RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
RK nummer: 25-026140 (voorheen: 017475-24)
Datum beschikking: 4 februari 2026
BESCHIKKING
op het klaagschrift ex artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager] ,
geboren te [geboorteland] op [geboortedag] 1976,
domicilie kiezende te [adres] ,
hierna ‘klager’.
1. Procesgang
Voor de procesgang tot en met de tussenbeslissing van 26 november 2025 verwijst de rechtbank naar punt 1 van de tussenbeslissingen van 29 oktober 2025 en 26 november 2025.
De rechtbank heeft op 21 januari 2026 de behandeling van het klaagschrift in openbare raadkamer – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van klager, mr. J.W.D. Roozemond, advocaat in Utrecht, en de officier van justitie, mr. M.I. van den Heuvel, in raadkamer gehoord.
2. Eerdere tussenbeslissingen
De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen in de tussenbeslissingen van 15 april 2025, 1 juli 2025, 29 oktober 2025 en 26 november 2025. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
3. Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beklag, omdat er geen belang meer is, dan wel dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard.
4. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
5. Het oordeel van de rechtbank
Met de berichten van 7 januari 2026 en van 19 januari 2026 hebben de Letse autoriteiten laten weten dat het niet langer nodig is dat zij de eerder gevraagde informatie uit Nederland ontvangen. De officier van justitie heeft daarom bericht dat het Europees onderzoeksbevel niet verder zal worden uitgevoerd en dat het beslag zal worden opgeheven.
Gelet hierop heeft klager geen belang meer bij de behandeling van het beklag. Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.
6. Beslissing
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Deze beslissing is op 4 februari 2026 gegeven en in het openbaar uitgesproken door:
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier.