waar op dat moment een logé verbleef. De aanwezigheid van deze logé is bevestigd door getuige [naam getuige] , de vriendin van verdachte. Voor het aanwezig hebben van de verdovende middelen is vereist dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht over deze verdovende middelen. Verdachte had dat niet.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte geen weet had van de valsheid van de bankbiljetten. Verdachte had geen opzet op het in voorraad hebben van vals geld. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de feiten 4 en 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank in zaak A

Feiten en omstandigheden

Naar aanleiding van een melding over mogelijke betrokkenheid bij een inbraak werd op 26 juni 2025 rond 04.59 uur door de politie een stopteken gegeven aan een witte bestelbus met kenteken [kenteken] . Medeverdachte [medeverdachte] bleek de bestuurder van de bus te zijn en verdachte was de bijrijder. Verdachte verklaarde dat hij door [medeverdachte] was opgehaald van zijn werk. Vervolgens heeft verdachte op verzoek van de verbalisanten de laadruimte van de bus opengemaakt, waarna de bus werd doorzocht. In de laadruimte werden big shopper tassen en afgesloten dozen aangetroffen. Hierin zat, naar later bleek, 1031 gram hennep, 431 gram hasj en 13,6 kilogram “premium cannabis infused gummybears”. Ook werd onder de bestuurdersstoel een vuurwapen aangetroffen. Dit vuurwapen is onderzocht door de politie en bleek een pistool van het merk Ceská zbrojovka a.s. (CZ), model P-07 met kaliber 9 x 19mm (9mm Parabellum, 9mm Luger) te zijn.

Bewezenverklaring opzettelijk aanwezig hebben pistool (feit 1)

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring ter zake van het voorhanden hebben van een wapen in de zin van artikel 26 van de Wet wapens en munitie een meer of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van dat wapen en een zekere beschikkingsmacht van de verdachte over het wapen is vereist. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Daartoe dient de algemene ervaringsregel dat de eigenaar en gebruiker van een voertuig, behoudens aanwijzingen van het tegendeel, geacht moet worden weet te hebben van hetgeen zich daarin bevindt.

In dat kader overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd over waarom hij in de bus zat. In zijn eerste politieverhoor zegt verdachte dat [medeverdachte] hem had opgehaald van zijn nachtdienst, omdat zijn rijbewijs tijdelijk ongeldig was. Bij de rechter-commissaris verklaart verdachte dat hij bij het naar bed gaan erachter kwam dat zijn telefoon nog in de bus lag. Hij is vervolgens door een vriendin van zijn vriendin naar de bus gebracht en moest vervolgens onder dwang meerijden. Tijdens de zitting heeft verdachte een soortgelijk verhaal verteld.

De verklaringen van verdachte roepen ook vraagtekens op. Op vragen van de rechtbank wilde hij echter slechts zeer summier ingaan. De versie dat verdachte zijn telefoon ging ophalen en gedwongen werd in de bus te stappen acht de rechtbank niet aannemelijk, alleen al omdat het voor de hand had gelegen dat verdachte dit tegen de politie zou hebben gezegd toen de bus staande werd gehouden. De rechtbank past daarom het uitgangspunt toe dat verdachte, als gebruiker van de bus, geacht moet worden weet te hebben van hetgeen zich daarin bevindt.

Aldus staat voor de rechtbank vast dat verdachte wist dat het pistool in zijn bus lag en hij het pistool dus ook voorhanden heeft gehad.

Bewezenverklaring opzettelijk aanwezig hebben hennep en hasjiesj (feit 2)

Gelet op hetgeen hiervoor onder feit 1 is overwogen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte ook wist dat er verdovende middelen achterin de bus lagen en dat hij daarover ook beschikkingsmacht had.

Het dossier bevat voor het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren en verstrekken van de verdovende middelen geen bewijs en verdachte zal daarvan dan ook partieel worden vrijgesproken.

Vrijspraak voor opzettelijk aanwezig hebben THC gummy bears (feit 3)

De rechtbank vindt niet bewezen dat verdachte opzettelijk THC gummy bears aanwezig heeft gehad. Hoewel op de verpakkingen te lezen is dat het om “premium cannabis infused gummybears” zou gaan, is de inhoud noch indicatief door de politie, noch door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) getest. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat de gummy bears daadwerkelijk THC bevatten, en spreekt verdachte daarom van dit feit vrij.

Vrijspraak voor medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte op basis van het dossier niet voldoende vaststaat. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

Oordeel van de rechtbank in zaak B

Feiten en omstandigheden

Op 20 september 2025 werd de auto van verdachte door de politie gecontroleerd. Verdachte was de bestuurder en verklaarde dat hij de auto net had gekocht. De politie zag naast verdachte een man zitten, die de politie ambtshalve bekend is wegens meerdere meldingen waarin hij wordt genoemd als drugsdealer.

