ECLI:NL:RBAMS:2026:1445

ECLI:NL:RBAMS:2026:1445

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 13/033699-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Onderzoek Baltatus. Een 32-jarige man wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar voor 1) medeplegen van uitlokking van medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing en medeplegen van uitlokking van medeplegen van bedreiging, door het beschieten van twee woningen en het werpen van een handgranaat in een woonwijk in Antwerpen, 2) de invoer van 250 kilogram cocaïne in de Rotterdamse haven tussen een lading rozen en 3) het witwassen van € 984.120,-. Vrijspraak voor het onder 1 primair ten laste gelegde medeplegen van uitlokking van medeplegen van pogingen tot moord danwel doodslag.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/033699-24

Datum uitspraak: 10 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1982,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

nu gedetineerd in: [verblijfsplaats] ,

hierna: verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 januari 2026. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 10 februari 2026, waarna aansluitend uitspraak is gedaan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Sondermeijer, en van wat verdachte en zijn raadslieden, mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht en mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – kort weergegeven ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan

1. het medeplegen van het uitlokken van het medeplegen van pogingen tot moord dan wel doodslag op [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of de gebruiker van SKY-ID [account 1] en/of SKY-ID [account 2] en/of SKY-ID [account 3] en/of familieleden van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] omstreeks de periode van 1 augustus 2020 tot en met 25 augustus te Amsterdam en/of Antwerpen (primair), dan wel het medeplegen van het uitlokken van het medeplegen van brandstichting en/of het medeplegen van het uitlokken van het medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (subsidiair);

2. het medeplegen van de invoer van 250 kilogram cocaïne op 10 februari 2021 te Maastricht, althans in Nederland;

3. het medeplegen van het witwassen van

- € 322.000,- op 17 januari 2020 te Amsterdam;

- € 275.920,- op 4 september 2020 te Rotterdam;

- € 321.100,- op 5 september 2020 te Rotterdam;

- € 65.100,- op 5 september 2020 te Rotterdam,

althans in Nederland.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3. Waardering van het bewijs

Inleiding

Vanuit een strafrechtelijk onderzoek (WERL) naar de cryptocommunicatie aanbieder Sky-ECC is informatie gedeeld met het onderzoek Argus. Het onderzoek Argus heeft onder meer tot doel om de criminele samenwerkingsverbanden die gebruikmaken van cryptotelefoons van Sky-ECC in beeld te brengen en te analyseren door het identificeren van de gebruikers van Sky-accounts. Uit onderzoek zijn berichten van de gebruiker van de Sky-ID’s [account 4] en [account 5] in beeld gekomen, waaruit het vermoeden ontstond dat deze gebruikers deelnamen aan chatgesprekken die betrekking hadden op ontploffingen en beschietingen van woningen in Antwerpen, de handel in verdovende middelen en witwassen. Op basis van de inhoud van de chats, in combinatie met de metadata, ANP- en telecomgegevens, is de verdenking ontstaan dat de Sky-ID’s [account 4] en [account 5] in gebruik waren bij verdachte.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 primair ten laste gelegde uitlokking van pogingen tot moord. De officier van justitie vordert bewezenverklaring van het medeplegen van de uitlokking van het medeplegen van de poging tot doodslag door het beschieten van de woning aan de [adres 1] , het onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplegen van de uitlokking van het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing aan de [adres 2] door het gooien van een handgranaat en van het medeplegen van de uitlokking van het medeplegen van de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door het beschieten van de woning aan de [adres 3] .

De officier van justitie vordert voorts bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde medeplegen van de invoer van 250 kilogram cocaïne en van het onder 3 ten laste gelegde medeplegen van het witwassen van meerdere geldbedragen van in totaal € 984.120,-.

Standpunt van de verdediging

Identificatie accounts [account 4] en [account 5]

Verdachte dient integraal te worden vrijgesproken, omdat er onvoldoende bewijs is dat hij de gebruiker is geweest van de Sky-accounts [account 4] en [account 5] .

Feit 1

Maar ook indien de rechtbank vaststelt dat verdachte de gebruiker is van de Sky-accounts, kan niet worden bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan uitlokking, omdat uit het dossier onvoldoende blijkt door wie de uitvoerders zijn uitgelokt. Verdachte is niet de persoon met de bijnaam “ [bijnaam 1] ”, die volgens de politie de uitvoerders zou hebben uitgelokt. Van een nauwe en bewuste samenwerking door verdachte en medeverdachten is eveneens geen sprake, waardoor verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt. Ook moet verdachte worden vrijgesproken van het uitlokken van pogingen tot moord dan wel doodslag, omdat er geen opzet heeft bestaan op de dood, ook niet in voorwaardelijke zin.

Feit 2

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde moet verdachte subsidiair worden vrijgesproken, omdat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de dozen met cocaïne die de Marechaussee in beslag heeft genomen en onderzocht verband houden met de drugs waarover in de chats wordt gesproken. Meer subsidiair geldt dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat op basis van de inhoud van de chats niet kan worden geconcludeerd dat verdachte het feit heeft gepleegd, ook niet als medepleger.

Feit 3

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde moet verdachte subsidiair worden vrijgesproken, omdat er onvoldoende steunbewijs is. Het enige bewijsmiddel dat voorhanden is, is de inhoud van de chats en de interpretatie daarvan. Daarmee is niet voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Meer subsidiair moet verdachte worden vrijgesproken, omdat er onvoldoende bewijs is voor het (mede)plegen.

Oordeel van de rechtbank

Vormverzuim – schending PNR-richtlijn

De verdediging heeft aangevoerd dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Dit vormverzuim bestaat erin dat er PNR-gegevens zijn gevorderd en verkregen over een periode die de in artikel 12 van Richtlijn (EU) 2016/681 gestelde termijn van zes maanden overschrijdt. Het belang van de bescherming van persoonsgegevens en verdedigingsrechten is geschonden door dit verzuim. De schending is onherstelbaar, omdat de gegevens zijn verstrekt en gebruikt. Omdat de PNR-gegevens volgens het Openbaar Ministerie een overwegende invloed hebben op de bewijsvraag en de verdediging bij gebrek aan onderliggende stukken geen doeltreffend commentaar kan leveren, dienen de PNR-gegevens te worden uitgesloten van het bewijs.

De officier van justitie heeft betoogd dat er geen sprake is van een schending van de PNR-richtlijn, aangezien er voldaan is aan de wettelijke bewaartermijn.

Richtlijn (EU) 2016/681 is in Nederland geïmplementeerd middels de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven. Artikel 20 lid 1, sub d van deze wet schrijft voor dat de Passagiersinformatie-eenheid zorgdraagt dat passagiersgegevens waaruit rechtstreeks de identiteit van een persoon kan worden afgeleid, zes maanden na ontvangst ervan worden gedepersonaliseerd door afscherming van die gegevens, conform de eis die voortvloeit uit artikel 12 lid 2 van de Richtlijn (EU) 2016/681. Na deze periode van zes maanden mogen die gegevens uitsluitend worden doorgegeven indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor een vordering van gegevens van een bevoegde instantie op grond van het Wetboek van Strafvordering of artikel 19 van de Wet op de economische delicten in een onderzoek naar een terroristisch of ernstig misdrijf, zie artikel 6, eerste lid, onderdeel b. Na vijf jaren dienen de passagiersgegevens te worden gewist door de Passagiersinformatie-eenheid, op grond van artikel 20 lid 1, sub a.

Uit de, op verzoek van de verdediging, door het Openbaar Ministerie verstrekte stukken volgt dat op 2 maart 2022 een officier van justitie een vordering ex artikel 126 nd/126 ud, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering heeft gedaan aan zowel Turkish Airlines als de Passagiers Informatie Eenheid Nederland. In de vordering is omschreven dat er, kort gezegd, sprake is van een redelijk vermoeden ten aanzien van misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren. Gevorderd wordt om de passagierslijsten van een aantal vluchten uit 2020 te verstrekken.

Op basis van deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat er geen sprake is van een schending van Richtlijn (EU) 2016/681 en/of de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven. Om deze reden zal het verweer worden verworpen.

Identificatie van de gebruiker van de Sky-accounts [account 4] en [account 5]

De rechtbank ziet zich in de eerste plaats voor de vraag gesteld of verdachte kan worden geïdentificeerd als de gebruiker van de Sky-ID’s [account 4] en [account 5] .

Uit het dossier blijkt dat aan de Sky-ID’s [account 4] en [account 5] ongeveer dezelfde gebruikersnamen zijn gekoppeld, namelijk “ [gebruikersnaam 1] ” en ‘ [gebruikersnaam 2] ”. De wachtwoorden die voor deze Sky-ID’s worden gebruikt zijn hetzelfde, te weten “ [wachtwoord] ”. Dit wachtwoord lijkt sterk op de naam van de dochter van verdachte, die [naam dochter] heet. De actieve periodes van deze Sky-ID’s volgen elkaar op in tijd. Dat wil zeggen dat wanneer de actieve periode van [account 4] stopt, de actieve periode van [account 5] start. Van de 82 contacten van [account 4] die nog actief waren toen [account 5] in gebruik werd genomen waren er 37 contacten die met beide accounts contact hadden. Verder werden door beide accounts in de nachtelijke uren voornamelijk Cell-ID’s op de [adres 4] gebruikt. Dit adres bevindt zich op 600 meter afstand van de woning waar het gezin van verdachte staat ingeschreven. Ook blijkt uit onderzoek naar vluchtgegevens van de accounts dat [account 4] aan boord was van vijf vluchten in de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 augustus 2020 en [account 5] op drie vluchten van 28 september 2020 tot en met 2 november 2020. Verdachte was de enige persoon die op alle acht de vluchten als passagier stond vermeld. Tot slot heeft medeverdachte [medeverdachte] , toen hij op verzoek van de verdediging als getuige werd gehoord, verdachte aangewezen als de gebruiker van beide Sky-ID’s.

Op grond van deze feiten en omstandigheden, die de rechtbank, anders dan de verdediging, in onderlinge verband en samenhang beziet, stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan dan dat de Sky-ID’s [account 4] en [account 5] in gebruik waren bij dezelfde persoon en dat deze persoon verdachte was. Nu de rechtbank onvoldoende aanwijzingen ziet voor het tegendeel, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte ook de gehele ten laste gelegde periode de gebruiker van de Sky-ID’s is geweest. De door de verdediging genoemde contra-indicaties maken dit niet anders.

De verdediging heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan om – als de rechtbank de verklaring van [medeverdachte] voor het bewijs bezigt – het onderzoek te heropenen om medeverdachte [medeverdachte] opnieuw als getuige te horen. De verdediging heeft medeverdachte [medeverdachte] eerder gehoord op 14 november 2025 bij de rechter-commissaris. De rechtbank acht het nader horen van [medeverdachte] , mede in het licht van de gegeven onderbouwing, niet noodzakelijk met het oog op de volledigheid van het onderzoek. Het (voorwaardelijke) verzoek om [medeverdachte] nogmaals als getuige te horen wordt dan ook afgewezen.

Feit 1: medeplegen van uitlokking van medeplegen van pogingen tot moord dan wel doodslag (primair), medeplegen van uitlokking van medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing en/of bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht (subsidiair)

3.4.3.1. Feiten en omstandigheden

In de Sky-chatgroep [account 2] , [account 3] werd vanaf 27 juli 2020 gesproken over container [nummer] , die vermoedelijk was gevuld met verdovende middelen. Deze container zou vanuit Colombia aankomen in de Antwerpse haven, waarbij Sky-accounts [account 2] , [account 1] en [account 3] als havenverantwoordelijken opereerden. Op 29 juli 2020 ontstond er onrust, omdat de container onvindbaar leek te zijn. Sky-account [account 3] liet vervolgens weten dat “opzet” zich als eigenaar had gemeld en overleg wilde. In chatgroep [chatgesprek 1] verweet Sky-account [account 4] de havenverantwoordelijken [account 3] en [account 1] dat zij geen controle hadden in de haven. Sky-account [account 4] gaf aan dat als de handel de volgende dag niet zou worden uitgehaald, ze maandag hun geld wilden hebben. Op 30 juli 2020 heeft Sky-account [account 7] dreigberichten in het groepsgesprek gestuurd, door te sturen “If not stuff or money. Wallah come in your home. In your family wallah. Wallah I never let you”. Op 31 juli uitte ook [account 12] zijn ongenoegen en gaf aan geld of zijn 65 kilogram te willen hebben. [account 1] probeerde uit te leggen dat het niet hun schuld was, maar Sky-account [account 4] klaagde dat de havenverantwoordelijken niet eens het depot waren ingegaan. Hij kreeg daarbij bijval van [account 7] . Ook werd een bericht doorgestuurd dat [account 8] zou hebben gedeeld in de groep, met de tekst “of blaas heel die kanker [familie] . Kanker luiers”. Diezelfde dag werd in chatgesprek [chatgesprek 2] door [account 8] , bijnaam [bijnaam 2] (die ook in chatgesprek [chatgesprek 1] zat), aan [account 9] en [account 10] om informatie gevraagd over de families van de havenverantwoordelijken, waaronder hun namen en huizen. Sky-account [account 9] gaf aan dat het in orde zou komen. In gesprek [chatgesprek 3] , [account 10] gaf [chatgesprek 3] door dat deze de gevoeligste informatie en foto's wilde hebben over auto's, huizen, familie en over “ [slachtoffer 2] ”.