Terwijl een verbalisant verdachte fouilleerde, voelde hij ter hoogte van het bovenbeen van verdachte een klein rechthoekig voorwerp dat hij herkende als een wikkel. Verdachte ontkende een wikkel in zijn onderbroek te hebben zitten. Vervolgens is de auto doorzocht. In de armsteun die zich tussen de bestuurders- en bijrijdersstoel bevond, werden biljetten van vijftig euro aangetroffen met daaronder twee witte wikkels, gevuld met een poederachtige substantie. Tijdens de insluitingsfouillering op het politiebureau werd in de onderbroek van verdachte één witte wikkel aangetroffen. Ook is het voertuig op het politiebureau verder onderzocht, waarbij een verbalisant voelde dat een afdekplaat van het dashboard los zat. De verbalisant kon deze plaat vastpakken en met zeer geringe kracht lostrekken. Hierdoor werd een loze ruimte onder het dashboard zichtbaar, waarin plastic boterhamzakjes gevuld met witte wikkels bleken te liggen. In totaal zijn in de auto en op verdachte 30 wikkels aangetroffen. Van de poederachtige substantie in deze wikkels zijn monsters veiliggesteld, die indicatief zijn getest op cocaïne. Later heeft het NFI ook vastgesteld dat de monsters cocaïne bevatten.

Bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat op grond van bewijsmiddelen in bijlage II bij dit vonnis wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk cocaïne aanwezig heeft gehad en vervoerd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij pas twee dagen eerder de auto had gekocht van een vriend, en dat hij zelf slechts één wikkel had gevonden in de auto en die in zijn onderbroek had gestopt, omdat hij “geen zin had in gezeur” maar dat hij niet wist dat de auto een verborgen ruimte bevatte en dat daarin zoveel wikkels lagen. Ter terechtzitting heeft verdachte hieraan toegevoegd dat het een troep was in de auto toen hij die kocht, en dat hij ook twee of drie wikkels in de middenconsole had zien liggen en deze later had willen weggooien.

De rechtbank vindt het onaannemelijk dat verdachte geen weet zou hebben gehad van de wikkels in de verborgen ruimte, omdat deze ruimte slechts was afgedekt met een losse plaat die gemakkelijk te verwijderen was. Daarbij komt dat de aangetroffen cocaïne ook een aanzienlijke straatwaarde vertegenwoordigt, en het daarmee zeer onwaarschijnlijk is dat bijvoorbeeld de vorige eigenaar van de auto de cocaïne in de auto zou hebben laten liggen. De rechtbank houdt verdachte derhalve verantwoordelijk voor alle in de auto aangetroffen cocaïne.

Oordeel van de rechtbank in zaak C

Vrijspraak ten aanzien van feiten 1, 2 en 3

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder de feiten 1, 2 en 3 tenlastegelegde. De feiten 1 en 2 betreffen opiumfeiten. Het gaat om verdovende middelen die zijn aangetroffen in een tweede slaapkamer in de woning van verdachte tijdens de doorzoeking daarvan op 9 februari 2025. De slaapkamer was op dat moment in gebruik door een logé. Uit het dossier volgen onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen in deze slaapkamer. Ten aanzien van het aangetroffen vals geld (feit 3) ontbreekt bewijs voor het oogmerk van verdachte dat hij de bankbiljetten als echt en onvervalst wilde uitgeven of doen uitgeven. Verdachte zal van deze feiten dan ook van worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring voorhanden hebben boksbeugel (feit 4) en veerdrukwapen (feit 5)

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, inhoudende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden met betrekking tot de feiten 4 en 5. Met deze opgave wordt volstaan, nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en er geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlagen II en III bevatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van zaak A, feit 1

op 26 juni 2025 in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Česká zbrojovka a.s. (CZ), type P-07, kaliber 9 x 19mm (9mm Parabellum, 9mm Luger) zijnde een vuurwapen in de vorm van pistool voorhanden heeft gehad;

Ten aanzien van zaak A, feit 2

op 26 juni 2025 in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig

heeft gehad,

- een hoeveelheid hennep en

- een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en

plantaardige elementen van hennep (hasjiesj);

Ten aanzien van zaak B

op 20 september 2025 te Edam, gemeente Edam-Volendam opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid cocaïne zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Ten aanzien van zaak C, feit 4

op 9 februari 2025 te Hoorn, een wapen van categorie I, onder 1° of 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel voorhanden heeft gehad;

Ten aanzien van zaak C, feit 5

op 9 februari 2025 te Hoorn, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een veerdrukwapen, die een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk het semiautomatische pistool Glock, type 20 voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte

is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. Strafbaarheid van de feiten

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering (meldplicht, ambulante behandeling en een contactverbod met de medeverdachte).