Op 1 augustus 2020 kwamen er vervolgens berichten binnen in chatgesprek [chatgesprek 3] , met als deelnemers de Sky-accounts [account 4] , [account 9] , [chatgesprek 3] en [account 10] . Hier maakte Sky-account [account 4] duidelijk dat hij daadkrachtig en gewelddadig wilde optreden tegen “ [slachtoffer 2] ” en “ [slachtoffer 1] ”. Hierbij deelde hij een foto van een lijkbaar in een lijkwagen met daarbij de tekst: “deze is vNdaG nog gegaan. Broer ze weten niet wAr za aan begonnen zijn vieze dieven”. Hierop reageerde [account 9] : “topp verdwijnen in zuur lekker late wegsmelten. Geen spoor. Geen lijk. Zoek maar. Zo gaat het op proff geen lijk geen spoor geen link de rest van die groep blijft op wac kaken een betalen hoerezonen.” Sky-account [account 4] gaf aan dat er goed moest worden gepland, dat hij containers onder de grond had en dat alles klaar stond. Sky-account [chatgesprek 3] vroeg aan [account 4] of hij kon zorgen dat zijn team klaar zou staan, wat [account 4] bevestigde. Sky-account [account 4] klaagde dat “die hoeren” de hele tijd excuses aan het maken waren en dat hij “hun moeder door die hoofddoek gaat geven”. Uit de berichten bleek ook dat de groep van [account 4] de gebruiker van Sky-ID [account 1] , ook wel [slachtoffer 1] , had geïdentificeerd als [slachtoffer 1] . Ook liet Sky-account [account 4] weten dat hij een gestolen Franse auto met materiaal zou sturen, gevolgd door: “en dan ga alles klaar maken om hoeren te laden. Heb eigen ploeg die daar voor komt."

Op 2 augustus 2020 verzekerde [chatgesprek 3] in een gesprek met [account 10] dat hij zich geen zorgen hoefde te maken over de betaling.

In een gesprek op 20 augustus 2020 liet [account 9] aan [account 11] weten: “die AK moet nu klaarstaan, kan je der nu voor zorgen broer, nu! die twee foto’s dat zijn twee adressen vanavond. Actie hè broer?”. Op de ene foto stond de naam “ [slachtoffer 2] ” en het adres “ [adres 3] (ouders)”. Op de andere foto was een woning zichtbaar met daarbij in beeld “ [adres 2] ”. [account 9] benadrukte meerdere keren dat er die avond moest worden geschoten als waarschuwing, want dan zouden ze naar de baas gaan voor “groot geld kraan en toegang op alles”. Ook stuurde hij “G we zijn binnen broer na deze actie”.

Op 21 augustus 2020 oefende [account 4] in een groepschat met [account 9] en [account 11] druk uit en vroeg meerdere keren hoe lang het nog ging duren. Ook vroeg hij of ze nog hitters nodig hadden. Hij benadrukte dat hij wilde dat de huizen die dag nog overhoop zouden gaan. Dood mocht ook. [account 4] wilde diezelfde dag nog “bloed drinken”.

Op 22 augustus 2020 stuurde [account 9] in een chatgesprek met [account 11] : “He, wat G positie? [bijnaam 3] ? Sta je nu al op je plaats? Wanneer is actie? Want het is nu 2 uur 18. Dus het is tussen 2 en 3. Jella G antwoord?” De ochtend van 22 augustus 2020 berichtte de Gazet van Antwerpen vervolgens over de beschieting van een woning aan de [adres 3] tussen 02:00 uur en 04:00 uur die nacht. Dit incident is door de Antwerpse politie onderzocht in onderzoek Beukschot (incident 1).

In de avond van 22 augustus 2020 vroeg [account 4] in de groepschat [account 9] met overige deelnemers [account 9] , [account 10] en [chatgesprek 3] of ze het adres van “ [slachtoffer 1] ” konden verifiëren. Ook wilde hij graag weten waar “ [slachtoffer 3] ” woont en gaf aan dat hij “ [Sky-naam] ” als naam had op Sky. Daarbij gaf hij aan: “We hebben 3 putas die de lucht in moeten. [slachtoffer 3] [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Alles eromheen mag alles. Incl fam”. Hij gaf aan dat ze die dag nog de lucht in moesten, omdat ze geen gehoor hadden gegeven. Verder gaf hij aan: “We hebben benzine nodig voor deze aktie mensen moeten huis uit rennen branden die hoeren”.

Op 23 augustus 2020 werd het plan gewijzigd en kwam [account 9] (het andere account van [account 9] ) met de strategie om een handgranaat voor de deur van de woning te gooien. [account 9] vroeg die avond aan [account 11] hoe laat de handgranaat zou worden gegooid, zodat hij dit kon doorgeven. Na middernacht op 24 augustus 2020 moedigde [account 9] de geweldstak [account 11] en “ [bijnaam 3] ” aan om handgranaten naar de deur te gooien. Hij gaf aan dat hij wilde weten wanneer het was gebeurd, zodat hij het geld voor de actie direct kon gaan ophalen in Amsterdam. Op 24 augustus 2020 rond 03:30 vroeg [account 9] in een gesprek met [account 11] of hij de deur had meegenomen als souvenir. Vervolgens werd er op 24 augustus 2020 door de Gazet van Antwerpen bericht over een ontploffing bij de woning aan [adres 2] omstreeks 03:05 uur. Dit incident is door de Antwerpse politie onderzocht in onderzoek Grysboem (incident 2).

Op 24 augustus omstreeks 17:00 liet [account 4] in zijn gesprek met [account 9] en [account 10] weten dat de AK die avond op de juiste deur moest worden geleegd. De ramen moesten goed rinkelen en de deur in de fik. Sky-account [account 4] liet weten dat [account 9] de volgende dag het geld kon ophalen. Ook voerde [account 4] de druk op om [slachtoffer 3] te vinden. Vervolgens zei [account 9] in een gesprek met [account 11] : “Die willen dat [bijnaam 3] magazijn leeg schiet op deur”. Ook gaf hij aan dat “hij” sowieso zou betalen. [account 9] vervolgde met “Hij zij dat die appel verkeerd is gegooid niet naar de deur zoals gevraagd. Hij vroeg om vandaag laatste actie van [bijnaam 3] wij hebbe andere job g. Of die kleine g magazijn leeg op deur [adres 2] ”. Vervolgens berichtte de Gazet van Antwerpen op 25 augustus 2020 opnieuw over een gepleegde aanslag op [adres 2] , waar ditmaal met een machinegeweer op een woning zou zijn geschoten. Dit incident is door de Antwerpse politie onderzocht in onderzoek “Grysknal” (incident 3).

De rechtbank stelt op basis van voornoemde feiten en omstandigheden vast dat verdachte als gebruiker van account [account 4] betrokken is geweest bij de drie bovengenoemde incidenten.

3.4.3.2. Medeplegen van uitlokking van medeplegen

De rechtbank beschouwt verdachte op basis van voorgaande feiten als medepleger van uitlokking ten aanzien van de drie voornoemde incidenten.

Uit de onder 3.4.3.1. genoemde feiten en omstandigheden kan worden geconcludeerd dat havenverantwoordelijken [account 2] ( [slachtoffer 2] ), [account 1] ( [slachtoffer 1] ) en [account 3] ( [slachtoffer 3] ) door verdachte, [account 7] , [account 8] en [account 12] werden gezien als de verantwoordelijken voor het mislukken van de uithaal van een partij cocaïne. Zij waren kwaad en hebben in groepsgesprek [chatgesprek 1] bedreigingen geuit richting de havenverantwoordelijken. Er werd door hen duidelijk gemaakt dat de havenverantwoordelijken zouden boeten. Zowel verdachte als Sky-account [account 8] hebben vervolgens informatie verzocht over de (families van de) havenverantwoordelijken. Verdachte was degene die op 1 augustus 2020 de opdracht gaf in groepsgesprek [chatgesprek 3] om gewelddadig op te treden tegen de havenverantwoordelijken. Met het sturen van de berichten heeft verdachte anderen er aldus toe proberen aan te zetten om strafbare feiten te plegen. Verdachte heeft de uitvoerders instructies gegeven met betrekking tot het moment, de plaats en de wijze waarop de geweldsincidenten plaats moesten vinden. Uit de berichten omtrent de geweldsincidenten blijkt dat de uitvoerders een geldelijke beloning zouden ontvangen en hen handgranaten en een automatisch vuurwapen ter beschikking is gesteld. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte beloften, gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft voor het medeplegen van de strafbare feiten die door de groep uitvoerders zijn gepleegd op respectievelijk 22, 24 en 25 augustus 2020 op de [adres 3] , [adres 2] en De [adres] . Deze strafbare feiten heeft verdachte tezamen en in vereniging met [account 7] , [account 8] en [account 12] uitgelokt. Er was hierbij sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten. Verdachte speelde hierbij een significante rol, namelijk die van opdrachtgever. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de persoon is geweest die als “ [bijnaam 1] ” wordt aangeduid in de chats. Op grond van het bovenstaande verwerpt de rechtbank echter het verweer dat “ [bijnaam 1] ” de enige uitlokker van de uitvoerders is geweest. Daarnaast hebben de uitvoerders op hun beurt eveneens nauw en bewust samengewerkt, wat blijkt uit de (onderlinge) gesprekken die zij over de strafbare feiten voerden.

3.4.3.3. Feit 1 primair: vrijspraak medeplegen van uitlokking van medeplegen van pogingen tot moord dan wel doodslag

Om tot een bewezenverklaring van uitlokking van een poging tot moord dan wel doodslag te kunnen komen, moet de rechtbank kunnen vaststellen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de dood van de slachtoffers. De rechtbank stelt vast dat er bij geen van de drie incidenten sprake was van vol opzet op de dood, waardoor zij dient te beoordelen of er sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. De rechtbank kan bij alle drie de incidenten ook niet vaststellen dat er sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op de dood, waardoor zij verdachte van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken.

Incident 1: Onderzoek Beukschot

Op 22 augustus 2020 tussen 02:00 uur en 09:00 uur is de woning gelegen aan de [adres 3] beschoten. In de goot werd een huls gevonden en er zat een kogelinslag in de deur, waarbij een patroon binnen werd aangetroffen. Op dit adres is de [familie] woonachtig, maar tijdens de beschieting was er niemand in de woning aanwezig. Aangezien er niemand in de woning was, bestond er geen aanmerkelijke kans op de dood, waardoor er geen sprake is geweest van voorwaardelijk opzet.

Incident 2: Onderzoek Grysboem

Op 24 augustus om 03:04 uur werd er een granaat gegooid in de richting van een woning gelegen aan de [adres 2] . De granaat is teruggerold, waardoor er geen schade aan de woning zelf is ontstaan. Wel is er door de teweeggebrachte ontploffing schade ontstaan aan onder meer de gevel van een leegstaande apotheek en een bushokje. Ook is het raam van de woning van [adres 5] aan de overzijde van de straat beschadigd geraakt. Uit het dossier blijkt echter niet dat er op dat moment personen in de nabije omgeving aanwezig waren, waardoor de rechtbank niet kan vaststellen dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op de dood. Zij kan daarom ook in dit geval geen voorwaardelijk opzet vaststellen.

Incident 3: Onderzoek Grysknal

Op 25 augustus 2020 tussen 03:10 uur en 03:11 uur is er geschoten op een woning gelegen aan de [adres] . Ter plaatse zijn twaalf hulzen op straat aangetroffen en er is vastgesteld dat er meerdere kogels zijn ingeslagen op de voordeur, het raam naast de voordeur en de gevel van de woning. Enkele patronen zijn via het raam de woning binnengedrongen. In de woning waren op dat moment zeven personen aanwezig, waarvan één persoon onder het voornoemde raam lag te slapen. Deze kamer bevond zich op de begane grond. Uit het dossier blijkt dat het merendeel van de kogels op de voordeur is afgevuurd en er één kogel lijkt te zijn afgeketst in het raam. Uit deze omstandigheden, in combinatie met de inhoud van de SkyECC berichten, leidt de rechtbank af dat er is gemikt op de deur. Achter de voordeur zit blijkens foto’s een hal die verder niet uitkomt in een open ruimte. Gelet op deze omstandigheden kan de rechtbank niet vaststellen dat het beschieten van de voordeur van een woning die bestaat uit meerdere verdiepingen midden in de nacht een aanmerkelijke kans op de dood oplevert., waardoor zij ook bij dit incident geen voorwaardelijk opzet kan vaststellen.

3.4.3.4. Feit 1 subsidiair: medeplegen van uitlokking van het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing en/of medeplegen van uitlokking van het medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Op basis van de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van uitlokking van het in vereniging plegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht in onderzoek Beukschot (incident 1) en onderzoek Grysknal (incident 3). Daarnaast acht zij bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van uitlokking van het in vereniging teweegbrengen van een ontploffing in onderzoek Grysboem (incident 2).

Onderzoek Beukschot en onderzoek Grysknal

De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte met zijn medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het uitlokken van de beschietingen van de woningen aan de [adres 3] en aan de [adres 1] . Op deze adressen staan respectievelijk (de families van) [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] ingeschreven. Uit de berichten komt naar voren dat het doel van de beschietingen was om deze drie havenverantwoordelijken en hun families (op zijn minst genomen) vrees aan te jagen. Het beschieten van woningen in de nachtelijke uren kan bij de havenverantwoordelijken, hun familie en de personen aanwezig in de woningen de redelijke vrees doen ontstaan dat zij hun leven zouden kunnen verliezen. Van deze bedreigingen zijn zij op de hoogte geraakt, wat blijkt uit de berichten die zij onderling naar aanleiding van de incidenten met elkaar hebben gedeeld.

Onderzoek Grysboem

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat verdachte zich met zijn medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan het uitlokken van het gooien van de handgranaat. Uit de SkyECC berichten maakt de rechtbank op dat verdachte opzet had op het teweegbrengen van een ontploffing. In de berichten komt immers naar voren dat er handgranaten moesten worden gegooid en dat de woning de lucht in moest. Aangezien de rechtbank op basis van het dossier niet kan vaststellen of er personen in de omgeving aanwezig waren, concludeert zij dat er gemeen gevaar voor goederen is ontstaan, niet voor personen.

Feit 2: medeplegen van invoer van 250 kilogram cocaïne

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer van 250 kilogram cocaïne.