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft in het geval van een bewezenverklaring verzocht om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen die de duur van het voorarrest niet overschrijdt, in combinatie met een flink voorwaardelijk deel als stok achter de deur.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorhanden hebben van (vuur)wapens. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en leidt tot sterke gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Ook heeft verdachte soft- en harddrugs voorhanden gehad. Drugs vormen in het algemeen een gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de ermee gepaard gaande criminaliteit.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 25 november 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor overtreding van de Wet wapens en munitie of de Opiumwet. Dit is echter geen omstandigheid waarvan een strafmatigende werking uitgaat

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies betreffende verdachte van 20 januari 2026. Hierin leest de rechtbank onder andere dat het vanwege de proceshouding van verdachte niet mogelijk is gebleken een delictanalyse op te stellen en concrete uitspraken te doen over risicofactoren die hebben bijgedragen aan de verdenkingen. Uit het onderzoek komt wel naar voren dat verdachte zich in het verleden heeft begeven in een negatief sociaal netwerk. Gezien de justitiële voorgeschiedenis van verdachte wordt dit sociaal netwerk als risicofactor voor recidive aangemerkt. Daarnaast wordt vanuit referenteninformatie gewezen op aandachtspunten in de emotieregulatie en het psychosociaal functioneren van verdachte. De reclassering ziet dit als risicofactoren voor toekomstig delictgedrag en vindt het daarom noodzakelijk om het huidige schorsingstoezicht te continueren. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling en een contactverbod met medeverdachten.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis in november 2025 aan het werk is als schilder en dat hij probeert zijn financiën op orde te krijgen. Verder heeft hij verklaard goed contact te hebben met zijn vaste aanspreekpunt bij de reclassering en bereid te zijn om mee te werken aan de geadviseerde voorwaarden.

Strafoplegging

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en hiervoor aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor strafoplegging, die de rechtbanken en hoven onderling hebben afgesproken. Het oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een pistool in de openbare ruimte (waaronder ook een auto die zich op de openbare weg bevindt, valt) is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. Voor de bij verdachte aangetroffen hoeveelheden drugs worden doorgaans taakstraffen opgelegd, en voor de boksbeugel en het veerdrukwapen geldboetes.

Verdachte heeft voordat zijn voorlopige hechtenis werd geschorst 112 dagen vastgezeten. Het lijkt erop dat de ondergane detentie een afschrikwekkende werking heeft gehad op verdachte. De rechtbank acht het voor zowel verdachte als de maatschappij niet wenselijk om hem terug te sturen naar de gevangenis, omdat hij dan zijn baan en woning zal verliezen. De rechtbank vindt het belangrijk dat verdachte zijn werk en een woning behoudt, omdat dit beschermende factoren zijn voor het voorkomen van recidive. Door het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf krijgt verdachte een kans om zijn leven op een andere manier in te richten met hulp van de reclassering. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat de geadviseerde bijzondere voorwaarden een streng kader bieden dat kan bijdragen aan het voorkomen van recidive.

Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van twee jaren, op. Aan deze proeftijd worden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering verbonden (meldplicht en ambulante behandeling), met uitzondering van het contactverbod met medeverdachten. De rechtbank ziet voor dit laatste onvoldoende aanknopingspunten in het dossier. Daarnaast wordt aan verdachte een taakstraf voor de duur van 200 uren opgelegd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57 van het Wetboek van Strafrecht,

2, 3, 10, 11 van de Opiumwet en

13, 22, 26, 55 van de Wet wapens en munitie.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op

Ten aanzien van zaak A, feit 1

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

Ten aanzien van zaak A, feit 2

eendaadse samenloop van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Ten aanzien van zaak B

eendaadse samenloop van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Ten aanzien van zaak C, feiten 4 en 5

telkens: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf

geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren per dag.

Beveelt dat een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet:

Meldplicht bij reclassering

Veroordeelde blijft zich gedurende de proeftijd melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.

Ambulante behandeling

Veroordeelde laat zich gedurende de proeftijd behandelen door GGZ Noord-Holland-Noord of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychosociale problematiek, emotieregulatie en het vergroten van inzicht in gedrag en gevolgen, passend bij het cognitief functioneren van veroordeelde

Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14e, zesde lid, van het Wetboek

van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten

behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het

nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel

1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14e, zesde lid,

van liet Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en liet zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren.

Beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 (honderd) dagen.

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.C.H. Broesterhuizen, voorzitter

mrs. A. Eichperger en H.J. Bos, rechters

in tegenwoordigheid van mrs. J.J.M. Smolders en J.P van Aart, griffiers

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.C.H. Broesterhuizen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?