Uit chatberichten blijkt dat het Sky-account [account 5] in de periode van 3 februari 2021 tot en met 10 februari 2021 contact had over een lading verdovende middelen die zou overkomen uit Quito (Ecuador) naar Amsterdam Schiphol Airport. Blijkens de berichten zou er 250 kilogram cocaïne worden vervoerd tussen een lading rozen. Verdachte heeft op 3 februari 2021 aangegeven aan zijn tegencontact [account 13] dat hij een chartervliegtuig ging regelen met “ [gebruikersnaam 3] ”, de gebruikersnaam van Sky-account [account 14] . In groepsgesprek [account 5] :76 werd er vervolgens door [account 14] en [account 13] besproken of er gewerkt kon worden met een PMC-pallet. Ook bespraken ze uit welk land de vracht zou komen, zodat [account 13] wist welke luchtvaartmaatschappij moest worden gebruikt. In een gesprek tussen [account 14] en [account 13] liet laatstgenoemde weten dat er goede afspraken moesten worden gemaakt met “schoon”, waarmee kennelijk de uithalers worden bedoeld. Op 4 februari 2021 hebben verdachte en [account 13] vervolgens een afspraak gemaakt over de prijs. Op 6 februari 2021 werden in groepschat [account 5] door [account 14] berichten gestuurd waaruit bleek dat de blokken klaarstonden om naar Parijs te sturen. Diezelfde dag uitte hij zijn zorgen over het weer, omdat er door de sneeuw veel vluchten zouden zijn gecanceld. Daarop liet [account 13] weten dat er nog niets was gecanceld. Deze berichten deelde [account 13] vervolgens in een gesprek met [account 5] . Via chatberichten in groep [account 5] van 7 februari 2021 liet [account 14] weten dat de vlucht was geannuleerd en dat het vliegtuig een dag later aan zou komen. Vervolgens vroeg [account 13] in een gesprek met [account 14] of hij aan de uithalers kon vragen of ze woensdag konden. Op 9 februari 2021 vroeg [account 14] of [account 13] foto’s kon sturen. Daarop reageerde [account 13] met “ok” en voegde hij toe “Die is in de lucht bro”. Nog geen uur later deelde [account 14] vervolgens een foto in groepsgesprek [account 5] met daaronder de tekst “4 dozen. 250 kg”. Later deelde hij een foto waarop 4 bruine dozen te zien waren met daarop de tekst “Roses”. Op 10 februari 2021 liet [account 13] in een gesprek met [account 14] weten dat het vluchtschema was veranderd en dat er werd uitgeweken naar Maastricht. Vervolgens heeft [account 13] dit doorgegeven aan [account 5] , die zich afvroeg waarnaar de vlucht was uitgeweken en of het “hoofdpijn” ging worden. [account 5] vroeg aan [account 13] om duidelijkheid te geven of de lading nu kwijt was of niet. Account [account 13] heeft daarop geantwoord dat hij vermoedde dat ze de lading kwijt zouden zijn, omdat ze geen uithalers hadden in Maastricht. Later op de ochtend vroeg [account 5] wat de planning was en of [account 13] een back-up plan had, omdat ze de lading niet kwijt mochten raken. Rond 18:30 stuurde [account 14] in zijn chatgesprek met [account 13] een bericht door van De Telegraaf, waaruit bleek dat er 250 kilogram cocaïne was aangetroffen tussen een lading rozen op Maastricht Aachen Airport. Enkele seconden later berichtte [account 13] account [account 5] “Is in de telegraaf”, waarop account [account 5] een foto doorstuurde van hetzelfde krantenartikel. Ook [account 14] deelde diezelfde minuut een foto van dit krantenbericht in het groepsgesprek [account 5] .

Uit het dossier blijkt verder dat de dozen in beslag zijn genomen door de Koninklijke Marechaussee (KMAR) en zijn onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Uit het onderzoek van het NFI bleek dat de lading inderdaad cocaïne bevatte. Gezien de inhoud van de chats, waarin onder meer het vluchtnummer wordt genoemd, en de tijdstippen waarop deze worden gewisseld, is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat de inbeslaggenomen drugs de drugs zijn waarover in de chats wordt gesproken.

Uit de SkyECC berichten blijkt dat verdachte nauw betrokken was bij de invoer van de partij cocaïne. Er werd telkens aan hem gerapporteerd en hij stond in direct contact met degene die ervoor zou zorgen dat de cocaïne niet zou worden ontdekt op de luchthaven. De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de invoer van de cocaïne nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt. Uit de chats blijkt dat het plan om de cocaïne in te voeren door verdachte in een groepschat is besproken, waarbij meerdere Sky-gebruikers een bijdrage hebben geleverd aan het opzetten van het plan, zoals het aansturen van de uithalers en het verkrijgen van informatie over de container. Gelet hierop heeft verdachte een materiële bijdrage geleverd van voldoende gewicht.

Feit 3: medeplegen van het witwassen van € 984.120,-

Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat het bewijs uit één bron afkomstig is, te weten de SkyECC berichten, overweegt de rechtbank het volgende. Het bewijs bestaat niet uit de verklaring van (slechts) één getuige/één bron. Het bewijs bestaat – voor zover het gaat om de chatberichten - uit meerdere schriftelijke bescheiden als bedoeld in artikel 344 Sv, meer in het bijzonder verschillende ambtsedige processen-verbaal waarin (onder meer) die chatberichten zijn weergegeven. Het verweer wordt derhalve verworpen.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van de geldbedragen € 322.000,-, € 275.920,-, € 321.100,- en € 65.100,-. Verdachte en zijn mededaders hebben deze bedragen verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen.

3.4.6.1. Verwerven, voorhanden hebben en/of overdragen

Het onder 3 ten laste gelegde ziet op (het medeplegen van) vier geldtransacties c.q. overdrachten van contante geldbedragen op verschillende data in Nederland. Bij deze overdrachten is het Sky-account [account 4] dan wel het Sky-account [account 5] betrokken geweest. Van deze accounts heeft de rechtbank al vastgesteld dat verdachte daarvan de gebruiker is geweest.

De rechtbank stelt voorts ten aanzien van de specifiek ten laste gelegde transacties – per transactie – het volgende vast.

€ 322.000,- op 17 januari 2020

Op 16 januari 2021 verzocht Sky-account [account 4] aan [account 15] om een token om de volgende dag geld af te geven. De rechtbank gaat ervan uit dat [account 4] met het bericht “322000 e” heeft bedoeld dat de transactie om een bedrag van € 322.000,- zou gaan. Sky-account [account 4] vroeg vervolgens of het uitkwam om de “322” om/rond 9:30 uur af te geven en of [account 15] dat aan “haar” kon doorgeven. Op 17 januari om 08:48 uur stuurde [account 4] een foto van een € 5,- bankbiljet met daarop het serienummer [serienummer] , zijnde een token. Daarbij stuurde hij de tekst “Afgegeven Surinaamse vrouw”. De rechtbank leidt hieruit af dat op 17 januari 2020 € 322.000,- is afgeleverd, wat verdachte heeft bevestigd middels de foto van het token.

€ 275.920,- op 4 september 2020

Op 3 september 2020 vroeg [account 16] in een chatgesprek met Sky-account [account 5] : “Oké broer, wanneer pap afgeven, ga morgen verzamelen”. Uit de inhoud van de chatberichten die [account 16] op 4 september 2020 stuurde maakt de rechtbank op dat de gebruiker van dit Sky-account het geld in drie delen kon afgeven: “Zeg maar, kan zo een deel en tegen avond andere deel en morgen restantje, als kan”. [account 16] zou tegen het einde van de dag “vijf t” – de rechtbank begrijpt vijf ton – hebben. Het grootste gedeelte zou [account 5] dan diezelfde dag nog hebben en de volgende dag het restant. Later die dag vroeg [account 16] waar de pap moest worden afgegeven en of [account 5] een token had. Vervolgens verschenen er berichten in groepsgesprek [chatgesprek 5] met deelnemers [chatgesprek 5] , [account 5] , [account 17] en [account 16] . Sky-account [chatgesprek 5] vroeg aan “ [bijnaam 4] ” of hij het geld wilde ophalen of dat het naar hem moest worden toegebracht. Hierop reageerde [account 17] met “Oké broer hij gaat brengen ik geef token”. Hierna vroeg [account 5] om een adres. [account 17] stuurde vervolgens een foto van een € 5,- bankbiljet met serienummer [serienummer] als token, waarna hij aangaf dat de overdracht in Rotterdam zou plaatsvinden. Daarna liet [account 16] aan [account 5] weten dat [account 18] het zou gaan afgeven. Ongeveer een half uur later deed [account 17] in groepsgesprek [chatgesprek 5] het verzoek om te parkeren bij [adres 6] . In de avond stuurde [account 5] : “Witte Citroën 15mn” en na enige tijd: “Gap man staat er” en weer vijf minuten later “Schiet op bro”. De koeriers bleken elkaar niet te kunnen vinden, want [account 17] gaf aan dat zijn koerier geen Citroën zag. Om 20:34 hadden ze elkaar toch gevonden, want [account 17] stuurde in groepsgesprek [chatgesprek 5] de berichten “Hij heeft hem. 269. Hij gaat nu tellen”. Enkele minuten later bevestigde ook [account 18] aan [account 5] dat het was geregeld. Later die avond stuurde [account 17] in groepsgesprek [chatgesprek 5] een foto van een rekenmachine met daarop “275.920” met daarbij de boodschap dat dit was afgegeven, gevolgd door foto’s van stapels eurobiljetten. De rechtbank leidt hieruit af dat op 4 september 2020 € 275.920,- is overgedragen door de koerier van verdachte.

€ 321.100,- op 5 september 2020

Op 5 september 2020 liet [account 16] aan [account 5] weten: “Over uur wordt weer afgegeven”. Hierna schakelde hij met [account 17] en vroeg hem hoe laat hij het weer kon ophalen. Vervolgens gaf [account 17] in groepsgesprek [chatgesprek 5] aan dat er om 11:30 uur zou worden afgesproken op dezelfde locatie als de dag ervoor, te weten de [adres 6] . Koerier [account 18] gaf in zijn gesprek met [account 5] door dat hij om 11:45 uur weer kon leveren. Hierna gaf [account 5] in groepsgesprek [chatgesprek 5] door dat zijn koerier er om 11:45 uur zou zijn en vroeg of er een token kon worden gegeven. Hierop stuurde [account 17] een foto van een € 5,- biljet met serienummer [serienummer] , zijnde een token. In een gesprek met [account 5] stuurde [account 16] vervolgens: “Kan je me broertje mailen, hij heeft pap klaar liggen. 329100. Restant in de middag”. In groepsgesprek [chatgesprek 5] stuurde [account 17] : “Waar ben je? Hallo” waarop [account 5] antwoordde: “Broer sorry voor het ongemak krijg net door 12:30.” [account 17] nam vervolgens contact op met diens koerier en zei tegen hem dat hij 13:00 had gezegd op dezelfde plek. Ondertussen liet [account 18] aan [account 5] weten dat hij ook nu – zijnde 10:09 uur – kon gaan. Om 10:22 uur liet [account 17] in groepsgesprek [chatgesprek 5] weten dat zijn koerier er was. Om 10:28 uur stuurde koerier [account 19] naar [account 5] “Ben r”, waarna [account 5] een minuut later in groepsgesprek [chatgesprek 5] stuurde: “Hij is er ook broer”. Later die ochtend stuurde [account 17] een foto van stapels bankbiljetten met daarbij het bericht “30.000 291.100”. De rechtbank constateert dat deze getallen bij elkaar opgeteld 321.100 bedragen. Vervolgens heeft [chatgesprek 5] gevraagd hoeveel geld er in totaal is opgehaald, waarop [account 17] stuurde:

“275.920 4/9 Token: [serienummer]

321100 5/9 Token: [serienummer]

597.020. TOTAAL”

Aan het einde van de middag stuurde [account 16] een bericht aan [account 5] , waarin hij liet weten dat het restant van de “pap” er ook was. De rechtbank leidt hieruit af dat op 5 september 2020 € 321.100,- is overgedragen door de koerier van verdachte. Bovendien bevestigt het bericht waarin [account 17] de tokens deelt nogmaals de overdracht van de € 275.920 de dag ervoor.

€ 65.100,- op 5 september 2020

In de avond van 5 september 2020 vroeg [account 18] aan [account 5] of de man van [account 5] kon aannemen. In groepsgesprek [chatgesprek 5] vroeg [account 5] ongeveer vijftien minuten later: “Kan je aanpakken”. Sky-account [account 18] liet aan [account 5] weten dat hij er met vijftien minuten kon zijn, wat [account 5] binnen een minuut liet weten in groepsgesprek [chatgesprek 5] . Sky-account [account 17] vroeg “Zelfde plek”, waarna hij een foto stuurde van een € 5,- bankbiljet met serienummer [serienummer] , zijnde een token. Hierna reageerde [account 5] met “Ok”. Ongeveer tien minuten later gaf hij door: “Yes. Hij zal er zijn broer”. Hierna vroeg hij om een token, waarna [account 17] hetzelfde token stuurde als eerder. Vervolgens vroeg [account 17] hoeveel er zou worden gebracht, wat [account 5] niet wist. [account 16] stuurde daarop “62 100 komt hij brengen”. Om 21:28 uur liet [account 17] weten dat hij 64.500 had gekregen en dat hij het alleen nog moest natellen. Uit berichten van [account 17] van 6 september 2020 blijkt dat het geld is geteld en dat het een totaalbedrag van € 65.100,- betrof. Daarbij stuurde hij een foto van stapels eurobiljetten. De rechtbank leidt hieruit af dat op 5 september 2020 € 65.100,- is overgedragen.

Conclusie

De rechtbank is op grond van het hiervoor beschrevene van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde geldbedragen op de genoemde data heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen. Daarbij heeft hij nauw en bewust samengewerkt met anderen. Hij vormde een cruciale schakel in de communicatie met koerier [account 18] aan de ene kant en de wederpartij aan de andere kant. Er is aldus sprake van medeplegen.

3.4.4.2. Witwassen

Beoordelingskader criminele herkomst

De rechtbank stelt voorop dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de geldbedragen afkomstig zijn uit een specifiek aangeduid misdrijf. Echter, ook als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf de voorwerpen afkomstig zijn, kan in bepaalde gevallen alsnog de criminele herkomst worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat in dit geval de voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van de voorwerpen. Zo’n verklaring moet concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Als de verdachte een dergelijke verklaring heeft afgelegd, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om hier nader onderzoek naar te doen. Mede op basis van dit onderzoek moet de rechtbank in dat geval beoordelen of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben. De omstandigheden waaronder, het moment en de manier waarop de verklaring van verdachte tot stand is gekomen spelen daarbij een rol. In dat geval kan het niet anders dan dat de voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn en kan witwassen worden bewezen.

Beoordeling

Uit SkyECC-berichten van de Sky-accounts van verdachte blijkt dat hij betrokken is geweest bij de overdracht van grote geldbedragen van respectievelijk € 322.000,-, € 275.920,-, € 321.100,- en € 65.100,-. Het inkomen van verdachte of zijn partner kunnen de herkomst van dergelijke geldbedragen niet verklaren. In dit vonnis verklaart de rechtbank bovendien onder 2 bewezen dat verdachte zich heeft beziggehouden met de invoer van cocaïne. De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Daarom mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de legale herkomst van de geldbedragen. Deze verklaring dient concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Verdachte heeft echter geen verklaring gegeven voor de legale herkomst van het geld. Gelet hierop is er geen andere conclusie mogelijk dan dat voornoemde geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte en zijn mededaders dit ook wisten.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Feit 1 subsidiair

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of een of meerdere (onbekend) gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 24 augustus 2020 te Antwerpen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

opzettelijk

een ontploffing teweeg heeft gebracht door een handgranaat in een portiek van een (voormalig) apotheek te werpen waardoor voornoemde (hand)granaat (terug)rolde en (vervolgens) op de openbare weg aan de [straat] en/of de [openbare weg] tot ontploffing is gekomen terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten een of meerdere pand(en) en/of een of meerdere voertuig(en) en/of een bushok aan de [straat] en/of de [openbare weg]

te duchten was

welk feit verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2020 tot en met 24 augustus 2020 in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

opzettelijk heeft uitgelokt door beloften, en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door (via een cryptotelefoon)

- SKY-ID [account 9] en/of [chatgesprek 3] en/of [account 10] en/of [account 9] te benaderen voor het uitvoeren van bovenomschreven strafbare feit en/of

- al dan niet door tussenkomst van (een) derde(n) informatie/gegevens te verzamelen, te weten de volledige namen/geboortedata/adres(sen) van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of de gebruiker van SKY-ID [account 1] ( [slachtoffer 1] / [slachtoffer 1] ) en/of SKY-ID [account 2] ( [slachtoffer 2] / [slachtoffer 2] ) en/of SKY-ID [account 3] ( [Sky-naam] / [slachtoffer 3] ) en/of de familieleden van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of een of meerdere foto’s van de woning(en) van (familiel(i)(e)d(en) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of (vervolgens) voornoemde gegevens ter beschikking te stellen en/of

- al dan niet door tussenkomst van (een) derde(n) een of meerdere voorwerp(en), te weten een of meerdere handgrana(a)t(en) en/of voertuig(en) en/of, ten behoeve van de uitvoering van de bovenomschreven strafbare feit ter beschikking te stellen en/of

- aanwijzingen/instructies te geven aan SKY-ID [account 9] over de uitvoering van bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) (onder meer inhoudende de tekst: ‘en wil graag weten waar die [slachtoffer 3] woont die erbij hoort. [Sky-naam] heet ie op sky. Die moet ook. En [slachtoffer 2] ze privé huis mag ook. we hebben 3 putas die de lucht in moeten. [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Alles eromheen mag alles. Incl fam.’ en/of ‘perfect. Ik heb materiaal. Een deze dagen breng je gestolen Franse auto en materiaal erin.’ en/of ‘En die huis in de fik.’ en/of ‘ja heel graag moet vandaag de lucht in. ze hebben geen gehoor gegeven. Omdat ze geluk hebben met een schot of 2.’ en/of ‘maar kijk of je die adres kan verifieren. We hebben benzine nodig voor deze aktie mensen moete huis uit rennen branden die hoeren.’

EN

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of een of meerdere (onbekend) gebleven perso(o)n(en) op een of meerdere tijstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2020 tot en met 25 augustus 2020 te Antwerpen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

- [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- de gebruiker van SKY-ID [account 1] ( [slachtoffer 1] / [slachtoffer 1] ) en/of SKY-ID [account 2] ( [slachtoffer 2] / [slachtoffer 2] ) en/of SKY-ID [account 3] ( [Sky-naam] / [slachtoffer 3] ) en/of

- familiel(i)(e)d(en) van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- in de woning aan de [adres 3] en/of [adres 2] en/of [adres 1] aanwezige perso(o)n(en)

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door

- op of omstreeks 22 augustus 2020 te Antwerpen, in elk geval in België, met een (automatisch) vuurwapen een of meerdere kogel(s) af te vuren op (de voordeur en/of raam van) een woning aan de [adres 3] en/of

- op of omstreeks 25 augustus 2020 te Antwerpen, in elk geval in België, met een (machine)geweer, in elk geval een vuurwapen, een of meerdere kogel(s) af te vuren op (de voordeur en/of raam van) een woning aan [adres 2] ,

welk feit verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2020 tot en met 25 augustus 2020 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Badhoevedorp, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

opzettelijk heeft uitgelokt door beloften, en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door

- SKY-ID [account 9] en/of [chatgesprek 3] en/of [account 10] en/of [account 9] te benaderen voor het uitvoeren van bovenomschreven strafba(a)r(e )feit(en) en/of

- al dan niet door tussenkomst van (een) derde(n) informatie/gegevens te verzamelen, te weten de volledige namen/geboortedata/adres(sen) van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of de gebruiker van SKY-ID [account 1] ( [slachtoffer 1] / [slachtoffer 1] ) en/of SKY-ID [account 2] ( [slachtoffer 2] / [slachtoffer 2] ) en/of SKY-ID [account 3] ( [Sky-naam] / [slachtoffer 3] ) en/of de familieleden van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of een of meerdere foto’s van de woning(en) van (familiel(i)(e)d(en) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of (vervolgens) voornoemde gegevens ter beschikking te stellen en/of

- al dan niet door tussenkomst van (een) derde(n) een of meerdere voorwerp(en), te weten een of meerdere (vuur)wapens (waaronder een Kalasnikov AK-47) en/of voertuig(en) en/of GPS tracker(s), ten behoeve van de uitvoering van de bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) ter beschikking te stellen en/of

- aanwijzingen/instructies te geven aan SKY-ID [account 9] over de uitvoering van bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) (onder meer inhoudende de tekst: ‘hoelang duurt nog. Hebben jullie hitters erbij nodig mrgn 3 volle auto’s met Franse. Enkel hebbik nodig wie ze weg rijd. Vandaag enkel die huizen overhoop. Slm. Dood mag ook. Het liefst vandaag.’ en/of ‘wil bloed drinken vandaag’ en/of ‘perfect. Ik heb materiaal. Een deze dagen breng je gestolen Franse auto en materiaal erin.’ en/of ‘En vanavond die ak leeg maken op de juiste deur bro. En ramen. Goed laten rinkelen. En die huis in de fik.’ en/of ‘denk niet broer. Maar we moeten [slachtoffer 1] inladen of ze broertje’ en/of ‘moet schapie hebben. en aub de juiste deur pakken vandaag.’ en/of ‘broer moet want hij heeft gelijk gereageerd die vieze dief. Maar moeten de juiste deur hebben. buren hebben niks gedaan. Die ak moet geleegd worden.’ en/of ‘kom morgen pap ophalen oke broer. Want moet echt juiste deur.’) en/of

- een betaling in het vooruitzicht te stellen voor het uitvoeren van bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en);

Feit 2

op of omstreeks 10 februari 2021, te Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 250 kilogram, cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 3

op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 januari 2020 tot en met 5 september 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

meermalen

voorwerpen, te weten een of meerdere geldbedrag(en)

- op of omstreeks 17 januari 2020 te Amsterdam een geldbedrag van 322.000 euro, in elk geval een (groot) geldbedrag en

- op of omstreeks 4 september 2020 te Rotterdam een geldbedrag van 275.920 euro, in elk geval een (groot) geldbedrag en

- op of omstreeks 5 september 2020 te Rotterdam een geldbedrag van 321.100 euro, in elk geval een (groot) geldbedrag en

- op of omstreeks 5 september 2020 te Rotterdam een geldbedrag van 65.100 euro, in elk geval een groot geldbedrag,

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen,

terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Voor zover in het bewezenverklaarde gedeelte van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 gedeeltelijk primair en gedeeltelijk subsidiair, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien jaren, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

Mocht de rechtbank toch tot een veroordeling komen, dan verzoekt de verdediging om rekening te houden met overschrijding van de redelijke termijn. Deze is overschreden, omdat verdachte sinds 6 juni 2024 in Spanje in detentie is verbleven, waardoor hij ten tijde van de zitting al negentien maanden in detentie zit. Dat is een overschrijding van drie maanden, aangezien de grens ligt op zestien maanden. Ook verzoekt de verdediging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij als first offender dient te worden aangemerkt.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van uitlokking van het van het teweegbrengen van een ontploffing en het medeplegen van uitlokking van twee bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht. Hij heeft samen met anderen de beschieting van de [adres 3] , de beschieting van de [adres 1] en het gooien van een handgranaat in de portiek van [adres 2] uitgelokt, waarbij verdachte telkens de rol van opdrachtgever vervulde. Het ging hierbij om een vergeldingsactie in het criminele milieu vanwege een verloren gegane partij verdovende middelen. De adressen die het doelwit waren hoorden bij de personen dan wel de familieleden van degenen die verantwoordelijk werden gehouden voor de gang van zaken in de haven. Hierbij werden in een woonwijk oorlogswapens gebruikt als een handgranaat en AK47 machinegeweer. De rechtbank vindt dit zeer ernstige feiten. Dat de rechtbank tot een andere kwalificatie dan de officier van justitie komt, maakt dat niet anders. Het gaat om drie zeer gewelddadige delicten die binnen een tijdsbestek van enkele dagen hebben plaatsgevonden in Antwerpen. Door dergelijke vergeldingsacties ontstaat maatschappelijke onrust en angst voor onveiligheid, zeker wanneer die plaatsvinden in een woonwijk. Ook is het gemak waarmee dit soort vergeldingsacties worden uitgezet en uitgevoerd, alsmede de wijze waarop over de levens van deze personen en hun familieleden wordt gesproken, schrikbarend.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de invoer van 250 kilogram cocaïne en het medeplegen van het witwassen van in totaal € 984.120,-. Het gaat om een grote hoeveelheid drugs en geld. Ook deze gedragingen zijn ondermijnend en ontwrichtend en tonen aan dat verdachte diep in de zware georganiseerde criminaliteit zit.

Verdachte heeft voor dit alles geen verantwoordelijkheid genomen.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 17 september 2024. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld. De verdediging heeft in strafmatigende zin betoogd dat verdachte een first offender is. De rechtbank is van oordeel dat deze vaststelling op goede grond is gedaan, maar gelet op de aard en de ernst van de feiten in strafmatigende zin geen betekenis heeft. Recidive zou veeleer als een strafverhogende omstandigheid hebben gegolden.

Redelijke termijn

In artikel 6 EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat door de Nederlandse staat tegenover verdachte een handeling is verricht waaraan verdachte de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een strafvervolging wordt ingesteld. Als uitgangspunt geldt dat de zaak waarin een verdachte in voorarrest heeft gezeten, moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden nadat deze termijn is aangevangen. De redelijke termijn is in dit geval aangevangen op 5 juni 2024, de datum waarop verdachte in Spanje is aangehouden, waardoor de zaak op 5 oktober 2025 met een eindvonnis afgerond had moeten zijn. De rechtbank doet uitspraak op 10 februari 2026. Er is sprake van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding van vier maanden rechtvaardigen. Het heeft twee maanden geduurd voordat verdachte vanuit Spanje naar Nederland was overgebracht. Het onderzoek was uitgebreid en ingewikkeld. Op 8 juni 2025 heeft de rechter-commissaris beslist op de uitgebreide onderzoekswensen van de verdediging. Daarna zijn pogingen ondernomen getuigen te horen die zich in het buitenland bevonden. De rechter-commissaris heeft op 5 december 2025 de onderzoekshandelingen beëindigd. Gezien voorgaande zal de rechtbank geen consequenties verbinden aan de overschrijding.

Straf

De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen een langdurige gevangenisstraf. Het gaat om ernstige delicten gepleegd in het kader van de zware georganiseerde criminaliteit. Het is algemeen bekend dat personen die in de zware criminaliteit zitten daarvan geen of moeilijk afstand kunnen nemen. De doelen generale en speciale preventie worden dan ook gediend met een langdurige gevangenisstraf. Deze geeft een signaal aan de personen die zich met deze vormen van zware georganiseerde criminaliteit bezig houden, namelijk dat dergelijk ontwrichtend geweld fors wordt bestraft. De rechtbank is van oordeel dat de maatschappij voor langere tijd tegen verdachte dient te worden beschermd. Zij zal verdachte daarom veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien jaren.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 47, 57, 157, 285, 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

medeplegen van uitlokking van medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

medeplegen van uitlokking van medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van feit 3:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.B.W. Beekman, voorzitter,

mrs. H.J. Bos en G.J.M. Kruizinga, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.V. Koppelman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.B.W. Beekman

Griffier

  • mr. A.V. Koppelman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?